Oliebedrijven Shell en Exxon hebben een ‘diepe vinger in de Haagse pap’. Die conclusie is te lezen in een nieuw boek over de gaswinning in Groningen. Het boek toont ondubbelzinnig de verstrengeling aan van overheid en oliebedrijven. Desondanks blijven nog veel vragen onbeantwoord over ’s lands ‘grootste naoorlogse schandaal’.

    Het moest een feestelijke bijeenkomst worden, afgelopen vrijdag bij de boekpresentatie in een café naast de Groningse Martinikerk. Maar het was wel een zwart-omrand feestje. Het boek De gaskolonie, van nationale bodemschat tot Groningse tragedie van (oud-)NOS-redacteuren Margriet Brandsma, Heleen Ekker en Reinalda Start, werd er gepresenteerd onder grote belangstelling, ook van de media. René Paas, onlangs aangetreden als Commissaris van de Koning in Groningen, nam het eerste exemplaar in ontvangst. De echt wrange vragen in het hoofdpijndossier ‘Groningen’ bleven ook op dit feestje echter onbeantwoord. Zoals deze: wie is er verantwoordelijk als er straks doden vallen door de aardbevingen? ‘Groningen’ is een collectieve verantwoordelijkheid en dus de verantwoordelijkheid van niemand, zo luidde het cynische antwoord van de auteurs.

    Geheime afspraken

    De belangrijkste conclusies van het boek liegen er niet om. Uit documenten die de NOS verkreeg op basis van een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), blijkt dat het ministerie van Economische Zaken in 2005 een geheime afspraak maakte met Shell en Exxon over de hoogte van het gaswinningsplafond in Groningen. De Tweede Kamer werd hiervan niet op de hoogte gesteld.

    In de WOB-stukken staat dat de toenmalige directeur-generaal van het departement energie op 26 november 2005 een afspraak maakte met de twee oliebedrijven die tezamen de NAM vormen. Letterlijk schreef hij: ‘Er is overeenstemming over een lange termijn-productiefilosofie voor Groningen. Die gaat ervan uit dat Groningen op het voor de komende tien jaar vastgestelde niveau zal produceren, tot het moment waarop (na 2020) het veld op natuurlijk wijze in decline zal komen.’

    Die desbetreffende directeur-generaal energie was Gertjan Lankhorst, sinds 1 september 2006 directeur van gasbedrijf GasTerra.

    In 2010 schreef een ambtenaar in een interne memo dat er aan de Tweede Kamer ‘niets is gemeld’ over de afspraak van Lankhorst. ‘Deze afspraak beperkt de beleidsruimte van de minister,’ aldus de ambtenaar. Er werd in 2005 namelijk afgesproken om 425 miljard kuub gas te winnen over 10 jaar tijd, terwijl het ministerie aanvankelijk maximaal 375 miljard kuub wilde winnen. Uit de WOB-stukken wordt duidelijk dat er ontzettend veel druk vanuit de oliebedrijven is geweest om het gasplafond toch omhoog te gooien. En met effect, zo blijkt nu dus.

    Uit de WOB-stukken wordt duidelijk dat er ontzettend veel druk vanuit de oliebedrijven is geweest om het gasplafond toch omhoog te gooien

    Jan de Jong, voormalig hoofd-inspecteur van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), de toezichthouder op de gaswinning, zegt nooit van deze afspraak op de hoogte te zijn geweest. Hij concludeert in het boek dat Shell en Exxon ‘een ongelofelijk dikke vinger in de pap hebben in Den Haag.’

    Enkele weken geleden zagen we al iets terug van deze dikke vinger, in de vorm van een Haagse lobbybrief die naar buiten werd gebracht door PvdA-Kamerlid Henk Nijboer. Hierin werd door Shell gedreigd dat er mogelijk niet genoeg geld kon worden vrijgemaakt voor versterking en schadeherstel in Groningen als de gasproductie verder omlaag zou gaan.


    Jan de Jong, oud-toezichthouder

    "Shell en Exxon hebben een ongelofelijk dikke vinger in de pap in Den Haag"

    Het Sjeikeffect

    De nieuwe geheime afspraken voeden de vermoedens van velen dat het gasgebouw niet deugt en de oliebedrijven veel te veel macht hebben. Waarom is bijvoorbeeld de Overeenkomst van Samenwerking, die in 1963 werd gesloten tussen de Staat, NAM, Shell en Exxon, niet openbaar? En waarom is er toentertijd voor gekozen om een maatschap op te richten en geen VOF? De exploitatie van het Groningergas is namelijk voor rekening en risico van de Maatschap Groningen, waarin de Staat en de NAM beide deelnemen.

    Openbare afspraken zouden de onderhandelingspositie van de oliebedrijven in het Midden-Oosten aantasten

    In het boek doen de drie NOS-redacteuren een poging tot uitleg. Er werd gekozen voor een stille maatschap, in plaats van een openbare VOF, vanwege het zogenaamde ‘sjeikeffect.’ De oliebedrijven wilden niet dat hun samenwerkingsverband met de Nederlandse overheid publiekelijk bekend zou worden. Men was bang dat de autoriteiten in olielanden als Saoedi-Arabië een voorbeeld zouden kunnen nemen aan Nederland en een vergelijkbare gunstige positie bij Shell willen afdwingen. Openbare afspraken zouden de onderhandelingspositie van de oliebedrijven in het Midden-Oosten aantasten.

    Dit argument gaat anno 2016 niet meer op. De gunstige positie die de Nederlandse Staat voor zichzelf heeft verworven (ca. 95 procent van de gasinkomsten zijn voor de overheid) is algemeen bekend. Desondanks weigert het ministerie van EZ om de samenwerkingsovereenkomst openbaar te maken.

    Verontwaardiging

    De voltallige Tweede Kamer wilde afgelopen vrijdag meteen uitleg van minister Kamp over de geopenbaarde documenten. Als de geheime afspraak uit 2005 werkelijk is gemaakt, moet deze van tafel, aldus de oppositie. 

    Minister Kamp liet in een reactie weten dat Shell en Exxon totaal geen macht hebben in Den Haag. ‘Er is geen invloed geweest van de oliemaatschappijen op de besluitvorming inzake Groningen, op geen enkel moment, zolang ik hier zit.’

    Henk Kamp trad in 2012 aan als minister van Economische Zaken en zegt niet te weten van een geheime afspraak die voor zijn tijd is gemaakt. Desondanks blijft hij wel ministerieel verantwoordelijk als dergelijke afspraken zijn gemaakt.

    In antwoord op Kamervragen van Carla Dik-Faber (CU), gisteren tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer, wees de minister erop dat de maximale winning wettelijk is vastgelegd. Het ministerie heeft destijds inderdaad met de gasbedrijven ‘gefilosofeerd over de toekomst,’ maar die hebben nooit verhinderd dat de winning omlaag ging als dat nodig was voor de veiligheid, aldus Kamp.

    Naast de ChristenUnie dringen zowel PvdA, CDA, GroenLinks als de SP aan op een onderzoek naar de gang van zaken. 'Uit de opgevraagde stukken blijkt heel duidelijk dat het gasgebouw onder handen genomen moet worden. Daar moet de minister de Kamer nader over informeren,' aldus Dik-Faber.

    'Ondemocratische beïnvloeding'

    In reactie op de WOB-documenten eiste Milieudefensie dat de overheid al haar contacten met Shell en Exxon openbaar maakt. Ike Teuling, campagneleider energie bij Milieudefensie, reageerde als volgt: 'Het is nooit de veiligheid van de Groningers geweest die voorop stond, maar altijd de winsten van Shell. Dit verklaart waarom de gaskraan in Groningen nog steeds niet dicht is, hoewel het aardbevingsrisico dan kleiner wordt en minister Kamp de ambitie heeft uitgesproken te stoppen met fossiele brandstoffen. Aan deze ondemocratische beïnvloeding moet een eind komen: de Groningers moeten weer zeggenschap krijgen over hun provincie, niet een oliemultinational.'


    Ike Teuling, Milieudefensie

    "Het was nooit de veiligheid van de Groningers die voorop stond, altijd de winsten van Shell. Dit verklaart waarom de gaskraan in Groningen nog steeds niet dicht is"

    Parlementaire enquête

    Belangengroep de Groninger Bodem Beweging (GBB) hamert erop dat er een parlementaire enquête moet komen. 'De hoofdrolspelers leven nu nog. We kunnen nu nog een goed inzicht krijgen hoe er gehandeld is en waar dit toe heeft geleid,’ aldus de GBB tegen RTV Noord.

    Het lijkt slechts een kwestie van tijd voor deze enquête er komt. SP-Kamerlid Eric Smaling zei eerder al tegen Follow the Money dat hij op den duur een parlementaire enquête verwacht. In De gaskolonie wordt daartoe nu ook opgeroepen door, onder anderen, Marijke van Beek, burgemeester van de aardbevingsgemeente Eemsmond. Afgelopen weekend sloot Pieter Smit, burgemeester van Oldambt zich daarbij aan op Twitter. Ook voormalig toezichthouder Jan de Jong en verschillende oud-ministers en bestuurders uit Groningen, geven in het boek aan een parlementaire enquête te steunen. 

    Wel merkt burgemeester Van Beek daarbij op: ‘Grote vraag zal wel zijn of mensen nog geloven wat er gezegd wordt, wat er uitkomt. Maar voor een deel van de Groningers zal het ook als erkenning voelen. Eindelijk antwoord op vragen die we hebben.’

    Vragen, vragen, vragen

    Want met een hoop vragen blijven we toch nog wel zitten, na het lezen van De gaskolonie. Allereerst natuurlijk met de grote vraag hoe het kan dat de Tweede Kamer niet werd geïnformeerd over de gemaakte afspraken tussen de oliebedrijven en het ministerie van EZ. Maar ook met de vraag waarom de gasproductie in 2013 sterk omhoog ging, naar 54 miljard kuub, terwijl het SodM in 2012 juist stelde dat deze vanwege de veiligheid van de Groningers dringend omlaag moest. Minister Kamp geeft in het boek aan dat hij in 2013 nog niet de juiste kennis had om over verminderde gaswinning te beslissen, terwijl verhoging economisch noodzakelijk was vanwege ondere meer een strenge winter. Dat lijkt een karige uitleg voor een productieverhoging die als een grove schoffering werd ervaren in Groningen.

    Verder: Hoe kan het ook dat een ondoorzichtige publiek-private constructie uit 1963 nog steeds de besluitvorming over de gaswinning bepaalt? Is het werkelijk zo dat de gekozen samenwerkingsvorm, een stille maatschap, juridisch niet had gemogen, zoals wordt beweerd? En wie is daarmee uiteindelijk verantwoordelijk voor de schade, Shell/Exxon of toch de Staat? De auteurs van De gaskolonie lijken er niet uit te komen en hopen dat een parlementaire enquête helderheid kan verschaffen.

    Wat nog ontbreekt in het boek is de rol van een aantal private partijen die betrokken zijn bij schadeafhandeling en bodemonderzoeken. Zoals die van het ingenieursbureau Arcadis, dat al jaren samenwerkt met de NAM en momenteel tevens de belangrijkste partij is in het Centrum Veilig Wonen. Om de aardbevingsschade te verhelpen zijn oncontroleerbare schadeprocedures in het leven geroepen, zoals Follow the Money vorige week nog beschreef. Welke partijen spinnen garen bij dit alles? En hoe zijn deze procedures tot stand gekomen?

    De gaskolonie is een waardevol boek, dat verschijnt op een waardevol moment. Het boek maakt een complexe problematiek toegangelijk voor het grote publiek. Het toont ondubbelzinnig aan hoezeer de overheid en de oliemaatschappijen met elkaar verweven zijn. 'Groningen' is hiermee definitief een nationale zaak geworden. Maar zoals met veel zaken roept deze zaak vooral meer vragen op dan antwoorden, nog meer vragen dan er al waren. De journalistiek mocht even feestvieren vrijdag, maar moet nu weer doorgaan met graven.

    Dit artikel is mede tot stand gekomen met de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

    Over de auteur

    Bart Crezee

    Milieuwetenschapper en schrijft over olie- en gasboringen, de energietransitie en klimaatverandering.

    Lees meer

    Volg deze auteur
    Dit artikel zit in het dossier

    Aardgas in Groningen

    Gevolgd door 324 leden

    Naar aanleiding van tips van lezers is Follow the Money gedoken in de ondoorzichtige wereld van de Groningse gaswinning en de...

    Lees meer

    Volg dossier

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren