The CumEx Files

Hoe bankiers en beurshandelaars miljarden roofden van Europese belastingdiensten. Lees meer

In heel Europa zijn landen jaren achtereen doelwit geweest van ‘bendes’ van bankiers, handelaren en hedgefondsen. Via ingenieuze constructies pleegden zij fraude met dividendbelasting. De schade loopt in de tientallen miljarden. In Duitsland loopt een strafrechtelijk onderzoek naar diverse banken en bankiers. ‘Georganiseerde misdaad in krijtstreeppak,’ noemde een kroongetuige het. Ook in Nederland is de Belastingdienst tientallen jaren slachtoffer geweest van dividendstrippende bankiers.

The CumEx-files is een internationaal samenwerkingsverband van onderzoeksjournalisten waar Follow the Money deel van uitmaakt. Dat leidde in oktober 2018 tot de eerste een golf publicaties. Drie jaar later volgde de reprise met 16 journalistieke organisaties uit 5 continenten. De onderzoeken worden gecoördineerd door het Duitse onafhankelijke platform Correctiv. Meer weten: cumex-files.com.

46 Artikelen

Beeld © Rinus Bot & Tim Arnold

Nederlandse schatkist werd voor miljarden door dividendstrippers geplunderd

Voor het eerst is een raming gemaakt van de schade die bankiers, beleggers en tussenhandelaren de Nederlandse schatkist hebben toegebracht. Terwijl de Belastingdienst uitgaat van ‘enkele honderden miljoenen’, laat onderzoek van de universiteit van Mannheim en het internationale onderzoekscollectief The CumEx Files zien dat het in de periode 2000-2020 mogelijk om 27 miljard gaat. Twaalf landen zijn samen voor circa 150 miljard benadeeld. Nederland is relatief het zwaarst getroffen.

In de zomer van 2018 komt abrupt een einde aan het comfortabele leven van de voormalig investeringsmanager Bernard Tew en zijn vrouw Andrea. De Deense belastingdienst beticht de 66-jarige Amerikaan van fraude en eist liefst 41 miljoen dollar van hem en zijn zakenpartner.

De claim komt hard aan bij Tew. Vanwege de aantijgingen mag hij niet langer als beurshandelaar actief zijn. Tew is gepromoveerd in de economie, maar mag nu zelfs geen economie- of wiskundeles meer geven, ook niet online. Zijn echtgenote Andrea, met 30 jaar ervaring in de online beurshandel – ‘ze deed soms 2 tot 5 procent van de daghandel op de beurs van New York op basis van mijn modellen,’ meldt Tew – komt sinds de Deense aanklacht ook nergens meer aan de bak.

Tew woont in Woodford County, Kentucky. Hij heeft sinds de aanklacht moeite daar zijn boerderij met 24 hectare grond en een stal met volbloedpaarden te onderhouden. De vennootschap die dit bezit beheert, kan niet meer aan haar verplichtingen voldoen. Vanaf zijn aangrenzende grondgebied van 12 hectare met daarop een landhuis van 1500 vierkante meter moet hij, zo goed en zo kwaad als hij kan, het lopende faillissement van zijn vennootschappen zien door te komen. 

Het probleem zit hem bij de Denen, verklaart Tew in september 2021 onder ede in de faillissmentsrechtbank in Lexington, Kentucky. Hij verdiende jarenlang veel geld met enkele pensioenfondsen die hij bestiert. Via deze fondsen legt hij zich toe op de arbitrage in aandelen van overzeese beursbedrijven. Hij weet ‘inkomsten te genereren door de aankoop van dividenden en teruggave van belastingen’.

Dossier

The CumEx Files

The CumEx Files is een internationaal journalistiek project, geleid door het Duitse onafhankelijke onderzoeksplatform CORRECTIV. Samen zoeken we uit hoe bankiers en beurshandelaars in de periode 2000-2020 naar schatting 150 miljard euro van Europese belastingdiensten wisten te roven, en waarom deze praktijk nog steeds voortduurt. Zie ook: cumex-files.com.

Volg dit dossier

En nu stellen de Denen dus dat hij fraude heeft gepleegd, hebben ze betalingen opgeschort en eisen ze miljoenen terug van zijn pensioenfondsen. De aanklacht heeft er zelfs toe geleid dat ook belastingdiensten van andere Europese landen stappen tegen Tew hebben ondernomen, waardoor ‘de gehele pensioenpot van de familie Tew werd leeggetrokken en zowel de carrière van mijn vrouw als die van mij ernstig zijn beschadigd’. 

De Nederlandse Belastingdienst is een van de eisers; dat blijkt uit vertrouwelijke documenten die in handen zijn van Follow the Money. De Nederlandse fiscus eist 2.075.676 euro van Tew terug, laat een belastinginspecteur op 31 oktober 2019 weten aan de bank die bij de transactie was betrokken.

Een ‘vreetfestijn’ voor banken

Bernard Tew opereerde sinds 2012 als kleine zelfstandige in de wereld van de ‘dividendarbitrage’. Via zijn zakenpartner, die inmiddels voor fraude en witwassen is veroordeeld, kwam hij met deze activiteit in aanraking. Tew zette verschillende pensioenfondsen op en rond de datum dat grote beursgenoteerde ondernemingen het dividend bekendmaken, nam hij steeds kortstondig positie in Nederlandse fondsen. Dat deed hij door aandelen te lenen.

Vervolgens haalden Tew en de eigenaar van de aandelen met behulp van een handelaar en een bank een fiscale truc uit. De meeste buitenlandse eigenaren van aandelen kunnen de dividendbelasting niet bij de nationale fiscus terugvorderen. Maar dankzij een belastingverdrag mag een buitenlands pensioenfonds dat wel. Door de aandelen even via zijn pensioenfonds te lenen, stak Tew een deel van de teruggevorderde dividendbelasting in zijn zak. De eigenaar, de aandelenhandelaar en de bank profiteren ook van de transactie, terwijl volgens de Nederlandse belastingwet – net als in de meeste landen – feitelijk alleen de werkelijke eigenaar van het aandeel daartoe is gerechtigd. Deze vorm van dividendstrippen wordt ook wel CumCum genoemd.

Wat is CumCum, wat is CumEx?

De twee vormen van dividendstrippen zijn CumEx en CumCum. Bij CumEx wordt dividend afgeroomd die niet eens is betaald, of wordt meerdere malen dividendbelasting teruggevorderd terwijl die maar een keer is betaald. Van CumCum is sprake wanneer een aandeelhouder dividendbelasting heeft betaald, zelf geen recht heeft op teruggave daarvan en via een constructie dat ‘recht’ daarom verhandelt, zodat een andere partij, die wel teruggave kan claimen, dit kan incasseren.

Bij CumCum zijn er grofweg twee methoden. De eerste wordt Hollandrouting genoemd, de methode die door de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley werd toegepast. Bij deze methode leent een Nederlandse vennootschap kortstondig het aandeel en verwerft daarmee het ‘recht’ om dividendbelasting terug te vorderen.

De truc die Bernard Tew toepaste, valt onder de noemer treaty shopping. Door misbruik te maken van de regels van een belastingverdrag kan de buitenlandse aandeelhouder die geen recht heeft op teruggave van dividendbelasting, zijn aandelen kortstondig ‘uitlenen’ aan een buitenlands pensioenfonds dat dit recht wel heeft.

CumEx is sinds 2012 in Duitsland en later ook in Denemarken en België bij wet verboden. CumCum is, omdat daarvoor in een kort tijdsbestek enorm met aandelen wordt geschoven, een veel grijzer gebied: het is onrechtmatig, maar zeer moeilijk te bewijzen.

De tak van sport waarbij financieel specialisten uitzoeken hoe ze dividendbelasting het beste kunnen terugvorderen en daarbij alle mazen van het net benutten, heet dividendarbitrage.

Lees verder Inklappen

Anders dan CumEx, waarbij meerdere keren dividendbelasting wordt teruggevorderd, een praktijk die in een aantal landen verboden is, wordt CumCum als een onrechtmatige vorm van belastingontwijking beschouwd. Oftewel: het is niet toegestaan, maar het is geen overtreding die tot een strafrechtelijk onderzoek leidt. En zolang de autoriteiten niet kunnen aantonen dat degene die de belasting terugvordert niet de economische eigenaar van het aandeel is, is er voor de stripper weinig aan de hand. Juist dat probleem met de bewijslast breekt veel landen op. De fiscale autoriteiten worstelen al decennia hoe ze dit misbruik kunnen tegengaan.

Bij Bernard Tew werd het, dankzij de aandacht van de Deense opsporingsinstanties, ook de Nederlandse Belastingdienst duidelijk dat er iets niet klopte. Tew bleek onder andere dividend te strippen van aandelen Unilever, SBM Offshore, KPN en ABN Amro, en dat leverde hem alleen al in de jaren 2016 en 2017 bijna 2 miljoen euro op via een van zijn pensioenfondsen.

De zaak Tew staat bepaald niet op zichzelf. De Belastingdienst worstelt al decennia met de praktijken van zulke dividendstrippers. Dat zijn niet alleen kleine zelfstandigen die vanaf hun landgoed ergens in de Verenigde Staten opereren; vooral grote banken en gevestigde beurshandelsbedrijven, advocaten en andere professionals in de financiële sector hebben de zwakke plekken van overheden uitgebuit.

‘Vrijwel elke grote bank leverde diensten aan klanten om dividend te kunnen arbitreren,’ zegt een bron die zelf actief was in beide vormen van dividendstrippen: CumEx en CumCum. Dat banken zich op deze ‘markt’ hebben gestort, bleek eind 2015 toen de Duitse fiscus voor 5 miljoen euro een usb-stick met data van een klokkenluider kocht waarop 129 financiële instellingen werden geïmpliceerd, waaronder de ING en ABN Amro.

'Een eigenaardigheid in het systeem, die zich alleen onder zeer strikte omstandigheden voordeed, werd door financial engineering getransformeerd tot een van de grootste vreetfestijnen aller tijden op de financiële markten,' schrijft Richard Collier, associate fellow aan de Saïd Business School van de University of Oxford, in zijn boek Banking on Failure, Cum-Ex and Why and How Banks Game the System.

De Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley nam deel aan de Nederlandse versie van het ‘vreetfestijn’. De bank zette in Nederland een speciale structuur op om dividenden te kunnen strippen. In 2010 viel de Belastingdienst over een teruggaafverzoek van zo’n 39 miljoen euro; dat leidde tot een onderzoek dat nog immer gaande is en steeds grotere vormen aanneemt. In 2018 claimde de Belastingdienst 152 miljoen van de zakenbank. In september onthulde Follow the Money dat het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek naar Morgan Stanley is begonnen. Enkele weken eerder had ABN Amro bij de publicatie van haar kwartaalcijfers ook al aangegeven dat zij opnieuw onderwerp is van een strafrechtelijk onderzoek in verband met dividendarbitrage.

Uit eerder onderzoek van Follow the Money bleek dat ABN Amro, in 2008 nog gered door de Nederlandse belastingbetaler, diensten aan Morgan Stanley leverde om de fiscus via het strippen van dividenden te benadelen. De eerste publicaties in The CumEx Files in 2018 lieten zien dat ABN Amro en haar rechtsvoorganger Fortis Bank Nederland sowieso een duister verleden hebben inzake verschillende vormen van dividendstrippen. In Duitsland kijken de opsporingsdiensten al jaren met belangstelling naar deze bank. Ze deden al drie keer een inval bij Duitse kantoren van ABN Amro en hebben inmiddels, zo onthulde de Duitse krant Handelsblatt in augustus 2021, ook meerdere (ex-)medewerkers van de bank op de verdachtenlijst geplaatst.

Grote onderschatting

De grote vraag is welke schade de dividenstrippers de afgelopen decennia aan de Nederlandse schatkist hebben toegebracht. Het rapport van 9 mei 2005 van de Algemene Rekenkamer over het jaarverslag van het ministerie van Financiën gaf voor het eerst een indicatie: zij noemde een bedrag van 376 miljoen euro waarbij ‘risico’s bestaan van onrechtmatige dubbele teruggave van dividendbelasting’.

Toen Follow the Money de Belastingdienst in 2018 vroeg naar de omvang van de schade van het dividendstrippen, antwoordde een woordvoerder: ‘In hoeveel gevallen de schatkist “benadeeld” wordt en wat hiervan de omvang is, wordt niet bijgehouden. Het is bovendien niet mogelijk om dit te registreren doordat er geen reële inschatting mogelijk is.’

Iets vergelijkbaars antwoordde minister Wopke Hoekstra op Kamervragen naar aanleiding van de eerste publicaties over The CumEx Files: ‘De Belastingdienst meet niet het verschil tussen werkelijke belastingopbrengsten en de belastingopbrengsten die zouden binnenkomen bij een juiste naleving van de wet. Dit geldt ook voor de dividendbelasting.’


Woordvoerder ministerie van Financiën

"Er komt een beeld naar voren dat in de gevraagde periode voor circa enkele honderden miljoenen euro’s aan naheffingen en boetes is opgelegd"

De Belastingdienst kan desgevraagd wel zeggen – zij het bij benadering – hoeveel geld zij in de periode 2000-2020 heeft teruggevorderd. Uit een inventarisatie ‘komt een beeld naar voren dat in de gevraagde periode voor circa enkele honderden miljoenen euro’s aan naheffingen en boetes is opgelegd,’ zegt een woordvoerder van het ministerie van Financiën.

Onderzoek van de universiteit van Mannheim, in samenwerking met het internationale onderzoekscollectief The CumEx Files dat onder leiding staat van het Duitse journalistieke platform Correctiv, schat de mogelijke schade vele malen hoger.

20 jaar dividendstrippen: een kolossale greep uit de staatskas 

De Brit Sanjay Shah wist in de periode 2012-2015 met CumEx-fraude de Deense fiscus vrijwel eigenhandig voor ongeveer 2 miljard euro te benadelen. Hij deed dat met een klein team binnen zijn bedrijf Solo Capital. Shah, die inmiddels in Dubai woont, wordt al jaren door de Deense fiscus en justitie op de huid gezeten. Op zijn bezittingen ligt beslag en hij kan het oliestaatje niet verlaten, omdat hij dan riskeert te worden opgepakt.

‘Dit soort transacties kun je overal ter wereld uitvoeren. Je hebt alleen maar iemand nodig die een ​​belastingverdrag kan lezen’

Collega’s van het CumEx-onderzoekscollectief spraken hem in Dubai, onder andere over de schaal waarop het dividendstrippen plaatsvond. ‘Het gebeurt in elke Europese markt waar dividenden worden betaald,’ stelt Shah. En volgens hem gebeurt het nog steeds, omdat ‘de gaten nog niet zijn gedicht’. Shah: ‘Dit soort transacties kun je overal ter wereld uitvoeren. Je hebt alleen maar iemand nodig die een ​​belastingverdrag kan lezen.’

In de financiële sector lopen tienduizenden hoogopgeleide mensen rond die dat kunnen – en/of hebben gedaan. Ze kijken daarbij vooral naar markten met een goede financiële infrastructuur, waar bovendien grote beursgenoteerde ondernemingen aanwezig zijn.

Nederland prijkt hoog op die lijst. Bedrijven als Shell, Unilever, Philips en ASML zijn voorts voor het overgrote deel – meer dan 90 procent – in handen van buitenlandse aandeelhouders. Anders dan Nederlandse aandeelhouders kunnen zij de dividendbelasting in Nederland niet in mindering brengen op de vennootschapsbelasting of de inkomstenbelasting. Hoe groter deze groep, hoe groter het potentieel om te strippen.

De Nederlandse aandelenbeurs vormt daarom een zeer vruchtbare bodem voor dividendstrippers. ‘Het was in de markt algemeen bekend dat Nederland zeer aantrekkelijk was voor dividendarbitrage,’ zegt een buitenlandse handelaar die zich in het verleden hiermee bezighield.

 Dat blijkt ook uit het onderzoek en de berekeningen van het team van de universiteit van Mannheim, dat onder leiding staat van de Duitse hoogleraar belastingrecht Christoph Spengel. Nederland werd volgens hen in de periode 2000 tot en met 2020 naar schatting voor 27 miljard euro door CumCum-divididendstrippers benadeeld. Dat is gemiddeld 1,29 miljard euro per jaar. De totale CumCum-schade die Spengel bij tien landen berekende, komt uit op 141 miljard euro. Van die landen is Nederland relatief het zwaarst door de praktijken van dividendstrippers getroffen. Frankrijk is voor 33 miljard benadeeld, Duitsland voor 28,5 miljard. De schade van CumEx-praktijken komt hier nog bovenop: die bedraagt 9,3 miljard euro. In totaal gaat het om 150 miljard euro.

‘Ik vind 27 miljard euro aan misgelopen dividendbelasting over 21 jaar een duizelingwekkend bedrag’, laat hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek in reactie op de onderzoeksresultaten weten. ‘Het verbaast mij niet dat Nederland potentieel veel dividendbelasting is misgelopen door dividendstripping. We hebben veel hoofdkantoren van multinationals en dus veel dividenden. Omdat we een klein landje zijn is de fractie buitenlandse aandeelhouders bovendien groot.’

‘De Belastingdienst hanteert geen modellen om de mogelijke schade op dit vlak in beeld te brengen’

'Dit bedrag is ongekend, hoeveel basisscholen en verzorgingstehuizen kun je daarvan niet financieren? Hieruit blijkt opnieuw dat grote aandeelhouders elke poging aangrijpen om belasting te ontwijken,’ zegt Kamerlid Henk Nijboer (PvdA).

‘Dit is inderdaad heel anders dan de kinderopvangtoeslagaffaire, waar alles op alles werd gezet om vermeende “fraudeurs” aan te pakken,’ laat Kamerlid Farid Azarkan (Denk) weten. ‘Het lijkt er ook op dat zowel Belastingdienst als het OM geen zin en/of geen expertise hebben om ingewikkelde frauduleuze transacties van bedrijven aan te pakken.’

Follow the Money stuurde ook het ministerie van Financiën de cijfers toe. ‘We waarderen de pogingen om meer inzicht te krijgen in dit onderwerp, maar we kunnen geen oordeel geven over het aandeel van Nederland in de door professor Spengel gemaakte schattingen,’ laat een woordvoerder weten. ‘De Belastingdienst hanteert geen modellen om de mogelijke schade op dit vlak in beeld te brengen. Onze uitlatingen zijn gebaseerd op waarnemingen in incidentele casussen.’

CumEx Files 2.0: Hoe hebben we 150 miljard euro aan gederfde belastingen berekend?

Van 2000 tot en met 2020 ging in twaalf landen naar schatting 150 miljard aan belastinginkomsten verloren als gevolg van CumEx- en CumCum-transacties.

Deze schatting, die conservatief is, is gebaseerd op gezamenlijk onderzoek van een internationaal journalistiek collectief van 15 mediapartners, georganiseerd door het onafhankelijke onderzoeksplatform Correctiv en de universiteit van Mannheim. Hoogleraar belastingrecht Christoph Spengel en zijn team berekenden een CumCum-verlies van minimaal 141 miljard in tien landen. De CumEx-schade werd geraamd op 9,3 miljard euro, verdeeld over drie landen. Uniek is dat het onderzoeksteam ook het verlies berekende dat veroorzaakt is door CumEx-transacties met American depositary receipts (ADR’s): ten minste 556 miljoen euro, in zes landen.

CumCum

Om het totale verlies aan belastinginkomsten als gevolg van CumCum-transacties te kunnen ramen, hebben we enkele basisaannames gehanteerd. De eerste is dat CumCum-transacties in alle jaren en in alle onderzochte landen konden worden uitgevoerd. Deze aanname is gebaseerd op eerder onderzoek van Correctiv.

We bestudeerden de periode 2000 tot 2020 en focusten voor CumCum op Duitsland, Oostenrijk, Spanje, Italië, Nederland, België, Frankrijk en Luxemburg. Voor Zwitserland en de VS hebben we alleen de jaren voor 2008 onderzocht; toen kwam daar een eind aan deze handel, nadat de autoriteiten ingrepen.

In onze raming hebben we het feit betrokken dat CumCum-transacties voor buitenlandse aandeelhouders een prikkel vormen om vermogenswinstbelasting te vermijden. Omdat we niet precies weten hoeveel van hen die mogelijkheid aangrepen, zijn we uitgegaan van een conservatieve drempel van 50 procent. Dat percentage is gebaseerd op journalistiek onderzoek en op gesprekken met belastingdiensten en marktpartijen, aangevuld met aannemelijkheidstesten verricht door het universiteitsteam.

Wat betreft Duitsland en Frankrijk konden we met zekerheid vaststellen dat onze schatting conservatief is, gezien de sterke aanwijzingen dat bijna alle buitenlandse aandeelhouders daar belasting ontwijken via CumCum-transacties. Landen waarvan we niet konden bewijzen dat CumCum-transacties er wijdverbreid zijn, hebben we buiten de berekeningen gehouden.

Onze berekeningen zijn tot slot gebaseerd op de tarieven van internationale verdragen ter vermijding van dubbele belasting en niet op lokale belastingen, aangezien verdragstarieven doorgaans lager zijn dan de lokale tarieven. Ook dit zorgde voor een conservatieve schatting. Dat leidde tot de volgende berekening: 50 procent van de dividenden die aan buitenlandse aandeelhouders zijn uitgekeerd, vermenigvuldigd met het tarief voor dubbele belasting.

Een gedetailleerde beschrijving van onze methodologie staat in dit document (pdf).

CumEx

De raming van gederfde belastinginkomsten als gevolg van CumEx-transacties is gebaseerd op twee bronnen.

Voor Duitsland berekende de universiteit van Mannheim eerder een ​​(conservatief geschat) belastingverlies van 7,2 miljard euro. Deze berekening is gebaseerd op transactiegegevens die clearingbank Clearstream aan de CumEx-onderzoekscommissie van de Duitse Bondsdag heeft verstrekt. Daar hebben we de berekeningen van overheden aan toegevoegd: de officiële cijfers inzake het verlies aan belastinginkomsten door CumEx-transacties in Denemarken (1,7 miljard), België (200 miljoen) en Oostenrijk (187 miljoen).

CumEx met Amerikaanse certificaten

American depositary receipts (ADR’s) vertegenwoordigen aandelen in niet-Amerikaanse bedrijven die op Amerikaanse markten kunnen worden verhandeld. Houders van ADR’s hebben dezelfde rechten op dividenden als gewone aandeelhouders. Uit informatie van officiële bronnen, zoals Duitse officieren van justitie en de Amerikaanse Securities and Exchange Commission, blijkt dat ADR’s zijn gebruikt om CumEx-transacties uit te voeren en frauduleuze belastingteruggaven in te dienen.

In ons onderzoek konden we in de periode van 2009 tot 2020 in zes landen dergelijke handelsactiviteiten met ADR’s identificeren. Dat waren Duitsland, Spanje, Nederland, België, Frankrijk en Ierland.

Via Bloomberg verkregen we gegevens over ADR-handelsvolumes voor alle beschikbare aandelen van de toonaangevende aandelenindex in elk van die landen. Het team van de universiteit van Mannheim zocht vervolgens naar abnormale pieken in het handelsvolume in het tiendaagse venster rond de datum van dividendbetalingen.

Onze aanname was dat ongebruikelijke stijgingen van het handelsvolume rond de betalingsdata van dividenden verband houden met CumEx-transacties. De meeste gevallen deden zich voor tussen 2009 en 2020. Voor elke piek hebben we de potentiële waarde van frauduleuze belastingteruggaven berekend door een aantal kerncijfers te vermenigvuldigen: het totale handelsvolume, het tarief van de dividendbelasting, het dividend per aandeel en de verhouding van de ADR tot het onderliggende buitenlandse aandeel.

Deze berekening leidde tot een primeur: we konden de allereerst schatting maken van de gederfde belastinginkomsten door deze nieuwste vorm van CumEx-handel. Aangezien de meeste ADR's niet via beurzen worden verhandeld, zijn er echter weinig openbare gegevens beschikbaar. De berekende 556 miljoen aan verloren belastinginkomsten is waarschijnlijk maar een fractie van het bedrag dat daadwerkelijk naar fraudeurs is gegaan.

Een gedetailleerde beschrijving van onze methodologie staat in dit document (pdf).

Lees verder Inklappen

Fiscus ziet dividendstrippen al ruim 20 jaar als groot probleem

Dividendstrippen vindt tot op de dag van vandaag plaats. Dat zeggen niet alleen bronnen waarmee Follow the Money sprak; de Belastingdienst beaamt het. Eerder dit jaar stelde ook de European Securities and Markets Authority (ESMA) dat deze praktijken voortduren. 

Niet dat de Belastingdienst er geen oog voor heeft, het thema staat daar al sinds begin jaren negentig op de agenda. In 2001 kwam er nieuwe wetgeving waarmee de fiscus het misbruik effectiever kon tegengaan. Voortaan moest de aandeelhouder eerst bewijzen dat hij de aandelen langere tijd onder zijn hoede had voordat de Belastingdienst een terugvordering zou honoreren.

De maatregel behelsde het omdraaien van de bewijslast, die daardoor weer bij de Belastingdienst kwam te liggen

Maar voordat die belastingwetgeving goed en wel was ingevoerd, werd ze al aangepast. ‘Vanwege ernstige onbeoogde bijgevolgen voor het beursklimaat in Nederland,’ zo meldt het begeleidende persbericht van 27 april 2001. Een en ander gebeurde op aandringen van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), de Nederlandse Marketmakers Associatie en beursmaatschappij Euronext, waarna ‘in goed overleg’ tot een alternatieve maatregel is besloten. Die behelsde het omdraaien van de bewijslast, die daardoor weer bij de Belastingdienst kwam te liggen. Niet de verdachte partij moet aantonen onschuldig te zijn, maar de fiscus moet hard maken dat er sprake is van dividendstrippen.

Deze maatregel zette de fiscus op grote achterstand, zoals blijkt uit de zaak die de Belastingdienst al jaren tegen Morgan Stanley voert. In een memo dat de Nederlandse fiscus in 2016 voor de speciale CumEx-onderzoekscommissie van de Duitse Bondsdag opstelde, meldde zij dat maatregelen tegen dividendstrippen moeilijk kunnen worden geëffectueerd. Dit vanwege de betrokkenheid van buitenlandse partijen en het ontbreken van goed zicht op de transacties.

‘De bewijslast en het daarmee verband houdende procesrisico ligt bij de fiscus. Het is de Belastingdienst die aannemelijk moet maken dat sprake is van dividendstripping,’ laat een woordvoerder van het ministerie van Financiën weten. ‘Deze bewijslast is vaak zwaar en ingewikkeld. Dit wordt extra bemoeilijkt door het feit dat veel informatie die de inspecteur nodig heeft om te voldoen aan de bewijslast zich in het buitenland bevindt. Er is bijna altijd sprake van (complexe) internationale structuren en deze transacties kunnen over de beurs lopen. De aanpak van dividendstripping behelst dan ook meestal langlopende procedures die veel tijd en inzet vergen.’


Jan van de Streek, hoogleraar belastingrecht

"De Belastingdienst is met een onmogelijke bewijspositie opgezadeld, met dank aan de lobby van VNO-NCW en de financiële sector"

Hoogleraar Van de Streek: ‘De Nederlandse wetgeving tegen dividendstrippen is zo slap omdat de Belastingdienst met een onmogelijke bewijspositie is opgezadeld, met dank aan de lobby van VNO-NCW en de financiële sector. In het web van transacties met aandelen moet de Belastingdienst bewijzen dat het dividend is gestript. Ga er maar aanstaan.’

Verscheidene politici willen inmiddels iets tegen dividendstrippen ondernemen. Begin dit jaar overhandigde Kamerlid Steven van Weyenberg (D66), indertijd lid van de vaste Kamercommissie Financiën, het Aanvalsplan tegen belastingontwijking aan staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66). Daarin beschrijft Van Weyenberg verschillende fiscale misstanden; een daarvan is dividendstrippen. De regeringspartij omschrijft deze praktijk als ‘een samenstel van handelingen [..] verricht om te voorkomen dat dividendbelasting moet worden betaald of om de dividendbelastingdruk te verminderen. Dit soort constructies zijn ingewikkeld voor de Belastingdienst om te volgen.’

Vijlbrief was vorige week in Washington om daar namens de regering de G20 bij te wonen, die dit jaar in het teken stond van de fiscaliteit. ‘Te veel constructiewerk toestaan, ondermijnt de belastingmoraal in je eigen land,’ zei Vijlbrief tegen NRC Handelsblad. Op 25 juni reageerde hij inhoudelijk op het ‘Aanvalsplan’ van zijn eigen partij en ook in de Prinsjesdagbrief van 21 september 2021 was er aandacht voor dividenstrippen. De essentie: sinds de problematiek in oktober 2018 door publicaties van The CumEx Files nadrukkelijk in beeld kwam, doet de Belastingdienst onderzoek naar de ‘hoofdvormen van dividendstripping die zich in de praktijk voordoen’ en wordt er gewerkt aan een zogenoemd consultatiedocument waarin de opties om dividendstripping aan te pakken worden opgesomd. Het ministerie van Financiën zegt dat dit document nog voor het einde van het jaar wordt gepubliceerd.

‘Het lijkt me dat er vanuit het ministerie van Financiën niet genoeg onderzoek is gedaan naar de omvang van dit probleem,’ zegt Kamerlid Nijboer. ‘De Kamer behoort over problemen van deze de omvang te worden geïnformeerd. Er zullen maatregelen moeten volgen. Als de wetgeving moet worden aangepast, dan moeten we dat doen. De PvdA wil een hoorzitting in de Kamer organiseren, zodat we van de Belastingdienst, wetenschappers en anderen horen hoe we een einde aan dit soort praktijken kunnen maken.'

Voor hoogleraar belastingrecht Van de Streek is eens te meer duidelijk ‘dat we behoefte hebben aan een onafhankelijk fiscaal kennisinstituut, waartoe Pieter Omtzigt onlangs in een motie opriep. Het liefst een instituut dat toegang heeft tot de data van Financiën.’

Op vragen over de zaak Bernard Tew kon de woordvoerder van het ministerie van Financiën geen antwoord geven: ‘We mogen niet op individuele zaken ingaan.’

De volledige reactie van het ministerie van Financiën

De woordvoerder van het ministerie van Financiën vat de antwoorden samen onder enkele hoofdvragen die door Follow the Money werden gesteld.

Hanteert de Belastingdienst zeer precieze modellen om de mogelijke schade in beeld te krijgen?

‘De Belastingdienst hanteert geen modellen om de mogelijke schade op dit vlak in beeld te brengen. Onze uitlatingen zijn gebaseerd op waarnemingen in incidentele casussen. Uit de inventarisatie is opgemaakt dat in de gevraagde periode voor circa enkele honderden miljoenen euro’s aan naheffingen en boetes is opgelegd. Het totaal aan gemoeide bedragen ligt waarschijnlijk hoger. Dit is mede ingegeven door de eerdergenoemde reden van de zware bewijslast die op de inspecteur rust en het daarmee verband houdende procesrisico.

In dit kader wijs ik je ook graag op deze Kamerbrief van 26 februari 2019. Daarin beantwoordt de toenmalige staatssecretaris van Financiën vragen over de ‘totale belastingkloof’ van Nederland. In die brief wordt geschetst dat er door het ministerie van Financiën goed naar is gekeken, maar dat het bepalen van die belastingkloof een lastige en omvangrijke klus zou zijn, die veel aannames vereist, wat mede de uitkomsten lastig bruikbaar maakt. Verder laten ervaringen in het VK zien dat de baten van deze investering zeer beperkt zouden zijn.’

Reactie op schatting van schadebedrag

‘We hebben kennis genomen van de schattingen van de Universiteit van Mannheim en Correctiv. We waarderen de pogingen om meer inzicht te krijgen over dit onderwerp, maar we kunnen geen oordeel geven over het aandeel van Nederland in de door professor Spengel gemaakte schattingen.

Ten eerste zijn hierover, zoals eerder gememoreerd, geen gegevens bij ons bekend. Wij beschikken over te weinig informatie om een uitspraak te doen over de omvang van de schade en de gevolgen voor betrokken partijen in andere landen.

We hebben ook gekeken naar de gebruikte onderzoeksmethode. Dan zien we dat er aannames worden gehanteerd waar vraagtekens bij gezet kunnen worden. Zo is het hoge bedrag (26,9 miljard, Alternative 1) gebaseerd op de aanname dat maar liefst 50% van de buitenlandse aandeelhouders deelneemt aan cum/cum transacties. Dat terwijl buitenlandse pensioenfondsen (een belangrijke groep aandeelhouders) bijvoorbeeld vaak al recht hebben op 0% belasting over dividenden. Deze groep zal zich om die reden niet bezig houden met dividendstripping.

Ook willen we erop wijzen dat de berekeningen aannames bevatten die gebaseerd zijn op de situatie in Duitsland voor de jaren 2010-2012, en dat deze worden doorgetrokken naar diverse landen, met elk verschillende fiscale stelsels.’

Welke hoofdvormen van dividendstripping komen voor, is het onderzoek daarnaar dan al afgerond en staat ADR-arbitrage daar ook bij?

‘Hier kunnen we nu nog niks over zeggen. Dat volgt bij publicatie van dat consultatiedocument in Q4 2021.’

Lees verder Inklappen