© JanJaap Rypkema

Nederlandse financiële adviseurs betrokken bij CumEx-transacties

  • Staat FBI niet gewoon voor Fiscale Beleggings Instelling als bedoeld in art. 28 Vpb?
  • Dividendbelasting terugvragen en niet dividend terugvragen.

De Duitse justitie onderzoekt diverse fondsen die betrokken waren bij CumEx-transacties, die volgens haar frauduleus zijn. Voor deze transacties maakten de fondsen gebruik van de Zwitserse private bank Sarasin. Een van die fondsen is het Nederlandse GSA Feeder Fund, gevestigd aan de Hoogoorddreef in Amsterdam. Bij dit fonds waren tevens Nederlandse kantoren als financieel of juridisch adviseur betrokken.

Op 31 mei 2011 verzamelt een exclusief clubje zich op het hoofdkantoor van de deftige private bank Sarasin & Cie in Basel. Sarasin is op dat moment een dochter van de Rabobank.

Rond de tafel zitten louter afdelingshoofden. Aanwezig zijn het hoofd van de afdeling Fiscale Diensten, de topman van de afdeling Private Banking, de chef van de afdeling Producten en Diensten (de enige vrouw in dit gezelschap), de baas van de afdeling Juridische Zaken, twee mensen van Private Solutions en twee mensen van een afdeling die in Duitsland en Nederland vermogende mensen moet strikken om via Sarasin te investeren. Een van die laatste twee is Jules Moor, een Nederlander die tot op de dag van vandaag bij Sarasin werkt. Moor maakt deel uit van het ‘Team Holland’. Dat richt zich op Nederlandse ondernemers die hun bedrijf op zo’n manier willen liquideren dat ze zo min mogelijk belasting hoeven te betalen. Team Holland van Sarasin & Cie adviseert ze daar graag bij.

Het gespreksthema van de bijeenkomst is de ‘Strategischer Kontext von steueroptimierten Produkten für das Private Banking im Rahmen der Gesamtbankstrategie’. Vrij vertaald: hoe passen producten waarbij investeerders profiteren van de gaten in de fiscale wet- en regelgeving van een land binnen de strategie van de bank?

Sarasin & Cie, opgericht in 1841, is dan al enige jaren naarstig bezig om de mazen van fiscale wetten op te zoeken. De prestigieuze private bank, waar aanvankelijk alleen mensen met ‘oud geld’ bankierden, wil ook vermogenden met nieuw geld aan zich binden. Daarvoor hebben ze producten nodig met aantrekkelijke rendementen. Maar waar vind je die? Sinds het uitbreken van de crisis in 2008 ligt de vastgoedmarkt op zijn gat. De wereldhandel is fors teruggelopen. Daarom richt Sarasin zich vanaf voorjaar 2009  steeds meer op producten die zo zijn gestructureerd dat er grote fiscale voordelen mee te behalen zijn. Dat levert forse rendementen op voor zowel bank als investeerder. De nadruk ligt daarbij op vermogende Duitse ondernemers: aan hen wordt een rendement beloofd van rond de 12 procent.

‘Arbitrage’ klinkt prettig neutraal, maar is bankiersjargon voor iets minder fraais: dividendfraude

De bankiers die op 31 mei bijeen zijn, hebben verschillende opdrachten meegekregen. Eerst moeten ze inventariseren welke producten Sarasin de afgelopen twee jaar heeft ontwikkeld en welk  succes die hebben gehad. Vervolgens moeten ze in kaart brengen welke producten er op de markt zijn en hoe de handel georganiseerd is. Maar de bijeenkomst is ook bedoeld om de risico’s in kaart te brengen. Want die zijn fors, zo blijkt uit het verslag van de bijeenkomst. Het grootste risico is dat een belastingdienst niet met de gang van zaken akkoord gaat en weigert de fiscale voordelen te verschaffen die volgens de bank aan het product ten goede moeten komen. Wanneer dat gebeurt, kan een investeerder naar zijn centen fluiten. En een boze klant betekent weer reputatieschade voor de bank.

Om zulke schade te voorkomen, moet de fiscaal-juridische houdbaarheid van de producten tot op het bot worden getoetst. Dit gebeurt onder andere aan de hand van een zogeheten ‘legal opinion’, een beoordeling van een juridische kwestie met betrekking tot een situatie, vennootschap of transactie. Meestal worden dit soort opinies verstrekt door gespecialiseerde partners van grote advocatenkantoren.

Uit het verslag van de bijeenkomst blijkt dat Sarasin & Cie in het voorjaar 2011 vier fondsen heeft voor ‘Dividenden-Arbitrage Produkte’. ‘Arbitrage’ klinkt prettig neutraal, maar is bankiersjargon voor iets minder fraais: dividendfraude. Volgens de Duitse justitie was Sarasin een van de vele banken die betrokken waren bij deze CumEx-handel, waarin ten onrechte bij de Duitse belastingdienst dividendbelasting werd teruggevraagd. Tussen 2001 en 2016 zou de Duitse fiscus voor tenminste 31,8 miljard euro zijn benadeeld. Alle vier de fondsen van Sarasin zouden bij die fraude zijn betrokken.

In 2012 begint in Duitsland, onder leiding van de Keulse officier van justitie Anne Brorhilker, een groot strafrechtelijk onderzoek naar deze CumEx-praktijken. Op haar verzoek valt een legertje van Zwitserse opsporingsambtenaren op donderdag 23 oktober 2014 de kantoren van Sarasin in Zürich en Basel binnen. Arrestaties worden niet verricht: de ambtenaren richten zich in de eerste plaats op documenten, die op usb-sticks, op computers en in diepe ladekasten zijn opgeslagen.

Bij de in beslag genomen documenten treffen Duitse opsporingsambtenaren het verslag aan van de bijeenkomst die op 31 mei 2011 bij Sarasin is gehouden. Ook vinden ze de notulen van een bijeenkomst op 16 juni 2011, het vervolg van de vergadering van 31 mei. Uit beide documenten blijkt volgens het Duitse Openbaar Ministerie dat de vier fondsen die Sarasin had opgezet maar één doel hadden: CumEx-transacties. De vier fondsen hadden een gezamenlijke omvang van 289 miljoen aan Zwitserse franks. Hun werkwijze komt er volgens Duitse justitie hier op neer: een door de bank geworven rijke klant investeert miljoenen in een van de fondsen. Een fondsbeheerder koopt daarvan vervolgens aandelen, meestal van een gerenommeerd Duits beursgenoteerd bedrijf (een zogeheten blue chip-aandeel). Uiteindelijk zouden de fondsen via in Luxemburgse gevestigde nep Amerikaanse pensioenfondsen bij de Duitse belastingdienst dividend terugvragen die van tevoren nooit is betaald. Volgens Duitse justitie gebruikten de verdachten een netwerk waarin de marktpartijen door hen waren aangewezen of ingezet.

Feeders en masters

Een van de vier door Sarasin gebruikte fondsen is GSA Feeder Fund, een fonds naar Nederlands recht. Een feeder fund, ook wel toevoerfonds genoemd, sluist geld van investeerders door naar een master fund dat vervolgens aandelen koopt en beheert. Een master fund kan door meerdere feeder funds worden gevoed. Er zijn verschillende redenen om een feeder fund te gebruiken. Vaak zijn dat fiscale redenen (de regels omtrent dividendbelasting in het land van vestiging), maar het kan ook te maken hebben met toezichtregels. Ook wordt een feeder fund gebruikt om de bedragen van kleine investeerders (die ieder apart niet het minimumbedrag halen dat nodig is om te mogen inleggen) te bundelen tot een groot bedrag.

De ideeën en adviezen voor dit fonds kwamen exclusief uit Nederland

Volgens interne stukken van Sarasin zijn bij het GSA-fonds zes klanten van Sarasin betrokken. Het gaat om bedrijven uit Malta, Dubai, Italië, Duitsland en Singapore. Ze investeren in Europese blue chip-aandelen; in welke precies wordt niet vermeld. Uit de interne stukken blijkt dat Sarasin & Cie de structuur van dit fonds niet zelf heeft bedacht. Ook heeft de bank dit fonds niet zelf aan haar klanten aanbevolen. Evenmin hebben de Zwitsers zelf belastingadviezen aan hun klanten geleverd. Nee, de ideeën en adviezen voor dit fonds kwamen exclusief uit Nederland.

Pal na Kerst 2010 stapt een vertegenwoordiger van het Amsterdamse trustkantoor ANT Custody binnen bij advocaten- en notariskantoor Lexence NV. Als gevolmachtigde van ANT richt hij de Stichting Bewaarder Feeder Fund op. Deze stichting treedt op als bewaarder en juridisch eigenaar van het GSA Feeder Fund. De stichting opereert als een soort kassier: rendementen die via hen binnenkomen, betaalt de stichting uit aan degenen die hebben geïnvesteerd, de participanten.

ANT is slechts een trustkantoor dat in opdracht van anderen handelt. Maar wie zit er achter het GSA Feeder Fund? Het antwoord staat ergens in de statuten van de bewaarstichting. Slechts één partij is gerechtigd om bestuurders te benoemen en te ontslaan, de statuten te wijzigen of de stichting te ontbinden: GFSF Asset Management te Amsterdam. Dat bedrijf – gevestigd aan de Fred. Roeskestraat en opgericht in 2006 –  is in handen van Frank Vogel (49), die al jaren tot de absolute top van CumEx-handelaren behoort.

De Nederlandse spin in het web

Vogel werkte begin deze eeuw bij Fortis, waar hij als baas van de afdeling GSLA via groots opgezette CumEx-transacties met name de Duitse en Zwitserse belastingdiensten tilt. Het gaat om vele tientallen miljoenen euro. Bankier Stefan Stanciu, een Fransman met Roemeense wortels, wordt begin 2005 de eerste CumEx-klokkenluider wanneer hij de kwestie aankaart bij de raad van bestuur van Fortis. Zes uur na die melding wordt hij ontslagen. Van de beloofde bescherming als klokkenluider komt niets terecht. Stanciu kan definitief naar een andere baan omzien. Kort daarop moet ook Vogel zelf vertrekken bij Fortis, waar hij jaarlijks zoveel aan bonus opstreek dat hij fors meer verdiende dan bestuursvoorzitter Anton van Rossum en later Jean Paul Votron.

Na zijn vertrek bij Fortis in 2005 richt Vogel GSFS Asset Management op dat in 2007 gaat samenwerken met het beursgenoteerde handelshuis Van der Moolen. Het is de bedoeling dat Van der Moolen het bedrijf van Vogel overneemt, maar in de zomer van 2009 wordt dat besluit gedwarsboomd. Om GSFS over te kunnen nemen, heeft Van der Moolen toestemming nodig van toezichthouder De Nederlandsche Bank. Die moet een zogeheten verklaring van geen bezwaar afgeven. Zo’n vvgb wordt wel aangevraagd, maar waarschijnlijk is die nooit door DNB verstrekt. In september 2009 gaat Van der Moolen failliet. De onderzoekers die in 2010 door de Ondernemingskamer worden aangesteld om het faillissement van Van der Moolen te onderzoeken, treffen zo’n vvgb niet in de administratie van het handelshuis aan, blijkens hun onderzoeksverslag van 13 mei 2011. In een interview met zakenblad Quote van juli 2011 bevestigt Vogel dat DNB geen vvgb wilde verstrekken. De reden? Vogel zelf, zo vertelt hij Quote: ‘Ze moesten me niet; ik ben immers een outcast in de financiële wereld.’

Een verdachte bankier vertelt het Duitse OM dat Vogel bij het opzetten van het fonds een cruciale rol speelde

Als vervolgens de Belastingdienst een onderzoek naar dividendarbitrage bij GSFS aankondigt, besluiten Van der Moolen en GSFS samen om de overname af te blazen. Wel blijven de twee bedrijven samenwerken.

Ook na het faillissement van Van der Moolen gaat Vogel door met de activiteiten die hem in bepaalde uithoeken van de financiële sector naam en faam bezorgden: dividendstrippen. Op 7 januari 2011 begint Sarasin volgens interne stukken haar samenwerking met het GSA Feeder Fund. Er wordt 11,3 miljoen Zwitserse frank in gestopt. De partij die het fonds heeft opgezet is GSFS Asset Management. Een voormalige topbankier van Sarasin beaamt dat in de zomer van 2017. Tijdens zijn verhoor door het Duitse OM vertelt hij dat Vogel bij het opzetten van het fonds een cruciale rol speelde. In datzelfde verhoor meldt deze verdachte bankier dat hij van voormalige collega’s heeft begrepen dat het GSA Feeder Fund een Amerikaans pensioenfonds, met een statutaire vestiging in Luxemburg, heeft gebruikt.

Juist die Luxemburgse pensioenfondsen zijn volgens het Duitse OM gebruikt om op frauduleuze wijze meermalen dividendbelasting terug te vorderen bij de Duitse fiscus. Gevraagd om nadere informatie laat Vogel FTM telefonisch weten ‘op geen enkele wijze geïnteresseerd te zijn in datgene wat jullie op papier zetten’. Hij heeft ‘totaal geen behoefte’ om onze vragen te beantwoorden. Zijn advocaat Jasper Hagers laat FTM meermalen weten dat de activiteiten van zijn cliënt Frank Vogel – waaronder de CumEx-handel – ‘legaal’ zijn geweest. Waarom dat zo is, wil de advocaat niet nader duiden.

Uit interne Sarasin-documenten blijkt dat GSFS Asset Management voor het beheren van GSA een management fee van 2 procent had bedongen, tegen een minimumbedrag van 840.000 euro. Daarnaast zou GSFS nog eens 40 procent binnenhalen aan preferente aandelen en ‘performance fee’ .

Meer Nederlandse ‘facilitators’

Andere adviseurs van het GSA Feeder Fund zijn volgens interne documenten de Amsterdamse kantoren Lexence NV en Clifford Chance, beide omschreven als ‘legal & tax advisor’. Lexence zou de structuur van het fonds hebben opgetuigd, Clifford Chance zou zich voornamelijk met de strategie hebben bemoeid. Of er een legal opinion is verstrekt en zo ja, door wie, valt uit de documenten niet op te maken.

Dat Clifford Chance opdoemt, is opmerkelijk. De Nederlandse vestiging van dit advocatenkantoor komt in de documenten van de Duitse justitie immers ook in een andere rol voor: als advocaat van ABN Amro. Het Duitse kantoor van Clifford Chance adviseert de vestiging van de ABN Amro Clearing Bank in Frankfurt bij informatieverzoeken van de Duitse officier van justitie Anne Brorhilker.

De laatste Nederlandse adviseur die bij GSA opduikt is Mazars Paardekooper Hoffman (tegenwoordig Mazars). Dit bedrijf, waarvan het hoofdkantoor in Rotterdam staat, was de controlerend accountant van het Feeder Fund.

Het GSA Feeder Fund is inmiddels opgeheven en de stichting die als betalingskantoor voor het fonds fungeerde, is in mei 2017 ontbonden en bij het Handelsregister uitgeschreven.

...een Nederlandse investeringsstructuur met als doel om het belastbaar inkomen van de klant in Nederland ‘te reduceren’

Of het fonds voor Sarasin en zijn investeerders geld heeft opgeleverd, en zo ja, hoeveel, wordt uit de dossiers van de Duitse justitie niet duidelijk. Wel blijkt uit het 180.000 pagina’s tellende dossier van de CumEx Files dat het Duitse Openbaar Ministerie bij diverse banken en instellingen informatie en documenten van CumEx-handelaren heeft opgevraagd. Ook van Frank Vogel. Hij is overigens op dit moment niet als verdachte aangemerkt.

Nederlandse adviseurs spelen tevens een rol bij een fonds dat Sarasin in april 2011 volgens interne documenten ‘in pipeline’ heeft. Het heeft de naam ‘FBI’ gekregen en is een Nederlandse investeringsstructuur met als doel om het belastbaar inkomen van de klant in Nederland ‘te reduceren’. De structuur is juridisch met een legal opinion goedgekeurd door de Nederlandse vestiging van het advocatenkantoor Freshfields Bruckhaus Deringer aan de Strawinskylaan in Amsterdam. Lexence was betrokken bij de opzet van de structuur en het fonds was Sarasin aangeboden door het al eerder genoemde GSFS Asset Management van Frank Vogel. FBI is uiteindelijk niet gebruikt, omdat de klant voor wie alles was opgezet, om onbekende redenen afhaakte. Freshfields was in het verleden ook de advocaat van het Fortis-onderdeel GSLA, waarvan Vogel de baas was en dat later opging in ABN Amro. In die periode verstrekte Freshfields, maar ook Clifford Chance zogeheten position papers en legal opinions over CumEx-transacties.

Mogelijke repercussies

Uit de documenten van de CumEx Files blijkt dat de Duitse officier van justitie Brorhilker ook onderzoek doet naar de rol van adviseurs, de zogeheten ‘facilitators’, achter de  CumEx-transacties. Een van die adviseurs, de Duitse fiscalist en advocaat Hanno Berger, zoon van een dominee, is zelfs een van de hoofdverdachten. Hij was zeer nauw betrokken bij drie van de Sarasin-fondsen die werden gebruikt voor CumEx-transacties. Nadat hij als verdachte was aangemerkt, vluchtte Berger naar Zwitserland. Hij houdt nog steeds vol dat CumEx-handel legaal is en dat hij niets fout heeft gedaan.

Ook de Nederlandse adviseurs lopen een risico. Zij hebben een poortwachtersfunctie, wat inhoudt dat ze hun klanten volgens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme terdege moeten controleren. Daarnaast zijn advocaten, notarissen, fiscalisten en trustkantoren verplicht om ongebruikelijke transacties te melden. Laten ze dat na, dan riskeren ze strafrechtelijke vervolging. Het OM let de laatste jaren nadrukkelijk op de rol van facilitators in strafrechtelijke onderzoeken. Maar ook de tuchtrechters van advocaten en notarissen hebben de regels de laatste jaren flink aangescherpt.

Justitie deinst er tegenwoordig niet voor terug om een advocaat strafrechtelijk te vervolgen

Uit de Panama Papers bleek dat een notaris en partner van het Rotterdamse kantoor Ploum Lodder Princen (inmiddels kortweg Ploum) een rol had gespeeld in de nepverkoop van een verzekeringsbedrijf uit Ecuador. Door een schijnconstructie kon de verzekeraar via een Nederlandse bv geld overmaken van Brits Anguilla naar Ecuador, waardoor het bedrijf de strenge eisen voor internationale transacties kon omzeilen. Notaris Stan Commissaris en een bij de deal betrokken kandidaat-notaris werden door de tuchtrechter berispt: ze waren ernstig tekort geschoten in hun taak als poortwachter. In de tuchtrechtprocedure erkenden de notarissen dat zij enkele mails en Powerpoint-slides niet goed hadden bekeken, waardoor ze cruciale informatie over het hoofd hadden gezien. Daarbij speelde een rol dat het betrokken trustkantoor Infintax een vaste klant was, die betrouwbaar werd geacht.

Een andere adviseur, advocaat Jacob Cornegoor, is zelfs strafrechtelijk vervolgd. Volgens het OM had Cornegoor voor het Havenbedrijf in Rotterdam legal opinions opgesteld die onjuistheden bevatten en waarin opzettelijk belangrijke passages waren weggelaten. Zo zou hij ten onrechte hebben geschreven dat havenbaas Willem Scholten bevoegd was garanties af te geven voor bankleningen aan bedrijven van zakenman Joep van den Nieuwenhuijzen. Volgens de statuten van het Havenbedrijf had Scholten dat echter uitsluitend mogen doen na toestemming van de raad van commissarissen. Na een lange rechtsgang tot aan de Hoge Raad en weer terug, sprak het gerechtshof in Den Haag Cornegoor uiteindelijk vrij, omdat niet kon worden aangetoond dat hij opzettelijk fouten had gemaakt. Hoewel deze zaak voor het OM op een deceptie uitliep, toont die aan dat justitie er niet voor terugdeinst om een advocaat strafrechtelijk te vervolgen.

Reacties van betrokkenen
  • Frank Vogel, persoonlijk en via zijn advocaat Jasper Hagers: geciteerd in de tekst.
  • Freshfields liet eergisteren weten niet te willen reageren.
  • Woordvoerder Clifford Chance: ‘Namens Clifford Chance kan ik u aangeven dat wij op uw vragen geen commentaar kunnen geven.’
  • Woordvoerder Mazars: ‘Mazars en haar accountants hebben een geheimhoudingsplicht. Wij kunnen geen uitspraken doen over specifieke zaken aangaande (gewezen) klanten en zullen derhalve ook verder niet inhoudelijk reageren.’
  • Woordvoerder Lexence: ‘Lexence heeft in 2010 notariële werkzaamheden verricht voor het oprichten van het "GSA Feeder Fund", hetgeen ook uit openbare registers blijkt. In onze administratie hebben wij geen cliënt aangetroffen met de naam “FBI”. Voor het overige kunnen wij u laten weten dat wij voor fondsstructuren geen fiscale adviezen geven noch adviseren over CumEx transacties en dat ook voor dit fonds niet deden. Meer specifieke uitspraken over dossiers en of cliënten kunnen wij op grond van beroepsregels en beleid niet doen.’
Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Eric Smit

Gevolgd door 1482 leden

Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

Volg Eric Smit
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Siem Eikelenboom

Gevolgd door 256 leden

Siem Eikelenboom werkte eerder als onderzoeksjournalist bij Zembla, Nova en het Financieele Dagblad.

Volg Siem Eikelenboom
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

The CumEx Files

Gevolgd door 2011 leden

Hoe banken en brokers Europese belastingdiensten voor miljarden beroofden.

Volg dossier