© EPA / Stringer

    De Rotterdam School of Management, een van de grootste faculteiten van de Erasmus Universiteit, haalt fors uit naar de onderzoekers van denktank Changerism. Hun onderzoeksrapport toont aan hoe Shell contractueel de mogelijkheid heeft om invloed uit te oefenen op ‘de opzet van het curriculum en het profiel van studenten.’ De faculteit doet dit af als slechts een ‘ongelukkige formulering’, maar aanvullende feiten schetsen een ander beeld: ook ING blijkt het curriculum mee te mogen bepalen.

    Een onderzoeksrapport van denktank Changerism, waar Follow the Money deze week uitgebreid over publiceert, laat zien hoe de Rotterdam School of Management (RSM) nauw verweven is met olie- en gasbedrijf Shell. De vermaarde managementfaculteit neemt de kritiek van Changerism echter niet ter harte. 

    In plaats daarvan haalt de decaan in een schriftelijke reactie uit naar de onderzoekers: ‘Het rapport is tendentieus, bevooroordeeld, bevat fouten, en voldoet niet aan academische standaarden.’ RSM ontkent dat Shell invloed heeft op het curriculum en noemt het in twijfel trekken van de integriteit van twee professoren in het rapport ongegrond. Vatan Hüzeir, hoofdonderzoeker van Changerism, betreurt deze reactie. Hij laat aan Follow the Money weten dat de reactie van de universiteit ‘op meerdere fronten’ onjuist is.

    Het Shell & RSM Partnership blijkt niet het enige contract waarin de 'ongelukkige formulering' is opgenomen

    Ongelukkig geformuleerd

    RSM erkent dat potentiële beïnvloeding van het curriculum door Shell problematisch is, maar stelt dat noch Shell, noch enig ander bedrijf een formele rol speelt in de totstandkoming van het curriculum. Dat deze mogelijkheid wel is vastgelegd in de overeenkomst met Shell doet decaan Steef van de Velde af als een ‘ongelukkige formulering’.

    Het Shell & RSM Partnership blijkt echter niet het enige contract waarin we deze formulering tegenkomen. In een vergelijkbare samenwerkingsovereenkomst met ING Bank — te vinden op een prominente plek, op de derde verdieping van het faculteitsgebouw — staat dat een op te richten stuurgroep ING de mogelijkheid zal bieden om ‘de opzet van het curriculum en het profiel van studenten die de MBA/MSc Master programma’s volgen potentieel te beïnvloeden.’

    Het contract tussen ING en de RSM (klik op de foto voor groot formaat).

    Dit contract roept de vraag op hoe ‘ongelukkig geformuleerd’ de passages precies zijn. Aangezien in beide documenten exact dezelfde bewoording is gebruikt is dit geen overtuigend verweer. Het ING & RSM-partnership dateert uit 2010 dus er was anderhalf jaar de tijd om na te denken over een betere formulering alvorens het Shell & RSM-partnership werd gesloten. Het lijkt er eerder op dat de Rotterdam School of Management het bedrijfsleven op een nog structurelere basis de mogelijkheid geeft om het curriculum te beïnvloeden, dan we aanvankelijk dachten. 

    Met hoeveel bedrijven heeft de faculteit eigenlijk dergelijke contracten afgesloten? We vroegen het de RSM zelf, maar deze kon hier op korte termijn geen antwoord op geven. Wel heeft de faculteit aangegeven spoedig op de zaak terug te komen. 

    In het rapport van Changerism wordt de integriteit van twee RSM-professoren in twijfel getrokken

    Naast de afspraken met Shell en ING hangen er in ieder geval nog twee andere contracten aan de muur op de derde verdieping: een overeenkomst met financieel adviesbureau Duff & Phelps, en een met adviesbureau Ecorys. Hierin is de 'ongelukkige formulering' echter niet opgenomen. Een overzicht dat Changerism op RSM’s eigen website aantrof toont in elk geval 19 corporate partners waar de faculteit in verschillende vormen mee samenwerkt. Dit overzicht is momenteel om onduidelijke redenen niet meer terug te vinden op de website van de RSM.

    Ongegronde kritiek

    In het rapport van Changerism wordt ook de integriteit van twee RSM-professoren in twijfel getrokken. De RSM zegt daarover: ‘Deze beschuldigingen zijn ongegrond. De wetenschappelijke onafhankelijkheid van de betreffende onderzoekers is niet beïnvloed door hun contacten met de private sector – ze werken niet voor Shell.’ 

    Deze reactie van RSM sluit echter niet aan op de feiten die Changerism naar voren bracht. Het rapport claimt namelijk niet dat de onderzoekers rechtstreeks voor Shell werken. Het brengt wel naar voren dat het Reputation Institute, waarvan RSM-professor Cees van Riel mede-oprichter en managing director is, opdrachten voor Shell uitvoerde. Changerism claimt ook dat een wetenschappelijk onderzoek van professor Volberda is gefinancierd door Shell — zonder dat dit vermeld is op het eindrapport. Dit gebrek aan transparantie is in tegenspraak met de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

    De betrokken managementprofessor Volberda ontkent overigens nog steeds dat Shell, AkzoNobel, DSM, Unilever en Philips opdrachtgever van zijn onderzoek waren — hoewel dit wél expliciet vermeld staat op de opdrachtbevestiging. Nader onderzoek van Follow the Money bevestigt ook dat het rapport later is gebruikt in een succesvolle lobby voor een belastingverlaging, waar Shell van profiteerde. De beschuldigingen van Changerism zijn dus wel degelijk gegrond en onderbouwd met documenten.

    "De beschuldigingen van Changerism zijn wel degelijk gegrond en onderbouwd met documenten"

    De RSM is overigens niet consistent in zijn antwoorden. Woordvoerder Marianne Schouten zegt tegen milieu-nieuwssite ClimateHome dat de 'ongelukkige formulering' een 'fout' was. 'We hadden dat anders moeten formuleren.’ En over de Shell-rekening: ‘We hadden dat moeten vermelden in het rapport. Het is geen geheim.’ In hun reactie aan Follow the Money hielden professor Volberda en RSM-decaan Van de Velde daarentegen nog steeds vol dat VNO-NCW de enige opdrachtgever is geweest en de vermelding op het rapport ‘feitelijk correct’ was. Van de Velde: ‘In de geest heeft Shell niet betaald.’ 

    De onderzoeksopzet

    De Erasmus Universiteit heeft ook flinke kritiek op de manier waarop Vatan Hüzeir zijn onderzoek heeft vormgegeven. Volgens de EUR omvatte het originele onderzoeksplan alle banden van de universiteit met zowel fossiele als niet-fossiele bedrijven. Hüzeir besloot gaandeweg het onderzoek om alleen te focussen op de banden tussen de RSM en fossiele industrie. Een ‘gemiste kans,’ aldus de universiteit. 'Van zo’n inventarisatie hadden we veel kunnen leren.’

    Hüzeir zegt hierop: ‘In de academische wereld wordt continue afgeweken van onderzoeksplannen. We hebben meer focus in het onderzoek aangebracht en deze wijziging was in eerste instantie ook geen probleem, totdat we documenten gingen opvragen met de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB).' 

    Er is alsnog besloten een externe commissie onderzoek te laten doen naar de banden tussen de RSM en het bedrijfsleven

    Hüzeir vindt het schandelijk dat de RSM zijn onderzoek bevooroordeeld en on-academisch noemt. ‘Ik geef nota bene zelf les in methodologie en onderzoeksvakken aan de Erasmus Universiteit. Natuurlijk heb ik een achtergrond als klimaatactivist. Dat klopt, en daar ben ik ook volledig transparant over. Maar ik ben ook onderzoeker in hart en nieren; ik wil op mijn merites als onderzoeker worden beoordeeld. Ik heb juist aan de EUR geleerd om gedegen onderzoek te doen. Dat is aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen, waar ik les geef, heilig.'

    Hüzeir betreurt het dat er nodeloos twijfel wordt gezaaid over de kwaliteit van het onderzoek. 'Het is zonde dat daar energie in wordt gestopt, want het is pas écht een gemiste kans als op geen van onze aanbevelingen wordt ingegaan.'

    Stappen in de goede richting

    Hüzeir is ervan overtuigd dat de RSM, met de tijd, de implicaties van zijn onderzoek ter harte zal nemen. Daarvoor is inmiddels een eerste stap gezet. Ondanks de aanvankelijke reactie van de faculteit dat er niets aan de hand was, heeft de Erasmus Universiteit alsnog besloten om een externe commissie wetenschappelijke integriteit in te stellen. Deze zal onderzoek doen naar de banden tussen de RSM en het bedrijfsleven. ‘We gaan nog eens kritisch kijken naar al die samenwerkingsovereenkomsten,’ reageerde decaan Steef van de Velde tegen het Erasmus Magazine. ‘Het zou veel beter zijn als er in zo’n overeenkomst staat dat Shell bijvoorbeeld mede reflecteert op de waarde van ons curriculum.’ 

    Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap heeft ondertussen ook gereageerd op de berichten. ‘Het meedenken over het curriculum door het afnemend beroepenveld juich ik toe, het sturen in het curriculum niet. De verantwoordelijkheid voor de vormgeving hiervan ligt bij de instelling.’ De minister heeft tegenover Follow the Money aangegeven in gesprek te gaan met de Erasmus Universiteit over de samenwerkingen van de Rotterdam School of Management.

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid