'Omdat de mogelijkheid zich voordoet'

    Journalist Annemarie van de Weert studeert International Crimes and Criminology aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze vraagt zich af hoe het komt dat sommige toppers in het bedrijfsleven hun handen zo makkelijk in onschuld wassen.

    'Steekpenningen, Nederlandse bedrijven doen het, maar met steeds meer tegenzin, zo lijkt het. Want de weerstand tegen corruptie groeit.' Deze introductie van het nieuws over SBM offshore in het 20.00 uur journaal van woensdag 2 april verbaasde mij. De berichtgeving kwam op mij over alsof de Nederlandse bouwer van mobiele olieplatforms (FPSO’s), gedwongen zou zijn om smeergeld te betalen aan overheidsfunctionarissen in twee Afrikaans eilanden. Zo van; als dat de gang van zaken is in een specifiek land, dan moet je wel. Is dat de juiste conclusie? Inmiddels horen wij (niet geheel onverwacht) van insiders uit de olie- en gasindustrie dat omkoping en corruptie een standaard onderdeel van onderhandelingen vormen in bepaalde culturen. Al spreekt de branche liever van ‘bemiddelingskosten’ voor ‘tussenpersonen’, ‘consultants’ of ‘commercial relations’. Niks bijzonders eigenlijk. ‘Welcome to the world!’ verkondigde Rob van Gelder, oud-commissaris SBM Offshore en oud topman van Boskalis in een interview met FTM-journalist Dennis Mijnheer.

    Net als doping

    Smeergeld wie betaalt het eigenlijk niet? Ik kon het niet laten om even het world wide web af te struinen om de tendens over deze, in mijn ogen, malafide bedrijfsvoering te proeven. Wat bleek, IEX-professionals raakten blijkbaar ook niet van slag van het gegeven dat er miljoenen (SBM houdt het record met 250.000.000 dollar) in de zakken van machthebbende figuren zou hebben gestopt, zo las ik op het beleggers-blog: ‘Ons (beursgenoteerde) bedrijfsleven opereert wereldwijd en in de meeste landen op deze planeet zijn enveloppen onder de tafel door net zo gewoon als water dat van hoog naar laag stroomt. Het is net als met doping in de sport: iedereen doet het, maar niemand wil het weten.’
    In Nederland vinden we het toch ook not done wanneer een gemeenteambtenaar van het Rotterdams Havenbedrijf zichzelf verrijkt met lucratieve deals?
    Ok, nu weet ik ook wel dat ze er in andere landen andere gebruiken op na houden, maar om nou te stellen dat de cultuur over de grens deelname aan dit criminele handelen van bestuursleden en topmanagers met witteboorden goed kan praten, is toch wat kort door de bocht, lijkt me. In Nederland vinden we het toch ook not done wanneer een gemeenteambtenaar van het Rotterdams Havenbedrijf, als destijds Willem Scholten, zichzelf verrijkt met lucratieve deals? Of om een actueler voorbeeld te noemen; de huidige kwestie rond KPMG. Waarom zou het in corrupte landen als de Republieken Angola en Equatoriaal-Guinea dan wel ineens acceptabel gedrag zijn?

    'Neutralisatietechniek'

    Gelukkig hoef ik voor de uitleg van deze constatering, niet ver te zoeken want de verdediging van crimineel gedrag is zo oud als de weg naar Rome. ‘Neutralisatietechniek’ noemen ze dat. In de kernbegrippenlijst van het basisboek Criminologie staat de volgende omschrijving: ‘Om tot de beslissing te komen om deviant (van de wet afwijkend, AvdW) gedrag te gaan plegen of daarmee door te gaan moeten individuen zichzelf ervan overtuigen dat wat ze (gaan) doen niet werkelijk deviant is, en dus ook niet echt verkeerd.’ Of wel: het geweten van de mannen uit de offshore wordt op de reis naar huis gereinigd en dat proces creëert vanzelf de overtuiging dat ze boven de wet staan.
    De mens ziet zichzelf dan ook niet als een crimineel maar creëert een zelfbeeld dat zijn handel en wandel goedpraat
    Criminologen Sykes en Matza ontdekte reeds in 1957 dat de mens zichzelf dan ook niet ziet als een crimineel maar een zelfbeeld creëert dat zijn handel en wandel goedpraat. Dit psychologische proces bakende zij af in vijf technieken van neutralisatie: ontkenning van verantwoordelijkheid (‘het is niet mijn schuld’), ontkenning van schade (‘niemand heeft eronder geleden’), ontkenning van een slachtoffer (‘de gedupeerde vroeg erom’), een beroep op hogere loyaliteiten (‘ik deed het niet voor mezelf’), en veroordeling van de toeziend autoriteiten (‘de politie is corrupt’). Vervolg studies over het goedpraten van crimineel gedrag voegde nog eens enkele metaforen toe zoals: ‘iedereen doet het’, ‘ik heb ook veel goede dingen gedaan in mijn leven’, ‘ik had geen keus’, ‘ik ben niet zo slecht als anderen’ en ‘ik heb recht op het behaalde resultaat’. Opvallend is dat de neutralisatie-theorie oorspronkelijk is ontwikkeld om jeugdcriminaliteit te verklaren. Nu is het de trend onder criminologen om dit gegeven ook in te zetten voor de verklaring van organisatiecriminaliteit zoals de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij internationale misdaden. Er is echter een groot verschil; de eerste groep misdadigers komt over het algemeen voort uit armoede, ongeschooldheid of psychische problemen. Maar keurige, vaak hoogopgeleide, zakenmensen kun je deze kenmerken bepaald niet toewijzen. Wat bezielt mensen, die volgens de wereldberoemde witteboorden-definitie van Edwin Sutherland uit 1939 te boek staan als ‘een persoon van respectabiliteit en een hoge sociale status’, om zich in te laten met corruptie?

    Straatschoffies

    Het antwoord op mijn vraag staat even verderop in het basisboek Criminologie en heet ‘differentiële associatie’. Waar het in een notendop op neerkomt: ‘omdat de mogelijkheid zich voordoet’. Zo simpel is het blijkbaar. Ik was echter toch even ontluisterd toen ik deze verklaring voor corporate crime, las. En dan hebben we het in de offshore enkel over wat ‘onschuldige’ steekpenningen. Helaas verklaart deze theorie die beschrijft dat men zich associeert met het gedrag dat het meest wordt waargenomen, ook voor corporaties die zich inlaten met het schenden van mensenrechten of zelfs oorlogsmisdaden. Dus enkel en alleen maar omdat de omstandigheden ter plaatse iets mogelijk maken, worden waarden als moraal en ethiek rücksichtslos overboord gegooid.
    Enkel en alleen maar omdat de omstandigheden ter plaatse iets mogelijk maken, worden waarden als moraal en ethiek rücksichtslos overboord gegooid
    Ook door de hoog opgeleide heren en dames uit Wassenaar en het ‘t Gooi. Of misschien juist wel door deze mensen als we het fenomeen ‘hebzucht’ in ogenschouw nemen. De overweging om normen en waarden te vervormen, ook als dat in strijd met de wet is, is namelijk gebaseerd op een simpele kosten-baten analyse, of wel: hoeveel winst kan ik behalen? Een rationele keuze dus. Desalniettemin is het wel zo prettig als een ‘overtreder’ zichzelf in de spiegel kan blijven aankijken zonder knagend gevoel van binnen dat hij/zij eigenlijk iets fout heeft gedaan. Daarvoor zal het gepleegde gedrag als ‘normaal’ moeten worden gezien. Overigens lees ik op de website van SBM offshore en in de uitgelekte informatie van de klokkenluider dat er samenwerkingsverbanden bestaan met collega-bedrijven Daewoo, Chevron, Shell en Exxon. Stuk voor stuk multinationals die reeds met justitie in aanraking zijn gekomen voor hun betrokkenheid bij ernstige schendingen van mensenrechten en zelfs oorlogsmisdaden. Om maar weer even aan te geven dat de hierboven uiteengezette omgevingsfactoren op de werkplek die het plegen van corporate crime ‘gewoon’ maken, binnen de olie- en gasindustrie overduidelijk aanwezig zijn. Kortom: iedereen doet het. Het kan. Dus mag het. Al met al blijken hooggeplaatste ‘captains of industry’ ook maar doodgewone straatschoffies.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Annemarie van de Weert

    Schrijft columns over de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de georganiseerde misdaad, oorlogsmisdaden en mensenrechten.

    Volg Annemarie van de Weert
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren