‘Ondernemers kiezen liever voor een investeerder dan voor een bankier’

    Het midden- en kleinbedrijf komt bij de banken niet meer aan de bak en private investeerders spelen een steeds belangrijker rol om ze van financiering te voorzien. Robert De Boeck van investeringsmaatschappij Antea is zo'n investeerder. 'Nog nooit was er zo’n behoefte aan private equity als nu'.

    ‘Veel ondernemers hebben zich van de banken afgekeerd. Daardoor is de voedingsbodem voor private equity vruchtbaarder geworden. Nog nooit was er zo’n behoefte aan private equity als nu.’ Investeerder Robert De Boeck vat in drie zinnen de situatie voor zijn investeringsmaatschappij Antea samen. De geboren Rotterdammer doet het met een mengeling van lichte verontwaardiging en opwinding. Laat dit duidelijk zijn: het zijn interessante tijden voor private equity-bedrijven als Antea. De Boeck (52) wist begin dit jaar in zes weken tijd 24 miljoen euro bij vermogende Nederlanders op te halen. Hij heeft biedingen op meerdere bedrijven uitstaan en Antea gaat uitbreiden. Kortom: hij mag bepaald niet klagen. En dat is mede te danken aan de houding van de banken tegenover het mkb. De kwellingen die vele ondernemers dankzij hun banken ervaren, vooral door de afdelingen bijzonder beheer, zijn overigens ook hem een doorn in het oog. ‘Vroeger had je alleen een probleem met een bank als je geen rente of aflossing betaalde, nu heb je al een probleem met een bank als je een ratio niet haalt.’

    Corporate raiders

    De wereld van het private equity stond afgelopen woensdag even nadrukkelijk in de belangstelling. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer stonden voor- en tegenstanders tegenover elkaar van private investeerders die de laatste jaren vooral dankzij grote internationale investeringsfondsen als Sun Capital Partners, KKR en CVC negatief in de aandacht stonden. Het waren de illustere voorgangers van deze zogenoemde ‘sprinkhanen’ die De Boeck als student in de jaren tachtig mateloos fascineerden. Roemruchte corporate raiders als Carl Icahn, T. Boone Pickens en ook Rupert Murdoch deden hem verlangen naar een leven als investeerder. De Boeck begint echter als belegger bij de oranje brigade van verzekeraar Nationale Nederlanden om in 1987 naar de afdeling corporate finance van het kleine Staal Bankiers te verhuizen. De Boeck begeleidde er ondernemers bij de verkoop van hun bedrijf en hielp bedrijven naar de beurs te brengen. En ondanks het feit dat hij slechts bij een klein bankje werkte, deed hij toch zijn eerste indrukken op van de dynamiek van het Angelsaksische kapitalisme dat in Nederland steeds meer in zwang raakte. Hij was één van de jongste bediendes van de flamboyante bestuursvoorzitter van Staal, Ton Jongbloed, de man die door Jort Kelder in zijn televisieserie over het polderkapitalisme, Het Snelle Geld, als de Nederlandse Gordon 'greed is good' Gekko werd omschreven.  

    Antea  12005 - 22 Robert De Boeck

    Koningin van de dageraad

    Toch waren het niet de dromen over spectaculaire internationale megadeals die hem uiteindelijk investeerder deden worden. Eerder het tegendeel. Begin jaren negentig zag De Boeck dat het geld in steeds meer mate naar het ‘grote bedrijfsleven’ toe vloeide. ‘Investeringsfondsen werden steeds groter en moesten steeds grotere deals doen en dat maakte dat er aan de onderkant van de markt, de mkb-kant, een gat ontstond,’ zegt De Boeck met een onmiskenbaar Maasstedelijke tongval. ‘Mkb’ers konden nergens meer terecht en ze waren ook teleurgesteld over de toegevoegde waarde van de bestaande investeringsfondsen. Ik zag tegelijkertijd dat ondernemers die hun zaak hadden verkocht en geld hadden, graag wilden investeren en betrokken wilden blijven bij die investeringen. Later werd aan zo iemand het kaartje “informal investor” gehangen.’
    'Private equity is een van de weinige plekken waar je nog rendement kunt halen'
    De Boeck kreeg bij Staal de ruimte om zijn ideeën uit te werken en in 1992 zette hij het eerste participatiefonds voor mkb-bedrijven op. Met succes. Het eerste fonds realiseerde een jaarlijks rendement van 53 procent. En hoewel het tweede fonds minder succesvol was, besloot hij in 1998 voor zichzelf te beginnen door de private equity-activiteiten van Staal Bankiers over te nemen. Een buurvrouw hielp hem bij het uitlaten van de hond aan een boekje over Griekse mythologie dat de naam van zijn investeringsfonds bevatte: Antea, de koningin van de dageraad.

    Liever een Nederlands mkb-bedrijf

    Sinds 1992 wist hij meer dan driehonderd investeerders te vinden die in zeven fondsen participeerden. In februari sloot de financieringsronde van het laatste fonds. ‘We hebben in zes weken tijd 24 miljoen euro bijeen gesprokkeld’, zegt De Boeck met zichtbare voldoening om daar meteen een kanttekening bij te plaatsen. ‘Het was niet alleen onze verdienste, het is ook het klimaat. Mensen zien dat het een goed moment is om in te stappen. Waarderingen voor mkb-bedrijven zijn relatief laag, dat verklaart voor een deel de interesse. En daarnaast speelt natuurlijk de lage rentestand een rol. Mensen zoeken een manier om toch enig rendement te behalen op hun vermogen. Private equity is een van de weinige plekken waar je dat rendement nog kunt halen.’ Staat het mkb ook in de belangstelling bij die investeerders? ‘Ja. Misschien heeft dat er wel iets mee te maken dat mensen het prettig vinden om dicht bij huis te investeren. Liever een Nederlandse mkb-bedrijf, dan een Amerikaanse levensverzekeraar, Costa Ricaans teakhout of een Duits windmolenpark. Onze investeerders zijn ook bijna allemaal mkb-ondernemers of ze zijn het ooit geweest. Het is ook logisch dat zij daar affiniteit mee hebben. En volgens onze formule kunnen deze mensen ook meedenken en zich voor het bedrijf inzetten. Dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. “O, ik ga andere mkb-ondernemers helpen een stap voorwaarts te maken.” Ze vinden het ook fijn om in iets te investeren dat ze begrijpen. Dicht bij huis. Ze willen ook langs kunnen rijden en zeggen: “kijk, in dat bedrijf investeer ik ook”’. U staat nu meer dan twintig jaar met uw neus bovenop dat mkb. Hoe staat dat er nu voor in verhouding met de periode voor de crisis? ‘Er zijn heel veel ondernemingen die in de moeilijke jaren 2008-2010 grote verliezen hebben geleden. Toen dachten we begin 2011 dat de crisis wel voorbij was. Dat was ook de algemene opvatting. En dan krijg je de eurocrisis er nog overheen en nog enkele zware jaren waarin het buffervermogen van het Nederlandse mkb ernstig is aangetast. Het herstel dat sinds 2013 een beetje heeft plaatsgevonden is te pril om dat goed te maken. Tegelijkertijd is de houding van de banken is in afgelopen jaren een hele andere geworden. Er wordt minder krediet gegeven en mkb-bedrijven komen veel eerder bij de afdelingen bijzonder beheer terecht. Die naam kunnen ze nu echt wel veranderen, want zo bijzonder is het niet meer als je daar belandt. En dat betekent toch wel wat voor ondernemers hoor. De druk die banken opleggen als je bij bijzonder beheer terecht komt, geeft heel veel spanning in zo’n bedrijf en kost de ondernemer veel tijd en aandacht die hij niet aan zijn voornaamste bedrijfsactiviteiten kan besteden.’
    ‘De focus die banken tegenwoordig op ratio’s hebben, leidt tot korte termijn-denken'
    De Boeck denkt dat de wijze waarop banken zich de laatste jaren gedragen, ook op een andere wijze een negatieve invloed kan hebben op het presteren van ondernemingen. ‘De focus die banken tegenwoordig op ratio’s hebben, leidt tot korte termijn-denken. Je moet als ondernemer de ratio halen, want dat is belangrijk. Soms zou het beter zijn om een investering te doen voor de langere termijn, maar als je als ondernemer daardoor die ratio niet haalt, dan heb je de poppen aan het dansen. Dan belandt je opeens bij bijzonder beheer, dan gaan de rentes omhoog, dan moet er opeens een quick scan van een of ander bureau plaatsvinden. Op kosten van de ondernemer. Allemaal om schijnzekerheid en schijnveiligheid te creëren. Alleen maar om hun eigen dossier op orde te brengen. En in sommige gevallen trekken die banken er ook makkelijk de stekker uit.’ Ondernemers willen geen banken meer? ‘Sommige ondernemers niet, nee. Of ze willen daar niet meer het maximale uithalen. Zelfs als een bank bereid is om meer te doen. Ik zie echt ondernemers die zeggen, dat zelfs wanneer ze een grote bankfinanciering kunnen krijgen, ze uiterst terughoudend zijn. Overigens zijn wij als investeerders ook terughoudender geworden om met banken in zee te gaan.’ Waarom is dat? ‘Er hoeft maar iets van een tegenwindje op te steken en je komt in de problemen. En het economisch herstel is nog zo pril dat je ook rekening moet houden met enige tegenwind, dus daar moet je de financieringsstructuur ook op aanpassen’. De houding van banken speelt investeerders als u duidelijk in de kaart. ‘Die maakt het inderdaad makkelijker voor ons soort partijen. Sommige ondernemers kiezen liever voor een investeerder. Ze zeggen dat ze in private equity veel meer een gelijkgestemde partner vinden dan in een bank. De meeste private equity-partijen, de uitzonderingen daargelaten, zijn op de langere termijn gericht. Wij hebben een horizon van vijf tot zeven jaar. We vinden het dan ook niet erg als een ondernemer investeert waardoor de winst in de eerste jaren zal afnemen, want we hebben die langere termijn voor ogen. Maar dat private equity steeds gewilder is, heeft ook met de nieuwe generatie ondernemers te maken die daar veel meer voor open staat. Met geld maak je geld, is hun houding. We merken dat deze ondernemers veel minder bezwaar hebben om een deel van hun bedrijf en de zeggenschap te delen. De oudere generatie was daarin veel terughoudender en stond dus ook minder open voor private equity.’ Hoe is de stemming onder veel van de ondernemers die u spreekt? ‘Die is echt anders dan enkele jaren geleden en positief te noemen. Ondernemers praten weer over groei en investeren. Er wordt weer nagedacht aan het doen van overnames. Drie jaar geleden was het kommer en kwel en een kwestie van overleven. Dat is overigens bij een groot deel nog steeds het geval. Een verdeeld beeld dus, maar over de hele linie dus meer positief.’ Dat zult u zelf ook wel zijn? ‘Zeker. We wisten het geld voor het fonds in zes weken op te halen en we hebben ook zes biedingen lopen, dat is zeker niet standaard en geeft aan hoe zeer de markt in beweging is. En gezien de groei die we doormaken komt er een ervaren partner bij. De tijd is nu goed. We gaan volle bak vooruit.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 2143 leden

    Mede-oprichter van FTM. Als voormalig professioneel squasher gewend om klappen te incasseren en uit te delen.

    Volg Eric Smit
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren