Een piepkleine bestuurlijke elite wikt en beschikt over een miljard euro met een controversiële herkomst dat via cultuurfonds Ammodo zijn weg naar de gerenommeerde kunstinstellingen vindt. FTM beschrijft de totstandkoming van dat vermogen en zet de namen van deze ondoorzichtige charitatieve macht op een rij.

    Illustratie: Leon Mussche (www.leonmussche.com) Ammodo is de naam van het cultuurfonds dat sinds enkele jaren miljoenen uitdeelt aan de behoeftige topinstituten in de kunst en de wetenschap. In het Italiaans betekent ammodo respectabel, deugdelijk,  fatsoenlijk of achtenswaardig. Gepaste adjectieven voor weldoeners. Grote sommen geld beschikbaar stellen aan de kunst, cultuur en wetenschap, juist nu die aan alle kanten worden gekort, is een blijk van een verheven moraal. Het Stedelijk Museum, het Holland Festival, museum Boijmans Van Beuningen en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) zijn enkele voorbeelden van vermaarde instituten die dankzij de nobele inborst van de mensen achter Ammodo belangwekkende tentoonstellingen of onderzoeken kunnen financieren. Ammodo is een fenomeen in het land der goede-doelen-fondsen. Opeens was het er, schijnbaar uit het niets konden de miljoenen richting de musea en wetenschappers vloeien. Ammodo put uit één van de rijkste, maar ook een van de meest controversiële charitasfondsen van Nederland. Dat heeft alles te maken met de wijze waarop het kolossale vermogen van die stichting - minstens 1 miljard euro - werd vergaard. Dit is het verhaal van de dubieuze herkomst van Ammodo's vermogen.

    Geslachtsoperatie

    We moeten daarvoor eerst terug naar de Rotterdamse haven, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. In die periode werd goederenvervoer per container definitief de standaard, waardoor er minder mensen nodig waren bij het laden en lossen van de schepen. Mensen raakten hun baan kwijt en de sociale partners - de vakbonden en de werkgevers - besloten gezamenlijk dat ze dit konden financieren door met regelmaat een grote greep uit de kas van het pensioenfonds van de havenarbeiders te nemen. Het aftappen van de pensioentegoeden ten behoeve van reorganisaties leidde tot wroeging en midden jaren negentig besloot men om het pensioenfonds te verzelfstandigen en 'op afstand' te zetten. Om niet opnieuw in de verleiding te komen zich het pensioenkapitaal toe te eigenen.
    Het dna van het pensioenfonds diende intact te blijven: alle middelen moesten ten bate te komen van de oudedagsvoorzieningen van de havenwerkers
    De omzetting van het pensioenfonds van stichting P.V.H. (Pensioenfonds voor de Haven) naar Optas Pensioenen N.V. in 1997 was de eerste in zijn soort. De N.V. kwam onder een stichting te hangen - stichting Optas - die formeel eigenaar werd en bestuurd moest worden door een kleine groep mensen die geen enkele binding met de haven hadden. De omzetting werd gezien als een soort geslachtsoperatie -- waarbij het dna van het pensioenfonds intact diende te blijven: alle middelen moesten ten bate te komen van de oudedags- en arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen van de havenwerkers. Werkgevers en bonden vertrouwden daarbij op de vijf hooggeachte bestuurders van de stichting Optas: wijlen Pierre Vinken, oud-topman uitgeefconcern Reed-Elsevier, ex-ABN Amro-bankier Paul Ribourdouille, de voormalige gouverneur van Limburg en directielid bij beleggingsconsortium Robeco Sjeng Kremers, investeerder Paul Deiters, en de directeur van de het pensioenfonds P.V.H. Pieter Rietbergen.

    Kampioen van de waardecreatie

    De belangrijkste man bij de stichting Optas was voorzitter Pierre Vinken. Vinken stond bekend als een twintigste eeuwse variant van de uomo universale. Hij was neurochirurg, een begenadigd schrijver, groot kunstminnaar, doorkneed rokkenjager en hij schepte er tegelijkertijd genoegen in om de gevestigde elites te tergen, met name de Oranjegezinden. Op 11 september 1996 - een jaar na zijn vertrek bij Reed Elsevier - richtte hij onder andere met de eerder genoemde Sjeng Kremers het Republikeins Genootschap op. De reputatie van Vinken had echter vooral te maken met het succes dat hij in het bedrijfsleven boekte. Als topman van uitgeefconcern Elsevier (later; Reed Elsevier) was hij in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw de kampioen van de waardecreatie geworden. De geboren Limburger was een zeer uitgesproken aanhanger van de Angelsaksische zakencultuur. Het ging Vinken uitsluitend om aandeelhouderswaarde en winstmaximalisatie. Het bevredigen van de eenvoudige wensen van aandeelhouders - rendement, rendement, rendement - ging hem beter af dan wie ook. Hij had in zijn tijd als topman de beurswaarde van het bedrijf van 150 miljoen euro naar 5 miljard weten op te schroeven. Het succes kende echter ook mindere kanten. In 1987 liet hij Nederland voor het eerst kennismaken met de vijandige overname, die van branchegenoot Kluwer. De overname zou mislukken en de schermutselingen leverde Vinken de reputatie op van  een 'gevoelloze, op geld beluste zakenman' en 'klinische boekhouder'.

    Naar eigen goeddunken

    Met een kapitalistische krachtpatser als Vinken aan hun zijde leken de havenarbeiders hoe dan ook geramd te zitten. Juridisch stak de omzetting naar de nieuwe structuur echter niet goed in elkaar. De statuten van de stichting Optas waren niet zorgvuldig opgemaakt. Het bestuur van de stichting Optas was bijvoorbeeld niet verplicht om statutenwijzigingen aan de oorspronkelijke oprichtingspartijen van het pensioenfonds te melden. De sociale partners realiseerden zich ook niet goed dat bij de omzetting de stichting eigenaar werd van de waarde van de pensioenverzekeraar en dat ze over de aanwending van die waarde schriftelijke afspraken hadden moeten maken. Het is precies deze waarde waar de stichting - dankzij de vermetele inzet van het achtenswaardige bestuur onder leiding van Pierre Vinken - zich later in stilte over wist te ontfermen.
    Eventuele bezwaren bij de bestuursleden werden gladgestreken met de uitkering van 3,5 miljoen gulden
    De voormalige Reed Elsevier-topman had in zijn vroege jaren als uitgever enige relevante praktijkervaring opgedaan met het besturen van stichtingen. Eind jaren zestig, begin jaren zeventig was bij bestuurslid van de stichting die eigenaar was van Excerpta Medica, een uitgever van wetenschappelijke tijdschriften. Vinken had grootse plannen met de uitgeverij en wilde deze bij Elsevier onder brengen. In 1972 lukte hem dat. Nadat hij zich uitvoerig in de statuten van de stichting had verdiept, drong het tot hem door dat de bestuursleden van de stichting juridisch eigenaar waren van de bezittingen van de stichting en formeel het recht hadden om de opbrengsten daarvan naar eigen goeddunken te besteden. En zo geschiedde. Eventuele bezwaren bij de bestuursleden werden gladgestreken met de uitkering van 3,5 miljoen gulden. Per bestuurslid. Een astronomisch bedrag voor die tijd. Net als de andere bestuurders toucheerde Vinken de miljoenenbonus toen hij Excerpta Medica aan Elsevier verkocht. Daarnaast wist hij een plek in de directie van Elsevier veilig te stellen. Zeven jaar later werd hij er de topman.

    Dubbelrol

    Bij stichting Optas gebeurde ongeveer hetzelfde. In 2000 en 2003 werden statutenwijzigingen doorgevoerd die team Vinken in staat stelde om de opbrengsten van de aandelen van het pensioenfonds aan te wenden 'op een wijze die de stichting goeddunkt'. Deze fundamentele wijzigingen hoefden de vijf bestuurders - die onder geen enkele vorm van toezicht vielen-  niet bij sociale partners te melden en dat deden ze dan ook niet. Vanaf 2003 kon het te verkrijgen kapitaal (volgens de statuten was het optioneel, ES) voor doelen met een 'algemeen maatschappelijk belang met een culturele, ideële of sociale strekking' worden aangewend. Havenarbeiders, vakbonden en werkgevers waren zich nergens van bewust toen de juridische wijzigingen zich in alle stilte achter hun ruggen voltrokken. Bij de omzettingen was opmerkelijke dubbelrol weggelegd voor de huidige voorzitter van stichting Ammodo, de Limburgse notaris advocaat Steven Perrick. Weekblad Elsevier onthulde in 2009 dat Perrick in februari 2002 voorwaardelijk in het bestuur van de stichting Optas werd benoemd. Het was ook Perrick, toen nog werkzaam voor het advocatenkantoor Freshfields Bruckhaus Deringer, die in zijn rol van notaris in 2003 de akte van de statutenwijziging liet passeren.

    De verkoop

    De bestuurders van de stichting Optas voelden in dezelfde periode al de aandrang om het pensioenfonds te gelde te maken. In 2001 deed verzekeraar Aegon een poging om het pensioenfonds over te nemen, een jaar voor de val van Lehman Brothers was het zover. Het eigen vermogen van het pensioenfonds had inmiddels een omvang van 1,7 miljard euro. Dat was naast het deugdelijke vermogensbeheer vooral te danken aan de positieve marktontwikkelingen en het beperkte indexeren van de pensioenen waardoor de pensioenverplichtingen op een relatief laag niveau bleven staan. Verzekeraar Aegon betaalde de stichting Optas in 2007 1,5 miljard voor het pensioenfonds. Daarmee gunde Vinken zijn tegenspeler bij Aegon - directeur Nederland Johan van der Werf, de grote man achter woekerpolisfabriek Spaarbeleg - een aankoopbonus van 212 miljoen euro die Aegon in 2007 keurig bij de bedrijfswinst kon optellen. De 1,5 miljard die in stichting Optas terecht kwam, konden de vijf bestuurders nu vrijelijk aan culturele projecten gaan gunnen. De veelzijdige kampioen van de waardecreatie bleek ook nog eens de grootmeester van de waardetransformatie te zijn.

    'Diefstal'

    Volgens verscheidene mensen die de afgelopen jaren bereid waren zich over de zaak uit te laten, viel deze actie in te delen in de categorie 'moreel volstrekt verwerpelijk', uitgevoerd door 'een klein clubje gewetenloze ijdeltuiten'. De havenarbeiders en bestuurders spraken destijds openlijk van 'diefstal'. De kwestie leidde tot zeer verhitte (politieke) debatten en rechtszaken. Velen vonden én vinden dat de verkoopopbrengst van het pensioenfonds toekomt aan de aan de pensioenen van vele duizenden havenarbeiders die daar daarvoor jaren hebben gewerkt. Niet aan een handjevol kunst - en wetenschapsliefhebbers die naar eigen goeddunken het kolossale kapitaal beheren en uitdelen en daar nauwelijks enige verantwoording voor afleggen. Vinken en consorten kwamen ermee weg. De heimelijke omzettingen van de statuten vonden immers plaats binnen de lijnen van de niet al te scherp geformuleerde afspraken en daarmee binnen de kaders van de wet. Tot dat oordeel kwam ook de toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Piet-Hein Donner. In december 2007 rapporteerde hij in een brief zijn inzichten aan de Kamer. Stichting Belangenbehartiging PVH - de stichting die opkomt voor de belangen van de havenarbeiders - liep vervolgens in augustus 2009 tegen een onvoordelige uitspraak van de Amsterdamse Ondernemingskamer aan. De raadsheren - onder aanvoering van voorzitter Huub Willems - vonden het niettemin gepast om vraagtekens te plaatsen bij het handelen Vinken c.s. 'De opstelling van (het bestuur van) Stichting Optas in deze kwestie komt de Ondernemingskamer dan ook bepaaldelijk als geenszins vanzelfsprekend voor'. Later dat jaar leed de stichting ook bij de Haagse rechtbank een nederlaag. In 2010, vlak voordat het hoger beroep zou dienen, besloten de belangenbehartigers om met stichting Optas voor 500 miljoen euro te schikken. Stichting Optas wilde - aldus Vinken in een uiterst spaarzaam commentaar - van het 'gezeur' af zijn. Bij die schikking tekende de stichting BPVH een vaststellingsovereenkomst die hen verbood ooit nog iets over de kwestie naar buiten te brengen. 'Het is fout gegaan bij de eerste statutenwijziging bij de verzelfstandiging,' zei de toenmalige voorzitter van vakbond centrale FNV Agnes Jongerius later in het boek De Geldpomp van Volkskrant-journalist Gijs Herderscheê. 'We hebben ons toen onvoldoende gerealiseerd dat een volgend stichtingsbestuur de statuten weer kan wijzigen, en opnieuw. En dat is gebeurd. Dit is nooit de bedoeling geweest'. Stichting BPVH voerde daarnaast een jarenlange strijd met verzekeraar Aegon die zelfs internationaal aandacht kreeg. Maandag 14 april jongstleden werd de slepende kwestie geschikt voor 188 miljoen euro.
    In de oren van de oud-commissaris van Optas N.V. Harry Welters klonk de virtuoze kapitaalovermeestering als 'de nagalm van een ramkraak.'
    Sinds die schikking met stichting Optas kan een handvol mensen vrijelijk beschikken over meer dan een miljard euro die ze via Ammodo naar believen aan kunst, cultuur en wetenschap wensen te besteden. In de oren van de oud-commissaris van Optas N.V. Harry Welters klonk de virtuoze kapitaalovermeestering als 'de nagalm van een ramkraak.'   Hieronder de namen en de rugnummers van de hoofdrolspelers die betrokken zijn (en waren) bij het afhandig maken, beheren en uitdelen van het formidabele fortuin dat zijn oorsprong in de Rotterdamse en Amsterdamse havens heeft en tegenwoordig vooral de kunstminnende elite ten goede komt.  

    Stichting Optas/Inphykem

    Communiceren met de buitenwereld was nooit een sterk punt van de stichting, ook niet toen de boze havenarbeiders in 2007 aan de poorten stonden te rammelen. Voormalig voorzitter Pierre Vinken weigerde consequent enig commentaar te geven. De stichting liet in 2009 bij monde van bestuurslid Pieter Rietbergen aan Elsevier weten dat de stichting 'geen achterban' heeft. 'Zij hoeft dus niemand specifiek te informeren'. Die opvatting over het afleggen van maatschappelijke verantwoording huldigt de stichting nog steeds met verve. Stichting Inphykem heeft dan ook geen jaarrekeningen gedeponeerd en doet ook niet op andere wijze verslag van het beheer van de gelden. Stichting Optas beschikt weliswaar over een website, maar daar is niets meer te zien. Geen uitleg, geen contactgegevens, niets. Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat stichting Optas sinds 2013 de naam Inphykem draagt, die volgens voorzitter Steven Perrick 'niets betekent'. Vestigingsplaats: Herengracht 600 in Amsterdam, een slordige 900 stappen van de redactie van Follow the Money verwijderd. Uit de gewijzigde statuten van de stichting - opgemaakt door Dirk-Jan Smit van advocatenkantoor Freshfields Bruckhaus Deringer - blijkt de volgende doelstelling: 'De stichting heeft ten doel haar vermogen te beleggen en aan te wenden op een wijze die de stichting goeddunkt. Deze aanwending kan onder meer geschieden door het, al dan niet met (financiële) steun van anderen, verlenen van (financiële) steun aan projecten van algemeen maatschappelijk belang met een culturele, ideële of sociale strekking'. Bestuurders mogen maximaal negen jaar aan het pluche blijven kleven. Er worden geen specifieke getallen genoemd waar het de bezoldiging betreft. 'Het bestuur kan aan bestuurders of aan één of meer van hen een beloning toekennen. In redelijkheid gemaakte kosten worden aan bestuurders vergoed.'  

    Herengracht 600 Het grachtenpand waar stichting Inphykem huist

    Bestuur
    Na het overlijden van voorzitter Pierre Vinken eind 2011, kreeg Steven Perrick de voorzittershamer van de stichting toebedeeld. Uit de gegevens van de Kvk blijkt dat Perrick (Heerlen, 1949) tegenwoordig de man is die ook bij de gelieerde stichtingen en bedrijven aan de touwtjes trekt. Perrick was ooit partner bij Freshfields Bruckhaus Deringer, het kantoor waarvan hij in Nederland een van de mede-oprichters was. Freshfields was het vaste kantoor van Elsevier en Perrick had aanvang jaren negentig ook persoonlijk de fusie van Elsevier met het Britse uitgeefconcern Reed begeleid. Perrick kon op zeer veel waardering van Vinken rekenen en om die reden werd hij eind jaren negentig ook voorgedragen en benoemd tot de Raad van Commissarissen van Elsevier. Perrick zat ook met Vinken en oud-Optas-bestuurslid Paul Ribourdouille in het bestuur van het Amsterdamse Trusttheater. Thans is vroegere vertrouwensman van Vinken werkzaam bij het Amsterdamse advocatenkantoor Spinath Wakkie. In 2012 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam. Perrick laat FTM desgevraagd weten 'helemaal geen behoefte' te hebben om met een journalist over stichting Inphykem te praten. 'We hebben een aantal hoofdstukken afgesloten, we proberen nu belangrijk maatschappelijk werk te doen en dat doen we ook'. Ook over de inhoud van dat belangrijke maatschappelijke werk wenst hij niet uit te wijden. 'Het zal op een zeker moment duidelijk worden wat wij doen en welk track record wij daarbij hebben opgebouwd'. Pieter Rietbergen (Nijmegen, 1944) is naast Perrick de man die op vrijwel alle niveaus een rol van betekenis speelt en dat al vele jaren doet. Rietbergen was voor de omzetting directeur van het pensioenfonds stichting P.V.H. en verantwoordelijk voor de uitvoering (o.a. beleggen van het vermogen). Hij vormt de rode lijn tussen het verleden van Optas en het heden. Rietbergen was van binnen uit direct bij betrokken bij alle omzettingen - en samen met Vinken de waarschijnlijke bedenker. Om die reden wordt hij door diverse bronnen als 'de Judas' omschreven. 'Het is interessant om te weten hoe zijn inkomen zich de laatste jaren heeft ontwikkeld,' laat één van hen weten. Rietbergen is volgens Perrick de directeur van stichting Inphykem. Het secretariaat van stichting Inphykem is resoluut wanneer naar Rietbergen wordt gevraagd: 'het is niet gebruikelijk' dat de directeur 'telefonisch bereikbaar is'. In 2009 gaf directeur Rietbergen in Elsevier aan waarom hij vindt dat de stichting niets aan de havenarbeiders is verschuldigd: ‘Dankzij de inspanningen van aandeelhouder Stichting Optas heeft de Optas Verzekeringsgroep het onder haar hoede uitstekend gedaan. Het bedrag dat Aegon voor de aandelen heeft betaald, is daar de weerspiegeling van. Havenwerknemers hebben moreel geen recht op geld dat Stichting Optas als aandeelhouder ontving voor de verkoop van de verzekeraar Optas. Toen ABN AMRO of de KLM werd verkocht, hoefden de eigenaren de opbrengst toch ook niet te verdelen over hun spaarders, respectievelijk reizigers?’ Carla Sieburgh (Groningen, 1969) is als professor burgerlijk recht, Europees recht en verbintenissenrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen een deskundige op het gebied van omzettingen zoals die ooit bij het havenpensioenfonds hebben plaatsgevonden. Sieburgh is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en jurylid van de dr. A.H Heinekenprijs voor de Kunst. 'Het gezag van het onfatsoen neemt toe', merkte ze in 2011 in de Groene op. Frans Ballendux (Batavia/Jakarta, 1948). Voormalig bankier bij Pierson en MeesPierson en later werkzaam bij Mercer Investment Consulting. Heeft nu zijn eigen advieskantoor Ballendux Consulting in Heemstede. Jonkvrouw Juliette Madeleine de Wijkerslooth de Weerdesteijn (Utrecht, 1975). Verantwoordelijk als adjunct directeur. Voorheen was de jonkvrouw werkzaam bij Nederlandse Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden en bij advocatenkantoor Freshfields Bruckhaus Deringer, hetzelfde kantoor waar voorzitter Perrick ooit een voornaam partner was. Paul van den Heuvel (Waalwijk, 1954) is Chief Investment Officer (cio).  

    Herengracht 600 naambordjes De naambordjes op Herengracht 600

    Stichting Ammodo

    Sinds mei 2011 is het bekend dat stichting Ammodo het cultureel-wetenschappelijke uitgifteloket is van de stichting Inphykem (voorheen stichting Optas). De stichting beschikt een goed gedocumenteerde website, maar heeft geen jaarrekeningen gedeponeerd. Wel publiceerde de stichting in december 2013 een verslag over de activiteiten in 2012. Daaruit blijkt dat 27 projecten van steun werden voorzien voor een bedrag van 4.623.516 euro. Veertien projecten hebben hun basis in Amsterdam, vier in Rotterdam en de overige zijn in Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Groningen en Leiden gevestigd. Het geld werd onder andere overgemaakt op de rekeningen van het Stedelijk Museum, het Van Abbenmuseum, de Appel, museum Boijmans Van Beuningen en de Amsterdamse Stadsschouwburg. Een aanzienlijk deel van het geld zal ook bij de in Amsterdam gevestigde Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) terecht komen. In 2013 besloot Ammodo om om tweejaarlijks 2,4 miljoen euro aan prijzen voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek beschikbaar te stellen.
    Bestuur
    Steven Perrick (voorzitter) Andries Meijerink (Nijkerk, 1963). Hoogleraar vaste stof chemie aan het Debye Institute for Nanomaterials Science (DINS) aan de Universiteit Utrecht. Lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) Jonkheer Maarten Reuchlin (Utrecht, 1948) Pieter Rietbergen (secretaris) Carla Sieburgh
    Directie
    Jonkvrouw Juliette de Wijkerslooth de Weerdestijn

    Veris Holding B.V.

    (100 procent eigendom van Inphykem)
    bestuur
    Steven Perrick (directeur, gevolmachtigd) Pieter Rietbergen (directeur, gevolmachtigd) Jonkvrouw Juliette de Wijkerslooth de Weerdestijn, gevolmachtigd. Michiel Botman (Hoorn, 1979), gevolmachtigd.

    Veris Participations B.V.

    Bestuur
    Veris Holding B.V.

    Veris Investments B.V.

    Een deel van het kapitaal van stichting Inphykem vindt zijn weg naar investeringsmaatschappij Veris Investments die net als Inphykem op de Herengracht 600 in Amsterdam is gevestigd. In de gedeponeerde statutenwijziging - opgemaakt door Freshfields Bruckhaus Deringer -  staat dat het doel van de vennootschap is 'met of zonder winstoogmerk' te beleggen en aan te wenden door onder andere 'het verlenen van financiële steun aan, het zelf realiseren, ontwikkelen of initiëren van projecten die kunnen leiden tot het mogelijk maken van impact investeringen'. Die hebben met name het doel om de beschikbaarheid van voedsel en de voedselveiligheid te verbeteren. Het bedrijf heeft ook andere aandeelhouders. Interessant is hoofdstuk X van de statuten waarin staat dat bij eventuele statutenwijzigingen de aandeelhouders dienen te worden geïnformeerd.
    Bestuur
    Jonkvrouw Juliette de Wijkerslooth de Weerdestijn. Directeur, gevolmachtigd. Michiel Botman. Directeur, gevolmachtigd. Raad van Commissarissen Steven Perrick (voorzitter) Jonkheer Maarten Reuchlin Hans Galavazi (Haarlem, 1955). Advocaat en belastingadviseur. Was ooit werkzaam bij Freshfields Bruckhaus Deringer. Is mede-oprichter van het kantoor Galavazi Den Hertog in Amsterdam.

    Stichting Topas

    Ook stichting Topas richt zich op culturele en wetenschappelijke doelen. In 2012 werd bekend dat Topas de leerstoel corporate governance & capital markets aan de Universiteit Nyenrode sponsort. Deze leerstoel wordt bezet door Paul Frentrop, die zijn inaugurele rede heel toepasselijk de titel 'Andermans geld' meegaf. Frentrop is de biograaf van Pierre Vinken die ooit bestuurder was van stichting Topas. De stichting heeft geen website, doet geen mededelingen en heeft geen jaarrekeningen gedeponeerd.
    Bestuur
    Steven Perrick Pieter Rietbergen
    Over de auteur

    Eric Smit

    Gevolgd door 414 leden

    Smit (Nijmegen, 1967) is hoofdredacteur en samen met Arne van der Wal ook de oprichter van Follow the Money. Hij is als voorm...

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Cultuurfonds Ammodo

    Cultuurfonds Ammodo geeft miljoenen uit aan de top-instituten in de kunst, cultuur en wetenschap. Het geld dat Ammodo uitgeef...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid