© AFP Photo / KCNA

Nucleair koorddansen met Noord-Korea

‘Wispelturig’. ‘Heethoofden’. Een ‘onvoorspelbaar regime’. Het zijn enkele kwalificaties die de afgelopen dagen in de Nederlandse pers over Noord-Korea voorbij kwamen. Klopt dit beeld wel? Follow the Money analyseert de crisis en concludeert dat het cartooneske beeld dat wij van het regime hebben een mogelijke oplossing vooral in de weg staat.

Dreigementen zijn standaard gereedschap in iedere internationale diplomatieke gereedschapskist. Vaak zijn ze niet expliciet en komen ze neer op wat militair machtsvertoon; denk hierbij bijvoorbeeld aan de 'toevallige' militaire oefeningen die Rusland en de NAVO-landen aan elkaars grens uitvoeren. In meer extreme gevallen kunnen staatshoofden dreigen met sancties of zelfs met militair geweld. Zo kregen de Amerikanen onder dreiging van bombardementen in oktober 1998 de Servische leider Milosevic aan de onderhandelingstafel.

Zeker in het laatste geval is het wel belangrijk dat de dreigementen realistisch zijn. Het heeft geen zin een dreigement te maken als de tegenstander al weet dat je deze nooit na zult komen. De Amerikaanse generaal Colin Powell zei hier ooit over: ‘Threats of military force will work only when U.S. leaders actually have decided that they are prepared to use force.’

Dat brengt ons bij afgelopen woensdag, toen president Donald Trump voor de nodige consternatie zorgde. Hij waarschuwde dat Noord-Korea maar beter kan ophouden met het uiten van bedreigingen aan het adres van de Amerikanen; zo niet, dan kan leider Kim Jong-un ‘fire and fury’ verwachten die ‘de wereld nog nooit heeft gezien.

Een dergelijke expliciete dreiging is op zijn minst onorthodox te noemen. Ter vergelijking: president Bill Clinton dreigde in 1998 over te gaan tot militaire ontwapening van Saddam Husseins regime in Irak met de woorden: ‘You have used weapons of mass destruction before; we are determined to deny you the capacity to use them again.’ Ook hier is de dreiging aanwezig, maar de toon is volstrekt anders.

Voor de inlichtingendiensten is Noord-Korea een 'black box'

En dat werd ook in Pyongyang opgemerkt. In reactie op de uitspraken van Trump liet de Noord-Koreaanse regering weten dat het de mogelijkheden verkent om Guam, een strategische Amerikaanse marinebasis in de Pacific, te bombarderen met een kruisraket.

Black box

Wanneer er dergelijke spierballentaal wordt gebruikt in het diplomatieke spel, staat één vraag altijd voorop: worden de dreigementen waar gemaakt, of is het pure bluf? 

Aangezien de partijen niet bij elkaar in het hoofd kunnen kijken, is hier niet zomaar een antwoord op te geven. Daarom proberen ze elkaars intenties te ‘reconstrueren’. Dat wil zeggen dat ze, om een beeld te krijgen van de motieven en belangen van de tegenpartij, achter de schermen zoveel mogelijk informatie over elkaar los proberen te peuteren.

Het belangrijkste hulpmiddel hierbij zijn de inlichtingendiensten. Deze diensten kunnen zoveel mogelijk data over de ‘tegenstander’ verzamelen; daaruit kan weer waardevolle informatie worden gehaald. Hoe vaak wordt een bepaald dreigement bijvoorbeeld geuit? Wat is de toon? Ook brengen inlichtingendiensten veelal de militaire bewegingen in kaart. Worden er troepen verplaatst richting de grens, of worden er schepen richting bepaalde wateren gedirigeerd? Zulke handelingen zeggen aardig wat over de intenties van een regering.

Maar precies hier vormt Noord-Korea een extreme uitzondering op de regel. Voor de (westerse) inlichtingendiensten is het land namelijk een zogeheten black box. Dat wil zeggen: de gangbare wegen om informatie te verkrijgen over het land zijn in Noord-Korea hermetisch afgesloten.

"De gangbare wegen om informatie te verkrijgen zijn in Noord-Korea hermetisch afgesloten"

In een artikel in The Observer zette voormalig NSA-analist John Schindler de moeilijkheden op een rijtje. Zo zijn er bijvoorbeeld geen ambassades in Noord-Korea; hierdoor kan de CIA geen zogeheten diplomatieke assets inzetten om informatie los te peuteren bij Noord-Koreaanse ambtenaren en regeringsleiders. Ook zijn er geen Amerikaanse bedrijven actief in het land. Ook het stationeren van agenten die zich voordoen als zakenman is dus geen optie.

De weinige buitenlanders die in het land zijn, worden daarnaast nauwlettend door het regime in de gaten gehouden. Onlangs nog verdween de 22-jarige student Otto Warmbier in een goelag omdat hij een propagandavlag als souvenir had proberen te stelen. De jongen overleed kort na zijn vrijlating aan hersenletsel. Volgens Noord-Korea door het eten van verkeerd voedsel, volgens zijn ouders door de martelingen die hij had ondergaan.

Al zou het een Amerikaanse spion dus lukken om Noord-Korea binnen te komen, dan is het nog maar de vraag of het deze persoon lukt om überhaupt informatie te verzamelen en na de operatie het land weer te verlaten.

Koffiedik kijken

Ook het aftappen van de communicatiekanalen — iets waar met name de NSA zich in specialiseert — is bij de Noord-Koreanen geen optie. Pyongyang heeft alle lijnen diep onder de grond zitten, wat het lastig maakt om deze te onderscheppen. En internettoegang is dermate schaars in het land, dat het ook hier moeilijk wordt om mee te luisteren: er is onvoldoende “ruis” op de lijn waarachter een eventuele NSA-tap zich kan verschuilen.

Ook mét aanvullende informatie kan het nog aardig mis gaan

Spionagesatellieten zijn wel een optie, en geven een vage indicatie van wat er op de grond gebeurd. Als de beelden echter niet kunnen worden aangevuld met  zogeheten ‘signal intelligence’ (informatie verkregen uit het aftappen van communicatie) of ‘human intelligence’ (data verkregen van spionnen op de grond), is het vooral koffiedik kijken.

De geschiedenis leert daarnaast dat het ook mét aanvullende informatie nog aardig mis kan gaan. Zo miste de CIA in 1998 ondanks het bewijs van satellietbeelden een nucleaire test in India. De reden: de CIA-medewerker die gespecialiseerd was in nucleaire wapens, was die dag simpelweg niet op kantoor. En in 2003 werden satellietbeelden van de CIA uit Irak, ondanks tegenwerpingen van diverse analisten, door de regering-Bush gepresenteerd als ‘het’ bewijs dat Saddam Hussein massavernietigingswapens zou hebben.

De enige mogelijkheden om enigszins betrouwbare informatie over de intenties van Noord-Korea te verkrijgen, liggen dus bij Noord-Koreaanse bronnen buiten het land zelf. Ook daar zijn er echter maar weinig van: de gemiddelde Noord-Koreaan kan niet eens vrijuit door het eigen land reizen, laat staan dat ze zich zomaar in het buitenland kunnen begeven.

Het handjevol Noord-Koreanen dat wél buiten de landsgrenzen komt, zijn daarom veelal diplomaten en politieke vluchtelingen. De diplomaten zijn over het algemeen juist spionnen voor het regime van Kim Jong-un; zij zijn dus alleen bruikbaar als ze overlopen. Dergelijke overlopers zijn, naast de politiek vluchtelingen, ongeveer de enige extra bronnen die de Amerikanen (en in het verlengde hiervan het westen) ter beschikking hebben om iets over de regering in Pyongyang te weten te komen.

Waarom is dit problematisch?

Het resultaat is duidelijk: de Westerse inlichtingendiensten hebben te maken met een jarenlang informatietekort. Dit heeft twee gevolgen. Ten eerste: door het gebrek aan kijkjes achter de schermen zijn we aangewezen op ‘openbare signalen’, oftewel signalen die het regime zelf de wereld in stuurt. Propaganda dus. Een bombastisch bericht op de staatstelevisie dat het regime een succesvolle test heeft uitgevoerd bijvoorbeeld, of een dramatische militaire parade.

Toegegeven: de signalen liegen er niet om

Ten tweede, en voortvloeiend uit het eerste: deze afhankelijkheid van propaganda als nieuwsvoorziening vergroot de kans dat wij Noord-Korea onterecht aanzien voor een stel malle, onvoorspelbare communisten met kernwapens.

Toegegeven: de signalen liegen er niet om. Zo heeft Noord-Korea afgelopen decennia surveillance-schepen gekaapt, onbewapende surveillancevliegtuigen uit de lucht geschoten, een systeem van ondergrondse invasie-tunnels aan de grens met Zuid-Korea uitgegraven en zelfs twee Amerikaanse soldaten vermoord met een bijl in de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea.

Deze stoutmoedige provocaties richting de Amerikanen en Zuid-Korea, evenals de onophoudelijke stroom van absurdistische berichten, creëren een cartoonesk beeld van het regime. Wat veel media en politici echter over het hoofd zien, is dat Kim Jong-un ons alleen laat zien wat hij ons wíl laten zien.

Etnisch nationalisme

In zijn boekThe Cleanest Race’ zet professor Brian Reynold Myers uiteen hoe Noord-Korea feitelijk twee soorten propaganda de wereld inslingert: een Engelstalige versie voor het buitenland, en een versie voor het binnenland. Gelijksoortige propaganda-tactieken zien we ook voorbij komen in Syrië en Irak, waar terreurgroepering ISIS in de Engelstalige jihad-glossy Dabiq een andere toon aanslaat dan in diens Arabische propaganda.

Volgens Myers staat Noord-Korea op het politieke spectrum eerder aan de rechter- dan aan de linkerzijde. Het regime bekijkt de wereld door een raciale bril, waarbij ‘Briljante Kameraad’ Kim Jong-un de perfecte belichaming van ‘Koreaansheid’ is. Hoewel de economie volledig wordt bestuurd door de staat — een typische eigenschap van communistische landen — wijst Myers erop dat dit evengoed het geval was bij extreemrechtse nationalistische staten als imperialistisch Japan en Nazi-Duitsland. Deze vergelijking werd in de academische literatuur eerder ook door zijn collega’s gemaakt.

"Een conflict met Noord-Korea is een confrontatie met een tegenstander die vecht voor diens overleving"

Toch profileert Noord-Korea zich naar buiten toe als een rasechte communistische staat, die zich zou laten inspireren door de zogeheten Juche-traditie. Deze wazige pseudo-religie is echter met name naar buiten gebracht in Engelstalige stukken. Volgens Myers is het een manier om buitenlanders zand in de ogen te strooien: de staatsideologie is in feite meer gebaseerd op het mystiek Japans nationalisme uit de Tweede Wereldoorlog — met name bekend van de kamikaze-piloten — dan op het communisme.

Maakt het uit of het regime van Noord-Korea links of rechts is? Feitelijk niet. Extreem etnisch-nationalistische regimes hebben linksom of rechtsom de neiging om conflicten te interpreteren als een darwinistische strijd op leven en dood.

Een gewapend conflict met Noord-Korea zou derhalve neerkomen op een confrontatie met een tegenstander die vecht voor diens overleving. Een tegenstander die, met andere woorden, weinig te verliezen heeft — en dus sneller bereid zal zijn om tot het uiterste te gaan. Technologische achterstand of niet, de ervaringen van Vietnam, Irak en Afghanistan leren dat zulke tegenstanders de militaire doelen behoorlijk kunnen dwarsbomen.

Rusland en China

De aanwezigheid van zo’n strategische agenda blijkt ook uit de houding van Noord-Korea binnen de regio. Het regime heeft de afgelopen jaren handig gebruik gemaakt van de ruimte die de paar (belangrijke) bondgenoten — China en Rusland — verstrekken.

Tot dusver interesseerde het Rusland en China maar weinig hoe Kim Jong-un zijn zaakjes regelde

Zo bleven Moskou en Peking tot enkele jaren geleden relatief stil wanneer Noord-Korea weer eens een ‘satelliet’ lanceerde. De reacties bleven beperkt tot het uiten van retorisch ongenoegen en diplomatiek gemor achter de schermen. Hiermee is het Noord-Koreaanse regime gesterkt in zijn overtuiging dat in het geval van een nucleaire test de bondgenoten ook geen serieuze reprimandes zouden overwegen.

Noord-Korea is namelijk niet blind voor de belangen van zijn kameraden. Zo heeft Rusland plannen voor een trans-Koreaanse pijpleiding en investeerde ook China flink in het land. Daarnaast is Noord-Korea in Chinese ogen nog altijd een belangrijke buffer tegen een al te grote Amerikaanse en Japanse aanwezigheid in de regio.

Tot dusver interesseerde het Rusland en China dus maar weinig hoe Kim Jong-un zijn interne zaakjes regelde. Zolang de eigen staatskassen maar werden gespekt vanuit Pyongyang. Recentelijker lijken echter ook zij paal en perk te willen stellen aan de neerwaartse spiraal van agressieve retoriek (ook wel brinkmanship genoemd). Beiden landen zijn namelijk niet gebaat bij een volledige escalatie in de regio.

Dit betekent niet dat Rusland en China Noord-Korea op het matje zullen roepen: met name Rusland heeft laten weten geen al te grote (diplomatieke) rol op zich te willen nemen. Het resultaat is dat Noord-Korea nu precies weet hoe ver het kan gaan: Rusland en China zijn bereid tot economische sancties, maar zullen de Noord-Koreaanse kat ook niet in het nauw drijven. Behalve Amerika, Japan en Zuid-Korea, hoeven ook Rusland en China niet te zien welke rare sprongen deze kan maken.

De bluf van Trump

Sinds vorige week zit ook Amerika in een gelijksoortig schuitje. Feitelijk heeft Kim Jong-un de bluf van president Trump namelijk in het openbaar doorgeprikt. Zo is een militaire interventie (waar Trump mee dreigde) een disproportionele reactie op de politieke retoriek vanuit Pyongyang. Ook Noord-Korea beseft dat Amerika zichzelf alleen maar kan schaden met een militaire eenmansactie.

Het is onwaarschijnlijk dat Amerika militair ingrijpen niet zorgvuldig zal afstemmen

Ondanks alle Michael Bay-scenario’s (die ook in Nederlandse kranten waren te lezen) is het onwaarschijnlijk dat Amerika een eventueel militair ingrijpen in Noord-Korea niet zorgvuldig zal afstemmen met regionale bondgenoten Zuid-Korea en Japan. Dit zeker aangezien die twee landen in het geval van een militair conflict ook de kosten zullen moeten gaan dragen van burgerslachtoffers en de op gang komende vluchtelingenstromen. Met andere woorden: geen enkele partij zit te wachten op een escalatie. Iedereen heeft liever dat Noord-Korea een beperkte — en dus stabiele — dreiging op de achtergrond blijft.

Daarnaast heeft de Verenigde Staten al die jaren de oorlogsretoriek vanuit Pyongyang voornamelijk genegeerd. Noord-Korea hoeft zijn woorden minder zorgvuldig te kiezen, omdat het land geopolitiek gezien als minder geloofwaardig wordt beschouwd. Kim Jong-un heeft deze underdog-positie naar zijn hand weten te zetten door systematisch de grenzen af te tasten. Met andere woorden: push the limit, but don’t cross the line.

En met succes: Kim Jong-un weet nu dat China er niet voor terugdeinst om sancties op te leggen als het te dol wordt, dat Rusland doet of de neus bloed en dat de huidige president van Amerika meer van de praatjes dan de daadjes is. 

Maar dit betekent niet dat de Noord-Koreanen de mogelijkheid van regime change niet in het achterhoofd houden. Dit is ook precies de reden waarom het regime nooit de nucleaire wapens zal opgeven: het is de enige verzekering tegen zo’n wisseltruc. De regering in Pyongyang heeft zelfs expliciet verwezen naar het lot van de Libische dictator Khadaffi. Deze werd in 2002 door President Bush werd geschaard onder de zogeheten ‘As van het Kwaad’. Om een Amerikaanse interventie zoals in Irak te voorkomen besloot Khadaffi een jaar later zijn wapens in te leveren.

"Geloof de Amerikanen nooit op hun woord, en geef nooit je massavernietigingswapens op"

Na de interventie van Libië in 2011 hebben alle dictators in de wereld twee belangrijke lessen geleerd: geloof de Amerikanen nooit op hun woord, en geef nooit je massavernietigingswapens op.

Precaire balans

Ondanks het beeld van de malle dictator is Kim Jong-un een rationele speler die diens geopolitieke kaarten dicht tegen de borst houdt. Een speler die het simplistische Westerse frame van een ‘onvoorspelbare’ dictator handig uitbuit.

De relatie met Noord-Korea is een precaire balans die ten alle tijden verhit is, maar tot nu toe nooit is gaan overkoken. Ook in Washington leeft dit besef: enkele uren na de ‘fire and fury’-uitspraak distantieerden medewerkers van het Witte Huis zich al van de quotes. Trump dirigeerde zelf enkele dagen later de aandacht richting Venezuela, en stuurde deze hiermee effectief dus weg van Noord-Korea.

Maar de relatie met Noord-Korea is meer dan alleen dansen over een nucleair koord. Indien Amerika daadwerkelijk is geïnteresseerd in een oplossing, zou een eerste belangrijke stap zijn om het simplistische beeld van Noord-Korea los te laten. Koude-oorlogsdenken gaat ons geen oplossing voor deze crisis brengen.

Dieuwertje Kuijpers
Geopolitiek junkie. Statistiek-pieler. Niet geïnteresseerd in politieke poppetjes, wel in mechanismes die deze voortbrengen.
Gevolgd door 1161 leden