Jeugdzorg in het rood

Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

60 Artikelen

Beeld © Rosa Snijders

De snelle jongens cashen, stichtingen crashen: hoe het jeugdzorgsysteem gehakt maakt van de grote jeugdzorginstellingen

Acht van de tien jeugdzorgaanbieders die structureel verlies lijden, zijn stichtingen. Terwijl de nieuwere zorgaanbieders forse winsten boeken, ervaren deze stichtingen de jeugdzorgmarkt als een slagveld. Follow the Money reconstrueert met de stichting die een paradepaardje van 30 miljoen verloor de afgelopen zes jaar. ‘Het is idioot hoe wij moeten werken.’

Dit stuk in 1 minuut
  • Uit het data-onderzoek naar de geldstromen in jeugdzorg tekent zich een duidelijke kloof af. De nieuwere zorgaanbieders cashen, de oudere crashen. Acht van de tien instellingen die vanaf 2015 structureel rood staan, zijn stichtingen.
  • De te hoge overhead van de ‘oude’ zorgaanbieders drijft hun tarieven op, waardoor kleinere nieuwkomers flink kunnen verdienen.
  • De grote oude stichtingen ervaren de jeugdzorgmarkt als een slagveld, waar ze jaar na jaar strijd moeten leveren om überhaupt overeind te blijven. 
  • Het voorbeeld van stichting Parlan, nummer zes in de toptien verlieslijders, is exemplarisch. Al een paar maanden na de decentralisatie van de jeugdzorg ontstonden er bij de Noord-Hollandse gespecialiseerde jeugdzorginstelling zo’n grote liquiditeitsproblemen, dat de bestuurder zich afvroeg of ze de salarissen nog wel kon overmaken.
  • Toen Parlan in rustiger vaarwater belandde, verloor de stichting de aanbesteding voor JeugdzorgPlus in Noord-Holland-Noord. Daardoor moest Parlan de huur van het tien jaar oude 30 miljoen kostende behandelcentrum Transferium opzeggen. ‘De sluiting van Transferium had heel Parlan mee kunnen trekken.’
Lees verder

‘Vandaag is het begin van de rest van je leven’, hangt in grote, witte letters boven het basketbalveld in de binnentuin van Transferium. Elf jaar na de oplevering – bouwkosten 30 miljoen euro – is er nog maar weinig leven te bekennen. Transferium staat al bijna een jaar leeg.

In november 2020 was Vrank Post één van de laatste aanwezigen. Precies tien jaar nadat hij in Heerhugowaard deze locatie voor JeugdzorgPlus opende, deed hij er ook weer de deur dicht. ‘Dat moment vond ik niet eens het ergste,’ blikt Post terug. ‘De weken waarin groepen leegliepen en medewerkers het pand verlieten, waren niet de leukste uit mijn leven. Ik zag langzaam het leven verdwijnen.’ 

Transferium had blijkens het huurcontract dertig jaar dienst moeten doen als gesloten-jeugdzorginstelling van stichting Parlan. Het gebouw van bijna 8000 vierkante meter herbergde een school, sportzalen, kantoren voor de gelieerde hulpverlening en natuurlijk kamers voor kinderen en jongeren. Eind dit jaar is een vastgoedbelegger de nieuwe eigenaar.  

Dat Parlan nog bestaat, mag een klein wonder heten. Net als andere ‘oude’ jeugdzorginstellingen kreeg Parlan klap na klap te verduren sinds jeugdzorg in handen van gemeenten kwam. Acht van de tien instellingen die vanaf 2015 structureel in het rood staan, zijn stichtingen.

Uit ons data-onderzoek blijkt dat 16 van de 47 reuzenstichtingen verlies maken sinds 2015. Nog eens 22 van hen redden het net, met een klein plusje van gemiddeld 0 tot 3 procent. Negen stichtingen maakten gemiddeld tussen de 3 en 4,8 procent winst.

Sluiting

‘De sluiting van Transferium had heel Parlan kunnen meesleuren,’ zegt bestuurder Mariëtte Vos-Lambooy. 

Parlan opereerde rond het jaar 2015 met name in de provincie Noord-Holland. Voor dat jaar kreeg de stichting haar geld vanuit de provincie, waar één vrouw de jaarlijks beschikbare 100 miljoen aan subsidies verstrekte. Dat deed zij op basis van de jaarrekening en een door de accountant goedgekeurd overzicht van het aantal cliënten. 

Elk tiende van de maand kreeg Parlan een voorschot overgemaakt. ‘Vier keer per jaar moest je goed kletsen voor dat geld,’ tekent Vos-Lambooy aan. ‘En dat was dat.’ 

‘Jeugdzorg is de kleinste geldstroom binnen de gezondheidszorg, maar wel de ingewikkeldste’

Zodra gemeenten het in 2015 overnemen, verandert de financiering. Voortaan is het uurtje-factuurtje en betalen gemeenten alleen voor geleverde zorg. Dat bezorgt Parlan – met dan 10 miljoen in kas en 5 miljoen euro aan maandelijkse kosten – vrijwel meteen kasproblemen. 

Declareren bij zoveel gemeenten loopt uit op een drama. Was voorheen een briefje van de huisarts of specialist het startsein voor de behandeling, na 2015 heeft een aanbieder ook groen licht van de gemeente nodig. ‘Om het in Jip-en-Janneketaal te zeggen: we hadden niet één, maar twee briefjes nodig om betaald te krijgen,’ legt bestuurder Vos-Lambooy uit. Daar komt Parlan gaandeweg pas achter, waardoor de post nog te factureren bedragen stijgt en er een woud aan nog aan te vragen toekenningen ontstaat. 

Die complexiteit bestaat nog steeds. Vos-Lambooy: ‘Jeugdzorg is de kleinste geldstroom binnen de gezondheidszorg, maar wel de ingewikkeldste. Het is idioot hoe wij moeten werken.’

Declaratie-spaghetti

Al snel staat de drie administratief medewerkers van Parlan het water aan de lippen. Per maand krijgen ze duizenden berichten te verstouwen om de gewerkte uren betaald te krijgen. Ondertussen lopen de kosten gewoon door. Die situatie bezorgt bestuursvoorzitter Vos-Lambooy soms slapeloze nachten: ‘Ik heb me zorgen gemaakt of we de salarissen wel konden uitkeren.’ 

In 2016 gaat het mis, al weet Parlan dat op dat moment zelf nog niet. In de spaghetti van declaraties worden uren dubbel geboekt. Hierdoor lijkt het resultaat van dat jaar zonnig (1,6 miljoen euro winst) en denkt Parlan lange tijd dat het nog tonnen tegoed heeft. Pas in 2018 komt de boekhoudfout aan het licht. Met terugwerkende kracht wordt de fout in de cijfers gecorrigeerd. In 2018 lijdt Parlan een verlies van ruim 2 miljoen euro.

Parlan is niet de enige stichting die worstelt met factureren. Zo boekt stichting Karakter in 2020 ineens een bedrag van 10,1 miljoen euro bij: mede het resultaat van een gerichte actie om uitstaande facturen te innen. Hoewel dat een behoorlijke stapel geld is, valt die in het niet bij de bedragen waarop Karakter in 2018 en 2019 wacht: opgeteld ruim 28 miljoen euro aan openstaande facturen.

Was het niet beter geweest om sommige jeugdzorgaanbieders failliet te laten gaan? 

Het Rijk voorzag dit declaratiedrama en richtte in 2014 de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) op. Deze moest instellingen die essentiële jeugdzorg leveren, behoeden voor een faillissement. In haar eindevaluatie wikt en weegt de TAJ over de effecten van het eigen werk. Weliswaar is het gelukt om de zorgaanbieders die een beroep op de TAJ deden in de lucht te houden, maar daardoor heeft TAJ tegelijkertijd de status quo gehandhaafd terwijl de decentralisatie naast een besparing ook een vernieuwing moest inluiden.  

Was het niet beter geweest om sommige jeugdzorgaanbieders failliet te laten gaan? Op enig moment zal de sector ‘haar verlies’ moeten nemen, melden de critici van de TAJ-steun. Nu heeft het werk van de TAJ voorkomen dat de markt zijn werk kon doen, door bij te dragen aan schaalvergroting. Iets dat ‘vanuit het perspectief van Rijk en gemeenten lang niet altijd gewenst was’. 

In de lucht houden

Gewenst of niet, voor stichtingen is volume pure noodzaak, zegt controller Peter Marc Olde Olthof van stichting Triade Vitree. Zonder fusie met gehandicaptenorganisatie Triade had Vitree niet meer bestaan. Vitree leed in de periode 2017 tot 2019 bijna 4,5 miljoen euro verlies. ‘De bezuinigingen die gemeenten moeten doorvoeren, vertalen zich in tarieven die niet kostendekkend zijn.’ 

De administratieve verplichtingen die gemeenten zorgaanbieders opleggen om de zorg te verantwoorden, zijn ‘buitenproportioneel’. ‘Daarbij is het proces van aanbesteden grillig en onvoorspelbaar,’ zegt Olde Olthof. ‘Zo zijn dit jaar twee aanbestedingen van Vitree uitgesteld of niet doorgegaan door bezwaren van andere zorgaanbieders, waardoor er ook volgend jaar onzekerheid is over de tarieven. We zijn continu in gesprek met gemeenten om te kijken of we een hoger tarief of een aanvulling kunnen krijgen.’

‘De bezuinigingen die gemeenten moeten doorvoeren, vertalen zich in tarieven die niet kostendekkend zijn’ 

Ook de Gelderse holding Vigo houdt via de stichting Bijzonder Jeugdwerk een verliesdraaiende stichting in de lucht, namelijk Rubicon. Fieke van Casteren, directeur businessontwikkeling, beaamt dat dit soort fusies meer massa geven waardoor stichtingen sterker staan in de aanbestedingsprocedures bij de gemeenten, bijvoorbeeld doordat ze een groter zorgaanbod hebben en kosten kunnen besparen door faciliterende diensten als een ict- of personeelsafdeling te delen. 

Maar de fusie tussen Rubicon en Bijzonder Jeugdwerk was volgens Van Casteren vooral op verzoek van de gemeenten die voor de verlening van specialistische jeugdzorg afhankelijk zijn van deze organisaties. Dit soort stichtingen zijn niet een-twee-drie vervangbaar in de keten van jeugdzorg – bijvoorbeeld omdat ze pleegzorg of andere hoogspecialistische zorg verlenen.

Dossier

Jeugdzorg in het rood

De gemeenten zouden jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis?

Volg dit dossier

Extra complex

Stichting Pluryn behandelt ruim zesduizend kinderen in alle 42 jeugdzorgregio’s, heeft te maken met meer dan 250 gemeenten en biedt praktisch elke vorm van jeugdzorg. Pluryn is vanwege haar grootte inmiddels niet meer vervangbaar: ook door het ministerie van Volksgezondheid is Pluryn meermaals betiteld als too big to fail. Ondanks haar omvang lukt het Pluryn niet om uit de rode cijfers te raken: de stichting voert met een verlies van ruim 19 miljoen de lijst met verlieslijdende instellingen aan. 

Haar schaalgrootte vereiste van Pluryn een flinke administratieve inspanning. Ook deze stichting hekelt het verschil tussen de ‘eenvoudige’ inrichting voor langdurige zorg en de extreem versnipperde structuur binnen jeugdzorg. ‘Ter illustratie: op de centrale zorgadministratie van Pluryn werken 22 fte,’ schrijft de stichting in antwoord op vragen van Follow the Money. ‘Daarvan zijn twee fte werkzaam voor de Wet langdurige zorg (170 miljoen euro omzet in 2020) en twintig fte voor de Jeugdwet/Wet maatschappelijke ondersteuning (158 miljoen euro omzet in 2020).’

Ook deze stichting hekelt het verschil tussen de ‘eenvoudige’ inrichting voor langdurige zorg en de extreem versnipperde structuur binnen jeugdzorg

Pluryn zag vanaf 2018 de boel zelfs nog complexer worden. ‘Per regio is de wijze van contractering, de visie en de inkoopmodellen vanaf dat jaar fors gaan verschillen. We hebben nu nog contractafspraken met zo’n dertig regio’s. Daarnaast declareren wij in diverse regio’s geleverde zorg via individuele maatwerkcontracten of via een hoofd- onderaannemersconstructie en zijn er afspraken op gemeentelijk niveau. Dat we daarbij te maken hebben met verschillende zorgvormen maakt het extra complex.’

Buiten het gemeentelijke administratiecircus

SeysCentra is met 3,7 miljoen euro bedrijfswinst tussen 2017 en 2019 een stichting die volmondig beaamt dat zij de financiën goed op orde heeft. Dat heeft een bijzondere reden: deze hoogspecialistische stichting, die kinderen met ernstige voedsel- en zindelijkheidsstoornissen behandelt, bevindt zich dankzij landelijke contractering en financiering helemaal buiten het gemeentelijke aanbestedings- en administratiecircus. 

Bijgevolg is de organisatie zo plat als een dubbeltje en heeft de stichting nul schulden en dus ook geen rentelasten. ‘Dat is ook het gevolg van zuinig zijn met je geld,’ zegt directeur Bibi Huskens. Vanuit diezelfde zuinigheid heeft SeysCentra twee keer de hoogte van de tarieven aangekaart bij het Landelijk Transitie Arrangement. Dat leidde beide keren tot een daling van het tarief.

‘Voor een 24-uursbehandeling kregen wij zeven dagen per week hetzelfde tarief,’ legt Huskens uit. ‘Maar kinderen gaan in het weekend naar huis. Dat hoge tarief vinden wij voor deze weekenddagen dan niet terecht. Als een kind niet aanwezig is, hoeven we er ook niet voor te declareren, terwijl dat wel normaal is. Het is en blijft publiek geld, daar willen wij op een verantwoorde manier mee omgaan.’

SeysCentra brengt in de praktijk waar andere stichtingen uit geldgebrek alleen maar van kunnen dromen: de stichting breidt de behandelplekken uit, bouwde een ouderhuis (zodat ouders dicht bij hun kind zijn terwijl dat intern behandeld wordt) zet hooggekwalificeerd personeel in voor de behandeling en werkt volop aan haar expertisefunctie. ‘We leiden specialisten op, er lopen een hoogleraar en promovendi rond en we delen onze kennis met partners in de keten,’ somt Huskens op. 

Gemiddeld is een kind dat moet leren eten acht maanden in behandeling. Bij zindelijkheidsproblemen is een kind hooguit twee weken intern, daarna volgt een ambulant traject en coaching van ouders om het geleerde voort te zetten. ‘We leren ouders hoe zij verder moeten en werken samen met hen een terugvalpreventieplan uit,’ zegt Huskens. ‘Als het kind zich niet lekker voelt, kan het terugvallen in oude patronen. Dat voorkomen we op deze manier.’

Deze aanpak vertaalt zich in een hoog slagingspercentage. Als het om voedselinnamestoornissen gaat, ziet SeysCentra 90 procent van de kinderen niet meer terug. Bij zindelijkheid is dat 70 procent. Ouders en kinderen zijn dan ook tevreden met de behandeling: ze geven SeysCentra gemiddeld een 8,7.

Lees verder Inklappen

‘Aanbesteden is ook een vak’

Voor Parlan moet in 2018 het ergste nog komen. Terwijl de administratie chocola probeert te maken van het nieuwe administratiesysteem en poogt de liquiditeit op peil te houden, moet Parlan voor het eerst aanbesteden om JeugdzorgPlus in achttien gemeenten in Noord-Holland-Noord te houden. Parlan levert deze zwaarste vorm van jeugdzorg, waarbij kinderen in de instelling wonen, al jaren in deze regio. Het bestuur schrijft in de aanbestedingsprocedure keurig op wat de stichting doet: specialistische jeugdzorg verlenen, voornamelijk binnen de muren van Transferium, aan zo’n tweehonderd kinderen per jaar.  

In juni 2018 blijkt er een serieuze kaper op de kust te zijn. Stichting Horizon heeft het jaar daarvoor net een aanbesteding in de eigen regio Rijnmond verloren en is op zoek naar nieuw territorium om verder te kunnen groeien in de woelige jeugdzorgmarkt. Horizon, eveneens specialist in gesloten jeugdzorg, is ruim twee keer groter dan Parlan en beschikt vanwege haar lange verleden over een stuwmeer aan reserves: in dat jaar staat er bijna 38 miljoen euro op de bank en een eigen vermogen van bijna 53 miljoen euro op een omzet van 115 miljoen euro.  

Ook bij Horizon zijn de problemen op de administratie groot, blijkt uit een management letter die accountant EY begin 2018 aan Horizons bestuur stuurde. Daarin staat onder andere dat Horizons financiële administratie oogt als een gatenkaas. Facturen worden niet op tijd en soms helemaal niet geïnd, een langetermijnplan ontbreekt en de risico’s van de grillige en ingewikkelde jeugdzorgmarkt zijn niet in kaart gebracht. Toch houdt Horizon vast aan de strategie van steeds groter groeien, gesteund door die aanzienlijke reserve.

‘We hebben nooit te klagen gehad over Parlan, maar de nieuwe aanbieder kan het nog beter’

In lijn met die groeiambitie doet Horizon een ogenschijnlijk aantrekkelijk bod op de zorg aan Noord-Hollands meest kwetsbare kinderen. ‘Horizon schreef op wat ze beloofden, wij schreven wat we al deden,’ blikt Vos-Lambooy terug. Ze neemt het Horizon niet kwalijk. ‘Wij hebben niet het goede verhaal geschreven. Aanbesteden is ook een vak.’

In het najaar van 2018 wordt bekend dat Parlan de stoelendans verloren heeft: de aanbesteding om gesloten jeugdhulp te leveren in Noord-Holland wordt vergund aan Horizon. Tegen RTV-NH, de regionale tv-zender, zegt wethouder John Does namens de achttien gemeenten: ‘We hebben nooit te klagen gehad over Parlan, maar de nieuwe aanbieder kan het nog beter. Ze kunnen met kortere projecten de jongeren op pad helpen. En daar draait het natuurlijk om, het gaat allemaal om de zorg voor de jongeren.’

Naar de rechter

Dat aan Transferium een pand van een woningbouwvereniging hangt van 30 miljoen, dat er op dat moment 71 kinderen met grote problemen in Transferium wonen, dat Horizon nog geen pand heeft vanwege de veel te laat uitgeschreven aanbestedingsprocedure: de wethouders weten het, maar in hun overtuiging dat Horizon betere zorg kan leveren beslissen zij om het contract vanaf begin 2019 aan een andere partij te gunnen. 

Bij Parlan slaat het nieuws van de verloren aanbesteding in als een bom. Het ongeloof verandert al snel in strijdlust: daags na het verlies probeert Parlan het besluit ongedaan te maken. Bij de wethouders bezwaar maken is geen optie, dat kan alleen bij de rechter.

Bij Parlan slaat het nieuws van de verloren aanbesteding in als een bom, maar het ongeloof verandert al snel in strijdlust

Tijdens de zitting, mede aangespannen door zeven cliënten en waarin ook ouders en behandelaars aan het woord komen, probeert Parlan nog een keer duidelijk te maken dat Horizon een onrealistisch beeld heeft geschetst en dat de inkoopprocedure niet goed is verlopen. 

De rechter stelt Parlan echter op 5 december 2018 in het ongelijk: die bezwaren had de jeugdzorgaanbieder eerder moeten maken, Horizons alternatief is realistisch, staat te lezen in het rechtbankverslag. Parlan staat met lege handen, terwijl over een kleine maand hun contract met de gemeenten al afloopt. 

Ondertussen roert ook de Tweede Kamer zich. Minister Hugo de Jonge moet uitleg komen geven over hoe het kan dat deze aanbesteding zo’n onrust veroorzaakt. De minister pareert: hij is slechts ‘stelselverantwoordelijk’, de wethouders gaan zelf over hun inkoop – een bedrag van 34 miljoen moet aanbesteed worden. Bovendien doen de gemeenten in Noord-Holland-Noord wat ze moeten doen, vindt de minister.

'Het lijkt me ook zeer verdedigbaar dat ze die vernieuwing hebben ingezet,' zegt hij daags na de rechtszaak, al maakt hij zich wel zorgen over de continuïteit van zorg. Kinderen die al begonnen zijn met hun behandeling bij Transferium moeten die daar kunnen afmaken, zegt De Jonge. De TAJ wordt naar Noord-Holland gestuurd om de wethouders te dwingen die behandeling te waarborgen.   

Klussen aan JeugdzorgPlus

Ondertussen moet Horizon een gesloten instelling uit de grond stampen in twee maanden tijd. Een mission impossible. Als de eerste kinderen in februari arriveren is de verbouwing van Antonius, een voormalige kindertehuis in Bakkum, nog lang niet af. Er wordt volop geklust in delen van het pand. 

Het is niet alleen oncomfortabel, het levert zowel voor de kinderen als voor de medewerkers onveilige situaties op die eerste maanden. Er hangen elektriciteitsdraden los, kinderen kunnen ’s nachts ongemerkt hun kamers uit, ruiten sneuvelen doordat in het oude gebouw nog enkel glas in de kozijnen zit, enzovoorts. Van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd krijgt Horizon al na het eerste bezoek in het voorjaar een ferme tik op de vingers.

Er hangen elektriciteitsdraden los, kinderen kunnen ’s nachts ongemerkt hun kamers uit, ruiten sneuvelen  

Die problemen zijn eind 2020 – als de Inspectie weer langskomt – nog niet voorbij, blijkt uit het recentste onderzoek. Nog steeds zijn niet alle ruimtes goed ingericht, zitten kinderen twee keer per dag op hun kamer, als ze zich niet goed gedragen zijn dat soms hele dagen. Het personeel is onvoldoende gekwalificeerd en het onderwijs bestaat vooral uit films kijken en spelletjes doen.  

Follow the Money schreef eerder dit stuk over de misstanden bij Horizon, onder andere over de Spartaanse woonsituatie van de Noord-Hollandse kinderen in Antonius.    

Vergoeding voor leegstand

En Parlan? ‘Wat willen jullie dat we doen, vroegen wij de gemeenten,’ zegt Vos-Lambooy. ‘De wethouders wilden dat we alle cliënten uitbehandelden. Maar als er geen nieuwe cliënten bijkomen, kan je de kosten niet afdekken.’

Met de wethouders sluit Parlan een deal. De achttien gemeenten draaien op voor de kosten van de niet-gebruikte capaciteit binnen het gigantische Transferium – 1,8 miljoen euro – terwijl Parlan de kinderen die al in Transferium wonen hun behandeling daar laat afmaken. 

Maar het is een sterfhuisconstructie. Parlan zal zich moeten richten op andere vormen van zorg voor de moeilijkste groep kinderen binnen de jeugdzorg. De stichting experimenteert ten tijde van de sluiting van vlaggenschip Transferium met kleinschalige woonvoorzieningen die op den duur de grote gesloten instellingen zullen moeten vervangen. Parlan besluit die nieuwe vorm van zware jeugdzorg verder uit te breiden en er komt een gespecialiseerd ambulant team bij dat ervaring heeft met de ingewikkeldste casussen.

‘De druk te vernieuwen was zo groot dat we de verandering van grootschalig naar kleinschalig er doorheen hebben geperst’

Vos-Lambooy: ‘De druk te vernieuwen was zo groot dat we de verandering van grootschalig naar kleinschalig er doorheen geperst hebben. Nu staat het en werkt het wonderwel, in die zin heeft ieder nadeel zijn voordeel.’ Toch kijkt Vos-Lambooy nog steeds met een kater terug op de sluiting van Transferium. ‘Het blijft doodzonde van al dat belastinggeld.’ 

Voor voormalig directeur Vrank Post was de sluiting aanleiding om een andere baan te zoeken. Hij werkt nu bij Algemeen Opvangcentrum Purmerend, een veel kleinschaliger initiatief waarbij het geld binnenkomt via gemeentesubsidies in plaats van via aanbestedingen. ‘Het was voor alle partijen goed als ik even wat anders zou doen. Ik heb Transferium opgezet, tot bloei gebracht en ik heb het langzamerhand zien uitsterven. Na dat proces was ik wel even klaar met de jeugdzorg.’  

Volgend jaar schrijven de achttien gemeenten van Noord-Holland-Noord een nieuwe aanbesteding uit voor de gesloten jeugdzorg in de regio, maar Parlan denkt er niet over om nog eens mee te doen. ‘De gesloten jeugdzorg wordt overal in Nederland afgebouwd. En wij werken intussen samen met Horizon en Levvel in een samenwerkingsverband in deze regio. Nu weer van ons vragen om op te splitsen en elkaar te beconcurreren in een aanbestedingsprocedure, vind ik schizofreen, zegt Mariëtte Vos-Lambooy. ‘Wij hebben geen zin meer in verdeel-en-heers. Als we meedoen, dan als consortium, want niemand zit op weer een nieuwe aanbestedingsronde te wachten.'