De bouwsector vreet grondstoffen en slurpt energie. Vooral het slopen van oude woningen veroorzaakt een enorme stroom afval. De overheid wil daarom dat aannemers de ontmantelde gebouwen gaan hergebruiken. Dit 'circulair bouwen' belooft een ingrijpende omslag voor de bouwsector te worden.

    Elk jaar worden er in Nederland vele duizenden woningen gesloopt; dat levert een hoop afval op. Hout, baksteen, cement, beton, asbest, staal: het verdwijnt nog steeds grotendeels met containers tegelijk naar de her en der verspreid liggende stortplaatsen. Op die manier zijn er langzamerhand complete steden aan bouwafval gestort. Dat puin wordt afgedekt met een laag aarde en zal eeuwenlang ongebruikt blijven liggen.

    Is dat erg? De overheid vindt van wel. Bouwafval vormt namelijk zo’n 40 procent van de totale afvalstroom in Nederland. Op 19 oktober 2016 publiceerde het kabinet daarom het Rijksbrede Programma Circulaire Economie. Volgens dat programma mag de Nederlandse economie in 2050 netto geen afval meer produceren — en dat geldt net zo goed voor de bouwsector. De huidige manier van bouwen is op dit moment verantwoordelijk voor de helft van het grondstoffenverbruik in Nederland.

    Bouwafval vormt zo’n 40 procent van de totale afvalstroom in Nederland

    Naast de tastbare grondstoffen, kost de productie van al die bouwmaterialen ook nog eens buitensporig veel water en energie. Volgens het World Resources Institute is de jaarlijkse milieuschade die de bouw aanricht vergelijkbaar met de schade die wordt veroorzaakt door de totale CO2 uitstoot van woningen.

    Hergebruiken

    Om dit milieudrama op te lossen, moet bijna 100 procent van de materialen van gesloopte gebouwen worden hergebruikt. Die aanpak heet ook wel 'circulair bouwen'. Het klinkt als een bijna onmogelijke opgave, die zowel het bouwen als het slopen ernstig gaat bemoeilijken. Maar in de praktijk blijkt dat dit helemaal niet het geval hoeft te zijn. 

    Er is om te beginnen flink gerekend om te bepalen wat een woning in materialen waard is. Uit onderzoek van Woonbedrijf, een Eindhovense woningcorporatie met 32.000 woningen, blijkt dat de waarde van de materialen in een woning na zorgvuldige ontmanteling zo'n 20.000 euro bedraagt. De corporatie int nu 6 procent van dat bedrag bij de sloop. Bij veel andere corporaties staat dat percentage echter nog op nul; ondertussen betalen ze wel 20.000 tot 30.000 euro per woning voor de sloop. De potentiële opbrengsten kunnen een aanzienlijk deel van sloopkosten goedmaken.

     

    "Na een zorgvuldige ontmanteling van een woning is de waarde van de resterende materialen zo'n 20.000 euro."

    Bouwketen

    Het begrip ‘sloper’ zal naar verwachting snel verdwijnen uit de bedrijfsnamen. Er zijn al allerlei nieuwe termen in omloop: amoveren, duurzaam ontmantelen en urban mining. Maar wat betekent dat in de praktijk? Worden alle bakstenen voorzichtig uit de muur gehakt en later afgebikt? Worden kozijnen in zijn geheel losgemaakt, zodat ze in een andere woning weer kunnen worden teruggeplaatst?

    Zo’n één-op-één benadering is maar ten dele werkbaar. Dakpannen, kabelgoten, koperen leidingen, houten balken, hang- en sluitwerk en deuren kunnen vaak opnieuw worden gebruikt. Ook veel sanitairporselein kan zo opnieuw worden geïnstalleerd. Een groot deel van de materialen wordt echter op een andere manier teruggebracht in de bouwketen.

    Is werken met herwonnen materialen dan duurder of juist goedkoper dan de oude manier van werken? Fons Lustenhouwer is onderzoeker circulair bouwen bij kennisinstelling Platform 31. Hij vindt het nog te vroeg om daar een definitief antwoord op te geven: ‘Nu is het vaak nog duurder, maar de verwachting is wel dat naarmate het aanbod van dergelijke materialen groter wordt, de prijzen ervan dalen.’

    Er zijn al specialisten die zich bezighouden met duurzaam ontmantelen

    Het aanbod is op het moment inderdaad nog een groot knelpunt, maar er zijn al specialisten die zich bezighouden met duurzaam ontmantelen. Neem Michel Baars, oprichter van New Horizon, een bedrijf dat zich specialiseert in het slopen ‘nieuwe stijl’. Hij bezit geen kranen of bulldozers en heeft niet één sloper in dienst. Baars: ‘Ik ben in feite hoofdaannemer van ontmantelingsopdrachten. Het werk zelf besteed ik uit aan kleinere gespecialiseerde bedrijven.’

    Betonbreker​

    Baars is met een aantal partijen een partnerschap aangegaan. Op het gebied van hout werkt hij bijvoorbeeld samen met groothandel Stiho. Via dit bedrijf kan gebruikt hout weer worden doorverkocht. Daarbij moet je bijvoorbeeld denken aan balken en vloerdelen.

    Je kunt je afvragen wat Stiho met gebruikt hout moet. Is de markt niet veel meer geïnteresseerd in ongebruikt hout? Volgens Baars realiseert Stiho zich echter heel goed dat circulair bouwen de toekomst heeft; de door de overheid geformuleerde doelstelling garandeert dat. Dat betekent ook dat het belangrijk is om nu al een positie op te bouwen in het circulaire segment.

    De verwerking van beton is technisch een stuk moeilijker dan het verwijderen en hergebruiken van hout. New Horizon werkt daarvoor samen met een bedrijf dat een nieuw soort betonbreker heeft laten ontwikkelen en bouwen. Die machine is in staat om het beton weer helemaal te ontleden in de oorspronkelijke grondstoffen.

    Slopen kost gewoonlijk 5 tot 6 euro per ton; bij hergebruik hou je er 4 euro per ton aan over

    Baars: ‘Die machine kan om te beginnen de 15 procent cement die niet 'geactiveerd' is weer vrij maken. Dat kan weer gebruikt worden om mee te metselen of om als basis te dienen van nieuw beton. Ook het zand en het grind haalt de machine uit het beton. Het cement dat al wel geactiveerd is, kan ter versteviging weer worden toegevoegd bij het mengen van nieuw beton.’ 

    Desalniettemin blijft het hergebruiken van beton een zwakke schakel vormen. Als 15 procent van het cement namelijk niet geactiveerd is, dan is 85 procent dat dus wél. Dat is na bewerking een grijze massa zonder hechtingskracht en dus vrijwel nutteloos voor hergebruik. Zo bezien hoeven de mergelgroeven nog niet bang te zijn dat ze in de toekomst de poort moeten sluiten.

    LEGO-huis

    De bakstenen zijn voorlopig nog het grootste probleem. Het is niet rendabel om ze op grote schaal stuk voor stuk te ontdoen van cementresten, dus moeten ze anders worden verwerkt. Baars is nu in gesprek met een bedrijf in Limburg, dat van glasscherven, gebroken porselein en gemalen bakstenen nieuwe stenen kan vervaardigen.

    Baars: ‘De uitdaging is om een steen te produceren die er goed uit ziet, kwalitatief volwaardig is en in de handel ergens tussen 30 en 40 cent kost.’ De prijs is volgens Baars heel belangrijk. Het is ervan overtuigd dat het nooit iets wordt met circulair bouwen, als de hergebruikte materialen niet kunnen concurreren met de reguliere nieuwe bouwmaterialen.

    Baars neemt het werk aan en is daarbij meteen eigenaar van de materialen. Gewoonlijk kost slopen 5 tot 6 euro per ton; bij de circulaire benadering hou je er volgens Baars 4 euro per ton aan over. Hij kan in sommige gevallen een ontmanteling uitvoeren zonder kosten voor de opdrachtgever, maar de regel is dat hij tussen de 15 en 20 procent goedkoper werkt dan slopers die hun afval grotendeels storten.


    Michel Baars

    "Je moet zo bouwen dat het gebouw als een soort LEGO-huis uit elkaar kan worden gehaald."

    Baars vindt dat de architecten die nú opdrachten krijgen, eigenlijk al rekening moeten houden met de toekomstige sloop van het pand. ‘Je moet zo bouwen dat het gebouw als een soort LEGO-huis uit elkaar kan worden gehaald. Het valt me wel tegen hoe langzaam dat wordt opgepakt door de architecten. Die blijven toch nog vooral werken zoals ze altijd gewend waren.’

    Pilotprojecten

    In de corporatiesector zijn de eerste pilotprojecten inmiddels al begonnen. In Kerkrade bouwt corporatie Heemwonen in samenwerking met de gemeente aan 100 betaalbare sociale woningen. Die woningen worden gebouwd met materialen uit twee eerder gesloopte grote flatgebouwen in dezelfde wijk. Het Rotterdamse Woonbron heeft ondertussen een overeenkomst gesloten om al haar sloopprojecten circulair te laten uitvoeren via New Horizon. De corporatie heeft voor de komende jaren een sloopopgave van rond de 600 woningen.

    In Amsterdam heeft Eigen Haard in Stadstuin Overtoom 360 portiekwoningen duurzaam laten ontmantelen en er 480 appartementen voor teruggebouwd. De helft daarvan is sociale huur en de andere helft koop. Het ging om een pilotproject, waarbij zowel sloop als nieuwbouw volgens circulaire principes is uitgevoerd.

    'We hebben de meeste keukens zo weer kunnen plaatsen'

    Bij de sloop in Stadstuin Overtoom bleek dat 98 procent van de materialen weer terug de bouwketen in kon. Volgens Jurgen van de Laarschot, aanspreekpunt van het Overtoomproject van Eigen Haard, waren alleen asbest en teerhoudende materialen niet opnieuw te gebruiken. Zo’n 30 procent van de materialen die overbleven na de sloop, werd weer verwerkt in de nieuwe woningen. Van de Laarschot: ‘Maar we hebben bijvoorbeeld ook de meeste keukens zo weer kunnen plaatsen in woningen die we anti-kraak verhuren. Hetzelfde geldt voor zaken als toiletpotten en wastafels.’

    Circulariteit als milieuvisie

    Bij het Overtoomproject is een deel van de oude bakstenen hergebruikt: de nieuwe bakstenen bestaan voor 40 procent uit materiaal van oude stenen. Dat is bewust gedaan om het circulaire karakter van het project te benadrukken. De prijs van het Overtoomproject lag per woning theoretisch ongeveer 17.000 euro hoger dan bij de normale aanpak, maar dat is deels goedgemaakt door de opbrengst van de teruggewonnen materialen. De rest is gecompenseerd door het project zo efficiënt mogelijk te organiseren. De faalkosten zijn onder meer tot een minimum beperkt.

    Het zijn uiteraard niet alleen de corporaties die moeten overschakelen naar een meer circulaire aanpak. Ook private ontwikkelaars moeten de overstap maken. Een mooi voorbeeld is de bouw van 50 koopwoningen die in Venlo zijn gebouwd door een projectontwikkelaar. Venlo is sowieso een gemeente die heeft gekozen voor de circulaire aanpak: zo is het stadskantoor van de gemeente circulair gebouwd en kunnen de materialen in de toekomst eenvoudig worden teruggewonnen.

    Hoewel de plannen voor het Stadstuin Overtoom-complex al uit de periode 2009-2010 stammen en er in Amsterdam sindsdien nog geen vervolgproject is geweest, is Stadstuin Overtoom een belangrijk project gebleken. Volgens Van de Laarschot is iedere pilot bedoeld om met de reeds aanwezige ervaring aan de slag te gaan. Hij stelt dat dit project in ieder geval de beleidsvisie heeft veranderd: ‘Circulariteit is in onze milieuvisie voor de komende jaren — naast het energiezuiniger maken van de bestaande voorraad — prioriteit nummer één.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Peter Hendriks

    Gevolgd door 946 leden

    Redacteur Woningmarkt. Signaleert en analyseert problemen waarmee Nederlanders op zoek naar woonruimte worden geconfronteerd.

    Volg Peter Hendriks
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Woningmarkt

    Gevolgd door 931 leden

    In de afgelopen jaren kwam bij verschillende woningcorporaties het ene schandaal na het andere naar boven. Het bekendste geva...

    Volg dossier