Economiestudenten: schaf neoklassieke dominantie in ons onderwijs af

    Nieuwe economen moeten de klassieken kennen. Economiestudenten Joris Tieleman en Maarten Kavelaars reageren op economiehoogleraar Harrie Verbon die op FTM pleitte voor handhaving van de neoklassieke dominantie in het economieonderwijs. 'Wij willen ons denken niet vernauwen tot de huidige mode in de economische onderzoekstijdschriften.'

    Harrie Verbon, hoogleraar Openbare Financiën aan de Universiteit van Tilburg, pleit voor handhaving van de neoklassieke dominantie binnen het economieonderwijs. In een artikel  op FTM reageerde hij onlangs op een eerdere noodoproep van studenten voor meer pluriformiteit in de academische economieopleidingen. De conclusies die professor Verbon in zijn betoog trekt over de rol van het neoklassieke denken zijn echter zwart-wit. Bovendien schetst Verbon valse keuzes, waarin hij het werk van Piketty, dat hij aanhaalt, eenzijdig interpreteert. Zonder het neoklassieke denken bij het grofvuil te willen zetten, zijn wij ervan overtuigd dat diversiteit in het economisch onderwijs hoog op de debatagenda moet komen te staan. In zijn stuk betoogt Verbon dat ook binnen het neoklassieke paradigma discussie gevoerd kan worden; hij beschrijft het als 'een grote gereedschapskist waar iedereen willekeurig welk bouwwerk mee kan bouwen'.
    Verbon: neoklassiek paradigma is 'grote gereedschapskist waarmee iedereen willekeurig welk bouwwerk kan bouwen'
    Dat idee onderbouwt hij met een aantal voorbeelden van uiteenlopend en onderling botsend onderzoek. Maar het feit dat je diverse soorten bomen opgezet kunt opzetten vanuit een theorie wil nog niet zeggen dat de héle discussie binnen dat ene theoretisch kader kan worden gevoerd.

    Knellend keurslijf

    Sommige analyses, waarin bijvoorbeeld gedragseconomische, institutionele, politieke en culturele overwegingen centraal staan, kunnen maar met grote moeite in de neoklassieke mal worden geperst. Zij zijn meer gebaat bij een andere benadering. Met legosteentjes is het aantal bouwwerken dat je kunt maken ook onbegrensd, maar de gekleurde plastic staafjes en bolletjes van knexx-connect-it bieden toch weer heel andere mogelijkheden. Essay ftm - 13 oktober Professor Verbon schetst een keuze die er niet is. Hij noemt een aantal casussen waarin het neoklassieke paradigma zijn nut heeft bewezen en trekt de conclusie dat het dús de dominante theorie in het onderwijs zou moeten blijven. Dit is een vreemde gedachtesprong. Er zijn evenzoveel voorbeelden te verzinnen waarin de politieke of institutionele economie een grote bijdrage heeft geleverd aan ons denken. Waarom zijn deze ideeën in de afgelopen jaren steeds verder naar de randen van het curriculum verdreven, waarom zijn die gereduceerd tot keuzevakken in het laatste jaar? Waar halen neoklassieke economen het zelfvertrouwen vandaan om te stellen dat hun theorie de enige ware leer zou zijn?

    Meer theorieën nodig

    Zeker, de neoklassieke theorie helpt bij het verklaren en theoretisch inkaderen van een heleboel verschijnselen. Zij verdient daarmee een plek in het onderwijs. Maar vanwaar deze monopolisering? Verbon laat achterwege waarom hij andere benaderingen liever niet in het onderwijs terug ziet. De neoklassieke benadering beschrijft markten voor goederen en diensten, maar zegt weinig over productiesystemen. Daarvoor biedt de klassieke, de marxistische, of de schumpeteriaanse theorie een accurater handvat. Die beschrijft hoe mensen het meeste uit hun beschikbare middelen halen (nutsmaximalisatie), maar zegt weinig over hoe inkomensverdelingen tot stand komen, iets waarvoor de politieke economie geschikter is. De theorie zegt weinig over hoe aankoopbeslissingen in de praktijk worden genomen; bij dit vraagstuk is de gedragseconomie ons beter van dienst. Ze levert een geabstraheerd model van het financiële stelsel, maar hoe een bank er van binnen uitziet blijft in ons onderwijs een complete black box. Dit zou bijvoorbeeld opgelost kunnen worden door aandacht te besteden aan de institutionele of culturele economie (Zie daarvoor onder meer het boek Fool's Gold, van Financial Times journalist Gillian Tett).

    Bredere basis

    Waarom wil professor Verbon dat wij al deze belangrijke vraagstukken in onze eigen tijd uitzoeken? Hoe wil hij verantwoorden dat Tilburgse economiestudenten pas in het derde jaar ontdekken dat er naast de neoklassieke wijze ook nog andere manieren zijn om over de economie na te denken? En waarom krijgen pluralistische ideeën slechts ruimte binnen het vak Geschiedenis van Economisch Denken, waardoor zij als historische fenomenen en niet als hedendaagse alternatieven neergezet worden? Waarom laat het programma studenten pas in het laatste blok van de bachelor kennismaken met gedragseconomie en ook nog alleen als studenten dat zelf willen? En waarom kunnen studenten slechts in hun eigen tijd meer te weten komen over het ontstaan van instituties (d.m.v. de institutionele economie) en politieke machtsverhoudingen in de economie (middels de politieke economie)? Op al deze essentiële vragen is professor Verbon ons tot nu toe helaas het antwoord schuldig.

    Piketty

    Daarbij komt dat professor Verbon het werk van Thomas Piketty onterecht aanvoert als 'bewijs' voor de noodzaak van een onderwijs dat is gemonopoliseerd door het neoklassieke denken. Verbon: 'Het is, met andere woorden, tamelijk ondenkbaar dat Piketty zijn dramatische resultaten betreffende inkomensverdeling tussen arbeid en kapitaal had kunnen bereiken als hij geen weet van de neoklassieke theorie zou hebben gehad.' Dat zijn wij met hem eens. Tegelijkertijd is het echter ondenkbaar dat Piketty zijn onderzoeksresultaten context had kunnen geven zonder gebruik te maken van andere stromingen en disciplines.
    Verbon stelt zelf dat Piketty gebruik heeft gemaakt van zienswijzen uit verschillende economische stromingen
    Zoals Verbon zelf al stelt, heeft Piketty hierin gebruik gemaakt van zienswijzen uit verschillende economische stromingen, waarin hij zelfs 18e- en 19e-eeuwse romans bestudeerd heeft. Sterker nog: zonder (neo-)marxistische ideeën over de rol van ongelijkheid en het maatschappelijke belang hiervan was Piketty wellicht niet eens op het idee gekomen het Kapitaal te schrijven. Zie hier de kern van het pluralisme: het is niet onze bedoeling om de neoklassieke theorie te demoniseren omdat zij dominant is. Integendeel. Zoals Piketty laat zien vullen verschillende disciplines en benaderingen elkaar aan en geeft pluralisme economische analyses op deze manier hun broodnodige maatschappelijke context. Bovendien is het publiceren van onderzoek in wetenschappelijke tijdschriften niet het enige dat wij in onze economiestudie willen leren. Wij doen een universitaire studie om fundamenteel na te leren denken. Van de studenten die professor Verbon in de collegezaal aantreft, zal zo’n 98 procent niet op de universiteit blijven om in vakbladen te gaan schrijven.
    Wij doen een universitaire studie om fundamenteel na te leren denken
    En zoals Keynes ons al meegaf: 'A study of the history of opinion is a necessary preliminary to the emancipation of the mind.' Wij willen een brede blik op het economisch systeem meekrijgen, zodat wij zelf in staat zijn onze identiteit te ontwikkelen. Wij willen de verschillende stromingen in de economie leren kennen en ons denken niet vernauwen tot de huidige mode in de economische onderzoekstijdschriften.

    Nú een debat nodig

    Hoe zou zo’n curriculum er uit kunnen zien? Een aanzet is gegeven door het Institute for New Economic Thinking (INET). Dat instituut heeft een bachelorprogramma geschetst dat is opgezet vanuit het principe van diversiteit. Het geschetste programma is verre van perfect en wordt nog steeds flink gedomineerd door de neoklassieke school. De eerste stap is echter gezet. Juist daarom is er nu debat nodig over hoe aan de vervolgstappen vormgegeven kan worden. Alleen door een open debat te voeren, waarin verschillende stromingen open staan voor elkaars ideeën, kan werkelijke diversiteit bereikt worden. We willen het debat dat het INET op dit specifieke punt aangejaagd heeft een vervolg geven door verder het gesprek aan te gaan met professor Verbon en andere onderwijsmakers aan de Nederlandse economiefaculteiten. Het economisch onderwijs van degenen die ons land zullen gaan besturen is te belangrijk om gemonopoliseerd te worden door één set ideeën. Dit essay is geschreven door Joris Tieleman en Maarten Kavelaars. Beiden zijn lid van SIREN (Student Initiative for Rethinking Economics in the Netherlands), een groep studenten die pleit voor meer diversiteit in het economieonderwijs. Maastrichtse studenten van SIREN plaatsten eerder deze oproep tot diversiteit op ftm, waarop professor Verbon reageerde.
    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 160 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg deze columnist
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren