Niets doen is geen optie meer

Voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid dringt zich een onontkoombaar gemeenschappelijk belang op.

Zeshonderd liter diesel per uur slurpte het prijzige motorjacht op als het gashendel naar beneden stond gedrukt. De kapitein had het als een leuke wetenswaardigheid over het achterdek geschreeuwd. Enkele gasten knikten met hun hoofden en pruilden hun lippen. Een litertje diesel kostte toch al gauw 1,50 euro. Ook ik was gast aan boord en ik realiseerde me dat ik me aan het begin van een wit opschuimende hekgolf van overdaad bevond. In de verte zag ik de kronkelende kustlijn van de Côte d'Azur kleiner worden en links en rechts om ons heen doemden enorme plezierjachten op. Ik keek omhoog en zag de ene na de andere private jet voorbij komen. Dit was het nec plus ultra van wat het vakantieleven volgens vele zeer vermogende mensen had te bieden. Terwijl in mijn hoofd de eerste maten van een oud liedje van Peggy Lee zich aandienden, vroeg ik me af wat voor zin dit alles had? Het klassieke antwoord luidt sinds enkele honderden jaren dat we er uiteindelijk allemaal van profiteren. Als we economen en sommige moraalfilosofen moeten geloven bevordert de motor van het blinde egoïstische streven van mensen het eigen belang én het algemene welzijn.

Onstilbare genotzucht

Deze mens met zijn grenzeloze behoefte aan bezit en zijn onstilbare genotzucht – de homo economicus – is rond de zeventiende eeuw ontstaan. FTM-journalist en columnist Jesse Frederik beschreef hier eerder uitvoerig hoe met de geboorte van de puur rationeel handelende homo economicus de economische wetenschap kon ontstaan. De beoefenaren van deze nieuwe wetenschap meenden in hun onstuitbare drang naar erkenning en status, dat ze het waarheidsgehalte van de natuurwetenschappen konden benaderen. De economie kon volgens de Franse econoom Léon Walras (1834-1910) voorgesteld worden als een ‘spel van de blinde en onafwendbare natuurkrachten’ die losstaan van de menselijke wil, schreef Jesse in zijn artikel. Factoren die niet zuiver rationeel waren gericht op het nastreven van het door Adam Smith gemunte ‘welbegrepen eigenbelang’, dienden in de formules en modellen van het menselijk handelen buiten beschouwing te worden gelaten.  

IMG_3063 'Een wit opschuimende hekgolf van overdaad'

  Jesse wees ons er overigens op dat Adam Smith zelf een moraalfilosoof was die zelf een minder benauwd mensbeeld had dan de meeste van zijn opvolgers: ‘Hoe zelfzuchtig men ook moge denken dat de mens is, er zijn overduidelijk enkele principes in zijn natuur die hem zich doen bekommeren om het lot van anderen en hun welbehagen voor hem noodzakelijk maken, ook al brengt het hem niets anders dan het genoegen zulks te zien.’ De factoren moraal en ethiek werden pas later door economen diep in de permafrost van de werkelijkheid begraven. Economen reduceerde hun eigen menselijke schepping tot een ‘wandelende input-output-machine’ (dixit Frederik) die zonder enige moraal gulzig zijn eindeloze behoeften bevredigt. Deze mens zou het algemeen belang dus ten dienste staan. Ik geloof daar al jaren geen bal meer van.

De gedroomde mens

De homo economicus die de afgelopen 65 jaar de meeste invloed heeft gehad, is zonder twijfel ene John Galt. Het über-rationele, zelfzuchtige bordkartonnen fictiepersonage uit het meer dan 1000 pagina’s tellende boek Atlas Shrugged van de schrijfster/filosofe Ayn Rand is de gedroomde mens die het overgrote deel der (neoklassieke) economen al vele jaren in hun modellen verwerkten. Galt is ook de personificatie van de filosofie van Rand, het objectivisme. Het centrale concept van Rand is dat egoïsme een deugd is en altruïsme (onbaatzuchtigheid) een doodzonde. 'Ik leef voor niemand, en ik vraag niemand om voor mij te leven,' zo luidde de lijfspreuk van de van de in Rusland geboren schrijfster/filosofe.
'Ik leef voor niemand, en ik vraag niemand om voor mij te leven'
Rand wist met haar belangrijkste boek Atlas Shrugged vele miljoenen Amerikanen te begeesteren; op de bijbel na is haar magnus opus het meest gelezen boek in de Verenigde Staten. Met die prestatie wist ze de zeer dominante Angelsaksische variant van het 20e-eeuwse kapitalisme met een moraal en een ethiek te injecteren; die van de plicht van ieder mens om zijn verstandelijke vermogens maximaal in te zetten, er alles aan te doen om zijn eigen geluk en welbevinden te bevechten en dat voor al het andere te plaatsen.

Diep gelovig

Rand had in de persoon van Alan Greenspan, de voormalige president van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, een zeer invloedrijk aanhanger van haar gedachtegoed en een groot voorvechter van de vrije markt economie die in zijn ogen zo veel mogelijk de ruimte moest krijgen. Greenspan was diep gelovig wat het zelfregulerend vermogen van de financiële markten aanging, maar werd met de wereldwijde financiële crisis in 2007/2008 met een radicaal andere werkelijkheid geconfronteerd.   ‘Those of us who have looked to the self-interest of lending institutions to protect shareholders’ equity, myself included, are in a state of shocked disbelief,’ zei hij bij zijn verhoor eind 2008 voor het Amerikaanse Congres.   Ook de veelvuldig door economen gebruikte metaforen lieten het in die dagen finaal afweten. In 2009 vierde de evolutietheorie van Darwin zijn 150e verjaardag, maar voor de wetmatigheid van de ‘survival of the fittest’ was in de financiële sector even geen plaats meer. Een falende systeembank of verzekeraar mócht simpelweg niet afsterven omdat anders de hele santenkraam in elkaar zou donderen. De banken die de laatste decennia ongehinderd konden groeien, waren te groot geworden. Het uitzonderingsprincipe too big to fail deed zijn intrede en de moral hazard is tot de dag van vandaag een vaststaand gegeven met alle risico’s van dien. We weten sinds de val van Lehman dat economische wetenschap – op een enkeling na – massaal de verkeerde kant op heeft gekeken. Nobelprijswinnaar Paul Krugman beschreef in 2009 in The New York Times gedetailleerd hoe zijn eigen aan zelffelicitaties en wiskundige modellen verslaafde beroepsgroep in de aanloop van de grote financiële crisis het kapitalistische systeem nog bewierookte en blind was voor de mogelijkheid van catastrofale weeffouten binnen de (financiële) markteconomie.

Op de oude voet verder

We zijn inmiddels in 2014 aangeland en kunnen nog steeds vaststellen dat ons kapitalistische systeem aan een zeer grondige opknapbeurt toe is. Economen happen echter nog steeds naar adem en hebben bij mijn weten nog geen zinnig antwoord kunnen formuleren op de vraag hoe het systeem kan worden gerepareerd. Ze zullen om te beginnen de aloude homo economicus opnieuw moeten uitvinden. ‘Als de economie relevant wil zijn, dan moet de wetenschap een expliciete ethische basis hebben, zoals eerdere economische denkers die hadden,’ schreef Jesse Frederik in zijn artikel. Tegelijkertijd zien we dat de politiek, het internationale bedrijfsleven en de financiële industrie - hoewel begraven onder een berg nieuwe regels - weer met hun korte termijn belangen op de oude voet verder gaan. De voortschrijdende globalisering zorgt er intussen voor dat de machtsconcentratie van internationale corporaties vrijwel ongehinderd toe kan nemen. De vragen welke systeemrisico’s dit met zich meebrengt en welke uitwerking dit op onze westerse democratieën heeft, worden echter amper gesteld.
Het meest urgente probleem waar we op dit moment met z’n allen mee te maken hebben, is zonder enige twijfel ons veranderende klimaat
Het meest urgente probleem waar we op dit moment met z’n allen mee te maken hebben, is zonder enige twijfel ons veranderende klimaat. In maart van dit jaar werd door the American Association for the Advancement of Science (AAAS) – ’s werelds grootste vereniging van wetenschappers - het zoveelste klimaatrapport openbaar gemaakt. Er is al lang geen twijfel meer over wat er aan de hand is: de mens veroorzaakt de opwarming van de aarde. 97 Procent van alle klimaatwetenschappers is het daar over eens. Maar de ernst van het probleem neemt iedere dag toe en de tijd die de mensheid heeft om het probleem het hoofd te bieden tikt weg. ‘Het bewijs is overweldigend,’ stelt het buitengewoon alarmerende rapport. We zullen binnen afzienbare tijd de temperatuur verder zien stijgen, ijskappen verder zien smelten, het water van de oceanen zal verder verzuren, de zeespiegel zal stijgen (met name voor Hollanders een punt van zorg) en als gevolg zullen we in het slechtste scenario rekening moeten houden met hongersnood, extreme hittegolven, overstromingen en het op grote schaal uitsterven van dieren en planten.

Gezamenlijk welvaren

Het ziet er dus somber uit voor de mensheid als we niet snel handelend op gaan treden. En als we Adam Smith moeten geloven zal dat niet gaan gebeuren. ‘In feite is (de economisch handelende persoon) zich in de regel niet bewust van het algemeen belang en hij weet ook niet hoeveel hij daar zelf aan bijdraagt,’ schreef Adam Smith in die beroemde passage in de Wealth of Nations uit 1776. En: 'Van al die mensen die beweerden dat hun zaken het algemeen belang dienden, heeft er voor zover ik weet nog nooit één iets goeds gedaan'.   Moeten we het er dan maar bij laten zitten? Nee, natuurlijk niet.   Een bewuste consument en een maatschappelijke ondernemer zijn – in tegenstelling tot wat Adam Smith destijds stelde - wel degelijk in staat om een inschatting te maken van het algemeen belang en zijn ook bij machte daaraan een positieve bijdrage te leveren. Daarbij wordt hij of zij niet geleid door een ‘onzichtbare hand’ maar door een moreel ethisch ontwikkeld bewustzijn en de vrijelijke toegang tot enorme informatiebronnen die er in de tijd van Smith niet waren. En die vertellen ons bijvoorbeeld dat minder vlees eten goedkoper is en energie bespaart. Die laten ons ook zien dat morele wezens in de markteconomie actief en succesvol kunnen zijn.
Een bewuste consument en een maatschappelijke ondernemer zijn wel degelijk in staat om een inschatting te maken van het algemeen belang
Maar er speelt nog een ander zeer belangrijk element mee dat zelfs vanuit perspectief van de aloude homo economicus actief optreden vereist. De globalisering en de enorme omvang van de wereldwijde problemen brengen ons mensen tot elkander. Ons gezamenlijke welvaren staat voor het eerst in de geschiedenis direct in verband met ons persoonlijke welvaren en dat van onze kinderen. Ook de meest verstokte objectivist zal vroeger of later tot de conclusie moeten komen, dat de problemen waarmee we in deze tijd worden geconfronteerd ons allemaal aan gaan. We zitten met andere woorden in hetzelfde lekkende schuitje. En hoe eerder we reageren, hoe lager de kosten zullen zijn. Zelfs superkapitalist John Galt zal zich met het wel en wee van de rest van de wereld moeten gaan bemoeien. En wel om de simpele reden dat rationeel gezien niets doen geen optie meer is.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Eric Smit

Gevolgd door 4952 leden

Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren