Wouter Koolmees (SZW), Wopke Hoekstra (Financiën) en Eric Wiebes (EZ) bij hun persconferentie over steunmaatregelen, 17 maart 2020
© ANP / Phil Nijhuis

Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de situatie omtrent het coronavirus (SARS-CoV-2). In dit dossier verschijnen alle relevante artikelen en updates over de pandemie. Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

96 Artikelen

Noodsteun voor zzp’ers

1 Connectie

Onderwerpen

ZZP
85 Bijdragen

Dat veel zzp’ers acuut zonder inkomsten zitten nu het culturele en sociale leven tot stilstand is gekomen en thuisblijven en -werken het devies is, staat buiten kijf. Mooi dat de regering geld voor deze mensen uittrekt, betoogt Hans Baaij. Maar als fiscaal jurist verbaast hij zich over het algemene karakter en de aanpak van de maatregel. Dat had intelligenter gekund, stelt hij.

Als fiscaal jurist was ik gespecialiseerd in zzp’ers; ook als horeca-ondernemer en directeur van stichtingen had ik veel met zelfstandigen te maken. Vanwege die praktijkervaring volgde ik daarom met grote interesse het Kamerdebat op 25 maart. Dat ging over een steunpakket van vele miljarden voor zzp’ers die in de problemen komen, nu ze door de coronacrisis geen (of minder) opdrachten krijgen. Onderdeel van dit pakket is de wet TOZO (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers). Hiermee kan een zzp’er drie maanden steun krijgen, tot maximaal 1.500 euro per maand.

In dit debat waren alle politieke partijen het met minister van Financiën Wopke Hoekstra eens: niet zeuren, gewoon miljarden in de maatschappij pompen. Daadkracht! De wens om een groot gebaar te maken, was waarschijnlijk de reden dat er zonder enige discussie vanuit werd gegaan dat de Nederlandse belastingbetaler, net als bij de bankencrisis, zonder morren weer flink zou dokken. De kwestie ‘wie gaat het allemaal betalen?’ werd niet besproken.

‘Wees niet kinderachtig en let niet op een miljardje meer of minder’

Een kosten-batenanalyse werd niet gemaakt. Een analyse van het effect van de maatregelen evenmin. De discussie bleef in algemeenheden hangen, zoals dat er te zijner tijd ‘gekeken moet worden naar fraude’, ‘laten we zoeken naar pragmatische en flexibele oplossingen’ en ‘kijk ook goed naar zzp’ers die failliet dreigen te gaan’. Kortom, wees niet kinderachtig en let niet op een miljardje meer of minder. 

Gebrek aan praktijkervaring

Dat een inhoudelijke discussie welke zzp’ers financiële steun verdienen niet werd gevoerd, was niet verwonderlijk. Uit een quick scan van de cv’s van de belangrijkste deelnemers aan het debat bleek dat geen van hen ervaring heeft met zzp’ers, direct noch indirect. Onder de negentien debaters ontdekte ik maar één Kamerlid met een achtergrond als ondernemer, Tony van Dijck (PVV). Het waren vooral economen, bestuurskundigen, bedrijfskundigen, sociaal geografen en andere algemeen gevormde academici. Velen waren eerst ambtenaar, dan wethouder, en vervolgens Tweede Kamerlid. Allemaal zijn ze opgeklommen in de partij.

Naast de afwezigheid van zzp’ers was ook het gebrek aan ingewijden als fiscaal juristen, accountants of boekhouders opvallend. Mensen die weten wat de financiële situatie is van zzp’ers en die zelf wel eens voor die zzp-ers een balans of winst- en verliesrekening hebben gemaakt.

Het is onlogisch om generieke regelingen in te zetten die voor alle zzp’ers moeten gelden

Zoals ik in een eerder artikel voor FTM heb uitgelegd, zijn er zzp’ers in soorten en maten, variërend van consultants die 200 euro per uur in rekening brengen, tot vertalers die met pijn en moeite het jaar doorkomen. Het is dan ook onlogisch om generieke regelingen in te zetten die voor alle zzp’ers moeten gelden. De uitvoering wordt voorts over de schutting gegooid bij gemeenten, de Kamer van Koophandel (KvK), het UWV, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en misschien nog wel meer instanties. Een woordvoerder van het nauwelijks bereikbare KvK Coronaloket vertelde dat zij mensen doorsturen naar het UWV en dat het UWV ze weer naar de KvK stuurt.

Gemeenten die de de wet TOZO moeten uitvoeren, hebben door een gebrek aan informatie van het Rijk geen idee welke eisen ze moeten stellen. Op de website van de Rijksoverheid staan weliswaar wat antwoorden op veelgestelde vragen, maar die verwijst voor meer informatie door naar het KvK Coronaloket, waar ze het ook niet weten.  Het Rijk stuurt de lezers door naar de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG), die op haar website schrijft: ‘Er komt tijdelijke inkomensondersteuning voor zelfstandig ondernemers met een levensvatbaar bedrijf die tijdelijk in de knel zitten.’ (Dat deel van de website van de VNG was gisteren zelfs kapot.) Er is dus volgens het VNG nog niets en de term ‘levensvatbaar’ is in elk geval niet door minister Hoekstra als voorwaarde gesteld.

De kapotte website voor zzp’ers van de VNG (screenshot 31 maart 2020)

Ook verwijst het Rijk naar Divosa, de vereniging van gemeentelijk directeuren in het sociale domein. Divosa schrijft op haar website: ‘Samen met SZW, VNG en gemeenten is het ons gelukt om in recordtempo een praktische en snel uitvoerbare regeling te maken.’ Gelet op het voorgaande is dit een twijfelachtige opmerking, te meer daar ook Divosa niet precies weet wat de regeling inhoudt en voor informatie terugverwijst naar de Rijksoverheid en naar een Kamerbrief van tien kantjes getiteld ‘Economische maatregelen met betrekking tot het coronavirus’ van staatssecretaris Sociale Zaken Tamara van Ark.

Grote lokale verschillen

De wet TOZO moet worden uitgevoerd door de gemeenten, als onderdeel van de bijstand. Amsterdam vraagt zzp’ers bij hun aanvraag de aangiften inkomstenbelasting van de afgelopen jaren mee te sturen; van Haarlem hoeft dat niet. Verder worden tal van vragen gesteld waarvan de Rijksoverheid zegt dat die niet relevant zijn, zoals ‘Hebben u of uw partner bezittingen of schulden?’ en ‘Wat is de waarde van de bezittingen?’ Haarlem heeft veel meer vragen dan Amsterdam, bijvoorbeeld of de kinderen al studeren en – als ze thuis wonen – wat ze verdienen. En vooral: ‘Is een maximale uitkering van 1.500 euro per maand voldoende voor de aankomende drie maanden?’ Goeie vraag zeg! Maar wat nu als het antwoord ‘nee’ is?

Zowel Haarlem als Amsterdam vragen of de zzp’er een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft, of is aangesloten bij een Broodfonds. De relevantie van die vragen ontgaat mij in dit verband, tenzij de aanvrager natuurlijk zelf ziek ligt met corona en arbeidsongeschikt is. Dan hoef je inderdaad geen aanvraag in te dienen. De woordvoerder van de Kamer van Koophandel bevestigt mijn vermoeden: niemand weet precies hoe het zit en gemeenten hebben ieder een andere beleid. Er is geen regie.

Tweederde van de zzp’ers denkt het maximaal drie maanden te kunnen uitzingen

Een opvallende omissie is dat zzp’ers die in het buitenland wonen, geen recht op de TOZO zouden hebben. Wie in een ander land woont, maar zijn bedrijf hier heeft gevestigd (de zogeheten vaste inrichting), moet mijns inziens op grond van EU-wetgeving ook een uitkering kunnen krijgen.

Vakbond FNV Zelfstandigen bracht op 30 maart de resultaten van een enquête naar buiten waaruit bleek dat de helft van de zzp’ers een financiële buffer heeft waarmee ze het een maand tot een jaar kunnen uitzingen; tweederde daarvan redt het maximaal drie maanden. Misschien toeval, maar de helft van de respondenten zegt dat een uitkering van 1.050 voor alleenstaanden en 1.500 voor samenwoners te weinig is. Opvallend dat FNV onderscheid maakt tussen alleenstaanden en samenwoners, want dat is nergens in de overheidsstukken of op websites te vinden.

Er is tot nu toe sprake van onduidelijk en waarschijnlijk falend beleid, wat zijn oorzaak lijkt te hebben in politieke en ambtelijke onkunde. Er wordt een pakket voor miljardensteun in elkaar gesleuteld, waaraan men naar eigen zeggen twee weken hard heeft gewerkt, maar dat de indruk wekt dat het in twee dagen – of misschien zelfs twee uur – in elkaar is gezet.  Er zal enorm veel geld verspild worden aan regelingen waarvan volstrekt onduidelijk is of ze helpen.

Oplossingen

Hoewel ik niet meen – zeker niet op afstand – de waarheid in pacht te hebben, wil ik een voorzichtige poging doen te schetsen hoe het beter kan.

1.     Een groot aantal zzp’ers laat hun administratie doen door boekhoudkantoren en accountants. Deze adviseurs hebben een eigen aansluitnummer bij de Belastingdienst, zodat ze voor hun klanten aangiften kunnen doen. Laat die intermediairs de aanvraag voor bijstand voor deze zzp’ers doen. Dat heeft als voordeel dat de kans op fraude flink afneemt, de aanvragen beter georganiseerd zijn en sneller door de gemeenten afgehandeld kunnen worden, dat kansloze aanvragen niet doorkomen en de intermediair de aanvraag kan onderbouwen met financiële gegevens van eerdere jaren.

2.     Help alleen echte zzp’ers, mensen die de afgelopen jaren een redelijke omzet en winst hebben behaald en hiervan hebben kunnen leven. Mensen die hun bestaansrecht als zzp’er nog moeten bewijzen, hebben geen recht op deze uitkering. De niet te controleren vraag: ‘Werkt u, of verwacht u op termijn, gemiddeld minimaal 24 uur per week te gaan werken in uw (nieuwe) bedrijf?’ moet worden vervangen door de eis dat er sprake is van een onderneming van een redelijke omvang en met bewezen bestaansrecht.

3.     Anders dan de politiek denkt, moet de inkomens- en vermogenssituatie van het hele gezin van de zzp’er meegenomen worden. Dat is helemaal geen probleem. De Belastingdienst beschikt over alle gegevens, de zzp’ers en hun adviseurs eveneens. Waarom zou een zzp’er die tot voor kort een goed inkomen had en/of een partner heeft met een inkomen, noodsteun moeten krijgen?

4.     In deze digitale wereld kunnen veel mensen thuis doorwerken. De zzp’er moet daarom aannemelijk kunnen maken dat een groot deel van zijn inkomen metterdaad is weggevallen.

5.     De bijstand van drie maanden met een maximum van 1.500 euro (of slechts 1.050, als de FNV gelijk heeft) is voor velen te weinig. Een fooi. Een alleenverdienende zzp’er met partner en kinderen en een hoge huur redt het daar niet mee. Door de subsidieregeling alleen te openen voor schrijnende gevallen, kun je die gevallen beter helpen.

Ook deze regeling heeft in het verleden bestaan en is dus relatief eenvoudig op te tuigen

6.     Herintroductie van de Tante Agaath-regeling. Familie, vrienden en kennissen kunnen een zzp’er geld lenen. Mocht de zzp’er onverhoopt niet in staat zijn deze lening terug te betalen, dan is het verlies door de lener aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Dit kan onderling geregeld worden, zonder gedoe voor of met ambtenaren. De enige voorwaarde is dat de lening bij de belastingdienst wordt geregistreerd.

7.   Niet iedereen heeft een Tante Agaath en niet iedere Agaath heeft een nicht of neef met een onderneming, vandaar dat het goed zou zijn als banken die rol in algemene zin overnemen en investeringsfondsen voor hun mkb-klanten beginnen. De nieuwe fondsen kunnen overbruggingskredieten geven tegen bijvoorbeeld vijf of zes procent rente. Zo’n fonds kan voor 50 procent door de bank gefinancierd worden en voor 50 procent door particulieren. Deze leningen dienen preferent te zijn boven bestaande leningen. Bij de laatste terugbetaling kan een bonus gegeven worden van bijvoorbeeld 10 procent ter compensatie van het risicodragende karakter van de lening. Voordeel van deze opzet is dat banken weten welke bedrijven levensvatbaar zijn en perspectief hebben. Voordeel voor banken en particulieren is dat ze weer eens rente kunnen krijgen op hun spaargeld. Ook hier de regeling dat een verlies aftrekbaar is van de inkomstenbelasting. Ook deze regeling heeft in het verleden bestaan en is dus relatief eenvoudig op te tuigen.

8.     De overheid staat niet bekend als een vlotte betaler. Door de betalingstermijn van subsidies, terugbetalen van belasting, facturen, vooruitbetalingen op projecten, etcetera flink te vervroegen, komt er een hoop geld in de economie, zonder dat het de overheid ook maar een euro extra kost.

Het vertrouwen dat de politiek heeft in de uitvoeringsinstanties wijst niet op een slim of doordacht plan, eerder op geestelijke luiheid. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Zoals Einstein gezegd schijnt te hebben: ‘Waanzin is steeds opnieuw hetzelfde doen, en een andere uitkomst verwachten.’

Hans Baaij
Hans Baaij
Hans is fiscaal jurist en oprichter van de Stichtingen Varkens in Nood en Dier & Recht.
Gevolgd door 268 leden