Nieuw! Eindexamen ideologie voor HAVO-leerlingen

    Een vraag op het eindexamen economie voor de Havo is ideologie vermomd als wetenschap, constateert columnist David Hollanders, en dat is dé manier om overheidsideologie gladjes ingang te doen vinden. Examenmakers zijn zo het verlengstuk van Financiën en de EU. Onafhankelijk denken? Dat leer je maar op straat - daar is ons onderwijs niet voor. 

    De beste manier om een ideologische maatregel geaccepteerd te krijgen is om die er uit te laten zien als een wetenschappelijke waarheid. Het is althans lastig om een opgave uit het eindexamen economie Havo van dit jaar anders te duiden dan als een illustratie van dit politicologische inzicht. Ik doel op Opgave 6, vraag 25, die met een tekstfragment aanvangt: ‘Werkt de arbeidsmarkt? fragment uit het onderzoeksrapport World of Work 2012: De banencrisis in Japan, de Verenigde Staten en Europa die is ontstaan als gevolg van de kredietcrisis in 2008 wordt problematischer. In 2011 bedraagt de werkgelegenheidsgroei in deze gebieden gemiddeld 0,1% en blijft daarmee ver achter bij de gemiddelde economische groei van 2,2%. Met name de situatie in Europa is alarmerend en vertoont geen tekenen van herstel op korte termijn. “Om de werkgelegenheidsgroei gelijke tred te laten houden met de economische groei moet er een aantal fundamentele maatregelen genomen worden”, aldus de directeur van het onderzoeksbureau.’ Dit tekstfragment wordt gevolgd door het volgende: 'In een 5-havoklas worden onderdelen uit het rapport besproken. Drie leerlingen doen een bewering: − Fleur: ‘De banencrisis in 2011 heeft een conjuncturele oorzaak.’ − Tim: ‘Indien er op de Europese arbeidsmarkt sprake was van volkomen concurrentie, zou er geen banencrisis zijn.’ − Ruth: ‘De arbeidsmarkt voldoet niet aan alle kenmerken van volkomen concurrentie.’ Vraag 25 luidt dan 'Leg uit waarom de bewering van Fleur onjuist is.’ - vooraf gegaan door de mededeling ‘Gebruik het fragment uit het onderzoeksrapport.'

    Examenmakers kennen Krugman niet

    Dit nu is curieus. Volgens vele economen is de werkloosheid – ook en juist die in Europa - veroorzaakt door een terugval in private bestedingen (oftewel een toename in private besparingen, ook wel deleverage genoemd) die onvoldoende gecompenseerd wordt door overheidsbestedingen.
    de werkloosheid heeft een conjuncturele oorzaak, gelijk de fictieve Fleur beweert. Het zijn niet de minste economen die dit stellen
    Oftewel: de werkloosheid heeft een conjuncturele oorzaak, gelijk de fictieve Fleur beweert. Het zijn niet de minste economen die dit stellen: De Grauwe, Teulings, Jacobs, Krugman, Koo, Keen, Buiter en Stiglitz bij voorbeeld. Ook de instituten IMF en Rabobank kunnen nog genoemd. Paul Krugman zette het onlangs nog maar eens uiteen in the Guardian (http://www.theguardian.com/business/ng-interactive/2015/apr/29/the-austerity-delusion). Er is dus op zijn allerminst discussie mogelijk over de uitspraak van ‘Fleur’, to put it mildy. Bovendien: om discussie zou het toch moeten gaan in het onderwijs. Discussie is evenwel niet gewenst: de Havoleerling wordt voorgehouden dat de crisis niet het gevolg kan zijn van conjuncturele oorzaken (lees: overheidsbezuinigingen van Rutte-I en Rutte-II). De bewering van ‘Fleur’ is namelijk ‘onjuist’. Onverbiddelijker oordeel in de wetenschap is er niet.

    Werkelijkheid is anders

    Het zogenoemde correctievoorschrift stelt te dien aanzien: ‘Een voorbeeld van een juiste uitleg is: Uit het tekstfragment blijkt dat de werkgelegenheidsgroei (0,1%) achterblijft bij de economische groei (2,2%), zodat niet geconcludeerd kan worden dat laagconjunctuur / conjuncturele neergang /onderbesteding de oorzaak is van de banencrisis.’ Ondanks de mogelijke schijn van het tegendeel is dit een non sequitur. Relevant voor een conjuncturele crisis is dat de produktie lager is dan die zou kunnen zijn, veelal tot uitdrukking komend in economische krimp en geformaliseerd door de z.g. output-gap –reeds jaren substantieel voor Nederland, de OECD en de eurozone. Oorzaak voor een conjuncturele crisis is afgenomen bestedingen, heden ten dage vooral het gevolg van grote spaaroverschotten (oftewel private besparingen zijn hoger dan overheidstekorten). In Nederland komt dit tot uiting in betalingsbalansoverschotten en economische krimp (nog altijd is de economie niet op het niveau van 2008). In Europa komt dit tot uitdrukking in werkloosheid die zijn weerga niet kent en grote spaaroverschotten. Ook, overigens,  in ‘probleemlanden’ als Spanje en Ierland, zoals Koo in zijn onlangs verschenen boek  The Escape from Balance Sheet Recession and the QE trap grafiek na grafiek laat zien. Omgekeerd kan de grote werkloosheid niet verklaard worden door welke arbeidsmarktrigiditeit dan ook, terwijl die er ook voor 2008 reeds was. De massawerkloosheid moet veroorzaakt zijn geworden door iets dat veranderd is –precies: de private bestedingen. Hoe jeugdwerkloosheid in Griekenland van 50 procent anders te verklaren dan met de op instigatie van de Europese Commissie gekortwiekte overheidsbestedingen?

    Baanloze groei

    Dit is alles gaat voorbij en is niet besteed aan de examenmakers, die een gemiddelde werkloosheid op drie ongelijksoortige continenten afzetten tegen een gemiddelde groei – gemiddelden die niet eens representatief zijn voor Nederland - en het fenomeen ‘baanloze groei’ negeren. Dan rest de vraag nog wat de examenmakers beweegt? Oninteressante vraag natuurlijk: zij hebben de beweringen van het Ministerie van Financiën en de Europese Commissie geïnternaliseerd.
    De examenmakers hebben de beweringen van het Ministerie van Financiën en de Europese Commissie geïnternaliseerd
    De beste manier om mensen te winnen voor een ideologische agenda is om die te vermommen als wetenschap. En dus wordt Keynes niet meer onderwezen op de universiteit, is onderzoek dat werkloosheid als conjunctureel probleem benadert bij NWO-aanvragen kansloos en krijgen Havoleerlingen puntenaftrek als ze het wagen de grootste werkloosheid sinds de jaren ’30 met conjunctuur in verband te brengen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    David Hollanders

    Docent politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam.

    Volg David Hollanders
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren