Moneyland Nederland

Belastingontwijking: leuker kunnen ze het op de Zuidas niet maken. Wel makkelijker. Lees meer

Er bestaat een wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, geld kan oppotten en ongestoord kan uitgeven, zonder ooit gepakt te worden.

 

Schrijver en journalist Oliver Bullough doopte deze wereld ‘Moneyland’ en schonk ons daarmee een fantastisch concept om de schimmige offshore-wereld beter te begrijpen. Follow the Money zoekt uit welke rol Nederland speelt bij doorgeleiden van schimmige en ongeoorloofde geldstromen. Welke bankiers, fiscalisten en advocaten steken corrupte regimes, fraudeurs en oligarchen de helpende hand toe?

29 Artikelen

Beeld © Matthias Leuhof

Hoe Uber via Nederland nog altijd belasting ontwijkt

Techbedrijf Uber gebruikt verschillende fiscale trucs om via Nederland winstbelasting te ontwijken. Een interne lening van 16 miljard dollar uit Singapore roept vragen op: volgens experts gaat het om een 'onzakelijke' constructie. Europarlementariër Paul Tang wil dat Brussel een onderzoek instelt.

Lees of luister het hele verhaal (9 min.)
Lees de snelle versie
Je leest een experiment: een korte versie van ons onderzoeksverhaal. Wil je liever het hele verhaal lezen? Klik dan hier.

Ze behoren tot de weinigen die zich na de avondklok nog buiten mogen vertonen: de bezorgers van Uber Eats. Grijze tas op de rug, smartphone in de hand, werkgeversverklaring op zak, ook al zijn ze strikt genomen dan zzp’er. Dat hun aantal in het afgelopen jaar fors toenam, is niet zo gek. Net als hun collega's van Thuisbezorgd en Deliveroo helpen de zwoegende Uber-fietsers Nederlanders in coronatijd nog af en toe een maaltijd van buiten de deur te eten.

Voor techbedrijf Uber is het een pandemie met twee gezichten. Doordat restaurants hun deuren moesten sluiten, is het aantal gebruikers van de Uber Eats-app wereldwijd hard gegroeid. In het derde kwartaal van 2020 verwerkte de app bijna tweeënhalf keer zoveel bestellingen als een jaar daarvoor; de hoeveelheid aangesloten restaurants groeide met 70 procent. Tegelijk is het aantal geboekte taxiritten via de Uber-app, de belangrijkste tak van het imperium, met zeker de helft gedaald. Zonder openbaar leven hebben veel minder mensen behoefte aan een taxi.

Door de terugval in taxiritjes noteerde de Amerikaanse techgigant in het halfjaar na maart 2020 een verlies van zeker 4 miljard dollar. Het zag zich gedwongen 7.000 werknemers te ontslaan, ongeveer een kwart van het totale personeel. Verliesgevende activiteiten in e-bikes, zelfrijdende auto's en vliegende taxi's werden verkocht.

Hoe slecht het jaar 2020 precies was blijkt aanstaande woensdag, als Uber in San Francisco de jaarcijfers presenteert. Volgens topman Dara Khosrowshahi is de corona-ellende gelukkig bijna voorbij. Met de komst van de vaccins zal het aantal taxiritten dit jaar weer flink gaan groeien, waardoor Uber ook weer winst zal maken. ‘De laatste maanden zijn voor ons allemaal zwaar geweest,’ zei hij bij de publicatie van de laatste kwartaalcijfers in november. ‘Maar ik ben optimistischer over Ubers toekomst dan ooit.’

Wat daarbij helpt, is dat Uber voor zichzelf een zeer gunstige fiscale structuur heeft ingericht. In die structuur speelt Nederland een sleutelrol. Via een nieuwe holding in Amsterdam — opgericht in 2019 — past Uber verschillende fiscale trucs toe om de winstbelasting zo laag mogelijk te houden. Dat blijkt uit onderzoek van Follow the Money.

Dossier

Dossier: Moneyland Nederland

Follow the Money doet verslag van de wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, ongestoord geld kan oppotten en uitgeven.

Volg dit dossier

Kantoor aan de Amstel

Het kantoor van Uber in Nederland speelt al vanaf de begindagen een cruciale rol in de bedrijfsvoering van de techgigant. Sinds 2012 vallen alle wereldwijde dochterbedrijven, behalve die in de VS, onder een Nederlandse holding. Dus of klanten nou een taxirit afrekenen in Buenos Aires, Tokio of Nairobi, de transactie wordt op papier in Nederland geboekt en de inkomsten stromen naar Amsterdam. Hetzelfde geldt voor maaltijden die klanten via de Uber Eats-app bestellen.

In het kantoor nabij station Amsterdam Amstel werken meer dan duizend mensen, veelal expats. Kort voor de coronacrisis uitbrak was Uber van plan te verhuizen naar een luxueuze campus in Amsterdam-Zuid, waar plek zou zijn voor 3.000 werknemers. Beleidsmakers zijn blij met Ubers aanwezigheid, want die vergroot het aanzien van Amsterdam als internationale tech-hoofdstad. Niet voor niets zetten meerdere VVD-zwaargewichten, onder wie Neelie Kroes, zich de afgelopen jaren in voor de Europese belangen van Uber.

Zelf had het techbedrijf een andere reden om zijn internationale hoofdkantoor in Amsterdam te vestigen. Uber zit hier om belasting te ontwijken. Door de wereldwijde rechten op het intellectueel eigendom in een zogeheten commanditaire vennootschap te parkeren, en die vervolgens op Bermuda te vestigen, kon Uber jarenlang miljarden euro's onbelast door Nederland sluizen. Het geld stroomde in de vorm van royalty's richting Bermuda - waar het tarief voor de winstbelasting nul is.

‘Nederland blijft voor bedrijven heel interessant als doorstroomland’

Uber maakte nooit een geheim van deze constructie: naar eigen zeggen gebruikte het bedrijf gewoon dezelfde sluiproute als andere multinationals. ‘Onze belastingstructuur is waarschijnlijk het minst innovatieve aan Uber,’ zei een woordvoerder van het bedrijf in 2015 tegen tijdschrift Fortune. ‘Het is de standaardaanpak die de meeste multinationals hanteren.’

In april 2019 gooide Uber zijn fiscale structuur om, naar eigen zeggen om te ‘blijven voldoen aan de eisen van de nieuwe wereldwijde belastingomgeving.’ De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) introduceerde in 2015 een aantal maatregelen die belastingontwijking door multinationals moesten stoppen. Eind 2018 volgde de Nederlandse regering met nieuwe wetgeving. Het kabinet introduceerde per 1 januari 2021 een zogeheten bronbelasting op rente en royalty's die via Nederland naar een belastingparadijs stromen. Hierdoor werd ook de fiscale constructie van Uber geraakt.

‘Ons land moet niet alleen maar gebruikt worden voor doorstroom naar belastingparadijzen,’ zei toenmalig staatssecretaris van Financiën Menno Snel (D66) bij de invoering van de maatregelen. ‘Met de bronbelasting op rente en royalty’s pakken we deze praktijk heel gericht aan. Dit betekent een belangrijke, forse stap in de strijd tegen belastingontwijking.’

Bronbelasting op Nederlandse sluiproute

Het kabinet Rutte-III, inmiddels demissionair, noemde vanaf haar aantreden in 2017 de strijd tegen belastingontwijking ‘een van de speerpunten van dit kabinet’. In november 2018 kondigde toenmalig staatssecretaris van Financiën Menno Snel (D66) aan dat geldstromen door Nederland strenger belast gingen worden. Ten eerste kwam er vanaf 1 januari 2021 een bronbelasting op rente en royalty's die bedrijven door Nederland richting 25 belastingparadijzen sturen. Het gaat om jurisdicties met een winstbelasting van minder dan 9 procent.

Door deze maatregel zou een jaarlijkse geldstroom van 22 miljard euro aan rente en royalty's door Nederland opdrogen, verwachtte het kabinet. De opbrengst van de nieuwe bronbelasting zou nul euro zijn, omdat bedrijven hun fiscale routes waarschijnlijk vóór 1 januari 2021 zouden aanpassen. Het ging het kabinet dan ook vooral om de reputatie van Nederland als fiscale vrijhaven: ‘Nederland zal [...] naar verwachting dalen op de ranglijsten van landen met de potentie een doorstroomland te zijn,’ schreef Snel aan de Tweede Kamer.

Maar experts wijzen erop dat multinationals nog altijd veel mogelijkheden hebben om fiscale routes via Nederland te gebruiken. Zo worden rente- en royaltystromen richting landen als Luxemburg, Zwitserland en Singapore onder de nieuwe wetgeving niet belast. Vanaf 2024 wil Nederland ook belasting gaan heffen op dividendstromen richting belastingparadijzen.

Lees verder Inklappen

In augustus 2019 meldde Bloomberg echter dat Uber vrij eenvoudig een nieuwe manier had gevonden om via Nederland winstbelasting te ontlopen. Het bedrijf haalde de rechten op het intellectueel eigendom, die in Bermuda waren ondergebracht, terug naar Nederland. Door deze verplaatsing creëerde Uber in Nederland een fiscale aftrekpost van 6,1 miljard dollar, waarmee het bedrijf nog jarenlang de winstbelasting kan drukken.

Die nieuwe route leidde tot ophef in de Tweede Kamer, omdat Uber zo nog altijd op grote schaal belasting kon ontwijken. De geldstroom door Nederland werd er ook niet kleiner van: in 2018 sluisde Uber ruim 5 miljard dollar omzet via Nederland, in 2019 ging het om 5,8 miljard dollar.

Volgens Terence Vink, fiscalist en partner bij Taxwise Advocaten, is het logisch dat Uber na de introductie van nieuwe wetgeving gemakkelijk een andere belastingroute vond. ‘De bronbelastingen op rente en royalty's die Nederland geïntroduceerd heeft, zijn symboolpolitiek. Het kabinet wil graag laten zien dat het iets tegen ontwijking doet, maar Nederland blijft voor bedrijven heel interessant als doorstroomland. Je zoekt dan een andere constructie. Dat is niet zo heel spannend, gewoon een kwestie van tax planning.’

Interne lening van 16 miljard

Maar de aftrekpost van 6,1 miljard dollar was niet de enige fiscale handigheid die Uber in 2019 introduceerde, blijkt uit onderzoek van FTM. De intellectuele eigendomsrechten die Uber vanuit Bermuda naar Nederland haalde, bracht het bedrijf onder in een nieuwe holding, Uber NL Holdings 1 BV. Onder deze holding vallen sindsdien alle activiteiten buiten de VS.

De nieuwe holding heeft een moederbedrijf in Singapore, genaamd Uber Singapore Technology Pte. Ltd. In april 2019 leende het Nederlandse dochterbedrijf 16 miljard dollar bij zijn Singaporese moeder; volgens het jaarverslag ‘in verband met de reorganisatie van de groep’. Uber wil niet zeggen wat het hiermee precies bedoelt: het bedrijf weigerde vragen van FTM te beantwoorden. Volgens twee belastingexperts die FTM raadpleegde, betaalde Uber met de geleende 16 miljard vermoedelijk de ‘aankoop’ van de intellectuele eigendomsrechten uit Bermuda.

Uit het jaarverslag blijkt dat het gaat om een aflossingsvrije lening met een looptijd tot 2039. De jaarlijkse rente bestaat uit een basispercentage plus een opslag van 6 procent; in de praktijk komt dat neer op een rente van rond de 8 procent per jaar. Dat is relatief hoog: op andere kredieten betaalde Uber de afgelopen jaren tussen de 3 en 3,75 procent rente.

Als gevolg van dat hoge rentepercentage bedragen de jaarlijkse rentelasten op de lening ongeveer 1,3 miljard dollar. Deze kosten drukken op de winst die Uber in Nederland noteert. Stel dat Uber zónder deze interne lening precies 1,3 miljard dollar winst zou maken, dan komt de winst door deze rentelast op nul uit. Het Nederlandse tarief voor de vennootschapsbelasting is 25 procent, dus in dat geval omzeilt Uber 325 miljoen dollar winstbelasting.

Volgens het Centraal Planbureau en de Europese Commissie behoren zulke interne leningen tot het standaardrepertoire van belastingontwijkende bedrijven. In principe is het een legale constructie, maar dan moet hij wel voldoen aan het zogeheten arm's length-beginsel. Dat wil zeggen: als de lening verstrekt zou zijn door een externe partij, bijvoorbeeld een bank, dan zouden dezelfde voorwaarden moeten kunnen gelden. Anders gezegd, het moet een zakelijke lening zijn.

Fiscalist Terence Vink betwijfelt of dat hier het geval is. ‘Wat deze lening met name niet-zakelijk maakt, is het aflossingsvrije karakter ervan tot en met 2039. Geen enkele onafhankelijke partij zou hiervoor een aflossingsvrije lening verstrekken met een looptijd van twintig jaar.’ Vink noemt ook de hoge rente opmerkelijk, ‘maar die zou je nog kunnen verklaren doordat op de lening onvoldoende zekerheidsrechten die gevestigd kunnen worden.’

Jan van de Streek, hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit van Leiden, begrijpt de vraagtekens. 'Het vaststellen van de verrekenprijzen voor zulke interne transacties is geen exacte wetenschap, er zit altijd wat ruimte om te marchanderen. Of hier de grenzen echt zijn overschreden, vergt onderzoek naar vergelijkbare leningen in de markt. Als geen bank de lening onder deze voorwaarden zou verstrekken, mag Uber de rente überhaupt niet van de winst aftrekken.'

Saillant detail is dat de Europese Commissie momenteel onderzoek doet naar IKEA wegens een vergelijkbare interne lening. Het Zweedse meubelconcern verplaatste in 2011 zijn merkrechten van Luxemburg naar Nederland. De Nederlandse IKEA-tak financierde die ‘aankoop’ met een lening van 9 miljard euro, verstrekt door een moederbedrijf in Liechtenstein. Deze aflossingsvrije lening had een looptijd van 12 jaar en de jaarlijkse rente bedroeg 6 procent.

‘Hieruit blijkt dat de Nederlandse bronbelasting op rente en royalty's niet effectief is’

De Europese Commissie begon in 2017 een onderzoek naar het ‘zakelijkheidsbeginsel’ van deze lening: zou een bank IKEA ook zomaar 9 miljard euro hebben uitgeleend om de aankoop van intellectuele eigendomsrechten te financieren?

Dat de Nederlandse fiscus vooraf goedkeuring gaf aan die transactie, komt volgens Brussel mogelijk neer op illegale staatssteun. Het Brusselse onderzoek naar IKEA loopt nog en werd afgelopen zomer zelfs uitgebreid.

Europarlementariër Paul Tang (PvdA), voorzitter van de belastingcommissie in het Europees Parlement, is verontwaardigd over de leningconstructie bij Uber. ‘Hieruit blijkt dat de Nederlandse bronbelasting op rente en royalty's niet effectief is,’ zegt hij. ‘Het is nog steeds veel te eenvoudig om inkomsten weg te sluizen via landen die niet op de zwarte lijst staan, zoals Singapore. Dat heeft op papier weliswaar een winstbelastingtarief van 17 procent, maar is in werkelijkheid een spil in de belastingontwijkingsindustrie.’

Tang wil dat de Europese Commissie een onderzoek instelt, net als nu bij IKEA gebeurt. ‘Sinds de IKEA-lening moet toch duidelijk zijn dat dergelijke leningvoorwaarden, zoals een rente van meer dan 6 procent, op zijn minst twijfelachtig zijn. Dit is voor mij alle reden om de Europese Commissie schriftelijk te vragen om de praktijk van Uber op de korrel te nemen. Deze praktijken moeten we een halt toeroepen.’

2 miljard dollar voor R&D

Naast de rentelasten kent de Nederlandse Uber-tak nog een grote kostenpost: investeringen in onderzoek en ontwikkeling, ook wel bekend als Research and Development (R&D). Uit het jaarverslag over 2019 blijkt dat de Nederlandse holding hiervoor 2 miljard dollar betaalde aan het Amerikaanse moederbedrijf.

Die transactie gebeurde op basis van een interne overeenkomst, ‘waarbij kosten die gemaakt worden door [het Amerikaanse moederbedrijf], voornamelijk gerelateerd aan R&D, worden toegewezen aan bedrijven binnen de Groep die van deze uitgaven profiteren,’ aldus het jaarverslag. Ook deze kosten drukken op de winst van de holding.

De totale R&D-kosten van Uber bedroegen in 2019 2,45 miljard dollar. In de praktijk betekent dit dus dat veruit de meeste R&D-kosten die Uber wereldwijd maakt, in Nederland worden geboekt.

Volgens hoogleraar Van de Streek kan het logisch zijn dat deze kosten aan Nederland worden toegerekend: ‘Als het bedrijfsmodel van Uber zo in elkaar zit dat de belangrijkste functies op het gebied van R&D in Nederland worden uitgeoefend, horen die kosten fiscaal bezien in Nederland thuis.’

Maar dat wordt volgens hem anders als het kloppend hart van Ubers R&D zich níet in Nederland bevindt. ‘Een van de pijlers van de internationale strijd tegen belastingontwijking is nou juist dat intellectuele eigendomsrechten niet meer van de mensen kunnen worden losgekoppeld die zich bezighouden met het ontwikkelen, beschermen en exploiteren van die rechten.’

Amrit Segwobind, die zich als bestuurder bij FNV Taxi bezighoudt met het Uber-personeel, zet om deze reden vraagtekens bij de constructie: volgens hem vindt het R&D-werk niet echt in Nederland plaats, maar in Silicon Valley en — in toenemende mate — in India. ‘Mijn beeld, op basis van tientallen gesprekken met engineers en ontwikkelaars, is dat er in Nederland hooguit tien van hen bezig zijn met de app en het algoritme. De rest houdt zich bezig met het onderhouden van betalingsverkeer en de interne IT-infrastructuur.’

Ook de Nederlandse Belastingdienst plaatst vraagtekens bij de fiscale constructies die Uber hanteert. Het Amerikaanse moederbedrijf Uber Technologies meldde in het laatste jaarverslag dat de fiscus onderzoek doet naar de belastingaangiftes in de jaren 2013-2019.

Uit de boeken van de Nederlandse holding blijkt dat Uber een bedrag van 1,1 miljard dollar heeft gereserveerd voor mogelijke naheffingen, maar het is niet duidelijk of dat alleen Nederland betreft. Ook de Amerikaanse, Britse, Braziliaanse, Indiase en Australische belastingdienst doen namelijk onderzoek naar de fiscale praktijken van Uber.

De nieuwe Nederlandse holding maakt vooralsnog geen winst. Mede door de rentelasten op de Singapore-lening en de fors gestegen R&D-kosten noteerde Uber NL Holdings 1 BV in 2019 zelfs een nettoverlies van 4,6 miljard dollar. Dit verlies geeft Uber opnieuw het recht om in de toekomst een fors bedrag aan winstbelasting af te trekken. De aftrekpost waarmee Uber de komende jaren eventuele winsten kan compenseren, was eind 2019 gestegen naar 6,7 miljard dollar, blijkt uit het jaarverslag.

Dus ook als Uber vanaf dit jaar weer winst gaat maken, zoals ceo Khosrowshahi verwacht, betaalt het bedrijf in Nederland nog nauwelijks winstbelasting. De vroeger zo profijtelijke Bermuda-route is vervangen door een nieuwe constructie met Nederland als fiscale draaischijf.

Jan Vleggeert, hoogleraar belastingrecht in Leiden, verbaast dat niet. Hij noemde de nieuwe bronbelasting op rente en royalty's in 2018 al een ‘tot mislukken gedoemde PR-stunt van het kabinet’. ‘Ik kijk daar nu niet heel anders tegenaan,’ zegt Vleggeert aan de telefoon. ‘Je kunt niet zeggen dat het niets doet, maar er zijn veel forsere maatregelen denkbaar. De lijst met belastingparadijzen die Nederland hanteert is nogal incompleet, er staan te weinig landen op om het effectief te laten zijn. Een bedrijf kan de ene structuur gewoon inruilen voor een andere, die net zo makkelijk werkt.’

Follow the Money heeft Uber meermaals om een reactie gevraagd. Het bedrijf wilde niet ingaan op inhoudelijke vragen. De woordvoerder van Uber verwees naar een verklaring die het bedrijf in 2019 aan Bloomberg gaf. Hierin meldde Uber dat het 'zich blijft inzetten voor openheid en transparantie met belastingautoriteiten over de hele wereld'. Ook blijft Uber ‘trouw aan zowel de letter als de geest van de wetten in de vele rechtsgebieden waarin het actief is,’ volgens die verklaring. ‘Ik heb hier geen verdere informatie aan toe te voegen,’ aldus de woordvoerder.