Oliedeal tussen ‘groen’ Aruba en crisisland Venezuela roept vraagtekens op

    Aruba wil weer Venezolaanse olie gaan raffineren. Een dochteronderneming van een Venezolaans staatsoliebedrijf gaat een half miljard dollar investeren in de oude, momenteel stilliggende raffinaderij. Waar heeft Aruba precies voor getekend en waarom is de overeenkomst omstreden?

    Terwijl Venezuela kampt met een diepe politieke en economische crisis, is een Arubaanse delegatie op 10 juni naar de Venezolaanse hoofdstad Caracas afgereisd om op ceremoniële wijze een nieuwe olie-overeenkomst te ondertekenen. De raffinaderij in het zuiden van Aruba — al vanaf 1924 een steunpilaar van de Arubaanse economie en tijdens de Tweede Wereldoorlog zelfs de op één na grootste raffinaderij ter wereld — opent in augustus weer haar deuren, na vier jaar te hebben stilgelegen.

    De Arubaanse premier Mike Eman werd samen met Mike de Meza, minister van Energie en Milieu, in de hoofdstad ontvangen door de president van Venezuela, Nicolás Maduro. Het Caribisch Netwerk meldt dat Arubanen kritisch reageren op de onderhandelingen van hun eigen premier met de omstreden Maduro, die aan het roer staat van het olierijke maar instabiele Venezuela.

    In 2012 viel de raffinaderij op Aruba stil omdat hij voor de exploitant, de Amerikaanse Valero Energy Corporation, financieel gezien niet meer interessant was. Ongeveer 700 werknemers en 1500 contractarbeiders werden op straat gezet en zochten hun heil bij raffinaderijen in het buitenland. Volgens de Arubaanse regering liep de Arubaanse economie daardoor inkomsten mis van circa 12 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) verlaagde de credit rating van het land.

    Maar de raffinaderij gaat dus weer open. De komende 15 jaar gaat CITGO Aruba, een dochteronderneming van het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA,  de raffinaderij van Aruba leasen. De verwachting is dat de raffinaderij vanaf 2018 per dag ongeveer 209.000 vaten ruwe olie — afkomstig uit de Orinoco-delta — zal verwerken voor vervoer naar het buitenland.

    De raffinaderij staat in San Nicolaas, een regio in het zuiden van het eiland die qua ontwikkeling ver achterloopt vergeleken met het toeristen-trekkende noorden. De heropening van de raffinaderij zal een broodnodige economische impuls leveren aan de lokale economie in San Nicolaas, aldus de Arubaanse regering.

    Er bestaat echter nog veel onduidelijkheid over de precieze inhoud van de overeenkomst, die 2000 pagina’s telt. Het document is niet publiekelijk beschikbaar en moet ook nog eens langs de parlementen van beide landen gaan voor goedkeuring.

    Groene raffinaderij

    Aruba heeft de afgelopen tijd veel geld geïnvesteerd in verduurzaming. Voor een klein eiland met 110.000 inwoners op 178 vierkante kilometer, dat bijna geheel afhankelijk is van toerisme, is duurzame energiezekerheid cruciaal. Er staat nu een windmolenpark dat 20 procent van de totale elektriciteitsbehoefte van Aruba produceert en volgens de ambities van de regering moet Aruba in 2020 voor 100 procent duurzame energie opwekken. Premier Eman is een fervent aanjager van de energietransitie op Aruba. Zijn ambities genieten internationale steun, met name van Virgin Atlantic-miljardair Richard Branson en zijn anti-koolstofinitiatief Carbon War Room, en voormalig vice-president van de Verenigde Staten Al Gore.

    Toen CITGO over wilde gaan op de heropening van de raffinaderij stond premier Eman dus voor een dilemma. ‘Aan de ene kant willen we het groene voorbeeld zijn en onze doelstellingen halen,’ zei hij op een persconferentie, ‘maar aan de andere kant was er de mogelijkheid om ons bbp met 15 procent te doen toenemen en om 2000 banen te creëren. We hebben dit dilemma destijds voorgelegd aan onze groene partners, Carbon War Room en Rocky Mountain Institute. Die vonden het vrijwel onmogelijk om van een klein eiland als Aruba te eisen dat het zo’n kans zou laten varen. Dan zouden we fanatieker zijn dan elk ander land dat in december het klimaatakkoord van Parijs heeft ondertekend. Er is geen enkel groot land dat na de ondertekening naar huis ging en besloot om een raffinaderij te sluiten. Voor een klein eiland met als enig economische pilaar het toerisme, zou dit een onmogelijke opgave zijn.’

     


    Mike Eman, Premier van Aruba

    "Deze combinatie van een industrie die al jaren een grote bijdrage levert aan de Arubaanse economie, maar die ook binnen het groene beleid past van de huidige regering, is the best of both worlds."

    Volgens premier Eman past de heropening van de raffinaderij echter geheel binnen het duurzame energiebeleid van zijn kabinet. ‘Die 100 procent duurzame energie staat los van de raffinaderij,’ zegt Eman. ‘Dat gaat over de manier waarop je energie opwekt. Daar blijven we gewoon voor gaan.’

    De raffinaderij wordt ‘de eerste groene raffinaderij van het westelijk halfrond,’ aldus Eman op een persconferentie. Er zijn plannen om de raffinaderij op gas te laten draaien in plaats van op stookolie, wat de CO2-emissies vermoedelijk zal reduceren. In de overeenkomst staat de bepaling opgenomen dat de mogelijkheden voor de aanleg van een gaspijpleiding van Venezuela naar Aruba zullen worden verkend. Deze pijpleiding zou de raffinaderij van gas kunnen voorzien. ‘Dat de raffinaderij op gas moet draaien staat expliciet opgenomen in de overeenkomst,’ zei Eman op de persconferentie. ‘De raffinaderij zal geen dag draaien zonder dat er gas aangesloten is.’

    Verder zijn er ook plannen om de overige CO2-uitstoot op te vangen, waarmee algen kunnen worden gekweekt. Deze kunnen gebruikt worden voor de productie van zeep, proteïnen en kleurstoffen. Het zal een wereldprimeur zijn om dit op industriële schaal toe te passen, en de hele wereld kijkt toe, stelt Eman. ‘Deze combinatie van een industrie die al jaren een grote bijdrage levert aan de Arubaanse economie, maar die ook binnen het groene beleid past van de huidige regering, is the best of both worlds.’

    Zorgen om milieu

    Lokale mileu- en gezondheidsorganisaties reageren echter woedend op de heropening van de raffinaderij. In een persbericht laat de president van Rainbow Warriors Core Foundation, Milton Ponson, weten dat de ondertekening van deze overeenkomst ‘het zorgvuldig opgebouwde imago van Aruba als groene voorloper in de regio teniet doet’. Ponson: ‘PDVSA [de Venezolaanse staatsoliemaatschappij, red.] heeft een waardeloze track record wat betreft het voldoen aan milieunormen, en met name als het gaat om het oplossen van olielekken.’

    Op buureiland Curaçao is het duidelijk dat PDVSA lak heeft aan het milieu. Zo exploiteert het staatsoliebedrijf de hevig vervuilende Isla-olieraffinaderij in Willemstad. De raffinaderij is er de oorzaak van dat Curacao in de top-3 staat van de (per hoofd van de bevolking) meest vervuilende landen ter wereld. De Isla-olieraffinaderij stoot jaarlijks miljoenen kilo’s zwaveldioxide in de lucht, meer dan alle Nederlandse raffinaderijen bij elkaar. Bewoners in de omgeving hebben tal van gezondheidsklachten en nabijgelegen scholen moeten vaak dicht. Oliemaatschappij Shell, die de Curaçaose raffinaderij in 1915 bouwde en daarna exploiteerde, is medeplichtig aan de vervuiling. Het verkocht de raffinaderij in verwaarloosde staat en met een vervuilde bodem in 1984 voor één gulden aan Curaçao.

    Op Aruba is het gebied in San Nicolaas waar de raffinaderij al meer dan negentig jaar olie verwerkt ook zwaar verontreinigd. Bovendien kent het eiland vooralsnog geen milieuwet. Valero, de vorige exploitant van de raffinaderij, werd geheel vrijgesteld van het opruimen van de zwaar vervuilde bodem. In het geval van Aruba is nu getekend met dochteronderneming van PDVSA, CITGO Aruba, die wel de verantwoordelijkheid om de oppervlakte na de leaseperiode schoon achter te laten. De vervuilde bodem is echter de verantwoordelijkheid van de Arubaanse regering, die een schoonmaakfonds heeft van 19 miljoen gulden (zo’n 9 miljoen euro). De minister van Energie en Milieu, Mike de Meza, zegt tegen het Caribisch Netwerk dat er momenteel een milieuwet in de maak is en dat de overeenkomst met CITGO daar ook al aan voldoet.

    In februari werd een motie aangenomen in de Tweede Kamer die de Nederlandse regering verzoekt ‘om bij de autoriteiten van Curaçao het nut te benadrukken van een onderzoek naar de duurzame alternatieven voor het Isla-raffinaderijcomplex op Curaçao en daarbij ondersteuning te bieden.’ De verantwoordelijkheid van het Koninkrijk voor het bijstaan van Caribisch Nederland in de energietransitie werd benadrukt in een kamerdebat naar aanleiding van het klimaatakkoord in Parijs. Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Sharon Dijksma: ‘In het kader van de ratificatie van het akkoord zal sowieso met de BES-eilanden overleg worden gevoerd over de toepassing van het akkoord op de eilanden. Daarbij moeten overigens eerst afspraken worden gemaakt over de toepassing van het klimaatverdrag. We zullen ook onderling met anderen zoals Aruba het contact warm houden om te bekijken hoe we kunnen samenwerken, dat is heel belangrijk.’ Daarop reageerde Liesbeth van Tongeren (GroenLinks): ‘Ik ben blij met deze intentie van de staatssecretaris. Er is daar behoorlijk wat behoefte aan technische ondersteuning, van het RIVM of TNO bijvoorbeeld. Als dit soort dingen kunnen, betekent het dat de uitvoering daar een stuk makkelijker wordt.  '

    'Er is daar behoorlijk wat behoefte aan technische ondersteuning'

    TNO heeft sinds 2011 een vestiging op Aruba en doet daar onderzoek naar de duurzame mogelijkheden in het Caribisch gebied. TNO is op Aruba betrokken bij de vergroening van de raffinaderij, waar het vooral adviseert over de mogelijkheden voor het afvangen en hergebruiken van een deel van de CO2 uitstoot. Verder speelt TNO geen rol in de heropening van de raffinaderij.

    Berichtgeving CITGO

    Dat de overeenkomst in Caracas is ondertekend en niet in Houston, waar PDVSA-dochteronderneming CITGO Petroleum Corporation gevestigd is, geeft de affaire volgens velen een dubieus tintje. Argus Media — een Amerikaans blad voor de oliesector — meldde eerder dit jaar dat de Amerikaanse CITGO-top woest was om deze ‘geheel Venezolaanse actie’. Een CITGO-bestuurder die niet aan de onderhandelingen deelnam, zei dat de voorwaarden en condities van deze overeenkomst ‘op zijn zachtst gezegd vaag’ zijn.

    Inmiddels is er wel een persbericht te vinden op de website van CITGO, waarin de president en voorzitter van CITGO Petroleum Corporation, Nelson P. Martínez, de loftrompet steekt over deze deal. ‘Dit is een technisch en financieel sterk project. Het is een strategisch partnerschap waar CITGO Aruba, PDVSA, Venezuela en Aruba van zullen profiteren.’

    Het persbericht van CITGO Petroleum Corporation roept bij de lokale media, NoticiaCla, echter vraagtekens op. Daarin staat dat het project met financiering uit ‘externe bronnen’ gerealiseerd zal worden door CITGO Aruba, en dat CITGO Petroleum Corporation ‘diensten’ zal leveren. Kennelijk investeert de Amerikaanse CITGO dus niet zelf in dit project, maar zal CITGO Aruba zelf op zoek gaan naar financiering van andere private partijen. Argus Media meldde eerder al dat PDVSA CITGO heeft ingeschakeld voor de deal omdat het staatsoliebedrijf niet over genoeg kapitaal beschikte voor het project. CITGO Aruba is ‘een groep bedrijven die onder PDV Holding vallen, een dochteronderneming van PDVSA,’ aldus CITGO in het persbericht.

    Over de plannen om de raffinaderij op gas te laten draaien en de nog te bouwen gasleiding van Venezuela naar Aruba zegt CITGO Petroleum Company in het persbericht dat dit een ‘aanvullend project in overweging’ is waarvan de mogelijkheden ‘geëvalueerd’ worden. De Arubaanse minister Mike de Meza zegt echter dat CITGO hiervoor getekend heeft en dus hieraan moet voldoen. Eerder dit jaar berichtte het Caribisch Netwerk ook dat CITGO akkoord is gegaan met de omzetting naar gas.

    Parlement buitenspel

    Verder heeft de Venezolaanse regering de overeenkomst met Aruba afgesloten zonder eerst het parlement te raadplegen. ‘Wij weten van niets en we weten ook niet in welke staat de raffinaderij zich bevindt,’ zegt Elías Matta tegen de Venezolaanse pers, vice-voorzitter van de commissie voor energiezaken van het Venezolaanse parlement.

    Hij meent dat er eerst een technische en economische consultatie zou moeten plaatsvinden, om duidelijk te maken waarom deze investering op Aruba gedaan moet worden, en niet in Venezuela zelf. ‘Als deze investering zou worden gemaakt in de Orinoco-olieregio, zou dit meer banen creëren en de Venezolaanse economie in gang zetten.’

    Eulogio del Pino, president van PDVSA en minister van Petroleum van Venezuela, stelt echter dat het minimaal vier jaar zou duren om in Venezuela hetzelfde type raffinaderij te bouwen als die op Aruba. De Arubaanse raffinaderij zou al binnen twee jaar operationeel kunnen zijn.

    ‘Dat is een interne zaak'

    Energieminister Mike de Meza legt aan NoticiaCla uit dat deze discussie in Venezuela geen gevolgen heeft voor de heropening van de raffinaderij. ‘Dat is een interne zaak,’ zegt De Meza. De vraag of Venezuela niet beter in eigen land kan investeren, moet volgens De Meza door de Venezolaanse politiek worden beantwoord. Hij verzekerde dat er garanties zijn dat CITGO de raffinaderij op Aruba gaat exploiteren en dat er consequenties zijn bij contractbreuk.

    Overigens moet de overeenkomst ook langs het Arubaanse parlement voor goedkeuring. Zonder deze goedkeuring is de overeenkomst ongeldig. In een gesprek met NoticiaCla zei André Bosman (VVD) dat het niet gebruikelijk is om eerst een overeenkomst te sluiten, om daarna pas het parlement te raadplegen. ‘Als er eenmaal een overeenkomst is getekend, dan zit je er juridisch aan vast. Het parlement kan dan nog weinig verandering aanbrengen, want de deal is al rond.’

    Maar de Arubaanse regering heeft er vertrouwen in dat deze deal door het parlement zal worden goedgekeurd, omdat ook oppositiepartij MEP een voorstander is van de heropening van de raffinaderij.

    KvK zet kanttekeningen

    De Kamer van Koophandel en Nijverheid Aruba (KvK) uitte al eerder kritiek op de ontwikkelingen rondom de heropening van de raffinaderij. Volgens de KvK is het beter om dit soort raffinaderijen dichtbij de bron te bouwen en heeft Venezuela per 2020 plannen voor vergelijkbare projecten in eigen land. Nu moet de Venezolaanse olie naar Aruba worden getransporteerd voor raffinage.

    Ook is het positieve effect van de heropening volgens de KvK mogelijk overschat: ‘Er wordt vaak gesproken over een verlies van 12 tot 15 procent bij sluiting van de raffinaderij,' stelt de KvK. 'Het is echter opmerkelijk dat [nadat de raffinaderij werd stilgelegd, red.] de nominale bbp in 2012 met 0,6 procent daalde en in 2013 steeg met twee procent. Het is dus niet logisch om te verwachten dat heropening van de raffinaderij een groot positief effect zal hebben op de Arubaanse economie.’

    ‘De aanwezigheid van een raffinaderij kan andere duurzame economische activiteiten in die regio in de weg staan’

    Tot slot meent de KvK dat dit zelfs met een contract van 15 tot 25 jaar een tijdelijke oplossing is. ‘De aanwezigheid van een raffinaderij kan andere duurzame economische activiteiten in die regio in de weg staan,’ stelt de KvK. ‘De discussie over de sociaal-economische ontwikkeling van San Nicolaas [de regio waar de raffinaderij staat, red.] moet voortgezet worden in de breedste zin, met het oog op de post-raffinaderij-periode.’

    Gespannen geopolitiek

    Bovendien staan de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en Venezuela de laatste jaren op gespannen voet. Venezuela diende op 14 juli 2010 een klacht in over schending van de Venezolaanse vluchtinformatieregio door Nederland. Een Nederlandse helikopter zou door internationaal luchtruim zijn gevlogen, waar de Venezolaanse luchtverkeersleiding het luchtverkeer informeert en coördineert. Het betrof dus geen formele schending van luchtruim, aldus de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, in zijn beantwoording op Kamervragen. Desondanks diende Venezuela een klacht in.

    In 2007 was er ook een conflict tussen oud-president Hugo Chávez (in 2010 overleden) en Minister Henk Kamp (Economische Zaken). Kamp noemde de Venezolaanse president ‘een onverdraagzame, rijke volkspopulist die met grote ogen kijkt naar de snippertjes voor de kust van Venezuela, die onderdeel zijn van het Nederlandse koninkrijk'. Chávez noemde Kamp daarop ‘een pion van de VS’. De opmerkingen van Kamp leidden tot woede bij de regering van de Nederlandse Antillen, die meende dat ‘er geen enkele aanwijzing’ was voor militaire plannen van Venezuela gericht tegen de Nederlandse Antillen en Aruba. Ben Bot, destijds minister van Buitenlandse Zaken, distantieerde zich van de uitspraken van Kamp, en liet weten dat de uitspraken ‘op geen enkele wijze de buitenlandse politiek van het Koninkrijk der Nederlanden weergeven’.

    'Waarom gaat Nederland akkoord met het feit dat Aruba economische banden creëert met een dictator van een enorm instabiel land?’

    Nederland is nog altijd militair aanwezig op de Caribische eilanden: er zijn twee marinekazernes op Curaçao en één op Aruba. De Arubaanse journalist Ariën Rasmijn onderschrijft de geopolitieke zorgen: ‘Dat de Nederlandse ambassadeur in Venezuela ook aanwezig was bij de plechtigheid, baart mij grote zorgen. Ik geloof niet dat het Koninkrijk geen zicht heeft op de risico’s die het nu neemt met zijn grootste buurland. Waarom gaat Nederland akkoord met het feit dat Aruba economische banden creëert met een dictator van een enorm instabiel land?’

     


    Mike de Meza, Arubaanse minister van Energie en Milieu

    "We kunnen allemaal wel doemscenario’s gaan bedenken, maar het is uiteindelijk CITGO met wie we het contract hebben getekend. Zij moeten voldoen aan onze voorwaarden"

    Land in crisis

    De politieke, economische en humanitaire crisis in Venezuela is volgens de Arubaanse ministers geen reden voor zorgen over de voortgang van het project. ‘We kunnen allemaal wel doemscenario's gaan bedenken,’ aldus energieminister De Meza in gesprek met het Caribisch Netwerk, ‘maar het is uiteindelijk CITGO met wie we het contract hebben getekend. Zij moeten voldoen aan onze voorwaarden.’ Of Minister De Meza hier sprak over de Amerikaanse CITGO Petroleum Company of CITGO Aruba, waar het contract mee is getekend, is onduidelijk. 

    Over de kritiek dat Aruba niet in zee zou moeten gaan met een land dat dagelijks mensenrechten schendt, zei premier Eman tegen het Caribisch Netwerk: ‘Er is geen enkel land dat daardoor geen zaken doet met Venezuela. Ook de Verenigde Staten zijn grote importeur van de olie. Ik denk dat ik eerder als onverantwoordelijk zou worden beschouwd als ik 15 procent [groei, red.] van ons bbp laat varen omdat wij als eenling in deze wereld een statement willen maken over de interne situatie van Venezuela. Nog geen enkel westers land heeft deze positie ingenomen.’ Milton Ponson van lokale milieuorganisatie Rainbow Warriors verklaarde daarop dat het ‘overduidelijk is dat voor het Koninkrijk mensenrechten het onderspit delven wanneer olie- en gasbelangen op het spel staan.’

    ‘Het is overduidelijk dat voor het Koninkrijk mensenrechten het onderspit delven wanneer olie- en gasbelangen op het spel staan’

    Wat levert de heropening van de raffinaderij nu concreet op? Op zijn minst sinds 6 juni 2016 een verbeterde rating voor Aruba van kredietbeoordelaar S&P. In 2013 verlaagde S&P de Arubaanse rating nog, als gevolg van ‘verslechterde fiscale en externe balansen door de sluiting van de raffinaderij’. Desondanks nuanceert S&P de nieuwe bijstelling: ‘We kunnen de rating weer verlagen als het project aanzienlijke vertraging oploopt, wat tot lagere groei van het bbp zal leiden.’


    Ariën Rasmijn, lokale journalist

    "CITGO is inderdaad een Amerikaans bedrijf, maar de olie die opgepompt moet worden, ligt diep in een zeer instabiel land"

    Lokale journalist Ariën Rasmijn: ‘CITGO is inderdaad een Amerikaans bedrijf, maar de olie die opgepompt moet worden, ligt diep in een zeer instabiel land. Als puntje bij paaltje komt, is de kans groot dat er überhaupt geen olie opgepompt kan worden, laat staan dat er een gaspijpleiding van Venezuela naar Aruba kan worden aangelegd. Dan zeggen ze: “Sorry, maar we zitten middenin een burgeroorlog. Wanneer we hier klaar zijn komen we bij jullie terug. Bel ons weer over een paar jaar.”’

    De kans op vertraging lijkt dus groot. De overeenkomst moet nog goedgekeurd moet worden door een verdeeld Venezolaans parlement, de huidige crisis in Venezuela lijkt het dal nog niet te hebben bereikt, en projectontwikkelaar CITGO Aruba moet externe financiering vinden voor dit project. Het is inderdaad de vraag of de olie uit Orinoco de Arubaanse kust ooit zal halen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Lorenzo Fränkel

    Lorenzo studeerde milieu-economie aan de VU Amsterdam, en richt zich met passie op de grote energietransitie. Voor Follow the...

    Volg Lorenzo Fränkel
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren