© CC0 (Publiek domein)

    Afgelopen week publiceerde het Europees Parlement een onderzoek waaruit zou blijken dat burgers meer EU-ingrijpen willen. Maar bij nadere beschouwing klopt daar weinig van. Naar de echte politieke dilemma’s wordt namelijk helemaal niet gevraagd.

    Het is een perfecte manier om invloed uit te oefenen op het publieke debat: opinieonderzoek. De media staan er vol mee. Ook de Europese Unie heeft dit middel inmiddels ontdekt. De laatste decennia voert de Europese Commissie elk half jaar een grootschalig opinieonderzoek uit in alle lidstaten naar de publieke opinie over de EU. Soms vinden er aanvullende onderzoeken plaats.

    Afgelopen week was het weer zover. In opdracht van het Europees Parlement kwam toen een speciaal onderzoek uit naar de steun van burgers voor de EU en Europees beleid. Dit onderzoek onder 27.000 EU-burgers — waaronder 1015 Nederlanders — zou laten zien dat burgers positiever zijn over de EU dan ooit en dat ze willen dat de EU vaker of krachtiger optreedt op allerlei beleidsterreinen.

    Opinieonderzoek is geen neutrale bezigheid

    Maar opinieonderzoek is geen neutrale bezigheid. Bij ieder onderzoek is het de vraag welke vragen door de opdrachtgever zijn gesteld en welke vragen worden genegeerd. Door bepaalde vragen wel of juist niet te stellen, kan de uitslag in een specifieke richting worden gestuurd — en dat is precies wat er hier gebeurt.

    Meer EU graag, zegt de burger

    Het persbericht brengt de voor de EU positieve uitkomst met veel nadruk naar voren. In de samenvatting staat:

    'Grote meerderheid EU-burgers verkiest een Europese reactie om de mondiale uitdagingen aan te gaan. Ook meerderheid van de Nederlandse respondenten sluit zich daarbij aan. Meer dan driekwart van de EU-burgers wil dat de EU meer inzet op de strijd tegen terrorisme, werkloosheid, belastingfraude en om het milieu te beschermen.'

    Deze boodschap komt het Europees Parlement opmerkelijk goed uit, want dit is precies de agenda die het parlement in zijn geheel nastreeft: meer buitenlands beleid op EU-niveau en meer EU-bevoegdheden op uiteenlopende beleidsterreinen. Laat dit onderzoek zien dat de burger het met die agenda eens is? Wie goed kijkt, ziet dat daar helemaal geen bewijs voor is — al beweert het Europees Parlement het tegenovergestelde.

    Twee enquêtevragen onderbouwen de claim dat burgers “meer EU” willen. In de vragenlijst krijgen respondenten een serie gebeurtenissen uit de afgelopen jaren voorgelegd. Vervolgens wordt gevraagd hoe de belangen van hun land het beste kunnen worden behartigd: door gezamenlijk met andere landen te handelen, of door individueel op te treden. In figuur 1 ziet u voor Nederland en de hele EU de percentages respondenten die zeggen dat deze belangen het beste gediend worden door gezamenlijk te handelen:

    Figuur 1: Rekening houden met belang eigen land door gezamenlijk te handelen

    Steun voor meer gezamenlijkheid?

    Duidelijk is dat een ruime meerderheid van de EU-burgers vindt dat ontwikkelingen als de toenemende macht van Rusland en de verkiezing van Trump vragen om meer gezamenlijk optreden. In Nederland liggen deze percentages zelfs hoger dan elders. Ruim 90% van de Nederlanders wil gezamenlijk handelen ten aanzien van Rusland.

    "Vrijwel iedereen wil gezamenlijk handelen, zolang dat maar conform de eigen voorkeuren is"

    Het Europees Parlement wil graag een gezamenlijk buitenlandbeleid en lijkt daar nu steun voor te vinden onder de burgers. In de praktijk is het echter precies andersom: er is alleen EU-buitenlandbeleid als de EU-lidstaten het eens zijn. Hier zien we het probleem van de juiste vraagstelling. De vraag is niet of er gezamenlijke actie nodig is op EU-niveau, maar wat die actie zou moeten behelzen. Als burgers zeggen dat ze gezamenlijk willen handelen — wat vrijwel zeker effectiever is dan individueel — zegt dat niets, zolang niet duidelijk is hoe er gehandeld moet worden. Vrijwel iedereen wil gezamenlijk handelen, zolang dat maar conform de eigen politieke voorkeuren is.

    Een gezamenlijk optreden kan namelijk leiden tot beleid dat misschien door het eigen land niet gesteund wordt, maar dat wél wordt afgedwongen omdat een meerderheid van de andere landen dat wil. Als de EU besluit dat er meer afstand genomen wordt van Trump en Nederland is daar tegen, is Nederland dan nog steeds voor gezamenlijk optreden? Als burgers op dit probleem worden gewezen, daalt hun steun voor gezamenlijkheid. Voor EU-buitenlandbeleid is het nodig dat burgers uit verschillende EU-landen dezelfde politieke oplossingen nastreven en dat dit dilemma zich dus helemaal niet voordoet. Maar daar is niet naar gevraagd.

    Meer gezamenlijk handelen?

    De tweede vraag die relevant is voor de mate waarin er “meer EU” moet komen is of de EU meer of minder moet ingrijpen op bepaalde beleidsterreinen. In figuur 2 staan de percentages respondenten in Nederland en de hele EU die vinden dat de EU op het betreffende terrein meer moet ingrijpen.

    Figuur 2: Wens dat de EU meer ingrijpt

    Ook hier zijn de percentages enorm hoog. Nederland scoort vaak iets lager dan het EU-gemiddelde maar nog steeds is een meerderheid voor meer EU-ingrijpen, behalve bij economie, landbouw en industrie. Conclusie: er is meer EU nodig, wederom conform de wensen van het Europees Parlement.

    Verkeerde vragen

    Ook hier is de vraagstelling bepalend voor wat eruit komt. Willen burgers een aanpak van de werkloosheid? Is het mogelijk dat een burger ‘geen aanpak van de werkloosheid’ wil of dat de burger wil dat er ‘niet wordt ingegrepen bij de migratiekwestie’? Zouden er burgers bestaan die vinden dat terreur niet moet worden bestreden? Of dat mannen en vrouwen geen gelijke behandeling verdienen?

    Zouden er burgers bestaan die vinden dat terreur niet moet worden bestreden?

    Als burgers nuttige politieke doelen krijgen voorgeschoteld, zullen ze in meerderheid zeggen dat ze willen dat die doelen worden nagestreefd. Of dat iets te maken heeft met het bestuurlijke niveau waar de enquête betrekking op heeft, is een heel andere vraag.

    Het Europees Parlement loopt hier wederom met een grote boog om de hete brij heen. De vraag bij terreur is bijvoorbeeld niet of de EU méér moet ingrijpen om terreur te bestrijden, maar of (1) terreur bestreden moet worden door de EU ten tijde van open grenzen, of dat (2) de grenzen moeten sluiten en landen terreur zelf moeten bestrijden. Dit is de vraag waar het echte politieke debat over gaat. We kunnen tevens vermoeden dat voor velen de tweede optie aantrekkelijker is dan de eerste; minder steun voor “Europees ingrijpen” dus.

    Burgers willen in dit onderzoek grensbewaking, maar de vraag is of ze willen dat Nederland de Nederlandse grenzen bewaakt of dat de EU de EU-grenzen bewaakt. Burgers willen dat de sociale zekerheid verbetert, maar de vraag is of zij vinden dat Nederland of de EU dat doel moet verwezenlijken. De reden waarom die concrete dilemma’s niet worden voorgelegd, laat zich raden.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Chris Aalberts

    Gevolgd door 122 leden

    Gefascineerd door politiek die zich onttrekt aan het oog van veel burgers en media. Schrijft bij Follow the Money over de EU.

    Volg Chris Aalberts
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Gesprek over Europa

    Gevolgd door 552 leden

    Een goed gesprek over de Europese Unie komt maar niet van de grond. Follow the Money wil daar verandering in brengen. Samen m...

    Volg dossier