© Katja Fred

Wetenschap op bestelling

Het onderzoeksbudget aan universiteiten is de afgelopen jaren afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwongen op zoek naar geld buiten de universiteit, zoals bij overheidsprogramma's, buitenlandse partijen of het bedrijfsleven. De concurrentie om subsidiepotjes en private financiering zorgt ervoor dat academische onderzoekers vragen gaan stellen, die de agenda van de geldschieter dienen. Daar komt bij dat de regering, voornamelijk via het topsectorenbeleid, de samenwerking tussen wetenschap en het bedrijfsleven stimuleert. Follow the Money onderzoekt hoe de geldstromen lopen en wat deze ontwikkelingen voor effect hebben op de wetenschap.

23 Artikelen

Gasbedrijven domineren Gronings onderzoek naar ‘duurzame’ energie

Via de New Energy Coalition in Groningen financieren overheid en bedrijfsleven onderzoek naar duurzame energie. Uit onderzoek van De Onderzoeksredactie en Follow the Money blijkt echter dat vooral grote gasbedrijven de onderzoeksagenda bepalen.

Dit stuk in 1 minuut
  • De New Energy Coalition (NEC) is een samenwerking van de drie noordelijke provincies, de Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool Groningen en het bedrijfsleven. Ze treedt naar buiten als ‘hét kennis- en expertisecentrum voor klimaattransitie’.
  • Binnen het bestuur van de NEC zijn de bedrijfspartners — onder wie GasTerra, de Gasunie en de NAM — het sterkst vertegenwoordigd. De noordelijke provincies mogen wel meebetalen, maar hebben beperkt zicht op de besteding en zetelen in een orgaan zonder bevoegdheden en zeggenschap.
  • De wetenschapsagenda van de NEC bestaat uitsluitend uit toegepast onderzoek en is grotendeels gericht op (vloeibaar) aardgas, biogas en CO2-opslag: toepassingen gericht op het behoud en inzet van de bestaande gasinfrastructuur.
  • Ook zet het instituut stevig in op onderzoek naar waterstof. Eerder weigerden de gasbedrijven daar in te investeren; dat verandert nu er subsidies voor vrijkomen en de Groningse gasproductie wordt stopgezet.
  • De NEC geeft geen inzicht in welke bedrijfspartners meefinancieren aan haar onderzoek en welke invloed die partners daarvoor in ruil krijgen.
  • Het ‘wetenschappelijke’ karakter van de NEC wordt actief ingezet voor het werven van subsidies. Tussen 2018 en 2020 beoogt de NEC voor 100 miljoen euro omzet aan (subsidie)projecten te hebben gedraaid.
Lees verder

‘Daar beneden,’ wijst Gertjan Lankhorst, ‘zou ik idealiter over een jaar een Energy Café willen zien. Waar je als bezoeker weet: hier zijn dé interessante debatten en mensen.’ Het is winderig en guur op de Groningse Zernikecampus, maar de directeur van de New Energy Coalition zit stralend tegenover ons aan tafel.

Oud-ceo van gasleverancier GasTerra en nu directeur van ‘hét kennis- en expertisecentrum voor klimaattransitie’: aan ambitie heeft Lankhorst geen gebrek. Die ambitie is terug te zien in het gebouw van ‘zijn’ New Energy Coalition. Met een schitterend dak van aaneengesloten zonnepanelen, toiletten die worden doorgespoeld met regenwater en een verwarming- en koelingssysteem op basis van aardwarmte is dit één van de duurzaamste onderwijsgebouwen van Nederland. Er is zelfs een zogeheten faunatoren, die vleermuizen, zwaluwen en insecten aantrekt.

In feite is de NEC een netwerkorganisatie, vertelt Lankhorst: ze is begin 2018 ontstaan uit een fusie van het Energy Delta Institute (EDI), de Stichting Energy Valley (EValley) en de Energy Academy Europe (EAE). Onder de partners van de NEC bevinden zich onder meer de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), de Hanzehogeschool, de drie noordelijke provincies (Groningen, Friesland en Drenthe) en energiebedrijven als de NAM, GasTerra, Gasunie, Energie Beheer Nederland (EBN).

Het nieuwe instituut rijgt de pr-waardige momenten aaneen. In mei dit jaar praat de NEC mee op het Vienna Energy Forum; ze is deel van de Nederlandse delegatie op de Global Climate Action Summit in Californië, en organiseerde evenementen in het Nederlandse paviljoen op de VN-klimaattop in Katowice, eind 2018. De NEC rekent in de periode 2018-2020 met een geprojecteerde ‘(subsidie)projectomzet’ van 100 miljoen euro, waarvan €20 miljoen van haar coalitiepartners komt. Daarvan is in het eerste van de drie jaar €35,4 miljoen gerealiseerd, waarvan €7,4 miljoen door coalitiepartners.

Wat de NEC-experts nu precies bijdragen aan de wetenschappelijke kennisontwikkeling, is echter zelfs voor andere deskundigen binnen het veld een raadsel. ‘Voor mij is het gigantisch onduidelijk wat de New Energy Coalition doet,’ zegt directeur Energie van de TU Eindhoven Laetitia Ouillet. 'In hoeverre is de New Energy Coalition een fundamentele onderzoeksgroep, een toegepaste onderzoeksgroep of een consultancy in opdracht van commerciële partijen? Ik krijg daar geen hoogte van.'

De bedenkingen van Ouillet staan niet op zichzelf. Uit onderzoek van Follow the Money en de Onderzoeksredactie blijkt dat er weinig transparantie is over de bijdragen van de NEC en haar partners aan de onderzoeksprojecten, en dat de onderzoeksagenda vooral met het oog op de belangen van de gassector is opgesteld. 

Energiefaculteit

‘Als u een dagje de baas van Noord-Nederland was, wat zou u dan doen?’ Journalist Frénk van der Linden gaat met een microfoon de zaal rond. Het is 22 september 2010 en Van der Linden is dagvoorzitter bij een bijeenkomst genaamd ‘Duurzame Ontwikkeling en Krimp’. De dag is georganiseerd door de Sociaal-Economische Raad Noord-Nederland om de economische positionering van de regio te bespreken. Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de landelijke SER, is aanwezig in het kader van een werkbezoek.

Ook Gertjan Lankhorst, ceo van gasleverancier GasTerra, zit in de zaal. Zijn antwoord: ‘Een energiefaculteit oprichten.’ Een maand later beargumenteert Lankhorst zijn idee nog eens, nu in een opiniestuk in het Dagblad van het Noorden. Energie is een speerpunt van Noord-Nederland, schrijft Lankhorst, en het wordt tijd dat ook de RUG hier invulling aan geeft. Ook is het energiedebat volgens hem te ‘ideologisch’ geworden. Een ‘multidisciplinaire faculteit’ waarin de reeds aanwezige kennis wordt gebundeld, zou het medicijn kunnen zijn. Van hieruit ‘kan de hele range van fundamenteel, funderend en toegepast onderzoek worden verzorgd.’

Begin 2011 schrijft honorair hoogleraar Energie & Duurzaamheid aan de RUG, boegbeeld van het Energy Delta Institute (zie kader) en voorzitter van de adviescommissie van de SER Noord-Nederland Catrinus Jepma een advies aan het Rijk. Daarin roept hij op tot het sluiten van een tweede Energieakkoord Noord-Nederland: met dit akkoord moeten verdere stappen worden gezet om de regio te ontwikkelen tot een duurzame, CO2-neutrale ‘Energy Valley’.

Over het Energy Delta Institute en Stichting Energy Valley

Over Energy Delta Institute

Het Energy Delta Institute (EDI) is een bedrijfskundige opleiding voor gasprofessionals en werd in 2002 opgericht door de Rijksuniversiteit Groningen, Gasunie en het Russische Gazprom. Sinds de fusie in 2018 is het EDI de business school van de New Energy Coalition.

Het EDI vormt een ‘brug’ tussen de Gasunie en Gazprom, waarmee GasTerra langetermijncontracten voor gasimport afsluit. Het EDI en zijn onderzoekspoot Energy Delta Gas Research (EDGaR) krijgen steun van het ministerie van Economische Zaken, de universiteiten van Groningen en Delft, en de grote gasbedrijven. Aan EDGaR onderzochten Nederlandse aardgasdeskundigen hoe Nederland een ‘vooraanstaand gasland kan blijven en kan vergroenen’

Catrinus Jepma is wetenschappelijk directeur van EDGaR. In een interview met De Onderzoeksredactie uit 2014 vertelde Jepma dat hij zijn posities inzet om ‘de Nederlandse gasindustrie een betere positie in de wereld te geven’.

Over Stichting Energy Valley

Stichting Energy Valley is in 2003 opgericht door de provincies Groningen, Friesland en Drenthe, de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Assen en Emmen, de RUG, de NAM en Gasunie. Deze stichting had tot doel om ‘een economische structuurversterking te realiseren door uitbouw en concentratie van energiegerelateerde activiteiten in Noord-Nederland’.

De stichting ontvangt subsidies van de noordelijke provincies voor de invulling van verschillende rollen. In de perspectiefnota van 2005 staan die als volgt beschreven: ‘1. Branding; 2. Lobby; 3. Aanjagen en faciliteren van ontwikkelingen waarbij anderen het voortouw hebben; 4. Acquisitie van middelen; 5. Projectmonitoring’.

Stichting Energy Valley is per 1 januari 2020 niet meer operationeel. De stichting houdt de naam nog even aan voor de lopende subsidies waar ze zich destijds als 'SEV' aan heeft verbonden, maar verdwijnt daarna helemaal.

Lees verder Inklappen

Het idee van een Groningse energiefaculteit moet het eerste focuspunt worden. De commissie-Jepma pleit voor een ‘Energy Campus’, waar private en publieke partijen samenwerken in onderwijs, fundamenteel en toegepast onderzoek. Bij het opstellen van het rapport heeft de commissie drie externe leden in de arm genomen: Owen Huisman, manager external affairs bij de Stichting Energy Valley, Lambert Zwiers, voorzitter van VNO-NCW- & MKB Noord, en GasTerra-ceo Gertjan Lankhorst.

Op een VVD-bijeenkomst begin 2011, aan de vooravond van de Provinciale Statenverkiezingen, enthousiasmeert Lankhorst premier Rutte voor het idee. Die herfst wijst het kabinet-Rutte I de energiesector aan als één van de negen ‘topsectoren’ van Nederland. De regering kiest voor innovatieve, zogeheten ‘Green Deals’ tussen overheid en bedrijfsleven, om de transitie naar duurzame energie mogelijk te maken. GasTerra, Energie Beheer Nederland, de RUG en de Hanzehogeschool krijgen uit die pot tezamen 6 miljoen euro subsidie om op de Groningse universiteitscampus de gedroomde energiefaculteit op te richten. De Energy Academy Europe (EAE) kan van start.

Twee jaar later, in november 2013, presenteert de Energy Academy Europe haar eerste businessplan. Het instituut is inmiddels een jaar operationeel en heeft forse academische ambities. Zo moeten er in 2022 in totaal 3,000 ‘Energy Students’ deelnemen aan bestaande en nieuw op te richten energie-opleidingen. Ook wil de EAE een uniek eigen masterprogramma gaan aanbieden, waarlangs jaarlijks 250 studenten met een EAE-certificaat gaan afstuderen, en wil het de internationale top van onderzoekers op de loonlijst zetten. Zo moet de Groningse faculteit tegen 2022 de ‘spin in het web’ van het Europese energieonderzoek zijn. 

De EAE raamt de operationele kosten voor de volgende vier jaar op 64 miljoen euro, bijeen te brengen via de deelnemende kennisinstellingen, bedrijven, fondsen en overheidsgelden. Met dat geld wil het instituut samen met zijn industriële partners onderzoeksprogramma’s ontwikkelen die ‘vraaggestuurd’ en ‘maatschappelijk relevant’ zijn. In de praktijk betekent dit, zo staat te lezen in het businessplan, dat al het onderzoek van de Energy Academy ‘altijd een duidelijke link heeft naar instructies en probleemdefinities die bedrijven en andere belanghebbenden formuleren.’

Dat de belangen van bedrijven het uitgangspunt voor het beoogde onderzoek vormen, is te merken. Hoewel de onderzoeksagenda van de Energy Academy Europe reikt van wind op zee tot zonne-energie en biogas, is veruit de meest toonaangevende rol weggelegd voor aardgas. Die energievorm moet volgens de EAE ‘vanwege de belangrijke rol in de energietransitie’ een ‘hoeksteen’ van de onderwijs- en onderzoeksprogramma’s blijven.

Onderzoek op basis van marktbehoeftes

In het voorjaar van 2017 klinkt kritiek er vanaf de campus zelf. Studentenorgaan Democratische Academie Groningen (DAG) maakt zich zorgen over het grote aantal fossiele partners van de Energy Academy, terwijl partnerschappen met duurzame partijen ook vijf jaar na oprichting van het kennisinstituut uitblijven. 

De studenten van DAG doen een Wob-verzoek. Daaruit blijkt dat GasTerra als partner invulling kon geven aan het lesprogramma aan de Rijksuniversiteit. Zo legde het bedrijf een case study voor aan derdejaars studenten, waarin zij een ontwikkelingsstrategie moesten bedenken om het vertrouwen van de Groningers in de gaswinning te herstellen. Daarnaast konden partners als financiers mede bepalen welke onderzoeken binnen de Academy doorgang vonden.

In diezelfde lente worden de partners van de Energy Academy per brief op de hoogte gebracht van de aanstaande fusie. In de brief wordt ook de toekomstige wetenschappelijke lijn uiteengezet: onder de vlag van de NEC zal de Energy Academy zich zowel bezig gaan houden met fundamenteel als toegepast onderzoek. In het jaarverslag 2018 komt de NEC echter op die belofte terug: op pagina zes staat expliciet te lezen dat de NEC niet aan fundamenteel onderzoek doet.

Alle oplossingsrichtingen waar de NEC naar kijkt, leunen op het gebruik van aardgas

‘Wij zijn inderdaad veel meer van de toegepaste kant’, zegt Lankhorst. Dat is geboren uit pragmatisme: ‘bedrijven willen toch liever oplossingen waar ze vandaag of morgen wat mee kunnen.’ Wel wil Lankhorst proberen om in de toekomst bedrijven enthousiast te krijgen voor fundamenteel onderzoek: ‘Ik denk dat Shell daar best geïnteresseerd in is, die financieren bij de universiteit van Stanford ook een tienjarig onderzoeksprogramma van 200 miljoen euro.’ 

Aanvankelijk zou de NEC zich gaan richten op twee onderzoeksthema’s: ‘Gas als transitiebrandstof (Gas 2.0)’ en ‘Intelligente Energiesystemen’. Na kritiek van de provincie Groningen worden dat er vijf: ‘de Noordzee als Energieregio’, ‘Groene Waterstofeconomie’, ‘Industriële Transformatie’, ‘Lokale Energiesystemen’ en ‘Vergroening van het Gassysteem’. Een bestudering van de onderliggende subsidieprojecten leert echter dat dit vooral een herschikking van de projecten onder andere labels betreft. Het stempel van de gassector drukt nog altijd zwaar: alle oplossingsrichtingen waar de NEC naar kijkt, leunen op het gebruik van aardgas en van de bestaande gasinfrastructuur. In minimaal een vijfde van de onderzoeksprojecten waar de NEC zich in 2019 mee bezighoudt, speelt het controversiële vloeibare aardgas (LNG) een rol. 

Het jaarverslag verwijst naar de ‘ambitieuze tijdspaden’ waaraan de industrie gebonden is. De NEC ziet deze tijdsdruk juist als argument om géén vaart te maken met de industriële energietransitie: liever wil zij ‘op de korte termijn de status quo voor wat betreft industriële processen handhaven en maximaal gebruik maken van bestaande industrieën en investeringen.’ De inzet van groene grondstoffen in de industrie kan wat de NEC betreft beter op de lange baan worden geschoven.

Directeur Gertjan Lankhorst legt uit dat de NEC zich erbij neerlegt dat de industrie afhankelijk is van aardgas en olie, zowel als energiebron als productgrondstof. Ook verwacht de NEC dat dit vanwege het gebrek aan alternatieven de komende tijd zo zal blijven. Derhalve richt ze haar onderzoek vooral op de verduurzaming van de bestaande (fossiele) grondstofvoorziening, bijvoorbeeld door de inzet van ‘duurzaam synthetisch gas en olie’. Volgens Lankhorst levert dit ‘op korte termijn meer op dan de inzet op groene grondstoffen. Die zijn nu nog onvoldoende beschikbaar. Die realiteit is ons uitgangspunt.’

‘Unieke rol’

Maar hoe realistisch is die realiteit? Directeur Energie van de TU Eindhoven Leatitia Ouillet nam  deel aan de Klimaattafel Elektriciteit, ter voorbereiding op het Klimaatakkoord 2019. Ze krijgt geen zicht op de wetenschappelijke herkomst van de standpunten waarmee de NEC zich in het nationaal debat mengt, bijvoorbeeld dat Nederland de klimaatdoelstellingen zal halen door vol in te zetten op een groene waterstofeconomie. Ouillet: ‘Is dat gebaseerd op informatie die ik niet ken, die misschien voortkomt uit privaat gefinancierd onderzoek? Of praat de NEC vanuit het belang van de bedrijven uit de regio om zo toegepast innovatie-onderzoek te kunnen doen? Allebei is prima, als je er maar eerlijk over bent.’

Ondanks herhaalde vragen blijft de NEC vaag over haar bijdrage aan het wetenschappelijk onderzoek: het instituut zegt ‘onderzoeksvragen van de partners bij elkaar te brengen’ en deze te koppelen aan beschikbare subsidies, bijvoorbeeld uit Den Haag of Brussel. Over 2018-2019 zegt de instelling dat ze bij 59 projecten een ‘formele rol’ heeft gespeeld; projecten zonder contract zijn überhaupt niet in het overzicht opgenomen. In die 59 projecten treedt de NEC op als ‘coördinator’, (mede)uitvoerder, adviseur of penvoerder. Welk zeggenschap iedere rol precies met zich meebrengt, blijft onduidelijk.

Ook de financiële kant is weinig doorzichtig: het jaarverslag en de KPI-monitor vermelden wel totaalbedragen, maar niet door welke partijen die bedragen bijeen zijn gebracht en welke invloed de partijen in ruil daarvoor krijgen op het onderzoek. ‘Daar houden we geen bibliotheek van bij,’ zegt Lankhorst. ‘Uiteraard zijn er wel detailrapportages over de financiële voortgang [...] maar die kunnen we niet delen, omdat we dan eerst toestemming moeten hebben van alle consortialeden.’

Volgens directeur Lankhorst is de ‘unieke rol’ van de NEC lastig in een hokje te plaatsen. ‘Bemoeienis van de gassector is inherent aan onze werkwijze en herkomst,’ zegt de directeur, maar ook niet-industriële partners hebben invloed. In hoeverre financiers meebepalen, verschilt per onderzoek. Lankhorst: ‘Soms geeft de opdrachtgever aan wat hij wil hebben, andere keren nemen de opdrachtgevers deel in een begeleidingscommissie, dat heeft te maken met de spelregels van de subsidie.’ 

Lankhorst maakt ook onderscheid tussen het gezamenlijk formuleren van probleemstellingen en gezamenlijk formuleren van oplossingen. De invloed van de industrie zit volgens Lankhorst ‘aan de kant van de vraagstelling, niet de uitkomst. Dat raakt aan de wetenschappelijke integriteit, dus daar hebben ze geen zeggenschap over.’

Maar dat is niet helemaal waar. De financiering van onderzoeken en projecten komt veelal tot stand via het matchingsprincipe. Om onderzoek meer ‘maatschappelijke relevantie’ te geven, subsidiëren overheden alleen voorstellen als een derde partij — in de praktijk nagenoeg altijd een bedrijf — heeft toegezegd dit mede te financieren. Op papier lijkt dit een gebalanceerde wijze om tot ‘relevant’ onderzoek te komen, vraag en aanbod ontmoeten elkaar. In de praktijk komt de zeggenschap echter volledig bij het bedrijfsleven te liggen. Onderzoek waar zij geen (direct) rendement in zien financieren ze niet, waarna overheidssubsidie uitblijft.

Bedrijven in de bestuurskamers

Naast de onderzoeksagenda domineert het bedrijfsleven ook de bestuurskamers van de NEC. De driekoppige directie van de NEC bestaat naast algemeen directeur Lankhorst uit operationeel directeur Harold Veldkamp en financieel directeur Owen Huisman. Samen voeren zij het bestuur, op papier in samenspraak met de Stichtingsraad en het Strategisch Coalitieberaad.

Van externe onafhankelijke controle op de gang van zaken is via deze Raad van Toezicht geen sprake

Het Strategisch Coalitieberaad bestaat momenteel uit achttien partners: de NAM, Gasunie, GasTerra, EBN, Alliander, Stork, Groningen Seaports en het Noorse DVN-GL vertegenwoordigen de industrie; de overheid is aanwezig in de hoedanigheid van de drie noordelijke provincies en de gemeente Alkmaar; de Hanzehogeschool en de RUG vertegenwoordigen de academische wereld. De laatste vier stoelen zijn voor publiek-private partnerschappen met een educatief of economisch signatuur.

Volgens de statuten dragen de partners van de NEC ‘financieel en anderszins’ bij aan de doelstellingen van de organisatie. Partners die jaarlijks €100.000 of meer bijdragen, hebben — na goedkeuring van de directie — de status van ‘Strategisch Partner’ en nemen deel aan de Stichtingsraad. Dit orgaan denkt mee met en adviseert het bestuur over het beleid, de financiën en de te volgen ‘strategie op het gebied van de ontwikkeling van de energiesector.’ De positie van de leden van deze Stichtingsraad heeft iets weg van aandeelhouders: in ruil voor een (substantiële) bijdrage krijgen ze zeggenschap over de koers van de NEC. 

In de praktijk telt de Stichtingsraad echter maar zes leden: de NAM, Gasunie, GasTerra, EBN, de RUG en de Hanzehogeschool. De (gas)industrie is hier overtuigend het breedst vertegenwoordigd, net als in de directie van de NEC. Ze levert ook de voorzitter van de Stichtingsraad: huidig GasTerra-ceo Annie Krist. De overige partners, die in het jaarverslag nog tezamen met de andere zes onder de ‘Strategische Coalitiepartners’ worden geschaard, hebben in de praktijk dus geen enkele ‘strategische’ status of bijbehorende bevoegdheden. Het ‘Strategisch Coalitieberaad’, dat in dit licht een verwarrende benaming heeft, heeft geen statutaire functie binnen de NEC. Wat heet: het orgaan komt überhaupt niet in de statuten voor. Dit maakt dat de provincies ondanks hun rol als subsidieverstrekkers geen statutaire bevoegdheden ontlenen aan zitting dit orgaan.

De drie organen met werkelijke zeggenschap over de inhoudelijke koers en besteding van middelen zijn daarmee de directie, de Stichtingsraad en de Raad van Toezicht, waarbij de laatste bij meningsverschillen als scheidsrechter optreedt. Maar deze Raad van Toezicht is gekozen door de Stichtingsraad, dus van externe onafhankelijke controle op de gang van zaken via deze raad is geen sprake. En de directie is weer poortwachter tot de Stichtingsraad. 

Kritiek van de Rekenkamer

De Noordelijke Rekenkamer uitte de afgelopen jaren herhaaldelijk forse kritiek op de voorgangers van de NEC. In 2011 oordeelde de Rekenkamer bijvoorbeeld  dat het bestuur en functioneren van de Stichting Energy Valley niet transparant waren. Omdat de provincies niet vertegenwoordigd waren in een statutaire organisatie en voortgangsrapportages het karakter van ‘branding’ hadden, hadden zij weinig zicht op- en controle over hoe door hen verstrekte subsidies werden besteed.

Twee jaar later concludeerde de Rekenkamer dat de miljoenensubsidies die de provincies via de Energy Valley hadden geïnvesteerd om over te schakelen van fossiele naar duurzame energie, nauwelijks het beoogde resultaat hadden behaald. En in 2018 kraakte de Rekenkamer het gebrek aan controle die de provincies Groningen, Drenthe en Friesland hadden over verstrekte subsidies aan de topsectoren, waaronder de energiesector af. Daardoor bleef onduidelijk of de overheidsgelden tot de door de bedrijven beloofde werkgelegenheid leidde.

In een reactie laat directeur Gertjan Lankhorst weten dat de provincies Groningen, Drenthe en Friesland op basis van de bevindingen van de Rekenkamer ervoor hebben gekozen geen rol in de Raad van Toezicht te vervullen, om belangenverstrengeling tussen de rollen van financier en toezichthouder te vermijden. Met de regionale overheden is een aparte subsidie- en werkafspraak gemaakt met een eigen verantwoording. 

Ook de provincies zelf ervaren het niet als een probleem dat zij geen bevoegdheden ontlenen aan hun deelname aan het Strategisch Coalitieberaad. Tot aan vorig jaar liep de subsidie via een aflopende constructie met Stichting Energy Valley, dat de subsidieaanvraag afstemde op een door de provincies opgesteld Programma van Eisen; verantwoording verliep via jaarrapportages en tussentijdse rapporten. Deze regeling wordt dit jaar voortgezet met de NEC.

Lees verder Inklappen

Waterstof als toekomstdroom

Dat de gaswinning in Groningen in 2022 wordt beëindigd, ziet de directeur niet als een bedreiging voor de dragende partners van de NEC. Lankhorst, die dit jaar overigens wel zelf afzwaait als directeur: ‘Al bij oprichting van GasTerra was duidelijk dat de gaswinning eindig zou zijn. Dat moment komt eerder dan verwacht. We wilden bereiken dat de kennis van de energiemarkt voor Groningen behouden zou blijven. Voor Gasunie is er vooralsnog veel werk het gassysteem in stand te houden en is er perspectief op een nieuwe toekomst, als het bedrijf een rol krijgt bij het transport van andere gassen als waterstof en CO2.’

Wie later dit jaar over de N34 langs Emmen rijdt, ziet de toekomstvisie van de NEC werkelijkheid worden. Tot vorig jaar brandde daar de veiligheidsfakkel van de NAM-gaszuiveringsfabriek; begin 2018 werd de fabriek gesloopt en kreeg Drenthe in haar plaats de eerste waterstoffabriek van Nederland. De fabriek moet onderdeel gaan uitmaken van de zogeheten Hydrogen Valley. Naar model van Silicon Valley wil Noord-Nederland zichzelf hiermee profileren als ‘de groene waterstofregio van Europa.’ De New Energy Coalition is samen met het Samenwerkingsverband Noord-Nederland aanjager van het project.

In totaal is er 90 miljoen euro gemoeid met de ontwikkeling: de EU neemt 20 miljoen voor haar rekening, de rest wordt bijeengebracht door de 31 publieke en private partijen. De investering moet leiden tot een ‘volledig functionerende groene waterstofketen’, waarbinnen een cluster van projecten gericht is op de grootschalige productie van waterstof voor de industrie, energieopslag en transport. Aan concrete doelstellingen voor het initiatief, dat in 2020 moet starten, hebben de indieners zich evenwel nog niet verbonden.

De promotievideo van Hydrogen Valley.

Waterstof is pas sinds kort een speerpunt van de NEC. Dat was vroeger wel anders: al in de tijd van de Energy Academy Europe wilden enkele wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen mensen bij de EAE op ‘waterstof’ zetten. Ook de overheid was vanuit de Green Deals-subsidies bereid om geld vrij te maken. Het bedrijfsleven zag evenwel geen brood in dit onderwerp, en als gevolg van het matchingsprincipe ging de investering in het onderzoek niet door.

Maar anno 2020 is waterstof volgens Lankhorst ‘de hype voorbij’. Nu de gaswinning wordt stopgezet, hebben gasbedrijven er immers een groot belang bij dat hun infrastructuur opnieuw kan worden ingezet — en dus niet plotsklaps waardeloos wordt. Waterstof kan via hetzelfde netwerk getransporteerd worden als aardgas en is dus een ideale oplossing. En, ook prettig: voor de aanzienlijke investeringen die deze omschakeling vergt, zijn zowel op nationaal als internationaal niveau steeds grote subsidies te verkrijgen.

Hoewel het wetenschappelijk nog onduidelijk is op welke schaal en termijn waterstof kan worden ingezet om de uitfasering van fossiele brandstoffen mogelijk te maken, weet de NEC haar waterstofplannen al op de tekentafels van het bedrijfsleven en politiek te krijgen. Afgelopen juli kreeg VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer in zijn kantoor in de Malietoren in Den Haag het rapport The Dutch Hydrogen Economy in 2050 overhandigd. De NEC  schreef dit in opdracht van Gasunie; het bedrijf had tevens zitting in de adviescommissie — onder leiding van hoogleraar Energie en Duurzaamheid Catrinus Jepma — die de auteurs bijstond. 

Een dag later nam De Boer deel aan het Algemeen overleg Klimaat & Energie in de Tweede Kamer. Hij noemde waterstof ‘de enige echte wereldmarkt voor duurzame energie die zal ontstaan,’ was enthousiast over de kansen die deze energiebron ondernemend Nederland kan bieden en benadrukte dat Nederland de eigen positie als ‘waterstofland’ moet overbrengen bij de nieuwe Europese Commissie.

Ook minister van Economische Zaken en Milieu Eric Wiebes heeft zich in een Kamerbrief al lovend uitgelaten over de wijze waarop Noord-Nederland zich met waterstof, de nieuwe energy hub in Emmen en de geplande ontwikkeling van offshore windenergie in Groningen profileert als ‘nationaal energiecentrum’. Kort na deze lofzang zegt de minister tot 60 miljoen subsidie per jaar toe in reactie op een alarmistische open brief waarin Shell, Gasunie en Groningen Seaports samen met veertien andere bedrijven stellen dat het uitblijven van subsidies de totstandkoming van de waterstofeconomie bedreigt.

‘Zonder duidelijkheid over hoe de onderzoeksagenda wordt bepaald, kan deze van alle kanten worden beïnvloed’

Directeur Energie van de TU Eindhoven Laetitia Ouillet heeft zo haar twijfels over de waterstofdromen van de NEC. Zij ziet hoe ‘bizarre’ subsidies en investeringen in waterstof worden gepompt, maar dat er nauwelijks geld wordt vrijgemaakt voor fundamenteel onderzoek naar waterstof. Dit terwijl fundamenteel onderzoek en het aantrekken van hoogleraren volgens Ouillet nu juist hard nodig zijn om waterstof te laten uitgroeien tot een serieuze oplossing binnen de energietransitie. De oproep van Ouillet om in fundamenteel onderzoek te investeren, vond aan de Klimaattafels echter geen steun bij de Gasunie en GasTerra.

Ouillet ziet een vervaging van de grens tussen de regionale economische belangen van Noord-Nederland en de academische onderzoeksagenda van de NEC. Met de eenzijdige inzet op waterstof spiegelt de NEC beleidsmakers nu een ‘sprookjesscenario voor groene waterstof’ voor. Nederland kan de groene productie van waterstof technologisch voorlopig nog helemaal niet waarmaken: ‘Tot die tijd wordt het gewoon grijs of maximaal een beetje blauw.'

Groene, blauwe of grijze waterstof?

Waterstof is een gasvormige energiedrager. Waterstof komt in drie ‘tinten’: ‘grijs’, ‘blauw’ en ‘groen’. Bij grijze waterstof wordt de benodigde energie opgewekt uit fossiele brandstoffen, vooral aardgas. De CO2 die bij dit proces vrijkomt, wordt bij de blauwe variant opgeslagen in lege gasvelden. Waterstof geldt pas als groen wanneer deze volledig wordt opgewekt uit duurzaam geproduceerde elektriciteit.

Lees verder Inklappen

Ouillet heeft haar bezwaren naar eigen zeggen herhaaldelijk kenbaar gemaakt bij de organisatie, ‘maar de New Energy Coalition wuift iedere kritiek weg onder het mom dat zij met waterstof in de toekomst alles op gaan lossen.’

De wens om vanuit verschillende partijen samen te werken om grote vraagstukken op te lossen, is er een die breder gedragen wordt, ook door onze overheid. Onder andere door slinkende subsidies, worden ook wetenschappers vaak gedwongen daar in mee te gaan. Dat kan mooie resultaten opleveren, maar ook resulteren in behoudende oplossingen die vooral het belang dienen van commerciële partijen, of ten koste gaan van transparantie over dat onderzoek.

‘In principe is er niks mis met geld ontvangen van het bedrijfsleven,’ zegt Anne Beaulieu, hoofddocent Wetenschap- en Technologiestudies aan de RUG. De Canadese coördineerde vanaf 2011 namens de RUG de stuurgroep die de onderzoeksagenda van de Energy Academy moest bepalen. ‘Als de samenwerking goed wordt ingericht kan dat zeker, maar noch de Energy Academy Europe toen, noch de New Energy Coalition nu zijn volwassen genoeg om dat in de praktijk te brengen. Zonder duidelijkheid over hoe de onderzoeksagenda wordt bepaald, kan deze van alle kanten worden beïnvloed.'

Volgens Beaulieu is de NEC niet transparant over de invloed van het bedrijfsleven op het NEC-onderzoek en is er eigenlijk geen controle op die invloed. Dat de fossiele industrie oververtegenwoordigd is in de bestuursorganen, stemt haar soms somber. ‘Op de donkerste dagen denk ik: de energiefaculteit is kidnapped!’ 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Mira Sys

Gevolgd door 458 leden

Redacteur grondzaken

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Ties Keyzer

Medeoprichter van de Onderzoeksredactie. Verdiept zich in de sectoren tabak, energie en bouw.

Dit artikel zit in het dossier

Wetenschap op bestelling

Gevolgd door 692 leden

Het onderzoeksbudget aan universiteiten is de afgelopen jaren afgeknepen. Academische onderzoekers gaan daardoor noodgedwonge...

Volg dossier