© CC0 (Publiek domein)

Onze rechtsstaat is hard aan renovatie toe

    Wie denkt te kunnen vertrouwen op ons rechtssysteem, komt bedrogen uit. Burengeschillen duren eindeloos, terwijl criminaliteit te weinig wordt aangepakt. Tijd voor vernieuwing, vindt advocaat en oud-hoofdofficier bij defensie Sébas Diekstra, onze nieuwe columnist. Leest u mee, minister Grapperhaus?

    ‘Ons rechtssysteem is kostbaar, levert niet wat mensen nodig hebben, en is soms ronduit schadelijk. Dat ligt niet aan de spelers, maar aan het spel en strakke, verouderde spelregels. De kennis en technologie om dat te verbeteren liggen klaar. Maar de juridische sector zit vast en is te veel van juristen. Rechtvaardigheid moet de ruimte krijgen, juist nu.’

    Zo luidt de eerste alinea van een onderzoeksrapport dat juridisch onderzoeksinstituut Hague Institute for Innovation of Law (HiiL) eerder dit jaar uitbracht. De titel: ‘Menselijk en rechtvaardig: Is de rechtsstaat er voor de burger?’.

    Voor wie nog een zeker vertrouwen in onze rechtsstaat heeft, zijn de conclusies van het rapport zonder meer als deprimerend te bestempelen. Het beeld dat eruit naar voren komt, is van een rechtsstaat die ernstig tekortschiet.

    Onze rechtsstaat heeft alle trekken van een disfunctionele bijenkorf

    Het percentage geschillen dat ‘open’ blijft — dat wil zeggen: dat ondanks bemoeienis van rechter of advocaat niet opgelost wordt — blijkt in vijf jaar tijd met bijna 20 procent toegenomen, de duur van geschillen komt niet zelden uit op vele jaren en het algemene oordeel over de rechtvaardigheid van de uitkomsten na juridische bemoeienis is volgens het rapport op zijn best als middelmatig te kwalificeren.

    Daarnaast blijkt de rechtsstaat voor sommige kwesties — zoals burengeschillen — feitelijk weinig tot niets te bieden te hebben. Voor andere gevallen, bijvoorbeeld medische fouten, is er een complete warwinkel aan procedures beschikbaar voor klagers waarin ze al spoedig het spoor bijster raken terwijl het zelden of nooit tot bevredigende uitkomsten leidt.

    De rechtsstaat blijkt buitengewoon efficiënt als er (verkeers)boetes moeten worden geïncasseerd bij de burger, maar als het bijvoorbeeld gaat om het bestrijden en gericht bestraffen van ernstige criminaliteit, dan geldt eerder het tegenovergestelde.

    Bijenkorf

    De rechtsstaat heeft, kortom, alle trekken van een disfunctionele bijenkorf: juristen en overheid vliegen als werkbijen in en uit, ze zoemen constant door elkaar heen, maar dit alles levert maar weinig honing op. Volgens de onderzoekers van HiiL is dat niet het gevolg van een gebrek aan inzet, betrokkenheid of deskundigheid in juridische zin; het is vooral te wijten aan het gegeven dat de rechtzoekende burger te weinig als gelijkwaardige partner wordt behandeld. 

    Rechtvaardigheid is immers een coproductie van meerdere partijen of zou dat moeten zijn en in die coproductie is de burger medeproducent in plaats van afwachtend lijdend voorwerp. Dat betekent samenwerking met de burger als potentiele ervaringsdeskundige en mede-oplosser van geschillen, in plaats van als passief ontvanger van beslissingen of uitspraken daarover. Het betekent ook de burger bij tijd en wijle mede recht te laten spreken, mede-rechter laten zijn. 

    Grondige renovatie

    Wat hier in de kern nodig is, is een paradigmaverschuiving: van ‘rechtsstaat voor de burger’ naar ‘rechtsstaat van (en door) de burger’. De bestaande structuren zijn daar ongeschikt voor: ze zijn te ondoorzichtig, te weinig democratisch, te inefficiënt en te gericht op juridisering van geschillen, dat wil zeggen op het juridisch-procedureel duiden van alledaagse problemen en deze daarmee chronisch en onnodig complex maken. Dat maakt het systeem niet alleen onnodig duur, het richt ook schade aan. Niet alleen bij de individuele burger, maar ook in de samenleving in brede zin. Het leidt tot een tweedeling: steeds vaker heeft de doorsnee burger het – helaas veelal terechte – idee dat meer rijkdom en status in dit land ook meer recht betekent.

    Mijns inziens pleiten de drie onderzoekers van het HiiL daarom terecht voor een reeks innovaties en voor het beschikbaar stellen van financiële middelen — naar schatting zo’n 100 miljoen — om de voornaamste van die innovaties op korte termijn in gang te kunnen zetten.

    "Steeds vaker heeft de doorsnee burger het – helaas veelal terechte – idee dat meer rijkdom en status in dit land ook meer recht betekent"

    In het regeerakkoord lijkt het nieuwe kabinet het falen van de rechtsstaat wel te erkennen, maar er is geen gedegen investeringsbudget voor Ferdinand Grapperhaus, de nieuwe minister van Veiligheid en Justitie. De echte innovatie zal door de rechtspleging zelf moeten worden gefinancierd. Het kabinet zegt met wetgeving te komen die meer ruimte biedt aan de rechter om te experimenteren met eenvoudige procedures die partijen bij elkaar brengen en conflicten niet op de spits drijven. Het regeerakkoord spreekt hierbij van experimenten met een buurtrechter, een schuldenrechter en een andere behandeling van scheidingszaken. 

    Hoogleraar Maurits Barendrecht, tevens één van de onderzoekers van HiiL, zegt daarover: ‘Dat de rechtspraak hiermee snel aan de slag wil, is mooi. Maar laten we het ontwerp vanuit het conflict en vanuit de behoeften van de burger doen. Het gaat erom dat die een goede, aaneengesloten route krijgt. Met een mogelijkheid tot bezinning en diagnose, dan een fase om er samen uit te komen, goed ondersteund als proces, een optie van bemiddeling en daarbij aansluitend de mogelijkheid om een rechter in te schakelen. Het moet een procedure zijn die gaat over het werkelijke geschil, de communicatie herstelt, de emoties kanaliseert en de inhoudelijke punten eerlijk oplost. Een rechter die de buurt in gaat en daar partijen tot een juridische schikking beweegt op basis van de regels over overhangende takken, dat is niet genoeg. De rechtspraak is een onderdeel van onze infrastructuur voor geschiloplossing en moet daar dus op aansluiten. Een rotonde leg je ook niet midden in een weiland.’

    De vraag is of en wanneer onze rechtsstaat weer echt gaat werken voor de burger. De Britse politicus en minister-president William Gladstone (1809-1898) zei ooit: ‘Justice delayed is justice denied.’ Uitgesteld recht, is recht ontzegd. Laten we dus niet te lang wachten met deze renovering van onze rechtsstaat. Want hoe langer het duurt, hoe meer voorkombare onrechtvaardigheid erbij zal komen. En dat is op zichzelf al onrechtvaardig genoeg.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Sébas Diekstra

    Gevolgd door 135 leden

    Onderzoekt. Schrijft. Jurist. Oud-beroepsmilitair. Recht. Onrecht. Rechtspraak. Politie. Justitie. Defensie.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Sébas Diekstra
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren