Overheid casht wél op renteswaps. Winst: 1,6 miljard euro

    Terwijl het midden- en kleinbedrijf zucht onder de lasten van hun renteswaps, heeft het ministerie van Financiën de afgelopen maanden juist 1,6 miljard euro verdiend door een deel van haar renteswaps te verkopen. Dat gebeurde niet uit weelde: ook de staat ondervindt steeds meer nadelen van deze rentederivaten.

    Rentederivaten hebben de afgelopen jaren een slechte naam gekregen door onder andere de grootschalige speculatie door woningbouwcorporatie Vestia en de ellende die ze hebben veroorzaakt in het midden- en kleinbedrijf. Toch maakt de Nederlandse staat al jarenlang met veel profijt gebruik van deze 'weapons of mass destruction' zoals investeerder Warren Buffett ze noemt. Maar langzaamaan beginnen de nadelen van de swaps ook tot het ministerie van Financiën door te dringen, zo valt tussen de regels door te lezen in een Kamerbrief die minister Jeroen Dijsselbloem vorige week stuurde naar de Tweede Kamer. Sterker nog: het ministerie is eerder dit jaar zelfs begonnen met het lozen van een deel van zijn swapportefeuille en cashte daarbij maar liefst 1,6 miljard euro.
    pijnlijk Foutje met swaps: 57,4 miljoen euro
    Dat renteswaps niet helemaal zonder risico zijn, daar kwam het ministerie van Financiën al in 2012 achter na een pijnlijke blunder. De staat kocht periodiek renteswaps, maar vergat naar verluidt om tijdig op de 'stop'-knop te drukken. Daardoor werd niet voor tien miljard euro aan swaps gekocht, maar elf miljard euro. Totale schade voor de schatkist: 57,4 miljoen euro.
    Swaps in het mkb Rentederivaten zijn ingewikkelde instrumenten en komen in allerlei vormen en maten. De laatste tijd komen ze vooral in het nieuws doordat ze in de jaren rond het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 op grote schaal zijn verkocht aan middelgrote en kleine bedrijven. Banken hebben mkb-bedrijven in die periode vaak gestimuleerd om een relatief simpel derivaat, de renteswap, te gebruiken om de rente op hun lening 'vast te zetten.' De ondernemer sluit dan twee contracten. Eén is het leningcontract (bijvoorbeeld van een miljoen euro tegen een variabele rente) en het tweede is een swapcontract. In dat tweede 'ruilcontract' ontvangt de ondernemer de variabele rente van de bank, die (in theorie) kan worden weggestreept tegen de rente die de ondernemer op zijn lening betaalt. In ruil daarvoor moet de ondernemer op het swapcontract een vaste rente aan de bank betalen. Ondernemers die een ouderwetse lening met een vaste rente wilden hebben, kregen vaak te horen dat dat niet meer mogelijk was: de variabele lening, in combinatie met een swap zou volgens de bank in de praktijk precies hetzelfde zijn. Maar in de praktijk bleek dat vaak helemaal niet het geval te zijn, zo blijkt uit de vele problemen die de afgelopen jaren aan het licht kwamen. Een belangrijk nadeel is dat de swaps van de mkb'ers op grote schaal 'onder water staan.' Doordat de variabele rente is gedaald, is er een groot gat ontstaan tussen de vaste rente die de ondernemer op zijn swapcontract betaalt, en de variabele rente die hij ontvangt. In die situatie is de ondernemer al snel enkele tonnen kwijt om het swapcontract tussentijds af te kopen. Als alle ondernemers hun derivaten nu willen afkopen, kost ze dat ruim twee miljard euro.
     

    Waarom heeft de staat swaps?

    Maar waarom heeft de staat zich eigenlijk ingelaten met renteswaps? De staat leent immers voor een vast rentepercentage, niet voor een variabele rente. Het ministerie van Financiën doet precies het tegenovergestelde als de ondernemers, want de staat vindt het namelijk helemaal niet prettig om bijvoorbeeld een dertigjarige staatsobligatie aan te gaan tegen een vast percentage. Het liefst betaalt de staat een vaste rente die hoort bij een zevenjaarslening (onder meer omdat geld lenen voor zeven jaar goedkoper is dan geld lenen voor dertig jaar, en omdat de staat zich liever niet committeert aan lange afspraken over de hoogte van de rente). Dus gebruikt het ministerie allerlei renteswaps om die vaste 30-jaarsrente om te kneden tot een zevenjaarsrente. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan: eerst sluit de staat een swap af die de vaste rente omruilt in een variabele rente voor de gehele dertig jaar. Vervolgens wordt er nóg een swap afgesloten die die variabele rente voor de eerste zeven jaar omruilt in een vaste rente. De 'drie geldstromen' in het mkb, worden bij de staat dus al snel vijf geldstromen. Dat Westerse landen renteswaps gebruiken, is overigens niet bepaald de standaard. Het ministerie van Financiën vroeg voor zijn evaluatie  van het swapbeleid aan tien andere Westerse landen of zij ook swaps gebruikten. Drie van de tien deden dat. Enkele andere landen deden dat in het verleden ook, maar waren daarmee gestopt.
    Swaps van staat zijn 24,6 miljard euro waard
    In totaal heeft de staat door de swaps het rentepercentage op enkele tientallen miljarden euro’s aan leningen veranderd, op een totale staatsschuld van 335 miljard euro. Omdat de staat precies het tegenovergestelde doet als de mkb’ers, staan de staatsswaps niet onder water, maar zijn ze juist veel meer waard geworden: per eind mei 24,6 miljard euro om precies te zijn. De staat heeft de afgelopen jaren dan ook weinig te klagen gehad over het gebruik van de swaps, op dat kleine incident van 57,4 miljoen euro na. Maar dat begint nu te veranderen.

    Staat zit met ongewenste berg geld

    Als grote bedrijven swaps afsluiten is het gebruikelijk dat zij namelijk margin call verplichting hebben: als hun swap onder water staat, moeten zij zekerheden afgeven, vaak cash. Bedrijven hebben dan ook 24,6 miljard euro aan cash bij het ministerie in bewaring moeten geven. Dat is te veel cash, vindt de overheid. Over het geld dat in bewaring is gegeven, moet namelijk rente worden betaald, terwijl de overheid kortlopend geld ook zelf op de markt kan lenen, tegen negatieve rente. Per saldo heeft dat de Nederlandse staat vorig jaar zes miljoen euro gekost. Daarnaast is de 'geldmarkt' voor korte Nederlandse staatsleningen fors gekrompen. De korte leninguitgifte die in september gepland stond, is zelfs helemaal geschrapt. Het liefst leent de staat ongeveer 30 miljard euro op de geldmarkt, maar doordat er ruim twintig miljard euro aan cash in de portemonnee brandt, leent de staat nu 14,7 miljard euro: veel en veel minder dan zij zelf wenselijk acht. Ook De Nederlandsche Bank is daar niet heel blij mee, zo hebben zij het ministerie in omfloerste termen laten weten.

    Staatsrente of swaprente

    Ook schommelt de cash-berg snel als de rente weer eens stijgt of daalt. Soms slinkt of groeit de berg met een miljard euro per dag. Als de berg fors daalt, moet het ministerie acuut geld lenen om een kastekort te voorkomen. En wie snel geld wil lenen, betaalt ook al snel meer rente.
    Financiën ruilt eigen staatsrente om voor rente die banken elkaar onderling rekenen
    Naast de cashproblemen, stuit de overheid echter op een nog groter probleem, waar vele honderden miljoenen euro’s mee gemoeid zijn. De overheid betaalt normaal gesproken rente over staatsobligaties (staatsrente). Wanneer zij echter besluit om deze rente weer te ruilen met tegenpartijen, betaalt zij de swaprente. Maar die swaprente is niet gebaseerd op de staatsrente, maar op de euriborrente - de rente die banken elkaar onderling in rekening brengen als zij geld aan elkaar uitlenen. Dat is dus een fundamenteel andere rente. Normaal gesproken zit er weinig verschil tussen die twee rentesoorten, benadrukt het ministerie, maar de afgelopen jaren zijn er flinke schommelingen geweest.

    Omruilen rente is niet zonder risico

    In 2012 pakte dat goed uit voor de staat: het verschil tussen de beide rentesoorten scheelde de staat per saldo 588 miljoen euro aan rentekosten. En ook het jaar daarna werd 82 miljoen euro 'verdiend' doordat het ministerie op een groot deel van de staatsleningen geen staatsrente betaalde, maar de swaprente. Vorig jaar sloeg dat echter plots om. Het kostte de staat dat jaar 189 miljoen euro. Per saldo is er over die jaren nog altijd een plus van bijna een half miljard euro, maar het zit het ministerie toch niet lekker: de staat heeft namelijk totaal geen grip op de swaprente, in tegenstelling tot de staatsrente. Door zich te presenteren als een solide, betrouwbare partij (safe haven) en door het begrotingstekort te laten slinken, kan de staat immers proberen de staatsrente te drukken. Het ruilen van de rentes is dan misschien begonnen om het renterisico van de staat te verminderen, in de praktijk blijkt er dus ook een speculatief karakter in te zitten: de staat wint of verliest honderden miljoenen als de marktrente en de staatsrente van elkaar afwijken. Iets dat niet de bedoeling was.

    Risico's nemen toe

    Daarnaast zijn er nog enkele zaken die de swaps steeds minder aantrekkelijk maken voor de staat. De handel in swaps droogt op en de kosten nemen toe. Ook is de overheid nu nog vrijgesteld van de verplichting om onderpand te storten als haar swaps onder water staan, maar in de toekomst wordt die vrijstelling mogelijk geschrapt, waardoor de risico’s toenemen. En misschien nog wel belangrijker, de overheid vindt het wel erg aantrekkelijk worden om de huidige lage rentestand voor langere tijd vast te leggen. Dus worden niet langer alle langlopende staatsleningen ‘teruggeswapt’ naar zevenjaarsleningen.
    'Afhankelijkheid van renteswaps verminderen'
    Minister Dijsselbloem meldde de Tweede Kamer vorige week dan ook 'de afhankelijkheid van renteswaps [te willen] verminderen om eerdergenoemde problemen te adresseren. Dit betekent dat bij nieuwe leningen niet meer automatisch renteswaps worden afgesloten.' Wel benadrukt de minister dat het gebruik van swaps niet helemaal wordt gestopt. Nederland wil niet alleen in de toekomst minder gebruik maken van swaps, de staat is eerder dit jaar ook begonnen om een deel van de bestaande swaps te verkopen. En omdat die swaps, in tegenstelling tot die van het mkb, juist veel geld waard zijn geworden, wordt daar flink op verdiend. Een woordvoerder van het ministerie wil niet zeggen hoeveel swaps er dit jaar zijn verkocht - 'want dat is marktgevoelige informatie'-  maar wil wel zeggen hoeveel winst daarmee is gemaakt: 1,6 miljard euro. Dat geld is gebruikt om de staatsschuld te verminderen met 0,25 procent van het bbp (op een staatsschuld van zo'n 68 procent van het bbp). En ook de komende tijd blijft de overheid op ad hoc basis swaps cashen. Dus wie weet hoever de staatsschuld nog kan dalen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Joris Heijn

    Joris Heijn (1985) studeerde Internationale Betrekkingen in Groningen, maar wilde eigenlijk liever journalist worden. Deed da...

    Volg Joris Heijn
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren