Op zoek naar de nuance: is Nederland een belastingparadijs?

    Robin Fransman zoekt de nuance in een verhit debat over belastingparadijzen. 'Uiteindelijk komt alle belasting uit de portemonnee van burgers'.

    Het was veel in het nieuws de afgelopen weken; berichten over multinationals die geen of te weinig belasting betalen. Vooral Amazon, Starbucks en Apple moesten het ontgelden. 'Oneerlijk!' riepen veel mensen en dat is het soms ook. Maar er zijn geen makkelijke oplossingen voor dit vraagstuk, en eerlijk gezegd, ik denk niet dat die er de komende 100 jaar überhaupt komen. Ieder land wil zoveel mogelijk bedrijvigheid, die zoveel mogelijk inkomsten genereert, voor zowel burgers (werkgelegenheid) als de staat (belastingen).

    Landen zitten daarom in een internationale concurrentiestrijd om bedrijvigheid. Hoe lager de belastingen, hoe meer bedrijvigheid, maar dan ook minder opbrengsten voor de staat. Maar bedrijven onbeperkt lokken met lage belastingen is onacceptabel. De paradoxen en dilemma’s die dan ontstaan zijn zo complex dat er geen makkelijke oplossing denkbaar is. Welkom in de wonderlijke wereld van internationale winstbelastingen.

    Bedrijven betalen sowieso geen belasting

    Bedrijven betalen eigenlijk geen belasting. Dat hebben ze ook nog nooit gedaan, nergens in de wereld. Bedrijven kunnen geen belasting betalen, alleen mensen kunnen belasting betalen. Dat klinkt gek, maar is wel logisch. Belasting wordt alleen betaald door instellingen die het niet kunnen afwentelen op partijen verderop in de economische keten. Stel dat gemeentes een nieuwe rijksbelasting moeten betalen, wat zou er dan gebeuren? De gemeente kan maar twee dingen doen, of de lokale betastingen verhogen, of de dienstverlening aan burgers verminderen. En zo wordt het doorgegeven aan burgers.

    Hetzelfde geldt voor ondernemingen. Elke euro die ze aan belasting betalen kan niet worden gebruikt om te investeren, de prijzen van hun producten te verlagen, de lonen te verhogen, of als dividend aan de aandeelhouders uit te keren. Belasting op bedrijven raakt je als consument, of als werknemer, of als aandeelhouder (direct, of via je pensioen). 'There is no such thing as a free lunch'. Bedrijven zijn, om economisch te kunnen overleven, daarom altijd gedwongen om aan belastingoptimalisatie (= zo min mogelijk belasting betalen) te doen en dus zo min mogelijk belasting door te geven. Doen ze het niet, dan zijn ze minder concurrerend op de arbeidsmarkt, of op de consumentenmarkt, of op de kapitaalmarkt (meestal alle drie tegelijkertijd) en overleven ze uiteindelijk niet.

    Discussie over belasting op winst gaat dus niet over de vraag of bedrijven wel bijdragen aan de schatkist. Dat is een valse discussie. Bedrijven schrijven wel de cheque uit, maar het geld komt van u. Uiteindelijk komt alle belasting uit de portemonnee van burgers.

    Tax Competition

    De vraag is dan natuurlijk, als bedrijven eigenlijk geen belasting betalen, waarom heffen we die dan? Cynici wijzen er dan op dat belasting op bedrijven aantrekkelijk is voor politici omdat het lijkt alsof die belasting niet terugslaat op kiezers. Het is een manier om net te doen alsof een ander de rekening betaalt. Maar er is ook een andere reden waarom overheden bedrijfswinsten willen belasten, en dat is het afwentelen van belasting op het buitenland. Stel, we heffen belasting op een chocoladefabriek die veel chocola exporteert en ook nog buitenlandse aandeelhouders heeft. Via de verkoopprijs van chocola in het buitenland en de lagere dividenden die de buitenlandse aandeelhouder krijgt hebben we een deel van de belastingen op buitenlandse burgers afgewenteld.

    En zo geldt dat natuurlijk voor alle bedrijven, burgers en belastingdiensten overal ter wereld, wat je kan afwentelen op de ander is altijd mooi meegenomen. Dat is de manier waarop de zogenaamde 'tax competition' tot stand komt. Enerzijds proberen overheden overal ter wereld belastingen af te wentelen op het buitenland, en anderzijds proberen ze met belastingvoordelen economische voordelen (meer werkgelegenheid, meer export) binnen te halen.

    Er is een groep mensen die internationale tax competition als heilzaam ziet. Het houdt overheden scherp, zowel in hun belastingheffing als in hun uitgavenpatroon waardoor uiteindelijk overal ter wereld een beter vestigingsklimaat ontstaat. Daarnaast is er een school die het juist als onwenselijk ziet. Tax competition kan leiden tot uitholling van de belastingheffing in ontwikkelingslanden, en leidt tot oneerlijke verdeling van de lasten. 

    De makkelijkste manier om hier een eind aan te maken is als we wereldwijd besluiten tot het integraal afschaffen van de belasting op winst. Gewoon overal op nul zetten. De gemiste belastinginkomsten moeten dan direct bij burgers worden geïnd via btw, een hogere inkomstenbelasting en de dividendbelasting.  Maar daar krijg je ook lagere prijzen, hogere lonen en meer dividend voor terug. Netto verandert er niets, immers, bedrijven betalen eigenlijk geen belasting. Toch is ook het wereldwijd afschaffen van de winstbelasting geen oplossing.

    Onderzoek heeft aangetoond dat bij exact gelijke belastingen, economische activiteiten de neiging hebben om neer te slaan in de grootste landen en in de grootste bevolkingsconcentraties. Op die plekken zitten de meeste klanten, de meeste werknemers en is de meeste infrastructuur. Dat zou dus ook tot een oneerlijke verdeling van welvaart leiden. Het is daarom internationaal geaccepteerd dat kleinere landen, of landen met een lastige geografische ligging of landen die meer afhankelijk zijn van internationale handel, meer belastingvoordelen voor bedrijven mogen bieden dan de grotere, meer autarkische landen. Dit verklaart deels het lage winstbelastingtarief in Ierland. Wel is er natuurlijk altijd discussie over de maximale omvang van de voordelen die de kleine landen mogen bieden.

    Internationale Coördinatie

    Internationaal overleg en internationale belastingverdragen (waarvan Nederland er veel heeft) is de manier waarop overheden de moeilijke dilemma’s en verdelingsvraagstukken proberen te overbruggen. Met alle tegenstrijdige belangen en wijzigingen in omstandigheden is dat een proces dat voortdurend aanpassing behoeft. Belangrijkste aspect hiervan zijn de afspraken over ‘transfer pricing’, de prijs die internationale ondernemingen binnen de eigen groep rekenen voor producten. Neem bijvoorbeeld de situatie van Apple. Die verkoopt in Nederland een iPad voor 500 euro. De kosten in Nederland voor sales, marketing en distributie bedragen 100 euro. Is er nu een winst van 400 euro? Nee, immers, de fabriek in Azie moet betaald worden en ook de designers en software engineers in de VS moeten betaald worden.

    De belastingautoriteiten in Azie en de VS willen ook hun fair share. Dat gaat door middel van transfer pricing, het toekennen van de verkoopopbrengst aan de verschillende bedrijfsonderdelen. En dat kan niet alleen op kostenbasis gaan, ook een deel van de winst moet worden toegekend aan de andere betrokken landen anders hebben de belastingautoriteiten daar alsnog het nakijken. Dat gaat volgens het principe dat de prijzen die je intra-company rekent, hetzelfde moeten zijn als op de vrije markt. Dat gaat makkelijk voor eenvoudige zaken, maar als het om unieke producten gaat, of over intangible assets (zoals het design van de iPad), wordt het een stuk moeilijker.

    Je kunt je voorstellen dat er voortdurend meningsverschillen zijn tussen bedrijven en belastingautoriteiten en tussen landen onderling over wat fair en rechtmatig is. Alle partijen proberen uiteraard om voor zichzelf een zo gunstig mogelijke uitkomst te bereiken. Toch zit er wel echt vooruitgang in. Het internationale overleg in OECD verband leidt tot steeds betere afspraken tussen landen waardoor belastingopbrengsten en economische voordelen veel eerlijker verdeeld zijn dan 10 of 20 jaar geleden. Maar het kan altijd beter. Speciaal voor de ontwikkelingslanden is er in VN verband een transfer pricing manual opgesteld die vanaf dit jaar ingevoerd wordt. Echter, perfectie is nagenoeg onbereikbaar, de scheidslijn tussen ‘harmful tax competition’ en ‘benign tax competition’ is vaak heel moeilijk te trekken.

    De rol van Nederland

    De rol van Nederland is internationaal groot. Nederland heeft, vooral door het historisch grote aantal multinationals, een zeer uitgebreid internationaal belastingverdragennetwerk. Dat leidde ertoe dat veel Amerikaanse en Aziatische bedrijven hun Europese hoofdkantoren in Nederland hebben gevestigd. Ook financieringsmaatschappijen vestigen zich daarom in Nederland. Die komen niet primair om de lage belastingtarieven. Die tarieven zijn internationaal redelijk concurrerend, maar niet laag te noemen.

    Het grote verdragennetwerk, en ook de relatief lange ervaring met dat netwerk (veel jurisprudentie) in combinatie met de mogelijkheid om in Nederland vooraf zekerheid te verkrijgen bij de belastingdienst over hoe de wet in hun specifieke geval wordt toegepast, (de zogenaamde rulings), maakt dat bedrijven in Nederland vooral rechtszekerheid vinden, en tegen lage uitvoeringskosten hun belastingoptimalisatie kunnen uitvoeren.

    Er is één aspect van het fiscale klimaat waar Nederland wel een laag tarief kent, de ‘Royalty Box’. Die kent een tarief kent van 5%. Het gaat dan om winst die wordt gemaakt op de ontwikkeling van intellectueel eigendom, zoals patenten, software en copyrights. Mede om die reden zitten bijvoorbeeld U2 en de Rolling Stones ook in Nederland. Het gebruik daarvan is echter wel beperkt. Instellingen mogen daar niet meer gebruik van maken dan de internationale afspraken over transfer pricing toestaan. Ook Google, Amazon en Starbucks maken gebruik van die box. Enkele andere landen kennen een vergelijkbaar instrument met vergelijkbare tarieven. Het fiscale aspect van Nederland als centrum van (regionale) hoofdkantoren levert Nederland jaarlijks 1,3 miljard aan belastingopbrengsten en circa 3000 banen op.

    Terug naar Apple, Amazon en Starbucks

    Gaan we nu even terug naar de bedrijven waar zoveel ophef over was. Even de jaarverslagen 2011 erbij gepakt, omzet, winst en winstbelasting over 2011/2012:

    Zoals u ziet, ze hebben 25% tot 32% belasting van de winst overgemaakt. In lijn met de wereldwijde gemiddelde tarieven. Daarmee is niet gezegd dat de verdeling over de wereld van de betaalde belastingen helemaal eerlijk is. Maar belastingontduiking? Belastingontwijking op grote schaal? Belastingparadijs? Nee.

    Over de auteur

    Robin Fransman

    De dwarse denker Robin Fransman was jarenlang adjunct-directeur bij Holland Financial Centre (HFC). Daarvoor werkte hij onder...

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid