De kracht van Zuid-Afrika

2 Connecties

Onze nieuwe columnist Inge Abraham buigt zich in Zuid-Afrika over de laatste macro-cijfers van de regering en ontdekt een onontgonnen bron van groei voor de wereldmacht in wording.

Al sinds eind 2009 heb ik – Amsterdamse, journaliste, 30-jarige – het voorrecht in Zuid-Afrika te mogen wonen. Zuid-Afrika, het land dat afgelopen jaar zo volop in de internationale schijnwerpers stond. En hoewel veel mensen na de deceptie die ‘11 juli 2010’ heet liever even wegkeken als beelden van Zuid-Afrika opdoemden, was dat voor mij juist het moment om het vizier vol op dit land gericht te houden.

 

Voor, tijdens en na het WK voetbal zijn talloze artikelen geschreven over de economische gevolgen van het toernooi voor Zuid-Afrika. Natuurlijk ben ik bevooroordeeld, kijk ik door een roze bril. Natuurlijk wil ik om het hardst roepen dat de miljoeneninvesteringen en vele honderdduizenden voetbalsupporters in dit land gezorgd hebben voor een kapitaalinjectie die zijn weerga niet kent. Dat Zuid-Afrika alleen maar gebaat is geweest bij de rol als gastland van het WK. Deels is dat waar, en deels valt daar ook wel een en ander op af te dingen. It’s not all sunshine in South Africa, I confess.

 

??To work or not to work

Twee weken geleden publiceerde het Zuid-Afrikaanse Bureau voor de Statistiek de werkloosheidscijfers over 2010. Voor een journaliste met een macro-economische voorliefde duidt dat een interessant moment. Het werkloosheidspercentage is immers een goede indicator voor activiteit, bedrijvigheid en progressie van een land en de bevolking. Los van gradaties daarin, en de subjectiviteit van het concept ‘progressie’ daargelaten. Immers, een arbeider uit de townships verdient nog altijd ver onder de norm die wij westerlingen als ‘ondergrens’ aanhouden, net zoals rijken uit de (bovenste) bovenlaag in sommige gevallen excessief rijk zijn. 
 
Echter, zolang beide ‘aan het werk’ zijn is voor beide sprake van activiteit, bedrijvigheid en progressie. En precies dat is wat mensen, groepen en landen doet groeien. Daarin vormt Zuid-Afrika geen enkele uitzondering. 
 
De statistische feiten op een rijtje: Zuid-Afrika kende in 2010 een beroepsbevolking (personen van 15-64 jaar) van 32.193.000 personen. Dit komt neer op zo’n 65 procent van de volledige bevolking van het land, die in totaal bijna 50 miljoen mensen telt. 
 
Statistics of South Africa maakt over 2010 de balans op: 24 procent van de totale beroepsbevolking is werkloos. Achter de categorie staat een absoluut getal van ruim 4 miljoen werklozen (4.137.000). Pardon? 4 miljoen is toch geen 24 procent van 32 miljoen? 
 
Correct. Mijn onderzoekende oog blikt verder over de cijfers en tabellen in het 115 pagina-tellende rapport, en ik kan er niet altijd even veel wijs uit worden. 
 
Opmerkelijk: hoewel gesproken wordt over een totale beroepsbevolking van 32 miljoen mensen, wordt de labour force in de tabel teruggebracht tot iets meer dan 17 miljoen mensen. De overige 15 miljoen mensen worden aangeduid als not economically active
 
Studenten
In simpele termen komt het erop neer dat de ‘gewone werklozen’ (4 mijloen dus) volgens de onderzoekers geen (goede) reden hebben om niet werken, en dat de economically not-active legitiem als werkloos beschouwd worden. Zij worden derhalve niet meegeteld in de totale beroepsbevolking van Zuid-Afrika.
 
 
Eind 2010 waren bijna 15 miljoen Zuid-Afrikanen ‘economisch niet-actief’. Ruim 6 miljoen van hen hebben daar een meer dan valide excuus voor: zij studeren. Hulde! Een andere kleine 3 miljoen ‘gerechtvaardigde werklozen’ kan zich verschuilen achter het huishouden, vooral full-time huismoeders. De overige bijna 6 miljoen economisch niet-actieve mensen zijn onder te verdelen in 4 categorieën: 1) ziek/gehandicapt 2) te oud 3) ontmoedigde werkzoekenden en 4) iets anders. Het zijn met name de non-activisten uit de derde categorie die zorgen baren. Van alle groepen economisch niet-actieven nam deze groep afgelopen jaar met maar liefst 25,7% toe, een toename van 1,5 miljoen naar 2,1 miljoen. 
 
 
Ontmoedigend, ontmoedigd, ontmoedigst??
Terwijl het algehele werkloosheidscijfer van het land al jaren consequent afneemt, is het dit deel van de werkloosheid dat al jaren achtereen stijgt. Op dit moment gaat het om ruim 2 miljoen Zuid-Afrikanen die de beroepsgerechtigde leeftijd hebben, niet ziek of gehandicapt zijn, niet studeren, noch verantwoordelijk voor een huishouden zijn, maar die niet werken. Het zijn de eerder genoemde ‘discouraged workseekers’. 
 
Wat maakt iemand ontmoedigd genoeg dat hij dat mag aanvoeren als legitieme reden om niet (meer) op zoek te gaan naar werk? Is dat na een tal van ontslagen en/of meerdere afwijzingen per post? Wanneer mag een werkzoekende aangeven dat de ontmoediging niet aan hem, maar aan de maatschappij ligt? Zodanig dat hij niet als werkloze beschouwd wordt? Daarvoor gelden geen duidelijke richtlijnen. Opmerkelijk.
 
Wie niet werkt, verdient niets. Wie niets verdient, gaat niet vooruit. Wie niet vooruitgaat, blijft stilstaan. En volgens mij ligt daar één van Zuid-Afrika’s grootste gemiste kansen. Zoals de premier van de Westkaap, Helen Zille, onlangs tijdens een persconferentie zei: “De regering kan geen werkgelegenheid creëeren, slechts bedrijven en bedrijvigheid zelf kunnen dat wel.” En daar ligt het in Zuid-Afrika anno 2011 zeker niet aan. 
 
Helaas... deze column biedt (vooralsnog) geen antwoord, noch een maatschappelijke of macro-economische verantwoording. De cijfers zijn nog vers, immers. Mijn bescheiden mening is dat hier één van de grootste winkansen voor de Zuid-Afrikaanse economie te halen valt: meer dan 2 miljoen mankrachten erbij. Niks ontmoedigd, maar enthousiast en actief.
 
Waar loopt het spaak, en hoe kan het aangepakt worden? Daarover meer in mijn volgende columns.
 
 
 
 
Inge Abraham
Inge Abraham
Inge Abraham (1980) mag op haar CV 'Neerlandica' en 'politicologe' als titels achter haar naam noteren. N...
Gevolgd door 0 leden