Beeld door Matthew Henry (via Unsplash)
© CC0 (Publiek domein)

Nieuwe gedragscode banken: ondernemers trekken weer aan het kortste eind

    De crisisjaren hebben pijnlijk duidelijk gemaakt dat de rechtspositie van ondernemers ten opzichte van banken drastisch moet worden verbeterd. Om strengere wetgeving te voorkomen, zetten banken in op zelfregulering. Maar daar schieten ondernemers weinig mee op — en de banken zelf verspelen hun krediet.

    Naar herstel van vertrouwen. Dat was de titel van het rapport dat de commissie-Maas in 2009 in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Banken had geschreven. Het vertrouwen in het bankwezen was door de kredietcrisis verdampt; er moest iets veranderen, zo luidde de conclusie. Niet alleen ten aanzien van de beheersing van financiële risico’s, maar ook in de aard van de banken zelf. Cultuur en gedrag, dáár moest iets aan gebeuren. Dat vonden ook toezichthouder DNB, en de klanten van de banken zelf. En dus kwamen de banken in 2010 met een eigen code.

    Maar het vertrouwen herstelde niet. Integendeel: voor tienduizenden ondernemers in het mkb moest toen het ergste nog beginnen. Zij kijken met bittere gevoelens terug op de rol die hun bank in die moeilijke recessie-jaren speelde. Ze werden het slachtoffer van complexe financiële derivaten die ze moesten afnemen. Anderen belandden in de hardvochtige kerkers van het bijzonder beheer van de banken. Het belang van de klant ging volgens de code voortaan boven alles, maar in de praktijk merkten ondernemers daar niets van.

    Luisteren is nooit de sterkste kant van banken geweest. Dat blijkt ook nu weer, ruim tien jaar na het begin van de kredietcrisis. Er ligt alweer een nieuwe gedragscode klaar, die volgens de banken tot stand is gekomen in overleg met ondernemersorganisaties, de AFM en de ministeries van Economische Zaken en Financiën. Gepraat is er inderdaad volop. Maar van de kritische geluiden en suggesties die van verschillende kanten zijn gemaakt, blijkt weinig te zijn doorgedrongen. Althans, veel suggesties voor verbetering hebben de eindversie niet gehaald.

    Bescherming

    De ministeries van Economische Zaken en Financiën erkennen dat zo’n 400 duizend kleinzakelijke ondernemers en circa een miljoen ZZP’ers betere bescherming nodig hebben tegenover de banken. Het uitgangspunt daarbij is dat ondernemers met een beperkte omzet en ‘kleine’ financiering meer zekerheid zouden moeten krijgen, en minder overgeleverd zouden moeten zijn aan de grillen van hun bank. Hun positie zou vergelijkbaar moeten zijn met die van consumenten, die wél worden beschermd. Deze ondernemersgroep is weinig weerbaar tegenover haar bank, terwijl met de continuïteit van kleinzakelijke bedrijven wel het overgrote deel van de werkgelegenheid in ons land in het geding is. Alleen al om die reden verdienen ze betere bescherming. 

    "Er is totaal niet met ondernemers over deze gedragscode gesproken"

    De banken hebben zich altijd tegen een wettelijke regeling verzet. In hun optiek zal dat de financierbaarheid van ondernemers beperken en duurder maken. Samen met MKB-Nederland heeft de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) zich daarom sterk gemaakt voor zelfregulering door middel van een nieuwe, door banken voor te stellen gedragscode. Aan de definitieve versie die nu gepresenteerd is – getiteld Gedragscode Kleinzakelijke Financiering – heeft de bankensector ruim een jaar gewerkt. Er zijn twee informatiebijeenkomsten georganiseerd voor geïnteresseerden, zoals alternatieve financiers, schuldhulpverleners en dergelijke. In beide gevallen was ik daar zelf ook aanwezig om feedback te geven.

    Voor een belangrijk deel wijt ik de tekortkomingen in deze gedragscode aan het feit dat er totaal niet met ondernemers over is gesproken. Tijdens de laatste bijeenkomst vertelde een direct betrokken topbankier desgevraagd dat binnen zijn bank alleen uitgebreid overleg was gevoerd met voor klanten eindverantwoordelijke functionarissen. Die weten volgens hem ‘heel goed wat er onder hun klanten leeft’. Mijn verbazing daarover werd niet gedeeld en de suggestie om alsnog met ondernemers zelf in gesprek te gaan, werd vriendelijk doch beslist afgewimpeld.

    Onvoldoende oog voor ondernemers

    Op 19 april 2017 schreef ik hier op Follow the Money al een column naar aanleiding van de eerste informatiebijeenkomst. De toenmalige sterk bekritiseerde conceptversie is sindsdien wel wat verbeterd. In eerste instantie zou de gedragscode alleen gelden voor bedrijven met een omzet tot maximaal 2 miljoen euro. De belangrijkste verbetering is dat dit omzetplafond na commentaar verhoogd is naar 5 miljoen euro. Daarnaast zijn enkele oorspronkelijk uitgesloten gebruikelijke financieringsvormen nu wel meegenomen, zoals debiteuren financiering via factoring en financial lease. En er komt via het Kifid een laagdrempelig geschillenloket. Op zich is dat allemaal positief te noemen.

    Deze code is opgesteld vanuit het perspectief van de bank

    Deze gedragscode zal over drie jaar door een nog niet nader benoemd onafhankelijk onderzoeksbureau worden geëvalueerd. Wat mij betreft mag dat al eind 2018 gebeuren, want er valt nog enorm veel aan de code te verbeteren. Deze gedragscode is onvoldoende afgestemd op de belangen van de doelgroep. Sterker: zij is opgesteld vanuit het perspectief van de bank. Ik beperk me hierna tot een aantal opvallende issues en enkele voor de hand liggende kritische suggesties en verbeterpunten. Daarover konden de banken het onderling niet eens worden en daarom hebben ze de eindversie niet gehaald.

    Omzetcriterium

    In ons land worden ca. 60.000 bedrijven met 10-50 medewerkers en een omzet tot 10 miljoen euro standaard tot de kleinbedrijven gerekend. Desondanks kunnen zij hun bank onder de nieuwe gedragscode nu niet aanspreken, terwijl een omzetcriterium bar weinig zegt over het financiële kennisniveau van de ondernemer. Ook zegt omzet niets over de omvang van de resultaten en de financiële ruimte om professionele hulp in te schakelen bij een dispuut met een bank.

    De banken hebben een volstrekt redelijke suggestie van toezichthouder AFM tijdens de laatste bijeenkomst jammer genoeg genegeerd. AFM stelde voor om in de gedragscode vast te leggen dat ook ondernemers met een omzet tussen de 5 en de 10 miljoen euro de gelegenheid zouden krijgen om desgewenst deze gedragscode op hun financieringen van toepassing te laten verklaren. Wie kan daar nou iets tegen hebben? Het kwam er niet door.

    Aflopen rentevaste periode

    In de nieuwe gedragscode worden een aantal bancaire procedures uitgelegd. Met het informeren daarover wordt de klanten echter geen verbeterde positie geboden. Neem bijvoorbeeld het aflopen van een rentevaste periode op een lening. Minimaal vier weken voor de afloop van een rentevaste periode op een lening beloven de banken een nieuw vast rentevoorstel uit te brengen. Andere rente-opties worden niet standaard aangeboden. Slechts ‘op verzoek van de klant’ wordt verder een toelichting op dat voorstel gegeven. Indien zo’n voorstel niet wordt geaccepteerd, moet door de ondernemer op de vervaldatum algeheel worden afgelost.

    Dat is niet alleen een gemiste kans, het is ook niet in het belang van de klant

    Dat is niet alleen een gemiste kans, het is ook niet in het belang van de klant. Een termijn van vier weken is voor bedrijven veel te kort voor een heroriëntatie, laat staan voor een eventuele her-financieringsaanvraag of om een concurrerend voorstel bij een andere geldschieter te vragen. Dit leidt tot gedwongen winkelnering.

    Een klantgerichte aanpak zou zijn geweest om ondernemers zes maanden van tevoren te herinneren dat hun vaste rente gaat aflopen en uiterlijk vier weken voor de afloopdatum standaard de keuze te bieden uit meerdere rente-opties. Zo’n werkwijze zou ondernemers meer tijd en gelegenheid bieden om alternatieven te bezien en om onder die gedwongen winkelnering uit te komen als ze het rentevoorstel onacceptabel vinden. Ook mijn eigen suggestie om binnen drie maanden na een herziening van vaste rente alsnog een kosteloze overstap naar een andere financier mogelijk te maken, is genegeerd.

    Black box

    Sowieso valt op dat de nieuwe gedragscode er niet standaard van uitgaat dat de klant optimaal geïnformeerd behoort te worden. Pas op verzoek van de klant zullen banken nadere informatie verstrekken over de samenstelling en de hoogte van gewijzigde rentepercentages, provisies of dossierinformatie. Ook wordt alleen op verzoek een eventuele afwijzing van een kredietaanvraag schriftelijk gemotiveerd en worden pas op verzoek de eventuele mogelijkheden tot optimalisering van een aanvraag gemeld. Dat zijn stuk voor stuk gemiste kansen om ondernemers in staat te stellen zelf verbeteringen door te voeren. Opnieuw trekt de bank dan vaker aan het langste eind.

    Nog een voorbeeld is bijzonder beheer, ook zo’n heikel punt dat veel aandacht krijgt in de gedragscode. Zo behouden banken zich het recht voor om samen met de klant tot afspraken te komen die – naar het oordeel van de bank en op basis van door de bank gesignaleerde – risico’s op wanbetaling moeten verkleinen. Zélfs als er op dat signaalmoment nog geen sprake is van achterstanden. Dat klinkt redelijk. Maar dit is wél het voorportaal voor het beruchte bijzonder beheer. De criteria waarop de bank zich in deze gevallen baseert zijn voor de ondernemers een black box. Ondernemers die ermee te maken hebben gehad, hebben vaak het gevoel gehad overgeleverd te zijn aan willekeur en machtsmisbruik.

    "Zelfregulering lijkt een poging om de ministeries van Economische zaken en Financiën zand in de ogen te strooien"

    Over bijzonder beheer gesproken. Wanneer de bank zijn ‘ziekenboeg’ inschakelt worden alle afspraken (vaak ‘voorschriften’) vanaf dat moment aan de klant bevestigd. Waarom is niet opgenomen dat dit standaard bij álle klantcontacten gebeurt? Wat verzet zich tegen het met de klant delen van alle gespreksverslagen zodat gemaakte afspraken vastliggen? Ook suggesties in die richting voor meer transparantie zijn genegeerd.

    Wanneer, wederom naar het oordeel van de bank, het verhoogde risico voldoende is afgenomen kan de klant bijzonder beheer weer verlaten. De criteria die de bank daarvoor hanteert worden echter niet vooraf met de klant gedeeld. De gedragscode stelt dat er overlegd kan worden. Dat ideeën over oplossingen kunnen worden vastgelegd. In een herstelplan kan worden vastgesteld bij welke resultaten een klant bijzonder beheer kan verlaten. Deze formuleringen zijn onduidelijk en de klant blijft volledig in het ongewisse. Er kan blijkbaar veel, maar de banken móeten niets. In dat opzicht verandert deze gedragscode niets aan de reeds bestaande praktijk waartegen ondernemers al jarenlang te hoop lopen.  De vage en vrijblijvende formuleringen bieden ondernemers die een eventuele procedure bij het Kifid willen doorlopen ook geen enkel houvast.

    Banken mogen, ondernemers móéten

    Ondernemers moeten daarentegen wél veel. Zij moeten door de bank aan te wijzen externe deskundigen – zoals recovery-specialisten – voor hun eigen rekening nemen. Net zoals dat geldt voor extra taxatiekosten, of de kosten die gemaakt moeten worden voor extra of tussentijdse rapportages in opdracht van de bank. Banken behouden zich het recht voor om eventueel door de klant zelf ingeschakelde specialisten te weigeren met het argument dat zij zeker willen zijn dat zij zich op het oordeel van externe specialisten moeten kunnen baseren.

    In de praktijk leidt dit regelmatig tot gedwongen winkelnering bij nauw aan de banken gelieerde ‘onafhankelijke’ adviseurs. Juist omwille van de onduidelijkheid over de criteria waaronder een bedrijf in en uit bijzonder beheer kan raken, is dit volstrekt ongewenst. Met deze gedragscode doen banken voor wat betreft bijzonder beheer geen handreiking tot verbetering. Integendeel: ze bieden de klant oude wijn in nieuwe, ondoorzichtige zakken.

    Deze gedragscode schiet op te veel punten serieus tekort

    Ook valt op hoe moeizaam banken omgaan met de nieuwe realiteit van ‘gestapeld financieren’ en met het doorverwijzen van klanten naar andere geldschieters wanneer de bank zelf de financiering niet, of niet volledig, wil verstrekken. Zoals het nu beschreven is telt het bankbelang het zwaarst. Er wordt met geen woord gerept over voor ondernemers cruciale aspecten, zoals de mogelijkheid om eventueel onderpand te delen met de andere geldschieters bij co-financiering.

    Deze gedragscode schiet op te veel punten serieus tekort. Er is een aantal minimum uitgangspunten geformuleerd waar banken in positieve zin van mogen afwijken. Zij mogen klanten wel beter informeren en/of meer bescherming bieden. Maar, met deze gedragscode in de hand, kan geen enkele klant daar op voorhand zekerheid aan ontlenen. Klanten blijven afhankelijk van extra medewerking en/of coulance. Dat is ongewenst. Dat alleen de minimumgrenzen zijn vastgelegd draagt niet bij aan de duidelijkheid die deze gedragscode juist zou moeten bieden.

    De banken hebben voor de hand liggende verbeterpunten laten liggen waarmee zij zonder veel nadeel hadden kunnen laten zien de klantbelangen van kwetsbaar geachte ondernemers centraal te stellen. Nu is het grotendeels vrijblijvend, vaag gehouden en vooral informerend. Er zijn nauwelijks stappen vooruit gemaakt die het klantbelang dienen. Een gemiste kans die ondernemers weing extra voordelen oplevert. Zelfregulering lijkt een poging om de ministeries van Economische zaken en Financiën zand in de ogen te strooien en belangenbehartigers rustig te houden. Een snelle werkelijke verbetering van de klantpositie is een must. Het lijkt erop dat daar alsnog échte, wettelijke bescherming voor nodig zal zijn.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Michiel Werkman

    Gevolgd door 118 leden

    Michiel is voormalig zakelijk bankier en een van de initiatiefnemers van FinTech-startup CompanyWatch.

    Volg Michiel Werkman
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren