© ANP / Jasper Juinen

Ook vóór de euro had Nederland niets te vertellen

Een veelgehoord argument voor herinvoering van de gulden is dat Nederland dan weer zijn eigen geldbeleid zou kunnen gaan voeren. Onzin: ons monetaire beleid wordt al sinds de jaren '80 in Frankfurt bepaald en van monetaire soevereiniteit was dus ook vóór de euro al geen sprake. Een geschiedenisles.

25 jaar geleden, op 10 december 1991, zat het werk van de vertegenwoordigers uit alle landen van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) erop. Na maandenlang hard gewerkt te hebben, hadden ze het document dat vernoemd zou worden naar de stad waar het ijzer werd gesmeed — Maastricht — af. En het was niet zomaar een document: het Verdrag van Maastricht is de geboorteakte van zowel de Europese Unie als de Europese Monetaire Unie — de euro dus. Bijna tot op de dag nauwkeurig 25 jaar later vergaderde in Frankfurt het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB), de hoedster van de euro. En die vergadering had voor Nederland een symbolisch facet. 

Het Verdrag van Maastricht bepaalde onder meer dat uiterlijk in 1999 de euro ingevoerd zou worden. Dat Nederland vanaf dag één met die nieuwe munt mee zou doen, stond buiten kijf. Op het hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank (DNB) aan het Amsterdamse Frederiksplein rouwde men er niet om dat de raison d’etre van de bank, de gulden, zou verdwijnen. Sterker, men was bijna euforisch. Waarom? Omdat de komst van de euro Nederland zijn lang daarvoor verloren gegane monetaire soevereiniteit terug zou geven.

Begin jaren ’80 koos Nederland ervoor zijn monetaire soevereiniteit in te leveren bij Duitsland

Sinds begin jaren tachtig had DNB in feite niets te zeggen over het monetaire beleid in Nederland. Dit, een sterke mate van monetaire afhankelijkheid van anderen, is een rode lijn door de Nederlandse monetaire geschiedenis. Sinds begin jaren ’80 was die afhankelijkheid duidelijker dan ooit. Nederland koos er namelijk voor de gulden vast te klinken aan de Duitse mark, waarmee ons land zijn monetaire soevereiniteit inleverde bij Duitsland. DNB had geen andere optie dan elke rentewijziging van de Bundesbank te volgen als de bank de genoemde koppeling in stand wilde houden. Doe iets anders met de rente dan de Bundesbank en de op de valutamarkten zou de wisselkoers van de gulden ten opzichte van de mark gaat stijgen of dalen. Weg koppeling dus.

Fax uit Frankfurt

Dat betekende dat de Nederlandse rente, het Nederlands monetair beleid, direct werd bepaald in Frankfurt, waar het bestuur van de Duitse Bundesbank zetelde. En van de nadelen daarvan was dat dat bestuur uitsluitend uit Duitsers bestond die zich louter lieten leiden door de Duitse belangen. Het bestuur van DNB zat op de dag waarop het Bundesbankbestuur vergaderde in spanning te wachten rond een faxapparaat in Amsterdam om te vernemen wat de Duitse monetaire ridders besloten hadden. Ze mochten niet eens als toeschouwer in de vergaderzaal van de Bundesbank zitten. Vijftien minuten later deed DNB een bericht de deur uit waarin keer op keer te lezen viel dat DNB hetzelfde besloot te doen met de rente als wat de Bundesbank eerder op die dag deed. 

Met het verdwijnen van de gulden en de komst van de euro zou Nederland echter een stukje van die verloren monetaire soevereiniteit terúgkrijgen, redeneerde DNB sinds ‘Maastricht’. De President van DNB zou namelijk lid zijn van het bestuur van de ECB en dus een stem hebben in de besluiten over de rente. Als de nieuwe monetaire baas iets besluit over Nederland, zit Nederland dus aan tafel, iets wat met de Bundesbank aan het monetaire roer nooit het geval was. Kortom, voor het eerst in ongeveer 20 jaar zou een Nederlander weer een vinger in de Nederlandse rentepap hebben. De stelling van DNB was dan ook dat zij met de komst van de euro een grotere en belangrijkere rol zou krijgen dan de bank in het guldentijdperk had.

De Nederlandsche Bank mocht niet eens als toeschouwer in de vergaderzaal van de Bundesbank zitten

Bijna precies 25 jaar later was de vergadering van de nieuwe monetaire heer en meester in Europa, de ECB, voor Nederland een heel symbolische. Om het even te herhalen: de komst van de euro zou dus DNB relevanter maken, Nederland zou een stukje van zijn monetaire soevereiniteit terugkrijgen door de euro omdat die munt zorgt dat DNB-President mede aan de renteknoppen zit.

Roulette

De in eerste instantie alleen girale euro zag op 1 januari 1999 het levenslicht. 11 landen deden vanaf dag één mee. U herinnert zich ongetwijfeld het ezelsbruggetje uit die tijd, namelijk DING FLOF BIPS (DING= Duitsland Ierland Nederland Griekenland, FLOF= Frankrijk Luxemburg Oostenrijk Finland, BIPS= België Italië Portugal Spanje; de G kwam erbij omdat Griekenland iets later het groene licht kreeg om vanaf 2002 mee te mogen doen). 

Het bestuur van de ECB bestaat uit een zeskoppig dagelijks bestuur aangevuld met de presidenten van de centrale banken uit alle eurolanden. Het monetaire soevereiniteitssprookje voor Nederland werd vanaf dag één nog mooier dan DNB dacht sinds 1991: de eerste President van de ECB werd namelijk onze landgenoot Wim Duisenberg. Nederland had dus niet één maar twee mensen aan het renteroer: Duisenberg en de nieuwe president van DNB, Nout Wellink. 

"Met de komst van de euro zou Nederland juist een stukje van de verloren monetaire soevereiniteit terúgkrijgen"

Sinds 2002 voerden langzaam maar zeker veel nieuwe landen de euro in. Op een gegeven moment werden het er zo veel dat het geheel onbestuurbaar dreigde te worden, oordeelde de ECB. Anticiperend daarop (vergeet niet dat volgens het Verdrag van Maastricht elk EU-land, op Denemarken en het Verenigd Koninkrijk na, verplicht is de euro in te voeren zodra aan een vijftal criteria is voldaan!) besloot de bank enkele jaren geleden alle bestuursleden in twee groepen in te delen. In de eerste groep vinden we de presidenten van de centrale banken van de, in economisch opzicht, grootste eurolanden: Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Nederland. In de tweede groep zitten de presidenten van de centrale banken van alle andere eurolanden. De centrale bankiers uit de eerste groep zouden samen tijdens elke vergadering vier stemmen hebben. Oftewel: elke keer als het ECB-bestuur vergadert, heeft één van hen géén stemrecht.

Wie er wanneer voor spek en bonen bij zou zitten, dat bepaalt een roulatieschema. Voor dit jaar betekende die roulette dat de president van DNB, Klaas Knot, in drie geen stemrecht zou hebben als het ECB-bestuur vergadert: in februari, juli en…. december.

Wie er wanneer voor spek en bonen bij zit, dat bepaalt een roulatieschema

Back to normal

Juist in deze maand nam het ECB-bestuur besluiten die feitelijk het monetaire beleid in de eurozone, en dus ook in Nederland, voor de komende jaren bepalen — zo niet nog langer. Dat is dus gebeurd zónder dat onze man in Frankfurt er maar iets over te vertellen had. Die monetaire soevereiniteit die Nederland dankzij de euro terugkreeg, zoals DNB herhaaldelijk stelde in de jaren ’90, is niet alleen feitelijk een dode letter op papier (Duitsland en Nederland worden al jarenlang overstemd binnen de ECB), zelfs formeel gaat die PR-vlieger niet meer op. De vergadering in december, bijna precies 25 jaar na ‘Maastricht’, maakt dat heel duidelijk. 

Daarmee is Nederland overigens niet in een abnormale situatie beland. Integendeel. Nederland is daarmee eigenlijk terug bij wat in monetair-geschiedkundig opzicht juist de normale stand van zaken is voor ons land: dat we niet of nauwelijks monetaire soevereiniteit hebben. Dit is een zeer belangrijk gegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de discussie over de vraag of Nederland uit de euro zou moeten stappen of niet. Daarover meer in een volgende bijdrage.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Edin Mujagic

Gevolgd door 927 leden

Een onafhankelijke macro-econoom, spreker en publicist. Zijn nieuwste boek gaat over de Nederlandse monetaire geschiedenis.

Volg Edin Mujagic
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren