Kaapstad oranje boomtown

    Nederlandse ondernemers hebben Zuid-Afrika herontdekt. Het wemelt in Kaapstad van de startups met een oranje tintje.

    Voorheen dachten Nederlanders bij Zuid-Afrika overwegend aan criminaliteit, armoede en HIV. Sinds het WK het beeld van een kleurrijk, goed georganiseerd en gastvrij land toonde, lijkt die mindset in de Nederlandse media behoorlijk bijgesteld. En sinds Zuid-Afrika vorig jaar officieel tot nieuwste BRIC werd gekroond,  klinken in het rijtje der Zuid-Afrikaanse karakteristieken steeds vaker woorden als groeimarkt, kansen en Walhalla. Vaak vergezeld van superlatieven voorafgaand aan die begrippen. Newsflash: in Zuid-Afrika liggen de kansen voor het oprapen. En de ondernemers trouwens ook. 

     
    “Ons werk gaat voornamelijk om het creëren van een band tussen Zuid-Afrika en Nederland, en op die manier de weg vrij maken voor Nederlandse bedrijven in Zuid-Afrika.” Ik citeer David de Waal, sinds 2009 Nederlands Consul-Generaal in Kaapstad. En dat betekent voldoende werk voor het Consulaat, gelegen aan de prachtige Strand Street – verwijzend naar de ligging van de straat totdat de ijverige mannen van de VOC ingrepen, de zee tegen de rotsen klotste. De Nederlanders verplaatsten ooit eigenhandig het strand een luttele kilometer noordwaarts. Zo hadden ze meer ruimte voor de aanleg van de haven en de spoorlijn, en kon de bloeiende handelstad in wording verder bloeien.
     
    Walhalla
    Vandaag de dag is er nog altijd genoeg Nederlandse handelsdrift te vinden in deze stad. Zo’n tienduizend Nederlanders wonen en werken permanent in Kaapstad en omgeving. In het seizoen verdubbelt hun aantal. Getrokken door het klimaat, de uitdaging en natuurlijk de ‘groeimarkt’, de ‘kansen’ en geruchten dat het hier een ‘walhalla’ is voor ondernemers. Is dat het ook? 
     
    “Walhalla gaat wat ver, maar vooralsnog gaat het allemaal wel aardig gemakkelijk,” vindt Frans Schonck (38). De voormalige BMW-verkoper uit Breda is sinds eind 2011 in Kaapstad actief als distributeur van het van oorsprong Nederlandse merk lief! lifestyle dat zich specialiseert in onder andere kleding, tassen en meubels voor kinderen. En niet onverdienstelijk: na vier maanden ligt het merk in acht winkels, waaronder een grote landelijke keten. Frans is een tevreden man. Niet alleen hij, maar ook zijn vrouw en hun twee jonge kinderen verhuisden mee naar Kaapstad.
     
    Frans Schonck met zijn gezin
     
    Of het zijn tweede natuur als autoverkoper is, of de karakteristieke ‘Hollandse slag’; Frans combineert altijd het zakelijke met het persoonlijke in zijn relaties met klanten. “Ik vind juist dat sociale aspect van relatiebeheer erg belangrijk, zo doen wij Hollanders dat toch?” Hij ziet dat het gewaardeerd wordt, ook al zullen Zuid-Afrikanen zelf het niet snel doen. “Die zijn in hun contact toch overwegend meer zakelijk.” 
     
    Van te voren had Frans best sceptische ideeën over hoe samenwerken met Zuid-Afrikaanse bedrijven zou zijn. Dat liep even anders. Steevast ontvangt hij stipt de eerste dag van de maand van de winkels de verkooplijsten, om vervolgens de dag erna het geld op zijn rekening bijgeschreven te zien staan. “Heel correct en punctueel. Daar kunnen sommige Nederlandse bedrijven nog wat van leren,” grinnikt Frans.
     
    Niet zwart genoeg?
    Eerlijk is eerlijk – ik spreek uit ervaring – een baan vinden in het lokale circuit is geen gemakkelijke opgave. Een needle in the haystack, durf ik zelfs te zeggen. De crisis helpt niet mee, maar ook het positieve discriminatiebeleid (‘Affirmative Action’) dat er op gericht is de zwarte Zuid-Afrikaan op de arbeidsmarkt te krijgen, maakt het er voor buitenlanders in Zuid-Afrika niet makkelijker op. “You are not black enough,” horen blanke, Zuid-Afrikaanse sollicitanten regelmatig schertsend na – of zelfs al vóór –  een sollicitatiegesprek. Om over de kansen van blanke, niet-Zuid-Afrikanen nog maar te zwijgen. Dat zorgt naast de nodige frustratie, ook voor een flinke impuls aan de (buitenlandse) ondernemersgeest. 
     
    “Dan maar zelf een bedrijf beginnen”, dachten Jonathan Ursem (30) en Choi Mi Chung (30). Het vinden van een lokale baan in Kaapstad bleek voor hen ‘als buitenlanders’ bijna onmogelijk, merkten zij al snel. Hij werkte in Nederland als chef redactie van Quote 500, zij als marketing manager bij ELLE, voordat ze begin dit jaar in het vliegtuig naar Kaapstad stapten. De combinatie van de moeilijkheden rondom het krijgen van een werkvisum en het geringe aanbod aan banen, leidde tot de geboorte van Label Orange:  een one-stop agent dat Dutch design op de Zuid-Afrikaanse markt brengt. De voorbereidingen werden in Nederland al ruim een jaar geleden in gang gezet. 
    Jonathan Ursem en Choi Mi Chung - foto: Feike Santbergen ©
     
     
    Ups en downs?
    Een maand onderweg in Kaapstad, hebben Jonathan en Choi naar eigen zeggen ‘vele ups en enige downs’ achter de rug. Jonathan: “Europa = mooie spullen, vinden veel mensen hier. Hoewel de markt voor lokaal ontworpen en geproduceerde producten enorm groeit, heeft de rijkere Zuid-Afrikaan best geld over voor interieuraccessoires van bijvoorbeeld Droog  of andere Dutch design-merken.” En de downs? “Zuid-Afrikanen zetten graag overal een stempel op, liefst twee. Een paar uur in de rij zweten bij de lokale belastingdienst voor een stempel is niet ongewoon. Leuker kunnen ze het hier wat dat betreft ook niet maken.”  Choi relativeert gemakkelijk. “Gelukkig sta je dezelfde dag nog op een opening van wéér een nieuwe creatieve hub in de stad. Je voelt dan de energie en het enthousiasme van al die jonge ondernemende mensen bij elkaar. Om daar deel van uit te maken, inspireert enorm.”
     
    Kortom: niemand zal zeggen dat ondernemer zijn in Zuid-Afrika een volledig geëffend pad is. Meest gehoorde ergernis: de regelmatig aflatende punctualiteit van de gemiddelde Zuid-Afrikaan (‘I will do it now’ betekent grofweg dat het ergens ‘tussen nu en volgende week’ gedaan wordt), traag internet en de lange tijd die eroverheen gaat voordat beslissingen gemaakt worden. 
     
    Volgens mij is dit juist de ultieme meerwaarde van globalisering: Nederlandse ondernemers en bedrijven kunnen hier daadwerkelijk een verschil maken. Met onze karakteristieke stijl van efficiënt werken, punctualiteit en gestructureerde manier van doen zijn Nederlandse ondernemers vaak een aantrekkelijke keuze voor lokale bedrijven. Met een welwillende Consul-Generaal en een flinke groeimarkt aan de voeten, moet dat goed komen.  
     
     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Inge Abraham

    Inge Abraham (1980) mag op haar CV 'Neerlandica' en 'politicologe' als titels achter haar naam noteren. N...

    Volg Inge Abraham
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren