Deel van de voorpagina van de Daily Mirror

Met Cambridge Analytica en de Brexit-campagne in het achterhoofd waren de Britse media bij de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk vooral gespitst op het traceren van geautomatiseerde propaganda vanaf buitenlandse accounts. Het liep anders, zag Jan Kuitenbrouwer. Deze campagne kende amper politiek nieuws en werd gedomineerd door moddergevechten.

Als je in het Verenigd Koninkrijk de afgelopen weken bij Google het woord ‘how’ intikte, was de kans groot dat de autotext-functie dat aanvulde tot ‘how should I vote’. Klikte je daarop, dan was de kans groot dat het eerste gesponsorde én het eerste ‘vrije’ zoekresultaat van een aan de Conservatives gelieerde website waren. Wat betekent dat? Bijvoorbeeld dat je door Google was getarget als een potentiële Conservative-stemmer, ook als je dat niet bent. Maar als je de incognito mode inschakelde, waarbij Google doet alsof het niets van je weet, was de kans op links naar conservatieve websites óók veel groter.

Dat zou kunnen betekenen dat de Conservatives Google effectiever gebruikte dan Labour, meer budget, slimmere optimalisatietactieken, maar het kan ook zijn dat het algoritme van Google zelf je eerder in aanraking brengt met conservatieve content dan progressieve. Dat ‘nette’ conservatieve content meedrijft op de digitale draaikolk van sensatie en razernij waarop radicaal rechts het patent heeft, en die als geen ander clicks genereert.

Het punt is: we weten het niet.

Veel rumoer, weinig politiek nieuws

De afgelopen verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk waren de vreemdste in de menselijke herinnering – commentatoren constateerden het keer op keer. Het waren ongetwijfeld de belangrijkste Britse verkiezingen sinds de Tweede Wereldoorlog. Het aantal zwevende kiezers werd geschat op 40 procent, het hoogste ooit gemeten. Dat feit alleen al zou, naar de oude inzichten, tot een spannende, levendige campagne hebben moeten leiden, maar dat deed het dus niet. Soms was het alsof er helemaal geen verkiezingen wáren, zo weinig politiek nieuws was er te melden. Een paar debatten, zonder de premier, televisie-interviews, ook weer zonder de premier, zo nu en dan een relletje, maar verder – schijnbaar – niets. De verklaring: de echte campagne speelde zich af onder de radar. Op internet.

Wie vanaf nu een verkiezing wil winnen, doet er goed aan #UKGeneralElections2019 grondig te bestuderen, want zo zullen verkiezingen er voortaan uitzien. ‘There are lessons here,’ schreefThe Guardian, ‘and they aren’t pretty’.

Dankzij internet is het voor het eerst in de geschiedenis mogelijk om niet-openbaar politiek campagne te voeren

Gerichte beïnvloeding via internet is niet langer iets dat alleen geavanceerde, kapitaalkrachtige campaigners zich kunnen veroorloven, zoals de Brexiteers en Trump deden met Cambridge Analytica. Dat cultuurgoed is gezonken, elke lokale kandidaat bedient zich ervan, via Google, Facebook, Instagram, maar ook Whatsapp.

Sky News formeerde een speciaal redactieteam om de online campagne te volgen met de veelzeggende naam ‘Under The Radar’. Ze kwamen uiterst interessante dingen aan de weet. Het online-systeem voor kiezersregistratie leverde naar schatting honderdduizenden extra kiezers op, meest jongeren. Labour introduceerde een geavanceerde app voor vrijwilligers die van deur tot deur gaan, waardoor zij effectiever konden werken. De LibDems deden interessante dingen met memes. Under The Radar bracht het allemaal in kaart. Maar geregeld klonken ook de verzuchtingen van presentator Rowland Manthorpe: ‘We just don’t know!’, ‘we’re flying by night here!’, ‘we’ll try to investigate this, but there are just too many things to investigate!’

Geen transparantie, maar shitposting

Dat is het probleem met deze verschuiving van de reguliere media naar de sociale: gebrek aan transparantie. Dankzij internet is het voor het eerst in de geschiedenis mogelijk om niet-openbaar politiek campagne te voeren. Wat politieke propaganda en verkiezingscampagnes precies teweegbrengen in het hoofd van de kiezer is voor een groot deel een raadsel, maar hoe die beïnvloeding georganiseerd is en met welke wapens die strijd gestreden wordt, was tot nu toe vrij transparant. Verkiezingsposters, spots en advertenties, campagnebijeenkomsten, interviews, debatten, folderen, canvassing, het is allemaal openbaar.

Facebook en Google hebben pas sinds kort een openbaar register voor de politieke advertenties die zij plaatsen, en dat systeem faalde de afgelopen maanden meermaals, maar bovendien: wie die online boodschappen precies ontvangen, wanneer, hoe vaak, en in welke aantallen, is niet na te gaan. Facebook besloot in al zijn wijsheid om advertenties van verkiesbare politici niet op juistheid te controleren – een vrijbrief tot liegen. Er is één schrale troost: je kunt een online overwinning nog niet kopen. Labour en de LibDems gaven ieder ongeveer een miljoen euro uit aan sociale media, de Tories slechts zeshonderdduizend.

Maar deze verkiezing werd niet gewonnen dankzij betaalde reclame. Iederéén kan nu campagne voeren en een miljoenenpubliek bereiken. Boodschappen van ‘gewone’ gebruikers worden al helemaal niet op feiten gescreend. Elke Facebook-gebruiker kan (des)informatie in omloop brengen die door vrienden en geestverwanten gedeeld wordt en viraal gaat. Sterker: de professionals beginnen de amateurs te imiteren. Ze noemen het shitposting, opzettelijk suffe, knullige boodschappen op sociale media plaatsen, zodat voor- én tegenstanders ze voor de grap gaan delen: hihi, lulligheid kent geen tijd. De Australische regeringscoalitie pionierde de techniek bij de verkiezingen van afgelopen voorjaar, de Conservatives namen haar over. Het ‘Get Brexit Done’-logo in comic sans – geinig, effe klikken.

Wat een amateur ontbeert aan know how, budget en infrastructuur, kan hij goedmaken met vindingrijkheid en een gebrek aan professionele scrupules

Valse tweets, gefingeerde citaten

Met Cambridge Analytica en de Brexit-campagne in het achterhoofd waren de Britse media vooral gespitst op het traceren van geautomatiseerde propaganda vanaf buitenlandse accounts, maar de verborgen kracht van deze online campagne waren geen bots, maar boomers. Oudere kiezers die het internet op hun eigen wijze gebruiken om mee te doen aan de politiek. En wat een amateur ontbeert aan know how, budget en infrastructuur, kan hij goedmaken met vindingrijkheid en een gezond gebrek aan professionele scrupules. Vergelijk het met de pyrotechnische huisvlijt die ons de molotov-cocktail gaf: een fles, wat benzine, een lap en een lucifer. Hij kan uitgaan met een sisser, maar ook een heel peloton ME’ers verjagen. 

Een activiste spendeerde ongeveer 20.000 euro aan Facebook-advertenties met gefingeerde citaten van grote Britse makelaars, die beweerden dat Labour mensen hun koophuis gaat afpakken en huisbazen onder Labour brodeloos zullen worden. De makelaars verklaarden desgevraagd dat de citaten vervalst en onzinnig waren, maar toen waren de advertenties al gezien door ongeveer 2 miljoen geselecteerde, ‘familie-georiënteerde’ Facebook-gebruikers.

Eind november stak een moslimextremist op de London Bridge met een mes een aantal mensen neer, waarvan er twee overleden. De dader werd overmeesterd door omstanders en doodgeschoten door de politie. Een paar uur later verschenen op Twitter en Whatsapp twee tweets van Jeremy Corbyn, waarin hij het opnam voor de dader en zijn ‘walging’ uitsprak over het optreden van de politie, die een ‘ongewapende man op klaarlichte dag had doodgeschoten’. De tweets gingen viraal. Maar ze waren fake. Ze bleken afkomstig van een ‘politiek incorrecte’ chatgroep op 4chan, waar ze in de uren na de aanslag door een groepje gebruikers in elkaar geknutseld werden.

Iemand levert een fake twitter-template aan, iemand anders een tekst, een derde haalt de spelfouten eruit, een vierde voert nog even het correcte font in, en hup, delen maar. Agitprop als hobby.

Reconstructie van een rel

Ook de rel rond het jongetje op de ziekenhuisvloer ontstond zo. Een moeder gaat met haar vierjarige zoontje naar de eerste hulp van een ziekenhuis in Leeds. Hoge koorts, vermoeden van longontsteking. Er is geen bed voor hem en hij ligt vier uur op de vloer, in de wachtkamer, met een zuurstofmaskertje, op een paar jassen, onder een fleece. De moeder maakt een foto van hem en stuurt die naar de plaatselijke krant. Die plaatst direct een bericht op de website. Dat wordt opgepikt en gedeeld op sociale media, waar het viraal gaat. Labour-supporters maken er direct een j’accuse van: zo ruïneren de Conservatives onze gezondheidszorg. Labour-politici delen de foto, Corbyn incluis, de landelijke media haken in, een nationale rel is geboren. Een tv-reporter probeert Boris Johnson de foto te laten zien, Johnson pakt hem zijn telefoon af, weigert commentaar en verschuilt zich in een koelcel tot de pers weg is. Die video wordt in korte tijd 11 miljoen keer bekeken.

Om de aandacht af te leiden, brengt de conservatieve partij het verhaal in omloop dat de minister van Volksgezondheid, Matt Hancock, bij een bezoek aan het ziekenhuis door Labour-activisten zou zijn geslagen. Een omstander deelt een video op Facebook en Twitter waaruit blijkt dit niet waar is, de Johnson-campagne trekt de beschuldiging in. Dan verschijnt een bericht op Facebook van ene Sheree Jenner-Hepburn: een insider in het ziekenhuis meldde haar dat de foto fake is, de mainstream media haken erop in. Wéér een nieuwscyclus later komt de aap uit de mouw: een foto van Sheree Jenner-Hepburn, lachend, samen met Theresa May, op een partijbijeenkomst van de Conservatives. ‘Ik ben gehackt!’, roept zij nog, maar de ware toedracht is duidelijk: opzettelijke desinformatie door een stille agent.

De verkiezingscampagne als free for all. Modderworstelen met met de waarheid. Slechts een enkel incident verschijnt nog op het oude radarscherm. Wat zich daaronder beweegt, en welk effect het heeft: wie het weet, mag het zeggen. De rol van de bonafide media is gereduceerd tot die van verbouwereerde omstander, zie bijvoorbeeld deze reconstructie van de BBC.

Onwillekeurig leggen de geregelde troepen de ethische lat ook wat lager

Chaotische cocktail

The Guardian deed afgelopen weken een uniek onderzoek: zij keken live mee met de smartphones van zes geselecteerde Britten. Alles wat op die telefoons gebeurde zagen zij. Conclusie: het media-ecosysteem desintegreert. Wat die proefpersonen via hun telefoon over de verkiezingen te zien en horen kregen, waren memes, headlines, feiten, verzinsels, nieuws en entertainment, alles vermengd tot een chaotische cocktail. Artikelen worden gedeeld of zelfs becommentarieerd zonder dat ze gelezen zijn. Eén van de proefpersonen nam eerst de tijd om serieuze informatie over het Labour-programma te lezen, om vervolgens op Facebook extreemrechtse blogs te delen vol nonsens over datzelfde programma! De leugen als stijlfiguur.

Zo ontstaan een soort digitale straatgevechten, tussen ongeregelde burgermilitia’s met zelfgefabriekte amateurtactieken, en opnieuw kwam de totale informatieapocalyps een stap dichterbij. ‘We’ve become a nation of trolls,’ constateerde The Guardian

De geregelde troepen leggen de ethische lat vanzelf ook wat lager. Zowel Labour als de Tories voerden campagne met een programma vol irreële beloften en cijfers, en bestookten elkaar met fantasiefeiten. Als iedereen liegt en bedriegt, kun je het politici moeilijk kwalijk nemen dat zij dat ook doen.

En dat doen de kiezers dus ook niet. Vanaf het moment dat hij columnist van The Daily Telegraph werd, heeft Boris Johnson zijn loopbaan gebouwd op leugens en bullshit. Donald Trump fabriceert meer leugens dan Budweiser blikjes bier. Zij zien de wereld niet zoals die was of misschien zou moeten zijn, maar zoals die ís: een chaotisch informatieslagveld, met tal van kansen voor handige, amorele profiteurs. En ze winnen. Bullshit Boris heeft de grootste regeringsmeerderheid in meer dan dertig jaar. En Mark Zuckerberg zag dat het goed was.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jan Kuitenbrouwer

Gevolgd door 641 leden

Journalist, schrijver en presentator. Auteur van het boek 'Datadictatuur, hoe de mens het internet de baas blijft'.

Dit artikel zit in het dossier

Datadictatuur

Gevolgd door 1591 leden

2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een G...

Volg dossier