DEN HAAG - Voorzitter Ed Nijpels presenteert de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord aan Minister Wiebes. Het kabinet wil de uitstoot van CO2 door Nederland beperken met 49 procent in 2030 ten opzichte van 1990.
© ANP / Robin van Lonkhuijsen

Het nieuwe klimaatakkoord is enorm ambitieus — en vooralsnog enorm onhaalbaar

  • Prijs meer in de richting van €250,-

De onderhandelaars van regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie en de oppositiepartijen SP, GroenLinks en PvdA zijn het eens: er komt een nieuwe klimaatwet. En niet zomaar een: Nederland wordt de trotse bezitter van de strengste klimaatwet ter wereld. Niet voor niets noemt dit kabinet zichzelf ‘het groenste ooit’. Maar kan het ook, wat er in deze wet wordt verlangd?

Goed nieuws: Nederland wordt weer een gidsland. Was het — met dank aan het Groninger gas — jarenlang onze verzorgingsstaat die ons tot lichtend voorbeeld in de wereld maakte, vanaf nu moet Nederland die status gaan verwerven in de strijd tegen klimaatverandering. Het hagelnieuwe Klimaatakkoord moet ons land binnen 11,5 jaar een topper in Europa maken.

In dit akkoord, een samenwerking tussen de regeringspartijen en de Tweede Kamerfracties van SP, Groenlinks en PvdA, is vastgelegd dat er in 2030 maar liefst 49 procent minder CO2 moet worden uitgestoten dan in 1990. Voor 2030 moet de jaarlijkse CO2-uitstoot daartoe met 48,7 megaton dalen ten opzichte van 2018. Het uiteindelijke doel is nog ambitieuzer: tegen 2050 moet de CO2-reductie 95 procent bedragen. We gaan, met andere woorden, onze energiesituatie helemaal vergroenen.

Ik ben er om te beginnen natuurlijk helemaal voor dat we duurzaam gaan — morgen nog, als dat kan. Op dit moment doet Nederland het namelijk uitermate teleurstellend. Nominaal zijn we 6 procent ‘duurzaam’. Maar van die 6 procent bestaat tweederde alsnog uit biomassa die we invoeren met zeeschepen. Fikkie stoken dus, vooral als je je bedenkt dat die schepen ook nog op stookolie varen. Feitelijk is Nederland op dit moment dus voor 98 procent fossiel.

We zijn dus wat CO2-uitstoot betreft verre van gidsland: we horen bij de sufferdjes van Europa.

Maar die status gaan we volgens het Klimaatakkoord in de komende 11,5 jaar volkomen op zijn kop zetten. Dat doen we met verschillende maatregelen.

De 48,7 megaton reductie in CO2-uitstoot per 2030 die de klimaatonderhandelaars voor ogen hebben, is planmatig verdeeld in vijf sectoren: gebouwde omgeving (3,4 megaton), mobiliteit (7,3 megaton), industrie (14,3 megaton), landbouw (3,5 megaton) en elektriciteit ( 20,2 megaton).

Laten we deze sectoren één voor één aflopen en tegen het licht houden, met een paar back of the enveloppe sommetjes, om te kijken hoe realistisch de doelstellingen van de Tweede Kamer zijn.

Gebouwde omgeving (doel: 3,4 megaton CO2-reductie)

Om te beginnen zullen er van staatswege een flink aantal corporatiewoningen worden verduurzaamd, wat energiegebruik betreft. Dat houdt in dat het weglekken van warmte in deze huizen met isolatiemateriaal zoveel mogelijk wordt voorkomen, en ze met een combinatie van zonnepanelen die elektriciteit opwekken en een zonneboiler die water opwarmt, voor een groot deel in de eigen energie voorzien. Mogelijk gaan ook warmtepompen geïnstalleerd worden. Met zo’n pomp kan het aardgasverbruik met de helft teruggebracht worden, maar de technologie is nog niet helemaal marktklaar. 

Deze verduurzaming is relatief makkelijk te realiseren: huurwoningen worden in series gebouwd, waarbinnen ze allemaal min of meer gelijk zijn. De maatregelen maken de beoogde woningen evenwel niet 100 procent zelfvoorzienend. 75 procent zou al mooi zijn.

Laten we voor de som even aannemen dat de verduurzaming wél 100 procent is. Doekle Terpstra, van de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche UNETO-VNI, is in ieder geval enthousiast: volgens hem worden er voor 2021 al 100.000 corporatiewoningen aangepakt., en daarna jaarlijks 50.000 huizen. ‘Al ruim voor 2030 verduurzamen we ieder jaar 200.000 woningen,’ luidde de belofte.

Maar dat is een nogal onduidelijke formulering, zeker als je bedenkt welke aannames er onder de cijfers van Terpstra zitten. Voor zo’n spurt moeten er in de komende 11,5 jaar tientallen procenten aan kostenverbetering door betere apparatuur uit de lucht komen vallen. Bovendien moet er een ruimteschip vol deskundige monteurs landen. Anders zie ik niet in hoe Terpstra het tempo van verduurzamen van huizen zo extreem kan versnellen. Maar laten we Terpstra het voordeel van de twijfel geven: gemiddeld 100.000 woningen per jaar duurzaam vanaf 2021. Dan zitten we per 2030 dus op 1 miljoen verduurzaamde woningen.

In 2030 zijn 6,6 miljoen huishoudens nog altijd niet duurzaam

Dat gaat klauwen vol geld kosten. Het gros van de Nederlandse woningen is minder goed geïsoleerd en heeft voor verwarming tijdens de winter flink heet water nodig. Het isoleren van deze woningen kost tussen de 15.000 en 25.000 euro; een warmtepomp met randapparatuur en een reservoir onder de grond kost 18.000 euro. Dit is de duurste optie. De installatiebranche gaat voor de komende jaren vooral van hybride warmtepompen uit. Die zijn aanmerkelijk goedkoper, rond de € 4.500. Met een staatssubsidie van € 1.700 heb je er al een voor rond de € 2.800. 

Laten we de duurste warmtepomp even vergeten, en zeggen dat door grote partijen huizen tegelijk aan te pakken, de prijs zover naar beneden kan, dat de stukprijs van het verduurzamen voor alle corporatiewoningen inclusief een hybride warmtepomp 15.000 euro is. Dan spreek je voor een miljoen huizen over 15 miljard euro in de komende 11,5 jaar. En aangezien dit traject waarschijnlijk grotendeels via subsidies geregeld gaat worden, komt dat uit de zak van de belastingbetaler.

Er stonden in Nederland volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op 1 januari van dit jaar ruim 7,7 miljoen woningen, bijna 55 duizend meer dan in 2017. De groei van de woningvoorraad door nieuwbouw bedroeg volgens het CBS vorig jaar 0,8 procent. Laat ik voor het gemak zeggen dat die groei tot 2030 constant blijft: in 2030 zijn er dan een dikke 8,4 miljoen woningen. 

Onze constructiebedrijven hebben beloofd dat ze alle nieuwe huizen 75 procent gasvrij opleveren. Dat zegt voor de duurzaamheid op zichzelf niet zoveel : zo’n ingreep kan zelfs negatief zijn wat betreft CO2-uitstoot . Over het algemeen worden de nieuwe huizen echter ook bijzonder goed geïsoleerd. Ook zonnepanelen worden steeds meer standaard. De bijkomende nieuwe huizen zullen dus een stuk duurzamer zijn dan wat er nu zoal in ons land staat. Laat ik voor het gemak zeggen dat ze voor 75 procent duurzaam zijn in energiegebruik. Dat is het equivalent van 525.000 volledig duurzame woningen.

Tegen 2030 is dus, dankzij de inspanningen van de nieuwbouwbedrijven en van UNETO-VNI, zo’n 18 procent van het totale aantal woningen in Nederland duurzaam. Als ik aanneem dat er 2 of 3 procent van hobbyisten bijkomt (dat zijn 250.000 woningen!), dan is in theorie 21 procent van de huizen per 2030 volkomen duurzaam. Oftewel: 6,6 miljoen huishoudens zijn dan nog altijd niet duurzaam.

Volgens een rapport uit 2016 van Energie Centrum Nederland (ECN) daalt het energiegebruik van huishoudens gestaag. Ondanks de bevolkingsgroei gebruiken Nederlandse huishoudens al 25 jaar in totaal ongeveer dezelfde hoeveelheid energie, en stoten dus ook evenveel CO2 uit. Voor 2002 heeft het officiële klimaatorgaan van de Verenigde Naties, het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), het in zijn National Inventory Report 2004 nog over 7,3 ton CO2 per Nederlands huishouden; ECN schat dit voor 2016 op nog maar 6,3 ton per huishouden. Laat ik daarmee rekenen.

Dat ruimteschip vol techneuten gaat landen, de eerste target wordt gehaald

De UNFCCC verdeelt de CO2-emissie van een gemiddeld Nederlands huishouden in 40 procent voor gasgebruik, 20 procent voor elektriciteitsgebruik, 37 procent voor autogebruik en 3 procent overig. Laat ik de auto’s even buiten beschouwing, dan kom ik met 63 procent van 6,3 ton op 4 ton CO2 per huishouden aan aardgas, elektra en overig. Voor 6,6 miljoen huishoudens is dat een totale hoeveelheid van 26,4 megaton CO2.

Nu de resterende 37 procent per huishouden voor autogebruik: 2,3 ton CO2. Volgens de Rijksdienst voor ondernemend Nederland reden er in 2018 zo’n 132.000 elektrische auto’s op de weg. Volgens het CBS waren er dit jaar totaal zo’n 8,37 miljoen personenauto’s in gebruik. Ongeveer 2 procent van het wagenpark is op dit moment dus elektrisch. Met andere woorden: de uitstoot door auto’s is grofweg met 2 procent gedaald in de afgelopen jaren.

Er waren in Nederland in 2015 volgens het CBS 93 auto’s per 100 huishoudens. Met mijn huidige CBS-cijfers kom ik op 108 auto’s per 100 huishoudens. Laat ik voor het gemak het midden aanhouden: 100 auto’s per 100 huishoudens.

Even voor nog meer gemak aannemend dat er het aantal elektrische auto’s wat harder zal groeien dan nu, zitten we tegen 2030 op zo’n 8 procent elektrisch. Laat ik aannemen dat de CO2-uitstoot door personenauto’s per huishouden tegen 2030 dan met 8 procent gedaald is. Dat brengt me in 2030 voor 8,4 miljoen huishoudens op (2,3 x 8,4 x 0,92) = 17,8 megaton CO2 aan autorijden.

26,4 + 17,8 megaton is in totaal dus 44,2 megaton CO2-uitstoot per 2030, wat betreft de huishoudens.

In 2018 was de uitstoot met dit sommetje voor 7,7 miljoen huishoudens 48,5 megaton. De totale reductie van de CO2-uitstoot per 2030 ten opzicht van dit jaar wordt dus 4,2 megaton, een kleine 9 procent.

Dan zie ik voor het gemak even de CO2 die wordt uitgestoten door alle verbouwingswerkzaamheden door de vingers. Met deze optimistische berekening zit ik over het gestelde doel heen. Prima: de beoogde reductie van 3,4 megaton gaan we hier makkelijk redden.

Ten opzichte van 1990 is het sommetje minder geruststellend. Volgens het CBS waren er in dat jaar namelijk 14,95 miljoen mensen in Nederland, die in 6,13 miljoen huishoudens woonden. Er waren geen elektrische auto’s, dus de totale CO2-uitstoot was met de uitstoot per huishouden die het UNFCCC inschatte voor 2002 (7,3 ton CO2 per huishouden) zo’n 44,8 megaton CO2. Dat is slechts 0,8 ton meer dan de wat er volgens mijn optimistische berekeningen in 2030 zal worden uitgestoten. Houden we ons aan de beoogde reductie van 3,4 megaton, dan zou je zelfs bóven het niveau van 1990 uitkomen.

Maar goed, dat vergeten we even. Dat ruimteschip vol techneuten gaat immers landen, het eerste target wordt gehaald. We zijn 45,3 megaton verwijderd van de doelstelling.

Mobiliteit (doel: 7,3 megaton CO2-reductie)

Met de personenwagens heb ik hierboven al een begin gemaakt. Met 8 procent elektrisch en een niet groeiend wagenpark tot 2030, hou je een kleine 8 miljoen personenwagens over. De CO2-uitstoot van diesel en benzine is wat personenauto’s betreft ongeveer gelijk.

Dan zijn er de bedrijfsvoertuigen. Volgens het CBS waren dat er in 2018 1,1 miljoen. Het CBS verstaat daaronder: motorvoertuigen geschikt voor het vervoer van goederen of personen en voor het uitvoeren van bijzondere taken (bijvoorbeeld brandweerwagens of trekkers). Ook bestelauto’s, vrachtauto’s en bussen vallen eronder. De EU wil de uitstoot van deze bedrijfsvoertuigenper 2030 met een derde verminderen.

De presentatie van de cijfers van het Klimaatakkoord was op dit punt wat warrig. Laten we daarom voor het gemak zeggen dat Nederland voorop loopt, en dat we met overgang naar Liquid Natural Gas (LNG) en elektrisch effectief de helft van het bedrijfswagenpark CO2-neutraal hebben gemaakt tegen 2030. Dat kan natuurlijk niet met LNG, en elektriciteit is zoals gezegd niet helemaal CO2-neutraal, maar ik denk groen. De bedrijfsvoertuigen vormen 12 procent van het totale wagenpark, maar zijn verantwoordelijk voor zo’n 30 procent van de CO2-uitstoot. Hier valt dus grote winst te behalen.

In 2015 waren er 7,9 miljoen personenwagens op de weg. Die 7,9 miljoen namen 51,6 procent van de totale CO2-emissie van 37,9 megaton voor hun rekening. Dan kom je op gemiddeld 2.5 ton per auto. Die 2,3 ton van hierboven was dus optimistisch, maar wederom: ik denk groen.

Zo’n 8 procent personenwagens minder, 670.000 stuks, betekent in dit geval een reductie van 1,7 megaton CO2. 550.000 bedrijfswagens minder levert een besparing van maar liefst 4,7 megaton CO2 op. In totaal komen we dan uit op een reductie van 6,4 megaton CO2.

Wat betreft praktische normen voor de scheepvaart en het luchtverkeer, zwijgt het Klimaatakkoord

Het vervoer over de weg is volgens het CBS verantwoordelijk voor driekwart van de totale CO2-uitstoot door vervoer. Over praktische normen voor vermindering in de scheepvaart en het luchtverkeer, zwijgt het Klimaatakkoord.

In 2015 was de emissie van kooldioxide door verkeer en vervoer 27 procent hoger dan in 1990: 37,9 megaton. Voor het gemak aannemend dat we tussen 2015 en 2018 niet omhoog zijn gegaan, betekent 6,4 megaton minder (door vergroening van het halve bedrijfswagenpark en een constante groei van het aantal elektrische auto’s) in totaal zo’n 17 procent CO2-reductie per 2030. Wat mobiliteit betreft komen we zo uit op een uitstoot van 31,5 megaton in 2030. De target van 7,3 hebben we niet gehaald. Niet getreurd: we zitten er slechts 0,9 megaton boven.

Dan het totale prijskaartje van deze operatie: De nieuwprijs van een gewone auto is rond de 30.000 euro. De Tesla 3 van Elon Musk wordt minstens 33.000 dollar. Die 670.000 elektrische personenwagens kosten bij elkaar dus minstens 2 miljard euro extra. Een bestelwagen kost rond de 20.000 euro, een elektrische rond de 25.000 euro. Volgens het CBS is 81 procent van de bedrijfsvoertuigen een bestelwagen. De extra investering voor 446.000 elektrische bestelwagens is dan 2,2 miljard. Een nieuwe vrachtwagen kost gemiddeld 75.000 euro; de elektrische trucks van Tesla kosten echter 125.000 euro. Volgens het CBS is 6 procent van de bedrijfsvoertuigen een vrachtwagen. Voor 33.000 trucks ben je dus 1,7 miljard euro extra kwijt.

Even aannemend dat de meerprijs voor de overige 13 procent bedrijfswagens ergens tussen de bestelauto’s en de trucks uitkomt, zeg op 25.000 euro, kost dat je nog eens 1,8 miljard extra. En dat is optimistisch. Ik heb geen idee wat een elektrische brandweerwagen kost, maar het is vast meer dan die 25.000 euro extra. Er moeten namelijk ook grote hoeveelheden water onder hoge druk omhoog gepompt kunnen worden.

Maar goed. De totale kosten van deze operatie worden dan 7,7 miljard euro. Dat komt minus wat subsidiegeld grotendeels uit de zak van de burger.

In 1990 was de totale emissie van ons vervoer 29,8 megaton CO2. In 2030 zitten we volgens mijn optimistische berekening op 31,5 megaton en spreken we dus ten opzichte van 1990 per saldo over een toename van 1,7 megaton CO2. Ook dat vergeten we even voor het gemak. Samen met de gehaalde targets van de gebouwde omgeving, zijn we nu 38,9 megaton CO2 verwijderd van de doelstelling.

De industrie (doel: 14,3 megaton CO2-reductie)

Wat de CO2-reductie voor de industrie betreft, zijn de maatregelen in het Klimaatakkoord uiterst mistig. Ik citeer: ‘Het laaghangend fruit is al geplukt.’ Er is ook nog maar bijzonder weinig concreets uitgewerkt over de financiering van deze plannen.

Toch zal er tussen nu en 2030 maar liefst 15 tot 20 miljard euro geïnvesteerd moeten worden om de CO2-uitstoot voor deze sector te verlagen, zoals overeengekomen in het akkoord. Aan de ene kant vrezen de betrokken grote bedrijven voor hun concurrentiepositie, als zij daarvoor opdraaien. Aan de andere kant willen de oppositiepartijen niet dat de maatschappij de kosten hiervan draagt. Ik denk niet dat we hier tegen 2030 al uit zijn. De verwachte reductie in uitstoot is hier dus minimaal. Ik denk dat we het zelfs al heel goed doen, als de uitstoot niet groeit.

Maar laat ik niet moeilijk doen. Ik doe net alsof ik niet weet dat industriestad Rotterdam in 2007 de ambitie uitsprak in 2025 de CO2-emissies met 50 procent gereduceerd te hebben, en ze intussen ruim 30 procent hoger zijn. Ik zeg optimistisch dat het de industrie lukt haar uitstoot per 2030 met 50 procent van de doelstelling te reduceren. Dat is dan 7,2 megaton CO2 minder, voor een prijskaartje van zeg 8 miljard euro. Indachtig het voorgaande, zijn we nu 31,7 megaton CO2 verwijderd van de doelstelling.

De landbouw en landgebruik (doel: 3,5 megaton CO2-reductie)

Het gaat bijzonder goed met de Nederlandse landbouw. Volgens onderzoek van het CBS en Wageningen Economic Research bereikten exporten in 2017 een recordniveau van bijna 92 miljard euro. Een ongelofelijke toename van zo’n 40 procent in de afgelopen tien jaar.

Dat doet natuurlijk iets met de CO2-uitstoot. Hoewel door schaalvergroting het aantal landbouwbedrijven is afgenomen — van 125.000 in 1990 naar zo’n 55.000 in 2018, een trend die zich zal voortzetten tot 2030 — zal de productie in de sector hoogstwaarschijnlijk niet afnemen. Ik vraag me dan ook ernstig af of een emissiereductie van 3,5 megaton CO2 per 2030 haalbaar is.

Laten we hier ook voor het gemak aannemen het beoogde doel voor 50 procent gerealiseerd kan worden, dan hebben we hier 1,8 megaton reductie te pakken. Ervan uitgaand dat dat per magaton ongeveer even duur wordt als de aanpassingen in de industrie, kost dit 2 miljard. Samen met het voorgaande zijn we nu 29,9 megaton CO2 verwijderd van de doelstelling. Die laatste 29,9 megaton zal dan allemaal moeten komen uit aanpassingen in de opwekking van  onze elektriciteit.

Elektriciteit (doel: 20,2 megaton CO2-reductie)

Het begint er al slecht uit te zien voor ons doel. Met de beoogde reductie van 20,2 megaton CO2, kunnen we het target van 48,7 megaton natuurlijk niet halen. Laten we desondanks even kijken wat er wél valt te halen. 

Om te beginnen, ontmantelen we gewoon onze kolencentrales en meer stroom importeren, met name uit Duitsland. Dit land heeft relatief veel duurzame energiebronnen, maar de CO2-reductie bij onze Oosterburen is niettemin 0 megaton (hoe dat zit, leg ik hieronder uit). Het verplaatsen van de productie van stroom naar Duitsland maakt dus weinig uit. Het voornaamste verschil zit hem in de transportverliezen, waardoor je zelfs méér energie verbruikt. Geen CO2-winst hier dus.

Verder wil de staat in de komende 11,5 jaar 700 nieuwe windmolens op zee, 500 windmolens op land en 75 miljoen zonnepanelen gaan installeren. Dat is op zijn zachtst gezegd ambitieus: Denemarken, het sanctum sanctorum van windenergie, is in 1991 begonnen met het bouwen van offshore parken. Zevenentwintig jaar later is het de trotse eigenaar van zo’n 525 windmolens; de Denen willen er voor 2021 nog 160 bijbouwen.

In 2015 produceerden de Deense offshore windparken rond de 2000 megawatt aan elektriciteit. Met een investering van rond de 1,7 miljoen euro per megawatt, kostten alleen de offshore molens al 3,4 miljard euro. 700 Nederlandse offshore windmolens kosten dan 4,5 miljard. Windenergie op land is ongeveer de helft goedkoper, dus zeg 1,5 miljard erbij. Dan komen we voor de windmolens uit op 6 miljard. Volgens dit artikel van Ties Joosten is Nederland slim aan het onderhandelen over de prijs van grote molenparken. Laten we daarom zeggen dat het voor 5 miljard kan.

De prijs van een standaardzonnepaneel is 120 euro, maar in miljoenenbulk krijg je ze vast voor 60 euro het stuk. Dat is dan 4,5 miljard euro. Totale investering: 9,5 miljard euro. 

Denemarken heeft mooie reducties van CO2 in de boeken staan, die in de orde van grootte vallen die het Klimaatakkoord voor ogen heeft. Maar dit land heeft een belangrijk voordeel dat wij niet hebben: het maakt al sinds 1991 aanspraak op enorme reservoirs van Noorse en Zweedse waterkracht. 

Het netto resultaat: de Duitse uitstoot is per 2016 gestegen

Als het vriest waait het immers niet genoeg om de huizen te verwarmen, en in de lange nachten schijnt de zon niet. Daarom importeert Denemarken in de winter en op windstille dagen stroom van de buren. Noorwegen en Zweden absorberen met hun waterkrachtcentrales in de zomer op hun beurt de overtollige windenergie uit Denemarken. Dit gebeurt middels een goed afgestemd onderling netwerk, dat al 27 jaar technisch en economisch verfijnd wordt. De kostprijs hiervan weet ik niet, maar het zal niet gratis zijn. 

Zonder deze Scandinavische buffer zou Denemarken net als Duitsland enorme overschotten aan elektriciteit hebben in de zomer, en in de winter extra CO2-producerende fossiele brandstoffen moeten verbranden. De windsituatie in Denemarken is dus uniek in zijn soort, en kan niet gebruikt worden als benchmark voor Nederland.

Als Duitsland gebruik had kunnen maken van de Scandinavische hydro-elektrische buffer, had het dat allang gedaan. Maar dat kan niet meer. Jammer voor Europa: Denemarken was eerst. De Scandinavische hydro-elekrische ‘batterij’ zit vol. De Duitsers exporteren daarom hun overtollige wind- en zonne-energie momenteel voor negatieve prijzen in de zomer, en importeren fossiele brandstoffen in de winter. Dit is weliswaar een overgangssituatie, maar een echte harde, opschaalbare oplossing voor dit probleem is er nog niet. 

Het Energiewende-monitoringverslag 2018 concludeert dan ook dat het de Duitsers met maximale inzet op duurzame energiebronnen gelukt is om de kerncentrales te sluiten, maar dat ze wat betreft de verlaging van de uitstoot van CO2 gefaald hebben. De onderzoekers pleiten daarom voor een betere synchronisatie van hernieuwbare energiebronnen en netcapaciteit, onder meer om de verspilling in de zomer een beetje tegen te gaan.

Met een aandeel van 31,6 procent kwam in 2016 weliswaar bijna elk derde kilowattuur in Duitsland uit hernieuwbare energiebronnen, maar het netto resultaat is dat de uitstoot van broeikasgassen bij onze oosterburen per 2016 licht was gestegen. Dit is ook de stroom die wij gaan importeren.

Een waterstofeconomie is voorlopig luchtfietserij

De reden voor deze uiterst teleurstellende resultaten is eenvoudig: Duitsland kan alle in de zomer opgewekte energie nog niet ‘oogsten’. Alleen in Denemarken kan dat, vanwege de al eerder genoemde fijnmazige aansluiting op het Scandinavische hydro-elektrische net. Totdat iemand een ‘oogst’-technologie uitvindt die schaalbaar is, bijvoorbeeld een reusachtige omzetting naar opgeslagen warmte of een brandstof, of een batterij-technologie die de enorme hoeveelheden energie die zon- en windparken genereren in de zomer aankan, blijft dat zo. Ook voor ons.

De batterijen van bijvoorbeeld Elon Musk zijn op dit moment nog geen optie. Technisch gezien kan het wel, maar alleen al de opslag van de elektriciteit die huishoudens in Nederland op één dag verbruiken, kost dan 45 miljard euro aan batterijen. Een wintervoorraadje stroom opslaan kost dan zo’n 4.000 miljard: meer dan de hele staatsbegroting tot 2030. Nog afgezien van de vraag of Musk überhaupt zoveel batterijen kan leveren.

En hoe zit het dan met waterstof als energiedrager? Welnu, zoals ik al eerder schreef: een waterstofeconomie is voorlopig luchtfietserij. Waterstofgas mag dan een prima energiedichtheid per gewicht hebben, die dichtheid is heel slecht per volume. Je hebt grotere tanks nodig om het op te slaan, dan wanneer je duurzaam aardgas zou maken. Bovendien zijn die tanks veel duurder, want waterstofgas lekt overal doorheen en heeft de vervelende neiging om opslagtanks broos te maken. Om Elon Musk aan te halen: ‘Aardgas is handiger.’

Wat de praktische toepasbaarheid betreft: ook hier hoef je alleen maar naar Duitsland te kijken. Daar zitten de beste ingenieurs ter wereld. Als het makkelijk te doen was, waren ze er echt allang op grote schaal mee bezig. Op de website van de Nationale Organisation Wasserstoff- und Brennstoffzellentechnologie (NOW GmbH) is te lezen dat het Duitse ministerie van Economische Zaken het toegepaste onderzoek naar de ontwikkeling van waterstof- en brandstofceltechnologie met ongeveer 25 miljoen euro per jaar voortzet. Dat klinkt niet als een nationaal Duits Deltaplan om de overtollige zomerenergie te ‘oogsten’. Waarschijnlijk gaat dit geld vooral naar het vergroten van het wagenpark dat op waterstof rijdt. Op de lange termijn denk ik dat een waterstofeconomie mogelijk is. Grootschalige opslag van waterstof in bijvoorbeeld zoutkoepels wordt al decennia veilig toegepast in Rusland en het Verenigd Koninkrijk. Onze infrastuctuur is er echter totaal niet op voorbereid. 11,5 jaar is te kort om dat radicaal te veranderen.

Wat afvang en opslag van CO2 betreft: daar zitten we met een enorm Not In My Backyard probleem. Google maar even op "CO2 en Barendrecht". Het enige project in Nederland dat met ondergrondse CO2 opslag bezig was, is vorig jaar gestopt. 

Van de verwachte 20,2 megaton reductie komt dus vooralsnog helemaal niets terecht. Totale reductie ten opzichte van 2018: in het gunstigste geval nul megaton. Als het tegenvalt zien we hier zelfs een stijging van enkele megatonnen CO2. 

Eindresultaat

We hebben nu om precies te zijn 33,2 miljard euro geïnvesteerd over 11,5 jaar, dus bijna 3 miljard per jaar tot 2030. Dat klopt mooi met de voorspelling van de rekenmeesters van het Klimaatakkoord.  Maar de CO2-reductie valt tegen: we zijn met alle goede wil van de wereld nog steeds een kleine 30 megaton CO2 verwijderd van de doelstelling van 48,7 megaton uit het Klimaatakkoord.

Wat heet: met een royale scheut groen wensdenken hebben we een kleine 40 procent gerealiseerd. Ik heb dit weliswaar met grove aannames berekend. Ik heb echter ook zoveel sectoren duimendik het voordeel van de twijfel gegeven, dat ik redelijk overtuigd ben: met al de inspanningen die we ons in de komende 11,5 jaar gaan getroosten, gaan we tegen 2030 in het allergunstigste geval een megaton of twintig CO2 minder uitstoten dan in 2018. En daarmee zullen we nog mijlenver verwijderd zijn van de doelen van het Klimaatakkoord.

 

Ik ben niet de eerste die dit soort sommetjes maakt. Energietransitie-deskundige Remco de Boer schreef aan het begin van deze maand al een artikel met de weinig optimistische titel De kleren van klimaatkeizer Nederland.  Energieredacteuren Bert van Dijk en Carel Grol spreken in het Financieele Dagblad van een kolossale gok.

We moeten absoluut beginnen met CO2-uitstoot reducerende maatregelen. We zijn immers een achterblijvertje in de EU. De maatschappelijke maatregelen die tot dusver genomen zijn, zoals spaarlampen en gescheiden afval inzamelen, zijn sympathiek, maar zetten weinig zoden aan de dijk. Met de vergaande maatregelen die eigenlijk genomen zouden moeten worden, maakt de staat zichzelf echter niet populair: denk aan het indelen van vlees onder een hoger btw-tarief, een flinke accijns op vliegen, invoeren van rekeningrijden, etcetera. Toch zullen we op een gegeven moment wel moeten. De maatregelen die de staat wil nemen, zijn immers niet voldoende om de doelen te halen. En géén maatregelen nemen is geen optie.

Wat het effect van CO2 op het klimaat betreft: het lijkt mij als aardwetenschapper sterk, dat je een infrarood-blokkerend gas dat 300 miljoen jaar vast heeft gelegen, binnen krap 200 jaar op planetaire schaal de atmosfeer kunt inpompen zónder dat het effect heeft op diezelfde atmosfeer. Verder: fossiele brandstoffen zijn eindig. Voor meer details, zie dit uitstekende artikel van Bart Crezee.

Maar laten we realistisch blijven wat onze doelen betreft. De targets die het Klimaatakkoord gesteld heeft voor 2030 zijn met onze huidige staat van techniek in de verste verten niet haalbaar. Laat staan een 95 procent CO2-reductie in 2050. Met een vernieuwende, opschaalbare ‘oogst’-technologie, bijvoorbeeld miraculeuze nieuwe batterijen, wordt dit verhaal snel anders, maar ik zie daar in de praktijk nog maar weinig van terug.

Bovendien doen mijn sommetjes met betrekking tot de uitstootreducties ten opzichte van 1990 me ernstig twijfelen aan de bewering dat we met 48,7 megaton minder uitstoot in 2030 ook echt 49 procent lager zitten dan in 1990. Realistischer lijkt dat we op het niveau van 1990 kunnen uitkomen.

Gouden bergen beloven mag, maar laat daar dan in ieder geval zilveren heuvels tegenover staan. Ten opzichte van onze doelstelling van 2030 kunnen we daar misschien nog van spreken; ten opzichte van de targets van 2050 zijn de te verwachten resultaten eerder bordkartonnen molshoopjes.

 

Addendum 19 juli 2018: ik heb enkele opmerkingen over hybride warmtepompen, waterstof en CO2-afvang toegevoegd. Deze informatie veranderde de uitkomst van mijn sommetjes niet.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Sam Gerrits

Gevolgd door 299 leden

Journalist en geochemicus. Deed meer dan tien jaar onderzoek in Afrika, Zuid-Amerika en op de Noordzee.

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Sam Gerrits
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren