Wat er straks op uw bord kan komen te liggen

    De Europese parlementaire commissie voor Milieu, Volksgezondheid en Voedselveiligheid is akkoord gegaan met een ontwerp wetsvoorstel om de toelatingsprocedure voor zogenoemde ‘novel foods’ sterk te vereenvoudigen. Maar wie is daarbij gebaat? De consument of de agro-voedingsindustrie? En wat betekent het voor u?

    De kans dat u vanavond een sappige eendekroos-burger op de barbecue legt en daarbij een glazuurknappend koud algenbiertje met nano-visoliedeeltjes drinkt is niet zo groot. Maar volgend jaar zouden dergelijke lekkernijen wel eens de culinaire hit van het seizoen kunnen zijn. Er is een redelijke kans dat het Europese Parlement in september akkoord zal gaan met nieuwe Europese wetgeving voor de toelating van zogenoemde novel foods. Die moet een einde maken aan de slepende toelatingsprocedures die nieuwe voedingsproducten tot nu toe van de markt konden houden.

    In juli ging de ENVI-commissie (Milieu, Volksgezondheid en Voedselveiligheid) van het Europese Parlement akkoord met een aangepaste versie van een voorstel over novel foods van de Europese Commissie dat stamt uit 2013. Deze goedkeuring opent de weg naar de definitieve goedkeuring van de wetgeving en dat betekent dat er een nieuw systeem voor de toelating van nieuwe voedingsproducten komt.

    ‘Dit is geweldig nieuws voor de agri-voedingsindustrie,’ verklaarde EU-parlementariër en novel foods-rapporteur James Nicholson meteen. De nieuwe wetgeving is volgens hem goed voor innovatie op voedingsgebied; de versimpelde regels zouden de administratieve druk op het MKB verlagen en zo ook kleine ondernemingen de kans geven om innovatieve voedingsproducten op de markt te brengen. De nieuwe procedure is veel goedkoper, efficiënter en vooral veel sneller. Maar is ze ook beter? Dat producenten er blij mee zijn spreekt voor zich, maar hoe zit het met de belangen van de consument?

    Lobby gevestigde belangen

    Over de toelating van nieuwe voedingsproducten wordt al jarenlang gesteggeld in Europa. De verschillende belangen botsen nogal eens. Aan de ene kant zijn er de gevestigde partijen, zoals de suikerindustrie en nationale belangen. Een combinatie van beide heeft bijvoorbeeld bijna 15 jaar lang door een slinkse lobby de toelating van stevia als zoetstof tegen kunnen houden, ageert de Belgische hoogleraar Jan Geuns. Hij staat in Europa bekend om zijn stevige kritiek van het huidige toelatingsbeleid van nieuwe voedingsmiddelen. Dat dient volgens hem louter de belangen van grote ondernemingen, die vaak tegen het belang van de consument en de volksgezondheid indruisen.

    Het gebruik van stevia als zoetstof is 15 jaar lang tegengehouden door de suikerlobby

    Maar verzet tegen de toelating van een nieuw voedingsmiddel kan ook uit een andere hoek komen, bijvoorbeeld van gezondheidsautoriteiten en consumentenorganisaties. Zo hoefde in het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie voeding die een ingrediënt bevat dat voor minder dan 50 procent bestaat uit nano-deeltjes, niet eerst goedgekeurd te worden. Vanuit medische hoek werd daartegen bezwaar gemaakt. De veiligheid van dergelijke miniscule deeltjes, en hun effect op het lichaam, staat nog niet vast. De drempel is mede door die druk in het nieuwe wetsvoorstel verlaagd naar 10 procent.

    Diarree

    ‘Novel foods’ zijn voedingsmiddelen en ingrediënten die (nog) niet bekend zijn, gezien worden of worden verkocht als voedingsmiddel. Officieel gaat het om hierbij om voedingsmiddelen die tot 15 mei 1997 niet op de Europese markt waren toegelaten in vier specifiek beschreven categorieën. Ze vallen onder het Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen. De toelating op de Europese markt van novel foods was dermate kostbaar en tijdrovend dat alleen grote ondernemingen zich eraan waagden.

    Toch was de komst van dergelijke nieuwe voedingsmiddelen niet altijd tegen te houden. Quinoa, is zo’n voorbeeld. Maar ook chiazaad en goji-bessen. Die zijn tegenwoordig populair als toevoeging aan de havermoutpap of als ingrediënt in trendy shakes & smoothies, maar voor 1997 waren ze nauwelijks bekend in Europa.

    chiamangopudding Een chiazaad-mangopudding

    Het gaat bij deze natuurlijke producten strikt genomen niet om nieuwe, maar om voedingsmiddelen of ingrediënten die in derde landen als voeding is geaccepteerd. In Azië wordt de gedroogde goji-bes immers al eeuwen geconsumeerd en zelfs medicinale kwaliteiten toegedicht. Food gurus en hipsters zorgden ervoor dat ze ook hier op de markt kwamen. Aanvankelijk alleen in natuurvoedingswinkels, maar tegenwoordig liggen ze in praktische elke supermarkt.

    De klachten over over braken, diarree en maagpijn na consumptie van de bittere goji-bes stroomden binnen

    Het gebruik is nog wat onwennig. Zo kwamen er vorig jaar bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit nogal wat klachten binnen over braken, diarree en maagpijn na consumptie van de bittere goji-bes. Wat precies de oorzaak was, is nog niet duidelijk; het kan eenvoudigweg aan te grote hoeveelheden hebben gelegen. Wat intussen wel vaststaat is dat de herkomst en kwaliteit van dergelijke producten vaak onbekend is. Het is niet uit te sluiten dat ze behandelingen hebben ondergaan met in Europa verboden antischimmelmiddelen. Dat pleit voor een strenge controle, maar die valt onder de nationale autoriteiten van voedselveiligheid- en kwaliteit.

    Meelwormen

    Een ander voorbeeld zijn snacks die gemaakt zijn van insecten, zoals sprinkhanen en meelwormen. Enkele jaren geleden niet meer dan een geliefde conversation starter bij hippe borrels en congressen over duurzaamheid; tegenwoordig liggen er insectensnacks in het koelvak van de supermarkt. Ook insecten zijn strikt genomen niet nieuw: gefrituurde sprinkhaan is in verschillende Aziatische en Afrikaanse landen een lekkernij. De oude Romeinen waren dol op geroosterde houtwormen, vooral in combinatie met honing. In Europa beleeft het insect als voeding nu een kleine renaissance.

    De oude Romeinen waren dol op geroosterde houtwormen met honing

    Wezenlijk nieuw zijn wel producten die gemaakt zijn met een nieuwe fok- of kweektechniek. Denk aan een lamsboutje van een gekloond schaap. Het Europees Parlement staat kritisch tegenover het gebruik van gekloonde dieren voor voeding en een deel van de parlementariërs wil ze voor niet-wetenschappelijk gebruik geheel in de ban doen. De vraag is of zo’n ban onder het TTIP-verdrag stand houdt. Hoe dan ook zullen gekloonde dieren voor voeding onder de novel foods-wetgeving vallen.

    Ook olie en eiwit gewonnen uit algen of uit eendenkroos zijn voorbeelden van nieuwe productietechnieken. En dan zijn er nog producten met een nieuwe moleculaire structuur en nanofood die onder de novel foods worden gerekend. Een voorbeeld van het laatste is brood waarin in piepkleine ingekapselde deeltjes visolie is verwerkt. Voordeel: je proeft geen vis, maar profiteert wel van de gezonde visolie. Voor de goede orde: producten die genetisch gemodificeerde ingrediënten bevatten vallen niet onder de novel foods-wetgeving, maar onder GMO-wetgeving.

    De opkomst van al die nieuwe producten en nieuwe technologie schreeuwde om nieuwe regelgeving. Over de gezondheidseffecten van sommige producten die al op de markt worden verkocht is maar weinig bekend. Sommige wekken potentieel ernstige allergische reacties op. Bij een steekproef van chiazaad en andere zogenoemde superfoods werd onlangs vervuiling met bestrijdingsmiddelen geconstateerd. Insecten, een rijke bron van eiwit, vallen op dit moment weer niet onder de Europese regelgeving voor novel foods, maar in de nieuwe wetgeving wél.

    Vereenvoudiging

    Zoals gezegd moet de nieuwe wet- en regelgeving de toelating van novel foods vereenvoudigen. Een belangrijk verschil is dat de nieuwe wet volledig is gecentraliseerd en geharmoniseerd, vergelijkbaar met de wetgeving rond de beoordeling en toelating van geneesmiddelen. ‘Toch zijn er een aantal belangrijke verschillen met medicijnen,’ zegt Karin Verzijden van Axon Advocaten, een Amsterdams kantoor dat gespecialiseerd in de juridische aspecten op het gebied van voeding. ‘Zo kunnen individuele lidstaten nog steeds bezwaren maken tegen toelating van een nieuw voedingsmiddel. Iedereen wil er iets over te zeggen houden.’

    ‘Er was eigenlijk geen regelgeving rond de toelating van high tech foods. Terwijl die van groot belang zijn voor de verduurzaming van het voedingssysteem’

    Verzijden vindt de nieuwe wetgeving voor novel foods ‘een grote stap vooruit’. ‘Er was eigenlijk geen regelgeving rond de toelating van high tech foods. Terwijl die van groot belang zijn voor de verduurzaming van het voedingssysteem. Denk bijvoorbeeld aan vleesvervangers.’ Volgens Verzijden was een groot nadeel van de bestaande procedure dat deze in de praktijk 3 tot 5 jaar in beslag nam. ‘Voor het MKB was de procedure gewoon te kostbaar. Novel foods waren voorbehouden aan grote bedrijven, zij konden het betalen. Daar komt nu verandering in. Ook de toelating van producten die in derde landen zijn geaccepteerd als voedingsmiddel zijn zal gemakkelijker verlopen.’

    Hoewel de procedure in theorie is ingekort tot 18 maanden en een stuk eenvoudiger is gemaakt, zit er wel een mogelijke vertragende factor in. De aanvraag voor toelating van een nieuw product wordt weliswaar ingediend bij de Europese Commissie, maar de lidstaten mogen nog steeds bezwaar indienen tegen een nieuw voedingsproduct en opmerkelijk genoeg is aan de behandeling daarvan geen termijn gebonden. ‘Er zit dus nog steeds een open eind in. Ik denk dat de termijn van 18 maanden daarom te optimistisch is,’ zegt Verzijden, die al met al toch positief is over de nieuwe wetgeving. Er zullen volgens haar echt zaken verbeteren, bijvoorbeeld ten aanzien van producten die we hier nog niet als voeding kennen uit andere landen. ’Een van de voorwaarden voor nieuwe producten uit derde landen is dat er bewijs moet zijn dat het 25 jaar lang veilig is gebruikt. Dat vind ik lang, maar als je het vergelijkt met wat de Amerikaanse FDA eist valt het nog mee. Daar moet een product vanaf 1958 bewezen veilig zijn.’

    Generieke autorisatie maakt het een stuk aantrekkelijker voor andere ondernemingen om ook innovaties op de markt te brengen

    Een ander belangrijk nieuw element is dat als een product eenmaal is toegelaten, iedereen het op de Europese markt mag brengen. En niet, zoals voorheen het geval was, alleen de onderneming die de aanvraag heeft gedaan. ‘Die generieke autorisatie maakt het een stuk aantrekkelijker voor andere ondernemingen om ook innovaties op de markt te brengen. Je hoeft niet meer hetzelfde traject door. De oorspronkelijke aanvrager heeft alleen het voordeel van de first mover.’

    Kritiek

    Bij bezwaren van de lidstaten – er moet sprake zijn van ‘redelijke twijfel’ – moet de aanvraag worden voorgelegd aan de EFSA, de Europese voedselveiligheid autoriteit. Die is verplicht om binnen negen maanden een oordeel te vellen en advies aan de Commissie te geven. Volgens Verzijden is de kans groot dat nationale overheden regelmatig van die mogelijkheid gebruik zullen blijven maken. ‘Er is altijd wel iemand die twijfelt.’

    Daar ligt wel een ander gevoelig punt. De EFSA krijgt nogal wat kritiek omdat de onderzoekers van deze instelling vaak verbonden zijn aan bedrijven. Er wordt breed aan de onafhankelijkheid van de EFSA-onderzoekers getwijfeld, ook in de voedingsindustrie zelf. Een van de voorbeelden waarbij het oordeel van EFSA ter discussie staat is dat over de zoetstof aspartaam. Terwijl EFSA heeft geoordeeld dat er geen risico’s voor aspartaam bestaan, hebben Franse en Italiaanse voedselwarenautoriteiten juist geconstateerd dat er wél gezondheidsrisico’s zijn, met name voor zwangere vrouwen en mensen die lijden aan epilepsie. Frankrijk en Italië hebben de Aanvaardbare Dagelijkse Inname om die reden verlaagd, tegen het advies van EFSA in.

    De mogelijkheid dat EFSA onder druk van bestaande belangen in de voedingsindustrie toelating van novel foods tegen kan houden, dan wel vertragen, is niet uit te sluiten. Onder het mom van voedselveiligheid kunnen economische belangen op die manier worden veiliggesteld. ’Ik ken de kritiek op EFSA,’ zegt Verzijden. ‘Maar ze heeft de afgelopen jaren tijd wel haar governance verbeterd en waarborgen ingebouwd. Over het algemeen heeft EFSA een zeer gefundeerde aanpak. En de praktijk is nu eenmaal zo dat de echte specialisten bij ondernemingen zitten. De ervaring uit het bedrijfsleven is gewoon nodig.’

    'De nieuwe wetgeving roept allerlei nieuwe vragen op. Hoe slacht je eigenijk een insect?'

    Insectenburger

    Ook als de nieuwe novel food-wetgeving er eenmaal is, zullen er in de EU de komende jaren nog steeds grote verschillen bestaan. In Nederland worden bijvoorbeeld drie insecten gedoogd als ‘niet-onveilig voedsel’. Die worden gebruikt in chipsachtige snacks en zitten ook in de beroemde insectenburger van Jumbo. Het gaat onder meer om meelwormen, buffalowormen en wasmotlarven. Maar in België worden er tien verschillende insecten als voedingsmiddel gedoogd. Mogen de insectennuggets die in het schap van Delhaize liggen straks ook door Albert Heijn worden verkocht?

    Formeel niet, zegt Verzijden. ‘Maar de handhaving van novel foods zal in de praktijk lastig worden, zeker met betrekking tot insecten. Ze zijn in sommige landen al lang gedoogd en in andere, zoals Italië, weer niet. Maar straks zullen ze ineens wél onder novel foods vallen. Insecten hebben een onduidelijke status. Er zijn bijvoorbeeld regels en hygiëne-eisen met betrekking tot slachten. Dat roept weer allerlei nieuwe vragen op. Zijn die regels ook van toepassing op insecten? Hoe slacht je eigenijk een insect?’

    Gefrituurde kakkerlak: lekkernij of 'frankenfood'? Gefrituurde kakkerlak: lekkernij of 'frankenfood'?

    Vast staat dat er de komende jaren uiteenlopende belangen zullen botsen en dat er over de toelating van novel foods regelmatig hard zal worden gevochten. De vleesindustrie bijvoorbeeld komt striktere regelgeving en handhaving ten aanzien van eiwitrijke insecten niet slecht uit. Milieugroepen vinden het insect in de pan daarentegen een geweldige duurzame ontwikkeling, twee vliegen in een klap. Tegelijk heeft de Partij van de Dieren ervoor gepleit dat insecten niet als vleesvervanger worden gezien omdat het om levende wezens gaat.

    De nieuwe wetgeving is wat dat betreft niet waterdicht. Dat is ook praktisch onmogelijk. Weinig zaken liggen zo gevoelig als onze voeding. Wat we eten heeft immers ook met onze persoonlijke vrijheid te maken. Of u straks eendenkroos op uw barbecue legt, dan wel een complete eend, is nog altijd uw zaak. En niet die van de EU of een of ander ministerie.


    Zou u gekloonde dieren eten?

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 433 leden

    Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

    Volg Arne van der Wal
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren