© Follow the Money

Democratieën zijn broos, onafhankelijke media zijn onontbeerlijk

1 Connectie

Relaties

Persvrijheid
35 Bijdragen

In broze democratieën en autocratische landen staan onafhankelijke media onder grote druk: dat ze vaak weinig geld hebben, is niet eens hun grootste probleem. Die les leerde hoofdredacteur Eric Smit van zijn Hongaarse collega Ákos Maróy. Follow the Money wil onafhankelijke media in andere landen graag steunen; Eric Smit legt hier uit hoe we dat gaan doen. Ook onze leden kunnen een handje helpen.

0:00

Toen ik in mei 2015 in Helsinki de Hongaarse tech-ondernemer en journalist Ákos Maróy ontmoette, zag de toekomst voor Follow the Money er beroerd uit. Een jaar eerder hadden we, geïnspireerd door het succes van het ledenmodel van De Correspondent, besloten om ook zelf de overstap naar een model met betalende leden te maken. Maar een paar maanden later bleek een mogelijke investeerder geen interesse meer te hebben om dat plan te financieren.

Daar stonden we dan: vijf jaar nadat we ons multimediale platform voor onderzoeksjournalistiek hadden opgericht, was de bodem van de kas in zicht en was er geen geld om een doorstart te maken met een ander bedrijfsmodel. Binnen vijf maanden moesten we met een goed doortimmerd plan andere geldschieters binnenhalen, anders waren we er geweest. 

De uitnodiging voor een conferentie over de toekomst van journalistiek in Helsinki, door Google georganiseerd, nam ik daarom dankbaar aan. Op Newsgeist zou ik toonaangevende mensen uit de Europese journalistieke wereld ontmoeten: met name mensen die bezig waren online lezers te trekken met nieuwe vertelvormen en uitgeefconcepten. Ákos Maróy – mede-oprichter van het onafhankelijke Hongaarse onderzoeksplatform Átlátszó (transparantie) – was zo iemand.

Journalistiek overleven heeft ook een andere, veel prangender kant: hoe om te gaan met een overheid die bezig is de persvrijheid af te knijpen?

Toen we tijdens een pauze tussen de vele workshops in gesprek raakten, kwam het onderwerp ‘geld verdienen met journalistiek’ snel langs. Logisch, want alle Newsgeist-conferentiegangers hadden het daarover. De meesten maakten zich ernstig zorgen over de dalende advertentie-inkomsten. Google, onze gastheer, was een van de grote tech-bedrijven die deze kasstroom naar zich toe wist te trekken – ten koste van krantenuitgevers. 

Ákos snapte de opwinding van de uitgevers wel, hij had zelf ook met dat vraagstuk te maken, maar hij moest er ook een beetje om glimlachen. Overleven als journalistiek platform had voor hem ook een andere, veel prangender kant: hoe om te gaan met een overheid die bezig is de persvrijheid af te knijpen?

Bij dat vraagstuk kon ik me amper iets voorstellen. Door de jarenlange focus op financiële markten, sjoemelende bankiers, fraudeurs en cowboys in de zorg had ik me geen goed beeld gevormd van de toestand in Hongarije. Ik nam me voor me erin te verdiepen, maar daar kwam weinig van terecht. Follow the Money slokte al mijn aandacht op. Pas toen Ákos enkele jaren later in Nederland was en ik hem thuis uitnodigde voor een maaltijd, veranderde dat. Die avond besloot ik een interview van ons gesprek te maken, opdat anderen konden lezen wat Ákos te vertellen had.

Staatsrechtelijke en morele U-bocht 

Het verhaal van de teloorgang van de democratie in Hongarije is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van Viktor Orbán. In 1989, vlak voor de val van het communisme, stond hij nog als langharige activist op het Heldenplein in Boedapest een menigte van 250 duizend mensen toe te spreken. Orbán was aanvankelijk een aanjager van de ontluikende democratie in Hongarije.

Ákos kon prachtig over die begindagen vertellen. Over de schrijf- en kopieermachines die voorheen achter slot en grendel stonden en die nu vrijelijk konden worden ingezet. Over mensen die eerder permissie moesten vragen om een kopietje te draaien, en nu plotseling de mogelijkheid kregen zelf een krant te maken. Over de opwinding en inspiratie die met de pas verworven vrijheid gepaard gingen en over het geloof dat het nu allemaal anders zou worden.

Twee decennia later was de democratie in Hongarije alweer op zijn retour. Met dank aan diezelfde Viktor Orbán, de nieuwe machthebber, die een staatsrechtelijke en morele U-bocht had gemaakt en druk doende was met behulp van Europees geld – Hongarije werd in 2004 lid van de Europese Unie – een corrupte oligarchie te vestigen.

Vooral om die reden startte mijn nieuwe vriend in 2011 samen met een bekende onderzoeksjournalist het platform Átlátszó. Om de macht te controleren. Van meet af aan richtten ze de blik op Orbáns regering en werden ze door de autoriteiten tegengewerkt. Op de diensten van de advocaat die Átlátszó indertijd bijstond, werd zo vaak een beroep gedaan dat hij zich uiteindelijk bij het platform aansloot. 

Sindsdien is Hongarije, een land met bijna 10 miljoen inwoners, nu in totaal slechts drie kleine onafhankelijke journalistieke media rijk

De komst van Átlátszó en de oprichting van het onderzoekscollectief Direkt36 in 2015 kon de neerwaartse trend in Hongarije niet keren. In oktober 2016 werd de kritische krant Népszabadság door Orbán-getrouwen de nek omgedraaid. In 2020 was het raak bij het toonaangevende journalistieke platform Index. Toen hun hoofdredacteur door een nieuwe eigenaar – een vriend van Orbán – werd ontslagen, vertrok het grootste deel van de redactie. Het Index-team richtte een nieuw platform op: Telex.

Sindsdien is Hongarije, een land met bijna 10 miljoen inwoners, nu in totaal slechts drie kleine onafhankelijke journalistieke media rijk. Het overgrote deel van de Hongaarse media oefent geen kritiek uit op het regime-Orban, integendeel, zij zijn onderdeel van zijn propagandamachine. En de negatieve trend is niet gekeerd, erger: die is nog niet eens tot stilstand gebracht.

Democratie onder druk

Helaas is dat ook elders aan de hand. Wereldwijd staat de democratie onder druk, het meest zichtbaar in de Verenigde Staten, waar op 6 januari 2021 het Capitool door een menigte werd bestormd en een coup ternauwernood werd voorkomen. Een gebeurtenis die tien jaar geleden nog ondenkbaar was, maar door mijn lange gesprek met Ákos, thuis aan de eettafel, was ik er al enigszins op voorbereid. 

Ik ben tweeëntwintig jaar na de Tweede Wereldoorlog geboren en heb met vele anderen mijn hele leven kunnen genieten van vrede en democratie. Ik realiseerde me amper dat democratie geen gegeven is, allerminst zelfs. Ze bestaat eigenlijk pas kort en ze is kwetsbaar. Dat geldt voor Hongarije en eigenlijk voor alle andere plekken op aarde waar democratische beginselen werden omarmd, of door druk van buiten werden ingevoerd. Immers, niet alle democratieën ontstonden uit zichzelf. Soms hadden ze ruggensteun nodig. 

Acht van de tien mensen op aarde hebben de afgelopen vijf jaar een achteruitgang van de persvrijheid ervaren

Acht van de tien mensen op aarde hebben de afgelopen vijf jaar een achteruitgang van de persvrijheid ervaren, bleek in maart van dit jaar uit een rapport van Unesco. Dat is 80 procent van de mensheid. Daar behoren wij in Nederland ook toe, getuige de persvrijheidsindex van Reporters sans Frontières (RSF) die in mei uitkwam. Nederland duikelde maar liefst tweeëntwintig plaatsen op die lijst, mede als gevolg van het toenemende geweld tegen journalisten, hun intimidatie, en de zelfcensuur die dat teweegbracht. 

‘Verworvenheden kunnen worden afgenomen, progressie blijkt een omkeerbaar proces,’ constateerde Volkskrant-correspondent Thomas Rueb, die in New York de protesten bijwoonde nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof het federale recht op abortus had geschrapt. Rueb merkte op dat het pas nu tot mensen in Amerika doordrong dat dit écht in de Verenigde Staten kon gebeuren. 

Door mijn interview met Ákos waren mijn ogen geopend voor de kwetsbaarheid van een democratie. Ik besef sindsdien nog meer hoe belangrijk het is om iets bij te dragen aan dat dierbare politieke systeem. Bijvoorbeeld door nieuwe initiatieven te laten ontstaan die de waarheidsvinding in het publieke belang dienen.

De ruggensteun in Nederland

Daar zijn we met Follow the Money gelukkig toe in staat gebleken. We scheerden in de zomer van 2015 langs de afgrond, maar wisten een succesvolle doorstart te maken met een ander bedrijfsmodel gebaseerd op betalende leden.

Dat hadden we te danken aan beschikbaarheid van enkele investeerders en een paar grote en tientallen kleine donateurs. Mensen die de waarde van onafhankelijke journalistiek inzagen en ons de kans gaven onze plannen te realiseren. Nu halen we 90 procent van onze inkomsten uit de bijdragen van onze leden ,en kunnen we ons ‘radicaal onafhankelijk’ noemen. 

We hadden geluk, want we leven in Nederland: in een open en welvarende samenleving waarin de waarde van journalistiek door veel mensen op waarde wordt geschat. We kunnen in Nederland bogen op de beschikbaarheid van geld en andere middelen om nieuwe projecten in de journalistiek van de grond te krijgen. Er is hier ruggensteun. Wij hebben het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ), dat ondernemende initiatieven in de journalistiek mogelijk maakt. En freelance onderzoeksjournalisten kunnen in Nederland financieringsaanvragen doen bij het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (FondsBJP)

Helaas is Nederland een uitzondering. In Oost-Europese landen bestaan die mogelijkheden amper, ook dat kwam ik dankzij Ákos te weten. Zelfs in een land als Italië wordt nauwelijks geld beschikbaar gesteld om nieuwe journalistieke initiatieven van de grond te laten komen, terwijl die ook daar hard nodig zijn. Griekenland, een land waarnaar wij Nederlanders massaal op vakantie gaan, staat van alle EU-landen met afstand het laagst op de persvrijheidsindex

Journalistiek, en met name onderzoeksjournalistiek, vormt een onmisbare schakel in een goed functionerende democratie. De macht moet worden gecontroleerd. Ook uit economisch oogpunt: want er is een samenhang tussen democratie, persvrijheid en de welvaart van een samenleving als geheel. Dat onze collega’s het in andere Europese landen veel moeilijker hebben en op sommige plekken zelfs worden ondermijnd, verdient onze volle aandacht en onze toewijding.

Daarom zullen we in de komende jaren vanuit Follow the Money ons meer inzetten om via samenwerkingsprojecten de journalistieke banden met onze internationale collega’s te verstevigen. Gezamenlijk optrekken om zaken van het donker naar het licht te brengen, in het publieke belang. En omdat onze rug soms meer kan dragen dan de hunne. 

Door samen te werken, maken we een project niet alleen beter, maar kunnen we tevens onze collega’s steunen

De afgelopen jaren hebben we al enkele projecten met Europese collega’s opgezet. Onze onderzoeken naar de besteding van de Europese corona-herstelfondsen en de samenwerking van Europese wetenschappelijk instellingen met organisaties die zijn verbonden met het Chinese leger – de China Science Investigation – zijn  voorbeelden daarvan. Daarmee hebben we waardevolle ervaring opgedaan.

Belangrijker nog is dat we hebben gemerkt dat de impact van zo’n internationaal onderzoek veel groter is dan wanneer ieder voor zich dat doet. Met FTM.eu beschikken we in potentie over een krachtig internationaal platform dat in staat is om die controlerende taak ook jegens de Europese instituties uit te voeren. En door samen te werken, maken we een project niet alleen beter, maar kunnen we tevens onze collega’s steunen.

Ik besluit met een hartekreet: draag iets bij aan de persvrijheid en ondersteun ergens in Europa een journalistiek platform dat die middelen goed kan gebruiken. Laat onze relatieve rijkdom en vrijheid anderen ten goede komen.