© JanJaap Rypkema

Ondermijning ondergraaft vooral ons gezonde verstand

  • ?
  • Dit komt door de politieke campagne: "Meer blauw op straat".
  • Hier zou een verklaring van het begrip Nutella-winkel naar mijn idee wel op zijn plaats zijn.

De discussie over de ondermijning van de bovenwereld door de onderwereld begint hysterische trekjes aan te nemen. Politici en experts maken ons bang met spookverhalen over tientallen miljarden euro’s misdaadgeld die ons land overspoelen. Die sprookjes zijn nergens voor nodig: echte misdaad is al ernstig genoeg. Net als de verontrustende zwakte van de politie.

Dit stuk in 1 minuut
  • Proberen criminelen werkelijk door te dringen tot de bovenlaag van de maatschappij om die zo te ondermijnen? Politici van ministers tot burgemeesters geloven van wel. Dat leidde tot een Ondermijningsfonds van 100 miljoen euro.

  • Maar bestaat ondermijning wel? De Maastrichtse burgemeester Penn-te Strake schreef: ‘In de onzichtbare cyberwereld en de gecamoufleerde zakenbranche is sprake van sterk verhoogde criminele activiteit. Daardoor zien we het niet en dat maakt het extra gevaarlijk.’  

  • Wetenschappers zijn sceptisch over ondermijning. Zij wijzen op de totale zinloosheid van de war on drugs en op de zwakte van het politieapparaat.

  • Terwijl we bang worden gemaakt, onderneemt de overheid geen serieuze actie (lees: tweeduizend gespecialiseerde rechercheurs erbij) om drugscriminaliteit in te perken.

Lees verder

Ondermijning is het duizenddingendoekje van het publieke debat. Ben je ergens tegen? Dreig met het sluipende gevaar van ondermijning. Neem bijvoorbeeld de gekozen burgemeester. Aan de bekende versleten argumenten dat Nederlanders niet in staat zouden zijn om hun eigen burgemeester te kiezen, voegde fraude-expert Jaap ten Wolde recent in NRC een paar nieuwe toe: ‘Een rechtstreeks gekozen burgemeester – bijvoorbeeld de meest welbespraakte politicus van de gemeente, een populaire kroegbaas, een volksmenner of one issue man, iemand die gesponsord wordt door machtsdenkers – mist de achtergrond om als boegbeeld en als algemeen geaccepteerde voorganger te kunnen dienen als het gaat om integriteitskwesties in het openbaar bestuur.’ Daarmee serveert Ten Wolde zonder een spoor van bewijs te leveren wereldwijd tienduizenden gekozen burgemeesters in democratisch bestuurde landen af. Maar Ten Wolde heeft nog een ‘belangrijk’ argument: ‘De georganiseerde criminaliteit kan er met een beperkt budget voor zorgen dat een gewenste kandidaat de verkiezing wint.’ Ook hier ontbreekt weer ieder bewijs.

In de paniekzaaierij rond ondermijning is op dit moment niets te gek. Kort na Ten Wolde pakte Annemarie Penn-te Strake, de burgemeester van Maastricht, in de Volkskrant ook flink uit over de ondermijning van de rechtsstaat.

Zij stelt dat de zichtbare criminaliteit onder controle lijkt, ‘maar in de onzichtbare cyberwereld en de gecamoufleerde zakenbranche is sprake van sterk verhoogde criminele activiteit. Daardoor zien we het niet en dat maakt het extra gevaarlijk.’ Dit is een verrukkelijke cirkelredenering: we zien het niet, dus het moet wel héél erg zijn.

Grote pot met geld

Ten Wolde en Penn-te Strake haken aan bij Ferdinand Grapperhaus. De minister van Justitie en Veiligheid noemde ondermijning in de Volkskrant onlangs een ‘enorm probleem’. Daarom stelde hij een Ondermijningsfonds in, met 100 miljoen euro in de pot en wil hij drugs als cocaïne, amfetamine en xtc ‘loeihard aanpakken. De criminaliteit die ermee gepaard gaat, nestelt zich tussen gewone burgers en tast de samenleving aan.’

Grapperhaus wil het geen war on drugs noemen maar ‘een war on criminal organisations, dat is één. En twee: cocaïne en synthetische drugs moeten het land uit.’ Het staat er echt: de minister wil cocaïne en synthetische drugs het land uit. Over de zinloosheid van de war on drugs straks meer.

Andere politici haken gretig aan. Amsterdam krijgt 8 miljoen van de 100 miljoen uit het Ondermijningsfonds en het is dringen geblazen rond de pot met geld. De Amsterdamse PvdA ziet niet alleen ondermijning in Nutella-winkels, maar ook in bedrijfjes rond AirBnB en Uber. Daarmee proberen ze burgemeester Femke Halsema rechts in te halen, in haar poging haar bevoegdheden om louche winkels aan te pakken, fors uit te breiden.

Ondermijning van de bovenwereld door de onderwereld is kortom hot. Belangrijke drijvende krachten achter de hype zijn Jan Tromp van de Volkskrant en hoogleraar Pieter Tops. Zij schreven in 2017 De achterkant van Nederland: Hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken en hameren sindsdien met veel succes op dit aambeeld. Tromp schreef als journalist bijvoorbeeld over dreigende infiltratie van de onderwereld in gemeenten en Tops schreef als onderzoeker Waar een klein land groot in kan zijn.

In dit laatste onderzoek becijferen Tops en andere onderzoekers dat er alleen al in de synthetische drugs (XTC, amfetamine en andere pillen) minstens 19 miljard euro om gaat. Dat getal duikt voortdurend op en rechtvaardigt de bestuurlijke paniek: stel je voor dat criminelen zich met al dat geld gaan inkopen in de bovenwereld.

Van Nutella-winkels tot motorbendes: alles is ondermijning

Ondermijning is een breed begrip: de meest uiteenlopende zaken, van Nutella-winkels tot motorbendes, passen erin. Dat maakt het lastig om feit en fictie uit elkaar te houden. De omvang van misdaad, fraude en witwassen is per definitie onbekend – criminelen geven hun omzet immers niet netjes door aan de Belastingdienst en het CBS – en iedereen kan er daarom zijn eigen ideeën op los laten. Laten we eens met wat gezond verstand naar de nuchtere feiten kijken.

Natuurlijk is er ernstige criminaliteit in Nederland. De voorbeelden die Tops en Tromp noemen, zoals liquidaties en motorbendes die burgemeesters bedreigen, zijn bepaald zorgwekkend. Vooral omdat de politie er zwak voorstaat. Kijk maar naar dit rapport over de recherche uit februari van Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond. Daar staat het woord ‘noodkreet’ in capslock op de voorkant.

De politie heldert ieder jaar minder zaken op: van 330.000 zaken in 2007 tot 225.000 in 2017. De Nederlandse recherche is onderbezet en moest in 2018 16.000 zaken laten lopen. Bekende criminelen kunnen niet geobserveerd worden omdat de observatieteams overbelast zijn. Als buitenlandse politiekorpsen een verzoek indienen om in Nederland rondlopende criminelen uit hun land (bijvoorbeeld Italiaanse maffiosi die afspreken met Albanezen) te laten observeren dan is het antwoord vaak domweg ‘nee’.

Dat is verontrustend, maar niet wezenlijk nieuw: er is altijd misdaad geweest, er zal altijd misdaad blijven en een groot deel blijft hoe dan ook onopgehelderd. Maar dat betekent nog niet dat de onderwereld ons onder de voet loopt. Natuurlijk zijn er foute notarissen met foute klanten en kopen foute vastgoedjongens panden, maar dat wijst nog niet op een onderwereld, die massaal de bovenwereld binnendringt. Laat staan dat de integriteit van het openbaar bestuur in het geding is.

Paniek is het nieuwe normaal

De morele paniek over ondermijning is nergens op gebaseerd. Bob Hoogenboom, hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode, maakte in een recente column terecht gehakt van het paniekverhaal van Penn–te Strake, Tops en anderen: ‘Als álles een topje van de ijsberg is, wordt morele paniek het nieuwe normaal.’

Hij citeert de Amerikaanse criminoloog Stan Cohen die krakende analyses heeft geschreven over de morele paniek rond heksenjachten, McCarthyisme en drugs. Het probleem is dat het eindeloos herhalen van die spookbeelden op een gegeven moment beleid zal beïnvloeden. Feiten doen er niet meer toe: Peter Noordanus, de baas van het Ondermijningsfonds, heeft zelfs met zoveel woorden gezegd dat hij zich niets aantrekt van wetenschappers die de overspannen getallen in twijfel trekken. Dat is ‘een academische discussie’.

Hoogenboom wijst op de zinloosheid van al die stoere praatjes over de aanpak van drugs en misdaad: ‘Een doorstart van de war on crime waarvan ieder weldenkend mens, die niet voor zijn politieke, bestuurlijke, operationele en wetenschappelijke carrière afhankelijk is van de macht, weet dat deze oorlogen niet te winnen zijn. ‘We hebben genoeg gehoord van criminologen die als ingehuurde krachten van de staat werken’, lamenteert Stan Cohen.’

Hoogenboom is niet de enige wetenschapper die sceptisch is over de vermeende ondermijning en infiltratie van het bestuur. Guus Meershoek, lector aan de Politieacademie en hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga waren er eerder dit jaar op de radio duidelijk over. ‘Ik heb niet één raadslid in de afgelopen jaren gezien die zich bewijsbaar met ondermijning heeft beziggehouden,’ zei Elzinga. ‘De suggestie van infiltratie wordt door burgemeesters wel gewekt, maar er is geen bewijs. Dat is voor het aanzien van de Nederlandse politiek heel schadelijk.’ Ook Meershoek vindt het gevaar van criminele infiltratie overdreven: ‘In Nederland zijn geen Italiaanse toestanden. Hier willen de drugscriminelen zo snel mogelijk geld maken zonder dat ze door het bestuur, justitie en politie worden lastiggevallen. Daarom komen bedreigingen van bestuurders wel voor, maar criminele infiltratie zoals in Italië niet.’

Spookbeeld van misdaadmiljarden

De projectgroep Emergo (een samenwerkingsverband van Justitie, politie en gemeente Amsterdam) lichtte vanaf 2007 de Wallen uitputtend door op crimineel geld. Nergens in Nederland is de waaier aan criminaliteit breder dan in het Amsterdamse prostitutiegebied, met zijn vrouwenhandel, prostitutie, drugs, porno, gokken, afpersen en witwassen. Binnen die sectoren zijn de problemen ernstig, maar ze blijven ook beperkt tot de branche. ‘Het probleem is dus niet dat een enkele criminele groep op een maffiose manier de illegale markten in de binnenstad domineert of  illegale controle uitoefent op de legale economische sectoren in haar schoot.’ Ook in het standaardwerk Fraude tonen experts zich sceptisch. In de jaren ’90 onderzocht de commissie-Fijnaut voor de Parlementaire enquête opsporingsmethoden talloze branches, zoals de autobranche, transport, de horeca, afvalverwerking en de bouw. ‘Daarbij werd niet zozeer infiltratie van georganiseerde misdaad gevonden (waar het om ging), maar wel diverse fraudes binnen de branches zelf.’

Toch blijft het spookbeeld van misdaadmiljarden die de bovenwereld binnendringen springlevend. Het verhaal bevat standaard de volgende elementen: zeer rijke, ongrijpbare criminelen zijn bijna onaantastbaar en corrumperen met hun miljoenen/miljarden de bovenwereld. Zij kunnen alleen aangepakt worden door ze ‘te raken waar het pijn doet: in hun portemonnee.’

Nederlandse politici zijn er dol op. In 2012 probeerde Jeanine Hennis-Plasschaert in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen Parool-lezers bang te maken in een opiniestuk met de kop: ‘De toenemende verwevenheid tussen onder- en bovenwereld ontwricht onze maatschappij’. Uiteraard zonder concreet te worden, maar dat is in dit genre niet nodig. Ook toen schermde Hennis-Plasschaert met een Heel Groot Bedrag: volgens schattingen van criminologen werd in Nederland jaarlijks 18,5 miljard euro aan crimineel geld witgewassen. Volgens die schatting ging het om ál het criminele geld.

Inmiddels komen Tops cum suis op 19 miljard euro. Dat is niet die 18,5 miljard euro uit 2012 plus inflatie, maar een heel ander getal: het gaat hier uitsluitend over de omzet van synthetische drugs. In de samenvatting van hun onderzoek (54 bladzijden) stellen Tops en co die 19 miljard min of meer als een voldongen feit. Ze verwijzen naar een uitgebreidere versie van het rapport, met bijlage waarin zij de rekensom onderbouwen. Veel wijzer wordt de lezer daar niet van: hoofdstuk 3 en bijlage 2 met daarin de sommetjes, zijn vooral een lange opsomming van wat we allemaal niet weten over de omvang van de drugshandel. En dat is veel.

Het rapport biedt daarnaast een treurig stemmende beschrijving van hoe slecht de registratiesystemen bij politie en justitie zijn. Wat juist reden moet zijn voor de nodige terughoudendheid bij het becijferen van de omzet, maar de auteurs grijpen vervolgens naar een klassieke truc in het drugsbestrijdingswereldje: ze vermenigvuldigen de geschatte productie met de straatwaarde. En dan regent het ineens miljarden. Ergens op de wereld staan mythische drugsdealers op mythische straathoeken geld als water te verdienen. Iedereen met een beetje verstand van de drugshandel weet dat dat zinloze rekensommen zijn.

Wat de politie over de tap waarneemt is vaak georganiseerde chaos

Econoom Steven Levitt heeft in Freakonomics al een keer een echte boekhouding van een echte drugsbende geanalyseerd. Daarmee toonde hij aan dat echte drugscriminelen veel minder verdienen dan de buitenwereld denkt. De loopjongens op straat verdienen per uur zelfs minder dan hamburgerbakkers bij McDonalds. Ook in Nederland zijn die magische, stinkend rijke drugscriminelen nooit gevonden. Niet bij de jacht op de miljoenen van De Hakkelaar in de jaren ’90, niet bij de vervolging van Willem Holleeder nu. Het gaat hoogstens om enkele tientallen miljoenen per persoon. Zelfs die zijn vaak niet te vinden. In de buurt van miljarden komt het nergens.

Dat er veel minder geld omgaat in de drugswereld dan rapportenschrijvers denken is niet zo gek. De inkoopprijs is betrekkelijk laag: een kilo natte amfetaminepasta om pillen van te maken, kost aan grondstoffen zo’n 160 euro en is zo’n 700 euro waard. Als de politie zo’n partij in beslag neemt, zijn dat ook de verliezen die ze lijden, niet de theoretische waarde per pil op een festival. Criminelen zijn bovendien geen rationele zakenmensen. Ze maken veel kosten omdat alles wat ze doen illegaal is: auto’s huren, voortdurend van telefoons wisselen, geld wisselen, panden regelen Dat kost allemaal veel meer geld en tijd dan een legale zakenman eraan kwijt zou zijn. Ze geven daarnaast veel geld uit aan drank, auto’s, horloges en kleren. Wat de politie over de tap waarneemt is vaak georganiseerde chaos, met criminelen die regelmatig financieel klem zitten. Bijvoorbeeld omdat hun leveranciers uit Colombia of Pakistan de lading voorgeschoten hebben en hun geld snel willen hebben.

De pluk is al decennia heel mager

Toch melden Nederlandse politici al decennia dat ‘we’ honderden miljoenen kunnen plukken. Maar een berekening van vermeende drugswinsten in een vonnis is nog geen echt geld. Criminoloog Hans Nelen constateerde in een evaluatie in 2004 al dat er van de 129 miljoen euro aan ‘plukze’-vonnissen maar 9 miljoen was binnengehaald. In de meeste zaken ging het om minder dan 45.000 euro. Criminoloog Petrus van Duyne doet al decennia onderzoek naar drugsgeld en witwassen en kon de grote bedragen ook nooit vinden. Uit een groot onderzoek dat hij in 2015 deed voor het WODC bleek dat het in de helft van alle plukze-zaken om minder dan 3300 euro ging. Slechts 0,3 procent betrof meer dan een half miljoen. Pijnlijker is dat de grote bedragen aan ‘geplukt geld’ uit persberichten van het OM vaak niet veel voorstellen. In de ruim tienduizend dossiers die Van Duyne onderzocht was het indrukwekkende bedrag van ruim 425 miljoen euro aan ontneming opgelegd. Slechts 196 miljoen was daarvan geïnd in zeventien jaar tijd. Er stond dus nog ruim 228 miljoen open. We hebben, zo schrijft hij droog in het blad Justitiële Verkenningen, ‘over het geheel niet te maken met een dadergroep die vermogens opbouwt waarmee door ontneming aan ’s lands begroting aanzienlijk kan worden bijgedragen.’

Andere onderzoekers komen in diezelfde Justitiële Verkenningen tot betrekkelijk lage schattingen voor de totale omvang van de illegale economie: een miljard voor cannabis, rond de 400 miljoen voor de overige drugs. Tel er smokkel, illegaal gokken en prostitutie bij op en de totale omvang van de illegale economie is 2,4 miljard.

Een onderzoek naar het investeringsgedrag van criminelen kan ook geen bewijs vinden voor ondermijning: ‘De infiltratiehypothese wordt niet ondersteund door de data.’ Er zijn in de onderzochte dossiers wel daders met belangrijke posities in de reguliere samenleving: ‘Echter, in deze zaken lijkt de beweging tussen ‘onder-’ en ‘bovenwereld’ in omgekeerde richting te zijn verlopen. Het gaat hier om daders met sterke gevestigde posities in de reguliere economie en zonder criminele antecedenten, die op enig moment hun positie misbruiken om op grote schaal te frauderen of wit te wassen. Er is hier dus eerder sprake van ‘legitieme’ en ‘gerespecteerde’ zakenmensen die betrokken raken bij georganiseerde criminaliteit, dan van criminelen die via hun investeringen het legitieme bedrijfsleven infiltreren. Voorbeelden van ‘omgekeerde infiltratie’.

Zoals Eric Smit in augustus al schreef: voor echte ondermijning moet je op de Zuidas zijn. Alle echt serieuze bedragen die Justitie in Nederland ontneemt, zijn afkomstig uit schikkingen met bedrijven uit de beursgenoteerde bovenwereld: SBM (190 miljoen), Vimpelcom (358 miljoen) en ING (775 miljoen).

Ik geloof omdat het absurd is

Dat de Nederlandse overheid de mythische misdaadmiljarden al decennia niet kan vinden, leidt niet tot scepsis. Sterker nog, volgens Van Duyne versterkt dat juist de mythe dat de misdaad onmetelijk rijk en machtig is. ‘Dit komt overeen met de bij politie en justitie vaak gehoorde stelling dat de Georganiseerde Misdaad zo slim is geworden, dat we deze niet meer kunnen ontdekken. Naar onze mening belanden we met deze variatie op de stelling van kerkvader Tertullianus – credo quia absurdum – in een soort handhavingstheologie.’ Ik geloof het omdat het absurd is. Van Duyne schreef het in 2009, maar het is letterlijk wat de burgemeester van Maastricht nu in de krant zet: we zien het niet en dat maakt het extra gevaarlijk.

Die beelden die gezagsdragers van Het Kwaad uitdragen, beïnvloeden niet alleen het publiek, ze beïnvloeden ook het beleid. In de vorige eeuw dachten politie en justitie nog dat misdaadorganisaties een soort multinationals waren, met bijbehorende organisatiestructuren. De politiekorpsen in de regio Noord-Holland lieten om die reden grote hoeveelheden drugs ‘gecontroleerd’ door, met de bedoeling om zo de top van de misdaadorganisatie rond de erven van Klaas Bruinsma in beeld te krijgen. Die top kregen ze niet te pakken, maar ondertussen stroomden de drugs onder toeziend oog van politie en justitie het land in. In 1993 had de Amsterdamse recherche er genoeg van, kreeg ruzie met andere korpsen en de IRT-affaire was geboren.

Ons beeld van misdaad verandert mee met de managementmodes in de bovenwereld

Inmiddels is duidelijk dat misdaadorganisaties geen overzichtelijke organisatiestructuur hebben, maar eerder los-vaste netwerken en samenwerkingsverbanden zijn. Dat politie, justitie en criminologie nu een veel realistischer beeld hebben van misdaadorganisaties is op zich winst: ze observeren niet eindeloos, maar gaan voor de ‘korte klap’ en grijpen in als ze voldoende bewijs denken te hebben voor een ronde zaak. Het nadeel van misdaad als netwerkorganisatie is dat het dat oude spookbeeld van ongrijpbare misdaad versterkt. Als de politie en onderzoekers de fabuleuze drugsmiljarden niet kunnen vinden, moet dat wel komen omdat de criminelen in vrijwel onzichtbare en ongrijpbare verbanden samenwerken. Met andere woorden: de misdaad is zo lean and mean geworden, zo agile dat ze niet meer te pakken zijn. Kortom: ons beeld van misdaad verandert mee met de managementmodes in de bovenwereld. In de jaren tachtig en negentig met veel nadruk op strategische visie van bovenaf, nu flexibel, agile en bottom-up.

Boemerangeffecten van het barrièremodel

Ondertussen blijven de miljarden onvindbaar, maar gaat de war on drugs gewoon door. Die strijd is nu bijna honderd jaar oud. In 1920 slaagden puriteinse dominees erin om Amerika droog te leggen. Met rampzalige gevolgen: illegale stook, dranksmokkel en opkomst van de georganiseerde misdaad. In 1933 keerde het gezond verstand terug in de politiek en werd de drank weer legaal. De dominees voerden vervolgens een kruistocht tegen andere drugs, waarna alles (marihuana, cocaïne, opium etc.) verboden werd, behalve de dodelijkste: tabak.

In 1971 besloot Richard Nixon om de strijd stevig op te voeren door een heuse war on drugs te beginnen. In 2018 is duidelijk dat die totaal mislukt is. Drugs zijn overal makkelijk te krijgen, tot in maximum security-gevangenissen aan toe. De prijzen zijn stabiel laag. De strijd tegen drugs eiste honderdduizenden levens in Mexico, Colombia en Brazilië, kost wereldwijd miljoenen mensen hun vrijheid en heeft inmiddels een biljoen dollar gekost.

We hebben een veelkoppig monster gecreëerd

Ook in Nederland zijn mislukkingen in de war on drugs makkelijk te vinden. Zo leidde de invoering van de wietpas tot illegale straathandel en maakte sluiting van coffeeshops de overgebleven wiethandel groter en onbeheersbaarder. ‘Alleen voor beleidsmakers en politici zal dit een verrassing zijn. Verdovende middelen kunnen inderdaad het oordeelsvermogen aantasten,’ schrijft Van Duyne cynisch.

Dergelijke onbedoelde boemerangeffecten zijn ook in het rapport van Tops te vinden. Deze eeuw bedachten politie en justitie het barrièremodel, om criminelen te hinderen in hun activiteiten. Er kwam een verbod op precursoren, de grondstoffen van XTC en amfetamine, die vooral uit China werden ingevoerd. Politie en justitie hadden er grote verwachtingen van. In paragraaf 8.4 beschrijven Pieter Tops en de zijnen onder de veelzeggende kop ‘De desillusie: criminele innovatie’ wat iedereen met gezond verstand op kilometers afstand kon zien aankomen: in plaats van braaf op te houden met pillen draaien, gingen criminelen op zoek naar alternatieven: ze gingen zelf grondstoffen brouwen. De hoeveelheid afval nam sterk toe. Dat dumpen de criminelen in weilanden, tuinen en bossen in Brabant en België. ‘We hebben een veelkoppig monster gecreëerd,’ citeert het rapport een gezagsdrager.

De constante stroom van nieuwsberichten over massale dumping van drugsafval versterkt natuurlijk het beeld van de ondermijning en de ongrijpbare criminelen, en daar kun je als onderzoeker of journalist dan weer commentaar op geven.

Het slechtste van beide werelden

Zo blijven drugsbestrijders achter hun eigen staart aanrennen. Iedere recordvangst wordt gevierd als een overwinning op de drugshandelaren, terwijl het natuurlijk één aaneengesloten reeks van nederlagen is: een recordvangst betekent alleen maar dat de drugshandel sinds de vorige vangst nog groter, nog efficiënter en nog brutaler is geworden. De enige zekerheid is dat de politie volgende week of volgende maand of volgend jaar een nóg grotere recordvangst zal vinden. Dat zullen de media weer braaf als een enorm succes brengen, terwijl het effect op de beschikbaarheid en prijs van drugs volstrekt nihil is.

Met Ferdinand Grapperhaus hebben we een echte christendemocraat als minister, die de strijd tegen drugs in morele termen ziet. Bij zijn uitspraak dat cocaïne en synthetische drugs het land uit moeten - na de evidente mislukking van een halve eeuw war on drugs - staat het verstand stil. Zo lang we drugs niet legaliseren (te beginnen met wiet en pillen) blijft de overheid een eeuwige, kansloze strijd voeren.

Met zijn aanpak van ondermijning biedt Grapperhaus het slechtste van beide werelden: we worden flink bang gemaakt, maar de overheid onderneemt geen serieuze actie. Als je werkelijk gelooft dat er tientallen miljarden misdaadeuro’s de bovenwereld binnen willen dringen, is een Ondermijningsfondsje van 100 miljoen pathetisch, een loos gebaar. Ook als je niet gelooft in die mythische miljarden en alleen kijkt naar echte, bewezen criminaliteit is het een hele kleine druppel op een grote, gloeiende plaat.

Zonder meer gespecialiseerde rechercheurs is het kaalplukken van criminelen kansloos

Grapperhaus luistert bijvoorbeeld niet naar het verzoek van de politievakbond om tweeduizend extra rechercheurs, zo zei hij tegen de Volkskrant: ‘Er is extra geld voor de politie, er komen rechercheurs bij, maar geen tweeduizend. We hebben geen onbeperkt budget en het overheidsbeleid heeft ook nog andere prioriteiten.’ Maar de vakbond plukt dat getal van tweeduizend extra rechercheurs niet uit de lucht: Nederland heeft echt veel te weinig recherche.

Het onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap vergeleek in 2012 op internationale schaal verschillende politiekorpsen. Daaruit bleek dat de Nederlandse politie, omgerekend naar inwoneraantal, ongeveer even groot is als in andere Europese landen. We hebben alleen veel minder recherche: 12,8 procent van het totaal aantal medewerkers is rechercheur, tegen bijvoorbeeld 17,2 procent in Noordrijn-Westfalen. Omgerekend naar Duitse verhoudingen heeft Nederland zo’n tweeduizend rechercheurs te weinig. In Nederland houden hoogstens een paar honderd rechercheurs zich bezig met financiële recherche, maar exacte, recente getallen ontbreken. Zolang er geen gespecialiseerde rechercheurs bijkomen, is iedere roep om het kaalplukken van criminelen kansloos.

Misschien is een eeuwige, kansloze strijd tegen drugs wel een succesvol businessmodel voor sommige mensen. Bob Hoogenboom zegt dat mooi in zijn column: ‘Morele paniek wordt geëxploiteerd door politici (electoraal gewin), door morele entrepreneurs die net als u en ik weten dat oorzaken van (georganiseerde) misdaad diep in maatschappelijke processen liggen, maar budgettaire belangen (politie en justitie, consultancy, wetenschappelijk onderzoek) hebben. En door journalisten die omzetten willen genereren. Kenmerken van een morele paniek zitten ook in het framen van drugsgebruik dat nog altijd als moreel verwerpelijk wordt beschreven, maar zo structureel is verweven met het sociale leven op de Zuidas, van studenten, het uitgaansleven, het leven van de BN’ers, de journalistiek, de wetenschap, de vissers in Urk, sommige van uw dienstbare columnisten en waar niet. De morele paniek is het nieuwe normaal, maar hopeloos ondermijnend.’

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Bart de Koning

Gevolgd door 314 leden

Hard-hitting freelance journalist gespecialiseerd in economie, politiek, recht, veiligheid en privacy.

Volg Bart de Koning
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren