Niet de adel, maar de adel van geest moet terug

    Cees van Lotringen ziet in televisiepresentator Jort Kelder een persoon die achter een façade van ironie en prijzig Italiaans maatwerk een goed gevoel voor ethiek en verantwoordelijkheid verborgen houdt.

    Lang werd hij gezien als een querulant in de journalistiek, iemand die als (voormalig) hoofdredacteur van zakenblad Quote en als tv-presentator toch vooral zocht naar de lichtheid van het bestaan. Hij was daarin vermakelijk, een graag geziene gast op feesten en partijen, want die rol paste hem als een jas. Maar inmiddels weten we beter: Jort Kelder heeft vele talenten. Achter zijn lichte toets, gaat een door hemzelf tot dusver zwaar onderbelichte kwaliteit schuil, namelijk dat hij weet te benoemen wat onbenoemd dreigt te blijven.

    Hoe heurt het eigenlijk?

    Zo breekt hij in het televisieprogramma 'Hoe heurt het eigenlijk?' een lans voor de adel. Dat is niet de daad van een parvenu, maar van iemand die begrijpt dat de adel als een aristocratie een voorbeeld kan zijn voor de overwegend losgezongen elite die onze politiek en ons bedrijfsleven nu leidt. De adel kwam ter sprake toen Jort Kelder en SP-voorzitter Jan Marijnissen onlangs als gasten optraden in het discussieprogramma Buitenhof. Aanleiding waren de uitkomsten van een onderzoek van het Sociaal & Cultureel Planbureau. Daaruit kwam ondermeer naar voren dat het volk de elite in toenemende mate wantrouwt.
    Het volk wantrouwt de elite in toenemende mate
    Marijnissen begreep dat wel. Kijk naar de woningcorporaties en de misstanden die daar hebben plaatsgehad en die het wantrouwen voeden, zei hij. Maar Kelder plaatste onmiddellijk een kanttekening: de kloof tussen 'upstairs' en 'downstairs' is er altijd geweest. Maar nu komt dat wantrouwen aan de oppervlakte door de sociale media waardoor iedereen zijn eigen uitgever is en kan zeggen wat hij wil. Uit die kakafonie van veelal ongefundeerde stemmen doemt het beeld op van een zelfverrijkende top.  

    Kelder Zijne exuberantie mr. J.P.W. Kelder

      Kelder denkt dat eerder sprake is van uitvergrote incidenten dan van een trend. Maar verderop in het gesprek haalde hij wel oud-Akzo-topman jonkheer Arnout Loudon aan die hem in een gesprek heeft voorgehouden dat deze krediet- en vertrouwenscrisis voorkomen had kunnen worden als de adel het nog voor het zeggen had. De huidige crisis is namelijk een crisis van een middenklasse die tot de hoogste functies in openbaar bestuur en bedrijfsleven is geroepen en zich niet heeft weten in te houden.

    Rentmeesterschap

    Kelder zette die opgeklommen middenklasse af tegen de oude adellijke elite die in generaties denkt en zichzelf ziet als rentmeester van een overdraagbare maatschappelijke positie en verantwoordelijkheid, van bezit en goede naam. Marijnissen was het zowaar met Kelder eens. De macht van de adel had altijd een sociale component gehad, verbonden met de grond en de (lokale) gemeenschap. Dat was een relatie die tientallen, soms wel honderden jaren overspande.
    Waarom schieten zoveel mensen uit de middenklasse uit de bocht als ze tot de elite doordringen?
    Maar waarom schieten relatief zoveel mensen uit de middenklasse uit de bocht als ze tot de elite doordringen? Die vraag werd in Buitenhof helaas niet gesteld. De afgelopen jaren zijn al vele pogingen tot een verklaring van deze ontsporingen gedaan. Het zijn voorbeelden van hebzucht en jaloezië, van individualisering en globalisering, van peer pressure en van het geloof dat je recht hebt op dat topsalaris en die bonus. Kelder deed zelf rond de kerstdagen nog een poging in het tv-programma 'De verleiding van het grote geld' er een verklaring voor te vinden. Ikzelf heb in mijn boek Een van de jongens, verleiding en fraude in de top van ABN Amro ook naarstig gezocht naar het antwoord op deze vraag. Vier jaar lang heb ik gesprekken gevoerd met de hoofdpersoon van dit boek, voormalig concerndirecteur Serge Bakker, en daarbij zijn alle bovengenoemde verklaringen de revue gepasseerd. Ze zijn allemaal waar, deze symptomen van de hedendaagse hedonistische mens maar bevredigend vond ik het toch niet.

    Adel van de geest

    Ik denk dat Rob Riemen het dichtst bij een verklaring en een mogelijke oplossing is gekomen. De directeur van het Tilburgse Nexus-instituut bepleit een terugkeer - niet naar de adel, maar naar 'de adel van de geest'. Hij doet dat in het gelijknamige essay uit 2009 waarvoor de Amerikaan Walt Whitman de inspirator is geweest. Whitman stelt dat er een kloof is tussen Amerika als idee en Amerika als realiteit. Het filosofische idee achter de Amerikaanse democratie is dat de hoogste vrijheid wet wordt. Want wie niet vrij is, kan niet in waarheid leven. Maar politieke vrijheid, dat wil zeggen een systeem met politieke instituties en stemrecht, zal niet voldoende zijn voor een duurzame democratie. Daarvoor is meer nodig, namelijk een geestelijk klimaat waarin de zoektocht naar waarheid, schoonheid, goedheid en liefde centraal staat. De naoorlogse elite heeft lang gehandeld naar dat inzicht dat politieke vrijheid niet zonder een gezond geestelijk klimaat kan; dat vrijheid zonder verantwoordelijkheid onhoudbaar is. Maar met de maatschappijrevolutie van de jaren zestig van de vorige eeuw veranderde er iets onmiskenbaar: individualisering en vrijheid werden doelen op zich en toen in de jaren negentig marktwerking als dominante kracht daar bij kwam, gevolgd door de opkomst van sociale media die een vrijbrief gaf om ongeremd(e) ongefundeerde meningen te verkondigen, was het hek van de dam.

    Anker Verlichting losgeslagen

    Door deze hekgolven van verandering is het anker van de Verlichting losgeslagen. We weten niet meer waar het allemaal om begonnen is; waarom vrijheid en waarheid de hoogste doelen van zeventiende en achttiende eeuwse verlichtingsfilosofen als Baruch Spinoza zijn geweest. Zij zetten zich af tegen religieuze fundamentalisten en autocraten, tegen intolerantie en tegen de onvrijheid tot zelfstandig denken. Spinoza schreef in zijn Ethica dat het ware geluk alleen kan bestaan in wijsheid en kennis over de waarheid. Dat is een kennis die alleen kan worden bereikt door het menselijk verstand en het menselijk denken. Wie zich door vrijheid en waarheid laat leiden, kan het blijvende, ware goede vinden. De ware vrijheid, aldus Spinoza, bevindt zich in de vrijheid van de geest.
    De ware vrijheid, aldus Spinoza, bevindt zich in de vrijheid van de geest
    Maar de laatste dertig jaar wordt vrijheid in toenemende mate in het Westen anders uitgelegd en beleefd, namelijk als het vermogen te doen wat men goeddunkt. Het is niet de vrijheid om de waarheid te vinden, maar het is de vrijheid om ruim baan te geven aan zijn lusten, zijn eer- en hebzucht en aan zijn onstuitbare verlangen naar rijkdom en macht.

    Innerlijke vorming 

    Het is een geïndividualiseerde, van de samenleving losgezongen vrijheid. Deze gaat gepaard met verruwing en verdomming. Het lijkt alsof innerlijke vorming - dat wat de nobilitas literaria wordt genoemd, ofwel 'de adel van de geest' - als hoogste doel is losgelaten. Innerlijke vorming, zo schrijft Rob Riemen in zijn essay, 'moet leiden tot eerbied: eerbied voor het goddelijke, voor de aarde, voor onze medemensen en op deze wijze voor onze eigen waardigheid'.  Dit moet een volk, maar vooral een aristocratie (c.q. een elite) opleveren die een heerschappij van het goede en het beste nastreeft. Maar de huidige werkelijkheid is een andere, namelijk een democratie (en een bestuurselite) die het hogere leven van de geest niet eert. Hierdoor, schrijft Riemen - vrij vertaald naar de Duitse schrijver Thomas Mann -, wordt het publieke leven omlaag gehaald tot het niveau van ontwetenden en ongecultiveerden en heeft de demagogie vrij spel. Dat de adel niet meer het bestuur domineert is goed, maar dat de adel van de geest niet meer tot het wezenskenmerk van de bestuurselite lijkt te behoren is ernstig en zorgwekkend - zoals we bijna dagelijks uit het populisme van politici en het nagestreerfde materiële eigenbelang van managers in het bedrijfsleven kunnen zien. Vrijheid, waarheid, verantwoordelijkheid en visie, dat zouden de pijlers moeten zijn van een bestuurselite in de 21e eeuw. Om daartoe te komen is excellent onderwijs nodig, een leerschool van het leven, waarin geschiedenis, ethiek, filosofie en cultuur hun plaats moeten krijgen, naast de meer praktische handvaten om tot een geloofwaardig en succesvol beleid te komen. Innerlijke vorming, het is de alpha en omega van een elite die ook een aristocratie is en daarmee van een bestendig democratisch bestel.   Cees van Lotringen is schrijver, uitgever en mede-oprichter van Fondsnieuws, het grootste platform voor beleggingsprofessionals in Nederland.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 296 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren