© ANP / Lex van Lieshout

Nederlandse veehouders ontvluchten regelgeving en verhuizen naar België

    Grootschalige Nederlandse veeteeltbedrijven ontvluchten de steeds strengere milieuwetgeving en zoeken hun toevlucht in België. Daar hebben hun ‘megastallen’ een zware weerslag op de omgeving.

    Nederland probeert langzaam maar zeker de milieuschade van intensieve veeteelt te beperken. De regelgeving rond milieu en dierenwelzijn jaagt varkens- en pluimvee-industriëlen de grens over naar België, zo berichten Natuurpunt en Bond Beter Leefmilieu (BBL). Aldaar bouwen de Nederlanders gigantische stallen, waar soms wel 20.000 varkens dicht op elkaar gepakt zitten.

    Uit verschillende onderzoeken van zowel het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu als de Brabantse Milieufederatie, blijkt dat ‘megastallen’ significante effecten op de gezondheid van de omwonenden hebben.

    In de nabije omgeving van intensieve veeteeltbedrijven komen meer luchtwegklachten voor, zoals hoesten en een piepende adem. De longfunctie van omwonenden in een gebied met veel koeien, kippen en varkens neemt daarnaast met 2 tot 5% af. Ook komen er 10% meer longontstekingen voor in de omgeving van pluimveestallen.

    Bij een stalbrand in Erichem werden 20.000 varkens levend verbrand. Deze branden komen in Nederland gemiddeld eens in de twee weken voor. (Video (c) Eyesonanimalinspect)

    ‘De ontwikkeling van de intensieve veehouderij vormt een niet meer weg te denken risico voor de volksgezondheid in Nederland en vooral in Oost-Brabant,’ zo schrijft professor Edith Lammerts van Bueren, voorzitter van de Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding (RIDLV) in het rapport Volksgezondheid en Veehouderij: alles op een rij.

    Ook levert de extreem geconcentreerde veeteelt een zeer groot gezondheidsrisico voor de dieren op. In Nederland, waar megastallen gebruikelijker zijn dan in België, kwamen vorig jaar 229.000 dieren om bij stalbranden.

    Roel Baets van Natuurpunt Oost-Brabant geeft aan dat de migrerende varkens en kippen bovendien een zware weerslag op het milieu hebben: ‘Megastallen zorgen voor “verneteling” van het landschap door de stikstofgassen. Brandnetels overleven beter in de vervuilde omgeving, waardoor de biodiversiteit vermindert.’

    De vlucht naar België

    Vooral in de grensstreek in de provincies Antwerpen en Limburg zijn veel gevallen bekend van Nederlandse veehouders die hun stallen verhuizen naar België. Zo diende het Helmondse bedrijf Cooperate Livestock Production een aanvraag in bij de gemeente Halen om een bestaande stal uit te breiden tot een megastal met 20.000 varkens. Al vóór de uitbreiding trad het bedrijf de Belgische milieuregels met de voeten.

    Bij controles door de Limburgse milieu-inspectie werd onder meer 1700 keer de toegestane hoeveelheid koper en 31 keer de toegestane stikstofwaarde in het grondwater aangetroffen: beide tekens van illegale mestvervuiling.

    Het gemeentebestuur van Halen gaf al in 2016 een negatief advies over de bouw van de stal, maar het bedrijf bleef lobbyen voor de bouw en diende dit jaar een nieuwe vergunningsaanvraag in. Ook daar adviseerde het schepencollege negatief. Afgelopen maand werd bekend dat het project niet doorgaat: de provincie Limburg weigerde een omgevingsvergunning te verlenen voor het project.

    In Poppel, op een steenworp afstand van de Nederlandse grens, werd een mega-melkveebedrijf van de Nederlandse veehouder Kees van Gestel goedgekeurd. Deze megastal was echter zó vervuilend dat de Nederlandse overheid naar de Belgische Raad Van State stapte vanwege milieuschade over de grens. Die vernietigde daarop de vergunning.

    Een megastal was zó vervuilend, dat de Nederlandse overheid naar de Belgische Raad Van State stapte vanwege milieuschade over de grens

    Even verderop in dezelfde gemeente probeerde varkensmagnaat Jan Schoenmakers uit het Nederlandse Boxtel drie megastallen te bouwen voor een totaal van 21.000 varkens. Twee zijn er ook daadwerkelijk gebouwd. In het andere geval werden de bouwplannen gedwarsboomd door omwonenden die zich hadden verenigd in actiecomité Achterijl, en die het stuk grond overkochten.

    Gert Laurijssen, voorzitter van dat actiecomité en tevens voorzitter van de lokale N-VA-afdeling, is niet te spreken over de manier waarop in zijn gemeente met milieu- en gezondheidsvoorschriften wordt omgegaan: ‘Het overheidstoezicht in België is veel meer gefragmenteerd dan in Nederland. De gemeente keurt hier niet gauw iets af. Buurtbewoners kunnen wel beroep aantekenen bij de provincie, en dan wordt er wel iets strenger naar de plannen gekeken, maar je verzandt al snel in een juridisch steekspel.’

    ‘Meestal komen de megastal-plannen er dus gewoon door,’ voegt hij toe. ‘Bij ons heeft het protest tegen de komst van Bruvarko [het bedrijf van Jan Schoenmakers, red.] in totaal 9 jaar geduurd. Bijna niemand zin heeft om zo lang te procederen.’

    Zijn de megastalhouders nog boeren?

    Volgens Gert Laurijssen is varkenshouder Jan Schoenmakers niet meer te classificeren als een gewone boer: ‘Schoenmakers zelf is een soort uithangbord om het allemaal wat familiaal te laten lijken, maar erachter gaat een goed geoliede machine schuil, met tientallen megastallen over heel België.’

    In het Nederlandse vakblad Pig Business doet mega-veehouder Schoenmakers zelf uitgebreid uit de doeken hoe hij zijn bedrijf runt, en waarom hij naar België vertrokken is: ‘Ik wilde wel in Nederland zeugen blijven houden en er wonen, maar ik vond ons land te duur geworden om gespeende biggen en vleesvarkens te fokken,’ aldus Schoenmakers.

    Waar in Nederland de groei van de veeteeltsector wordt beperkt door zogenaamde varkensrechten (boeren hebben een licentie om varkens te mogen houden), is dat in België niet het geval. Daarnaast is de wetgeving op dierenwelzijn in België soepeler: ‘Je mag vleesvarkens op 0,7 vierkante meter houden en je bent geen dichte vloer verplicht,’ legt Schoenmakers uit. In België mogen varkens nog op roostervloeren gehouden worden.

    Op sommige van de ‘boerderijen’ van Schoenmakers is niet eens meer een boer aanwezig: ‘Je ziet dan wel een verschil in de uitval (het aantal varkens dat de vetmestprocedure niet overleeft). Waar sommige van de “onbewoonde” boerderijen een percentage van 3 tot 4% zit, halen de echte vakmensen al gauw 1%,’ aldus Schoenmakers.

    Andere economische voordelen die België biedt ten opzichte van Nederland zijn onze soepelere geur- en milieuregelgeving, en ontmoedigingsmaatregelen die in Nederland de intensieve veehouderij terugdringen.

    Zo mag in België vaker zonder zogenaamde ‘luchtwassers’ gewerkt worden, het equivalent van een roetfilter bij dieselwagens. Die voorkomen dat gevaarlijke stoffen, voornamelijk ammoniak en fijnstof, in de lucht terecht komen. Ook de geuroverlast voor de omgeving wordt hierdoor sterk verminderd. Ook is het in België nog toegelaten om stallen te verwarmen met steenkool, wat in vergelijking met gasverwarming flink in stookkosten scheelt.

    Om de groei van de intensieve veehouderij te beperken, heeft Nederland bovendien ‘uitstappremies’ ingevoerd voor varkenshouders die stoppen met hun bedrijf. Noodlijdende varkensboeren hebben vaak schulden en kunnen simpelweg niet stoppen met hun bedrijf. De overheid komt hierin tegemoet met subsidies van een half miljoen euro per boer.

    Het bouwen van nieuwe stallen wordt dan weer sterk ontmoedigd; voor elke 100m² stalruimte die wordt bijgebouwd, moet elders 110m² worden afgebroken. Die combinatie van maatregelen zorgt ervoor dat in Nederland massaal stallen te koop staan, en dezelfde boeren die in Nederland de stoppremie opstrijken, met dat geld in België een nieuwe stal kunnen opkopen.

    ‘Van zaadje tot karbonaadje’

    Een andere ontwikkeling die gepaard gaat met de schaalvergroting in de vleesindustrie, is dat megabedrijven steeds vaker de complete productieketen beheren. Onder de discutabele noemer ‘van zaadje tot karbonaadje’ produceren steeds meer Nederlandse bedrijven hun eigen varkensvoer, transporteren dat met hun eigen transportbedrijf naar België, en huren vervolgens een volledige slachterij af om hun dieren de keel door te laten snijden.

    Volgens Ronald Jacobs van Natuurpunt Geetbets gebeurt het constante opdrijven van de vleesproductie dan ook niet zozeer omdat er meer vraag is naar varkensvlees, maar om de stabiele afname van de grote mengvoederbedrijven te garanderen. Roel Baets bevestigt dat: ‘Dat meel en die voeding wordt allemaal via bulkgoederen vanuit Nederland ingevoerd. Vaak gaat het om Nederlandse veevoederbedrijven die leegstaande stallen opkopen en het voeder daar kwijt kunnen.’

    Een voorbeeld van zo’n ‘combinatiebedrijf’ is Cooperate Livestock Production (CLP) uit Helmond, dat de eerdergenoemde megastal in Halen probeerde te bouwen. CLP zit op hetzelfde adres als het bedrijf Coppens Mengvoeders Helmond BV en Herrijgers BVBA  ‘handelaar en transporteur van veevoeders, granen en zaden’.

    ‘De ongebreidelde groei helpt alleen maar de mengvoederindustrie draaiende te houden’

    Ook zelfstandige varkenshouders die werden ondervraagd door het Belgische Departement Landbouw en Visserij, geven aan dat het niet de vleesproductie is die het geld oplevert, maar de gegarandeerde afname van diervoeding. ‘Er moeten gewoon minder varkens geproduceerd worden,’ geven verschillende landbouwers zelf aan. ‘Minder aanbod betekent een hogere prijs. In plaats van uitbreiden, inkrimpen. Geen nieuwe stallen en vergunningen meer toestaan,’ zo luidt het antwoord op een van de vragen in de enquête.

    ‘[Die ongebreidelde groei] helpt alleen maar de mengvoederindustrie draaiende te houden, en deze verdienen uiteindelijk al genoeg op de kap van de noodlijdende, wel nog zelfstandige varkenshouders!’, voegt een ander toe.

    Onlangs startte de Vlaamse regering met een compensatieregeling voor veehouderijen die gedwongen moesten stoppen vanwege te hoge uitstoot. In maart dit jaar was er voor vier boeren een akkoord voor financiële hulp bij het stoppen.

    Over het probleem van de migratie van varkens en pluimvee van Nederland naar België wil adviseur landbouw Marlies Caeyers van de provincie Antwerpen nog niks vertellen: ‘We willen daar nog niet veel over kwijt. We hebben geen concrete cijfers, en hebben dus nog niet genoeg zicht op het probleem.’

    Over de auteur

    Stef Arends volgde de bachelor Industrial Design aan de Technische Universiteit Eindhoven en de master Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Hij maakt verhalen met tekst en video, waarvan er een aantal te zien zijn op vimeo.com/stefarends.

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Apache

    Gevolgd door 319 leden

    Apache schrijft wat politici niet willen lezen. FTM en Apache werken samen en wisselen geregeld artikelen uit.

    Volg Apache
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren