Beeld © Fenna Jensma

‘Bedrijven hebben meer impact op mensenrechten dan staten’

5 Connecties

Relaties

Greenpeace Mensenrechten

Organisaties

Milieudefensie Shell

Locaties

China
96 Bijdragen

De uitspraak van de Nederlandse rechter in de klimaatzaak tegen Shell toont aan hoe belangrijk mensenrechten aan het worden zijn voor het bedrijfsleven. Nicola Jägers, hoogleraar mensenrechten aan Tilburg University, verwacht dat in navolging van Milieudefensie meer ngo’s naar de rechter zullen stappen.

Ze is nog niet gaan zitten of ze begint al over het opzienbarende vonnis van de Haagse rechtbank in de klimaatzaak tegen Shell, een dag voor dit interview. De zaak was aangespannen door zeven stichtingen, waaronder Milieudefensie en Greenpeace, en 17.000 individuen die vonden dat olie- en gasgigant Shell meer moet doen om de CO2-uitstoot terug te dringen. De Haagse rechtbank stelde de eisers grotendeels in het gelijk en oordeelde dat als Shell de reductie van zijn CO2-uitstoot niet versnelt, er straks sprake kan zijn van schending van de mensenrechten, waaronder het recht van leven.

‘Het vonnis is revolutionair’, oordeelt hoogleraar mensenrechten Nicola Jägers. ‘De rechter heeft gezegd dat Shell een wettelijke verplichting heeft om de CO2-uitstoot versneld te reduceren op basis van de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Dat is geen wettelijk bindend verdrag maar een vrijwillige regeling, soft law.

Het vonnis stelt dat het maatschappelijk geaccepteerd is dat bedrijven een verantwoordelijkheid hebben en op basis daarvan verplicht zijn CO2-reductie door te voeren. Anders schenden ze de rechten van toekomstige generaties.

‘Ik ben benieuwd of het in hoger beroep overeind blijft, maar intussen moet Shell wel vanaf vandaag beginnen met nieuw beleid. Dit gaat verder dan Shell.’ Wereldwijd gaan allerlei ngo’s rechtszaken aanspannen, voorspelt Jägers. ‘Het is feitelijk dezelfde uitspraak als in de Urgenda-zaak van 2015, alleen gaat dit vonnis nog verder omdat het niet gericht is tegen een staat, maar tegen een bedrijf.’

Als Shell de uitspraak niet nakomt, kan het bedrijf volgens de rechter het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens schenden. ‘Het gaat hier eigenlijk om verplichtingen van staten die nu ook worden toegepast op een bedrijf. Dit is dus aan alle kanten een verstrekkende uitspraak.’

Revolutionair

Nicola Jägers is zo vol van het Haagse vonnis dat ze bij binnenkomst is blijven staan met een kop koffie in de hand. Pas nu heeft zij tijd om te gaan zitten en de journalisten van FTM te vragen zich te introduceren. Ze verontschuldigt zich voor haar enthousiasme: ‘Het is ook zo’n revolutionair vonnis.’

‘Als je de Shell-uitspraak vergelijkt met de discussies in 2002, dan heeft het denken over bedrijven en mensenrechten in twintig jaar een gigantische ontwikkeling doorgemaakt’

Het gesprek vindt plaats in een zaaltje van het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht, waarvan Jägers collegelid is. Daarnaast is zij hoogleraar mensenrechten aan de Tilburg University waar haar onderzoek zich met name richt op mensenrechten en bedrijfsleven.

Toeval speelt een grote rol in haar carrière. ‘Ik studeerde rechten en geschiedenis in Utrecht en werd student-assistent bij een hoogleraar met wie ik over de relatie tussen mensenrechten en bedrijfsleven begon te pingpongen.’ Dat werd in 2002 het onderwerp van haar proefschrift. ‘Wat mij drijft en fascineert: mensenrechten zijn eigenlijk revolutionair omdat het afspraken zijn die staten vrijwillig op zich nemen terwijl die rechten diezelfde staten juist beknotten. Daar zit meteen het spanningsveld.’

Haar proefschrift was een van de eerste standaardwerken op dit gebied. ‘Ik had het geluk dat ik al heel vroeg in de discussie hierover een boek heb geschreven. Daardoor ben ik er nooit meer vanaf gekomen. Als je de Shell-uitspraak vergelijkt met de discussies in 2002, dan heeft het denken over bedrijven en mensenrechten in twintig jaar een gigantische ontwikkeling doorgemaakt.’

Verzetten steeds meer landen zich tegen mensenrechten, omdat ze gezien worden als een westers iets, bedacht door witte mannen?

‘Het idee dat mensenrechten bedacht zijn door een stel westerse witte mannen, is te kort door de bocht. Verdragen zijn ontwikkeld in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. Het idee was toen: dit mag nooit meer gebeuren. Op dat moment waren de Verenigde Staten de enige supermogendheid. Vanzelfsprekend hebben zij een grote invloed gehad op de ontwikkeling van mensenrechten.

‘De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens was er nooit gekomen zonder de actieve bemoeienis van landen als Pakistan en Egypte’

Maar ook andere landen speelden een belangrijke rol. Zo zou het Genocideverdrag er in de jaren vijftig nooit zijn geweest zonder Cuba! En ook Panama en India hadden een stuwende rol. 

De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens was er nooit gekomen zonder de actieve bemoeienis van landen als Pakistan en Egypte. Het zijn allemaal landen die we nu niet direct als voorvechters van de mensenrechten zien. Kort daarna kwamen er verdragen voor de burger-politieke en de sociaal-culturele rechten die negentig procent van de VN-leden heeft ondertekend en geratificeerd.’

Maar ondertekenen betekent nog niet dat je het naleeft?

‘Dat is inderdaad nog wat anders. Maar op het moment dat een land zo’n verdrag ondertekent, is het daar wel op aanspreekbaar. Door de Verenigde Naties, door ngo’s, door consumenten. In dit verband spreekt de Amerikaanse wetenschapper Kathryn Sikkink over de zogeheten stickiness van mensenrechten: je komt er niet vanaf, het blijft plakken.

Binnen de Mensenrechtenraad moeten landen om de zoveel jaar op mensenrechtenexamen. Dan worden ze bevraagd op wat zij doen om de vrijwillig op zich genomen verplichtingen na te komen.’

Veel van die landen schenden toch mensenrechten?

‘Ja, dat klopt. Het is misschien een rare vergelijking, maar hier in Utrecht zie je vrijwel alle fietsers door rood rijden. Toch zal niemand zeggen dat het verbod om door rood te rijden onzinnig is. Bij mensenrechten heb je het over veel ernstiger zaken, maar het feit dat ze niet altijd worden nageleefd, betekent niet dat ze beter kunnen worden afgeschaft.’

‘Het uitgangspunt van China is: het begint met goed bestuur en dan komen de mensenrechten. In het Westen wordt juist andersom geredeneerd’

In hoeverre zijn mensenrechten universeel? Een land als China heeft zo zijn eigen opvattingen over mensenrechten.

‘Het beeld is vaak dat landen als China, Rusland of Saoedi-Arabië de slechte staten zijn die alle mensenrechten schenden en dat westerse staten dat niet doen, maar de realiteit is veel complexer. China maakt wel degelijk gebruik van mensenrechten, maar heeft een andere interpretatie welke belangrijk zijn dan landen als de VS en Nederland. De Verenigde Staten zullen alle nadruk leggen op vrijheidsrechten, burgerrechten, politieke rechten en democratie. Die worden beschouwd als voorwaarden voor goed bestuur.

Diezelfde rechten worden door China juist gezien als ondermijnend voor goed bestuur. Dan ga je minderheden stemmen geven en dat ondermijnt het centrale bestuur. China vindt juist economische, sociale en culturele rechten belangrijk, zoals het recht op onderwijs, gezondheid en ontwikkeling. Die legitimeren juist het bestuur. Het uitgangspunt van China is: het begint met goed bestuur en dan komen de mensenrechten. In het Westen wordt juist andersom geredeneerd.

Vergeet niet dat China meer mensenrechtenverdragen heeft ondertekend dan de VS. China heeft er acht ondertekend, de VS vijf.’

Mensenrechtenverdragen richten zich op staten. Hoe krijg je bedrijven zo ver zich in te spannen voor de mensenrechten? 

‘Een goeie vraag, want als je kijkt naar de huidige situatie, dan zie je dat bedrijven vaak een grotere impact op mensenrechten hebben dan staten. In 2011 stelde John Ruggie, een hoogleraar van Harvard, de zogenaamde UN Guiding Principles on Business and Human Rights op. Dat heeft hij heel knap gedaan.’

(lachend): ‘Hij is namelijk geen jurist, maar een wetenschapper internationale betrekkingen. Hij kreeg van de VN de opdracht uit te zoeken wat de relatie is tussen bedrijven en mensenrechten. Hij kwam tot drie pijlers.

De eerste gaat over de verplichting van staten om mensen te beschermen tegen bedrijven. Daarin heeft Ruggie bestaand recht uit verdragen overgenomen, die pijler is niet revolutionair.

De tweede pijler is dat wel, die gaat over verantwoordelijkheden van bedrijven zelf. Dat is geen harde juridische verplichting, maar gaat over wat de maatschappij verwacht hoe bedrijven zich gedragen. Onder die verantwoordelijkheden valt ook de zogenaamde mensenrechten due diligence die voorschrijft dat je doorlopend preventief moet onderzoeken wat de negatieve gevolgen van jouw activiteiten kunnen zijn.

De derde pijler gaat over het toegang tot het recht. Als er toch schendingen zijn, moet je als slachtoffer je recht kunnen halen. 

Deze basisprincipes zijn in 2011 omarmd door de Mensenrechtenraad van de VN en hebben sindsdien een hoge vlucht genomen. Zo zijn ze letterlijk overgenomen in OESO-richtlijnen en in allerlei criteria van de Wereldbank. Dan wordt het steeds minder vrijblijvend.’

Minder vrijblijvend maar nog altijd niet bindend?

‘Mensen denken dat als er een wet of verdrag is, dat iedereen zich daaraan houdt. Maar de echte macht, het echte toezicht, ligt bij de maatschappelijke stakeholders: consumenten, pensioenfondsen, media. Al die verschillende partijen houden toezicht op wat zo’n bedrijf doet. Anders dan vroeger weten wij als consument nu veel eerder waar een bedrijf mee bezig is. In veel opzichten is dat toezicht veel krachtiger dan een of ander verdrag, waarvan je maar moet hopen dat staten zich eraan houden.

Verder zien we nu dat nationale wetgeving wordt aangenomen waarin due diligence voor de mensenrechten een wettelijke verplichting wordt. Frankrijk was het eerst land met een brede zorgplicht: Franse bedrijven zijn verplicht om preventief onderzoek te doen in de hele productie- en toeleveringsketen om te kijken of er sprake is van mensenrechtenschendingen. In Nederland diende de ChristenUnie een initiatiefwet in die heel erg lijkt op die Franse wet. Soortgelijke initiatieven zien we ook in Duitsland, Finland, Noorwegen en Zwitserland. 

Bij een aantal landen zie je ook wetgeving op specifieke terreinen. Nederland heeft een wet aangenomen op het gebied van kinderarbeid, al is die nog niet in werking getreden, het Verenigd Koninkrijk en Australië op het gebied van moderne slavernij, Californië op het gebied van mensenhandel in de keten. Allemaal nationale wetten die bedrijven verplichten om proactief te onderzoeken of zij bijdragen aan mensenrechtenschendingen.’

"De echte macht, het echte toezicht, ligt bij de maatschappelijke stakeholders: consumenten, pensioenfondsen, media"

Wat doet de Europese Unie?

‘Ook op EU-niveau bestaat het voornemen om alle Europese bedrijven door middel van een Europese richtlijn te verplichten mensenrechten due diligence uit te voeren. Nederland is daar een voorstander van. De Nederlandse initiatiefwet van de ChristenUnie is eigenlijk bedoeld om dat Europese initiatief vooruit te stuwen, dan zou een Nederlandse wet niet nodig zijn. 

De Nederlandse werkgeversorganisatie VNO-NCW is heel erg tegen dat Nederlandse voorstel. Met het oog op een gelijk speelveld, vindt de organisatie, is het beter om dit op Europees niveau te regelen, anders benadeel je alleen Nederlandse bedrijven. Maar in Brussel hoor je dat VNO-NCW daar de boel erg vertraagt en zich tegen Europese wetgeving keert. Zo gaan die dingen.’

Is het voor bedrijven niet dweilen met de kraan open als overheden hun verantwoordelijkheid niet nemen?

‘Het oude systeem waarin het alleen om staten draait en bedrijven geen verantwoordelijkheden hebben, past niet meer’

‘Landen hebben de verplichting op zich genomen. En in een ideale wereld zouden ze die honderd procent naleven en bedrijven altijd aanspreken op mensenrechtenschendingen. Dat is nu niet het geval. De impact die bedrijven hebben op mensenrechten is soms vele malen groter dan staten.

Het oude systeem waarin het alleen om staten draait en bedrijven geen verantwoordelijkheden hebben, past niet meer. Dan heb je geen adequaat antwoord op de bescherming van de menselijke waardigheden. Het is niet meer van deze tijd vol te houden dat die verantwoordelijkheid exclusief bij staten ligt. Hoewel dat juridisch wel zo is. We zien de laatste tien, vijftien jaar een ontwikkeling waarin er steeds meer aandacht komt voor de verantwoordelijkheden van bedrijven.’

Zijn er bedrijven die het voortouw nemen?

‘Zeker. Een heel mooi voorbeeld zijn H&M en Zara die hun zorg hebben geuit over de situatie van de Oeigoeren in China. Daarop volgde een enorme tegenreactie van allerlei Chinese influencers en Chinese consumenten. Die merken werden meteen van allerlei e-commerceplatforms afgeknikkerd. Dan krijg je een situatie waarin een bedrijf zich uitspreekt en daar dus de rekening voor gepresenteerd krijgt: ze mogen hun spullen niet meer in China verkopen. Dan doet zo’n bedrijf dus eigenlijk meer dan een land doet en dat zou niet zo moeten zijn. 

Er zijn ook mensen die zeggen: je moet die bedrijven niet zoveel verantwoordelijkheden geven, laat staan verplichtingen, want dan geef je landen de kans om zich aan hun eigen verantwoordelijkheid te onttrekken. Ik vind het interessant dat Nederland om ongetwijfeld allerlei diplomatieke en economische redenen moeite heeft China expliciet aan te spreken op mensenrechten, terwijl bedrijven als Zara en H&M dat wel doen. Dat lijkt de omgekeerde wereld, maar het is eigenlijk een logische volgende stap in een ontwikkeling die al veel langer gaande is.’

We zitten hier in het gebouw van het College voor de Rechten van de Mens. Veel mensen zullen zeggen: zo'n instituut is in Nederland toch niet nodig? Hier worden de mensenrechten toch gerespecteerd?

‘Relatief gaat het hartstikke goed in Nederland. We leven godzijdank niet in Syrië of China. Jullie mogen opschrijven wat jullie willen. Maar als je in Nederland behoort tot een minder populaire groep, of je nou iemand met een beperking bent, met een andere etnische achtergrond of een moslim, dan is het voor jou een stuk minder goed geregeld dan voor anderen. Het gaat om bijvoorbeeld arbeidsmarktdiscriminatie, of om dakloosheid, een gigantisch groeiend probleem onder vooral jongeren. Neem de hele toeslagenaffaire, het institutionele racisme dat daar achter blijkt te zitten. Of het gaat om iets heel technisch, bijvoorbeeld als iemand te lang in het Huis van Bewaring kan worden vastgehouden. 

Van een geheel andere orde: Nederland bungelt in heel Europa helemaal onderaan alle lijstjes als het gaat om vrouwelijke wetenschappers. Dat is geen mensenrechtenschending zoals we die in Syrië zien, maar het gaat wel om totale ongelijkheid voor man en vrouw. Zo zijn er legio dingen.’

Nederlandse pensioenfondsen werken met uitsluitingslijsten. Daarop staan bedrijven waarin ze niet willen beleggen vanwege hun betrokkenheid bij wapenhandel, kolenwinning, bont- of tabakshandel, maar je ziet zelden mensenrechten als uitsluitingsgrond.

‘Hoe gek het ook klinkt: Je krijgt meer publieke steun voor dieren- dan voor mensenrechten’

‘Vergeet niet dat tabak en wapens ook tot mensenrechtenschendingen kunnen leiden. Maar het is absoluut waar. Wel stimuleren pensioenfondsen bedrijven zich aan de VN-richtlijnen te houden. De fondsen kunnen potentieel veel teweegbrengen omdat ze zoveel geld in kas hebben, maar de stap om een bedrijf daadwerkelijk op een uitsluitingslijst te zetten is moeilijk. 

Hoe gek het ook klinkt: Je krijgt meer publieke steun voor dieren- dan voor mensenrechten. En bij milieuvervuiling kun je meten of de lucht vervuild is; mensenrechtenschendingen zijn soms moeilijker vast te stellen. Dus het verbaast me niet dat pensioenfondsen het argument van mensenrechten nog niet vaak gebruiken. Het is alleen wrang om te constateren dat ze aan de ene kant belijden dat ze ermee bezig zijn, terwijl ze in de praktijk nog onvoldoende doen.’ 

U zei eerder dat mensenrechtenverdragen kort na de Tweede Wereldoorlog tot stand kwamen, in hoeverre zijn ze toepasbaar voor de problemen van deze tijd?

‘In de Shell-uitspraak zie je dat die mensenrechten nu een rol spelen in een rechtszaak over klimaatverandering. Dat is een probleem dat kort na de Tweede Wereldoorlog, toen de eerste mensenrechtenverdragen ontstonden, nog niet bestond. Je ziet dus dat mensenrechten ook een rol kunnen spelen bij de uitdagingen van vandaag, zoals klimaatverandering of de steeds uitdijende toepassing van kunstmatige intelligentie zoals bij spraak- en gezichtsherkenning.’

Als we kijken naar de wereld van nu, dan lijkt het of steeds meer landen worden bestuurd door sterke mannen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten. Moeten we ons meer zorgen maken over die rechten?

‘Ik ben een optimistisch en positief ingesteld mens. Er zijn inderdaad veel dingen waar je je zorgen om moet maken. Mensenrechten staan onder druk, onmiskenbaar. Toch heb ik niet het idee dat het nu heel slecht gaat en dat het vroeger beter was. Mensenrechten zijn altijd een kwestie geweest van een stap achteruit en twee stappen vooruit. Het is nooit een verhaal van louter progressie, maar een geschiedenis van strijd. 

De Verenigde Staten vormen een mooi voorbeeld. Het land was de motor achter veel verdragen. Maar toen kwam Trump die helemaal niets met mensenrechten had en werd door sommigen het einde van de rechten ingeluid. Nu zit er weer een andere regering die mensenrechten tot speerpunt van het buitenlands beleid heeft gemaakt.

Er is veel bereikt: mensenrechten liggen in praktisch alle grondwetten ter wereld verankerd, rechters kunnen zich uitspreken met verdragen in de hand. Het is een taal die mensen in de verdrukking sterkt.’

Reactie VNO-NCW

VNO-NCW wil misstanden in productieketens effectief aanpakken en is daarom voorstander van due diligence wetgeving op Europees niveau. 

  • Daar zijn we voorstander van en lobbyen we al langer voor, het geeft bedrijven ook een gelijk speelveld in de EU; 
  • Van vertragen van zaken is geen sprake; 
  • Voor ons zijn twee voorwaarden belangrijk bij deze wetgeving: 
    1) Is de beoogde (Europese) wetgeving echt effectief in het terugdringen van misstanden? Het moet geen ‘papieren tijger’ of bureaucratie zijn,  
    2) Is het werkbaar en realistisch in de praktijk wat je eigenlijk vraagt van bedrijven?  
  • Op deze twee punten toetsen wij de wetgeving voor onze leden van kleine bedrijven tot grote concerns. Effectiviteit staat voorop en het is buitengewoon complexe materie;
  • Dit is onze inzet al geruime tijd en we lobbyen juist proactief om dit echt verder te brengen zodat het werkt. Dat is ook wat de prioriteit moet hebben.

 

Lees verder Inklappen