© ANP / Sander Koning

Veel succes bij de heren van de ING, Herna

    Onlangs werd Herna Verhagen, topvrouw van PostNL, benoemd tot commissaris bij de ING. Haar wachten interessante tijden, voorspelt gastauteur Simon Lelieveldt. In een open brief roept hij Verhagen op haar collega’s in de raad van commissarissen nog eens te wijzen op het herenakkoord dat de bankensector tien jaar geleden sloot. Ook de ING committeerde zich toen aan gematigde beloningen, opdat ‘beloning bij ING niet nogmaals het onderwerp van een publiek debat wordt’.

    Geachte mevrouw Herna Verhagen, 

    Deze week vernam ik dat de ECB zich akkoord heeft getoond met uw benoeming tot commissaris bij de ING. Ik feliciteer u daarmee van harte en ik hoop dat uw inbreng mag leiden tot goede en mooie discussies in de bestuurlijke top over integriteit en verantwoording jegens de samenleving. Ik wens u daarbij veel succes , want er liggen natuurlijk wel wat uitdagingen op uw pad. 

    De uitdaging die ING heet

    U komt bij een bank die geplaagd wordt door integriteitsschandalen en die ook op het vlak van beloningen het maatschappelijk vertrouwen in de banksector ernstig heeft geschaad. De centrale vraag is: zien we op dit moment bij ING-bestuurders alleen gewenst gedrag, in het verlengde van de boetes en ophef, of wordt ook écht invulling gegeven aan integriteit en moraliteit? Kijken de bestuurders de maatschappelijke ophef recht in het gezicht of zien we feitelijk duikgedrag?

    U gaat zich in uw voorbereiding op uw rol hierover een beeld vormen. En u heeft vast al de nodige briefings gehad. U weet dan al dat er een ING-gedragscode is en u weet dat u straks, na een plechtige ceremonie ten overstaan van de heer Hans Wijers als voorzitter van de raad van commissarissen, de eed voor de financiële sector af moet leggen. Daaraan gaat nog allerlei voorbereiding vooraf over het omgaan met dilemma’s. En hoe – ik citeer nu de ING-website‘je aan de rem kunt – nee moet! – trekken wanneer je iets opmerkt dat niet goed voelt’.

    Maar kent u, als nieuwkomer, de geschiedenis van de ING voldoende? Heeft u zicht op het hele verhaal rond de beloningsdiscussie zoals die zich sinds de financiële crisis ontvouwde? Begrijpt u waarom de ophef rond de ING ontstond en kent u de bestuurlijke commitments die de ING heeft afgegeven? Bent u bekend met het herenakoord dat op 30 maart 2009 is gesloten rond duurzaam en gematigd belonen? Weet u dat al uw collega-bestuurders momenteel onderworpen zijn aan een tuchtrechtzaak? Weet u dat de klacht is dat zij nagelaten hebben om individueel c.q. collectief aan de rem te trekken toen in 2018 de salaris-inhaalslag van de voorzitter van het bestuur aan de orde was? En begrijpt u waarom op dit punt de ING feitelijk in strijd met toezichtregels handelde?

    Uitnodiging voor openbaar hoorcollege over bankierseed en beloningen in Nederland

    Graag nodig ik u uit om op zaterdagmiddag 30 maart aanstaande, in de OBA in Amsterdam, aan te schuiven bij het openbaar hoorcollege dat ik dan geef over de geschiedenis van de banksector, over de beloningsbewegingen bij de ING, de politieke discussies en over de ingediende tuchtrechtklacht. Dit college geef ik ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het herenakkoord duurzaam en gematigd beloningsbeleid. Mijn beschouwing zal beginnen bij een omgezaagde boom van Beursplein 5. Dat is de boom waarop de tekst NOW stond, van Occupy Now; de beweging die zo indringend wees op de ongelijke verdeling van vermogen en macht in de wereld.

    Weet u dat al uw collega-bestuurders momenteel onderworpen zijn aan een tuchtrechtzaak?

    Van de stam van die boom, die ruim 130 jaar financiële geschiedenis aan het Beursplein meemaakte, wordt deze maand een spreekgestoelte gemaakt om de financiële geschiedenis te eren en te bewaren. Het is immers deze boom die zag dat de Beurs van Berlage werd geopend. De boom die zag dat de beurzen moesten sluiten tijdens de Wereldoorlogen. De boom die de economie zag groeien, de euro ingevoerd zag worden. Het is de boom die de crisis zag komen, de Occupy-bezetting en ook de boom die zag dat zich een stichting tuchtrecht banken vestigde aan Beursplein 5. 

    Met het spreekgestoelte van die boom, wil ik vanuit Financieel Erfgoed de weg vooruit wijzen naar een andere omgang met moraliteit in de banksector. Het bancaire tuchtrecht lijkt me namelijk ten dode opgeschreven. Wat er écht nodig is, is een open en goed gesprek over duurzaamheid, gematigdheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid in de financiële sector. Zulke gesprekken vinden in allerlei tijden en culturen plaats onder eerbiedwaardige en imposante bomen. En de iep die voor Beursplein 5 stond, leek mij bij uitstek zo’n boom.

    Dit historisch spreekgestoelte zal daarom in bruikleen worden gegeven aan alle organisaties en initiatieven die oprecht proberen dit gesprek een stap verder te brengen. En het is mijn hoop dat u in uw nieuwe rol bij de ING daaraan ook een bijdrage kunt leveren.

    Geeft de ING niet nu al vorm aan moraliteit en integriteit?

    Nu vraagt u zich misschien af: dat gesprek over moraliteit, diversiteit en maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt toch al gevoerd, op allerlei fronten. Er zijn toch mooie initiatieven gaande, ook bij de ING?

    Ik geef u daarin gelijk: er worden heel veel mooie initiatieven ontplooid, zeker ook door de ING. Maar de lakmoesproef is natuurlijk of die moraliteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid ook wordt gevoeld en ingevuld als het om de eigen portemonnee gaat. 

    Zou het zo kunnen zijn dat bij de ING zelfs op dit moment moraliteit en integriteit vooral met de mond beleden worden? In het verlengde van de integriteitsincidenten wordt nu natuurlijk verwezen naar nieuw opgestarte integriteitsprogramma’s en wat dies meer zij. Maar geeft het bestuur van de ING ook proactief vorm aan zijn eigen verantwoordelijkheid en neemt het stappen om zijn eigen rol daarin te verduidelijken en ter discussie te stellen?

    Zou het zo kunnen zijn dat bij ING zelfs op dit moment moraliteit en integriteit nog vooral met de mond beleden wordem?

    Uw toekomstige bestuurscollega’s hadden bij die lopende tuchtmelding over beloningen bij de ING kunnen besluiten om alles op alles te zetten: zo snel mogelijk de melding op te pakken, te reageren met documentatie opdat de publieke discussie over dat onderwerp snel tot klaarheid komt. Dat gebeurt echter niet. Ik heb die melding ruim een jaar geleden ingediend en de stichting tuchtrecht heeft formeel bevestigd dat er geen enkele termijn genoemd kan worden waarop de discussie vervolgt. Dat betekent simpelweg dat de bestuurlijke wil, prioriteit of moed ontbreekt om dit appeltje te willen schillen en dat de ING en/of de stichting tuchtrecht inzet op een filibuster-model.

    De huidige passieve insteek van de bestuurders van de ING doet mij vermoeden dat u ook straks in de briefings daar niet het volledige verhaal rond beloningen in de financiële sector zult horen. U zult zich misschien afvragen of het tuchtrecht nog wel functioneert. Mijn antwoord kent u, maar ik kan me goed voorstellen dat u zich een eigen oordeel wilt vormen. 

    Daarom heb ik vanuit Financieel Erfgoed een Google-drive opengesteld voor het publiek. Daarin is niet alleen de tuchtrechtmelding rond beloning te vinden, maar ook alle achtergronddocumentatie rond publieke en private momenten en regels die in dat debat relevant zijn. Ook bevat de drive een compliance-analyse die toont op welke punten vragen te stellen zijn over het gedrag van ING. Het zijn de vragen die uw toekomstige collega’s elkaar wellicht onvoldoende gesteld hebben in 2018. 

    De lijst van relevante vragen rond het ING-beloningsincident in 2018

    Mijn suggestie zou zijn dat u in uw inwerkperiode ook probeert te ontdekken bij uw toekomstige bestuurlijke collega’s hoe zij vinden dat het gedrag van de ING rond beloningen zich verhoudt c.q. heeft verhouden tot:

    1. het commitment van de ING via het herenakkoord van 30 maart 2009 om duurzaam gematigd te belonen en geen publieke ophef te laten ontstaan door te ruimhartige beloningen:

    • Allen accepteren de gezamenlijke verantwoordelijkheid de discussie over variabele beloningen in de financiële sector op realistische en constructieve wijze te voeren en gezamenlijk zorg te dragen voor een maatschappelijke gedragen beloningsbeleid en daarmee voor een maatschappelijk gedragen functioneren van financiële systemen;

    2. de geest van de code banken, zoals verwoord in het rapport van de Commissie Maas op pagina 22:

    • Zowel de absolute hoogte als de structuur van de topinkomens in het bankwezen dienen in overeenstemming te zijn met een verantwoord intern risicobeheer en dienen zich te verhouden met algemeen aanvaarde opvattingen in de samenleving over gerechtvaardigde beloningen. De afgelopen jaren is dat op een breed front niet het geval geweest.

    3. de eigen voornemens van de raad van commissarissen, zoals beschreven in jaarverslag 2011 (p 81):

    • De Raad wil ervoor zorgdragen dat de beloning bij ING niet nogmaals het onderwerp van een publiek debat wordt.

    4. de verplichting onder Europese regelgeving (artikel 95, lid 2), zoals ook vertaald in lagere wettelijke regels, om rekening te houden met het algemeen belang:

    • Bij de voorbereiding van dergelijke beslissingen houdt de beloningscommissie rekening met de langetermijnbelangen van aandeelhouders, investeerders en andere belanghebbenden van de instelling, alsook het algemeen belang.

    5.  het maatschappelijk statuut, de bankierseed en de verplichting onder de gedragsregels om zorgvuldige afwegingen te maken waarin de belangen van de samenleving worden meegewogen (artikel 1), 

    • de schijn van belangentegenstelling te vermijden (artikel 2), 
    • je te houden aan de wet c.q. afgesproken gedragsregels (artikel 4), 
    • open en toetsbaar in de samenleving te staan (artikel 6) 
    • bij te dragen aan het vertrouwen van de samenleving in de bank (artikel 7)

    6. de herhaalde mededelingen en vingerwijzingen vanuit het ministerie van Financiën dat voorgenomen beloningsaanpassingen bij de ING ongepast waren, bezien vanuit maatschappelijk perspectief,

    7. de expliciete mededeling van de minister van Financiën dat het ooit in 2010 afgestemde beloningsbeleid niet als eeuwige en absolute legitimatie voor beloningsvoorstellen kan dienen, zoals de minister aan de Kamer toelichtte:

    • Ja, in de gesprekken in 2009 en 2010 tussen het ministerie van Financiën en ING is aan de orde gekomen om qua benchmark ook te kijken naar andere Europese ondernemingen dan banken. Het nadrukkelijke doel hiervan was matiging van de beloningen. In die periode lag het salarisniveau in de financiële sector hoger dan bij niet-financiële ondernemingen. ING heeft zelf de (Europese) peergroup bepaald, zoals eerder aangegeven in antwoord op Kamervragen. Dit betekent niet dat deze benchmark, acht jaar later, onverkort kan worden toegepast om de beloningen aanzienlijk te verhogen. De raad van commissarissen moet zich steeds rekenschap geven van de maatschappelijk context en de huidige situatie in ogenschouw nemen.

    8. de eigen verklaring van de raad van commissarissen van de ING in het jaarverslag 2017, waarin men zich het maatschappelijk sentiment rond beloningen nog zeer bewust was:

    • In determining executive remuneration, the ING Supervisory Board is aware of the public debate surrounding this topic and strives to balance all stakeholder interests. In this context, the Supervisory Board has decided to slightly increase the total (at target) remuneration of the CEO by 3% with effect from 1 January 2017. The remuneration of the other Executive Board members will remain the same.

    9. de aanval van bestuurlijke dementie die in 2018 plotseling optreedt, blijkens de verklaring van de toenmalige voorzitter van de raad van commissarissen in de Tweede Kamer:

    •  ‘We hebben het onderschat. Te weinig oog voor sentiment hierover bij publiek. Dat betreuren we.’

    10. het voornemen om, blijkens het jaarverslag over 2018, gewoon op dezelfde stakeholder-route (maar dan wat geïntensiveerd) door te gaan, terwijl de uitdaging is om onder wet en herenakkoord ook het publiek belang apart mee te wegen:

    • The Supervisory Board regrets the loss of trust and damage to ING’s reputation caused by this proposal. This was discussed at length during the 2018 Annual General Meeting. The Supervisory Board evaluated the decision-making process, supported by an ad hoc Supervisory Board committee. The Supervisory Board is now performing an extensive review of ING’s remuneration policy. This comprehensive review will be performed by the Supervisory Board in consultation with its advisory bodies with significant emphasis on broad stakeholder engagement. 

    U kunt vragen hoe het proces gelopen is rond de besluitvorming en of bovengenoemde vragen voldoende op de radar van het bestuur van ING hebben gestaan. Als dat niet zo is kunt u vragen waarom deze vragen niet aan de orde kwamen, zeker nu het betreffende herenakkoord onder toenmalige ministeriële verantwoordelijkheid van één van de leden tot stand is gekomen. En u kunt vragen hoe uw toekomstige collega’s aankijken tegen de mate waarin ze vonden dat ze aan de rem moesten trekken, omdat ze hier geen goed gevoel bij hadden. 

    Is de kaart van het herenakkoord daarbij bruikbaar? Het merendeel van de betrokkenen in deze discussie is en was namelijk helaas nog steeds een man. De vraag zou dan kunnen zijn: voelen we ons hier bij de ING eigenlijk wel gebonden aan een herenakkoord? En geldt in deze organisatie het adagium: een man een man, een woord of woord, of nemen we dat hier niet al te letterlijk?

    Veel succes!

    Ik wens u nogmaals veel succes met uw nieuwe rol tussen de heren van de ING en heet u van harte welkom op het openbare hoorcollege van 30 maart aanstaande.

    Tot slot beloof ik u dat het mij een genoegen zal zijn om ook u, te zijner tijd, te verwelkomen achter het spreekgestoelte van Financieel Erfgoed.

    Met vriendelijke groeten,

    Simon Lelieveldt

    Wie is Simon Lelieveldt?

    Simon Lelieveldt sloot zijn studie als bedrijfskundig ingenieur aan de Technische Hogeschool Twente in 1989 af met de publicatie van zijn scriptie in boekvorm. Met dit boek, Electronisch Betalen Goed Geregeld?, won hij dat jaar de Equity & Law Financial Services Award. Hij werkte vervolgens zes jaren als organisatie- en beleidsadviseur bij de Postbank. In 1995 stapte hij over naar De Nederlandsche Bank, waar hij zeer nauw betrokken was bij het toezicht op elektronisch geld (Chipper/Chipknip) en nationale internationale onderzoeken op dat gebied.

    In 2001 startte hij een zelfstandig adviesbureau om marktpartijen en overheden als onafhankelijk strategisch adviseur bij te staan op ontwikkelingen rond toezicht, betalingsverkeer en elektronisch geld. In die periode was hij één van de eerste webloggers met zijn blog Retail Betaal Gedachten en zette hij een aparte branchevereniging op voor uitgevers van elektronisch geld.

    Vanaf medio 2004 werkte hij voor de Nederlandse Vereniging van Banken, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de strategievorming rond de overgang naar Europees betalen (SEPA) en de formulering/invoering van Europese regelgeving (Payment Services Directive). Hij was in die rol ook lid van de European Commission Banking Account Expert Group on User Mobility.

    In 2007 werd hij als hoofd van de afdeling Toezicht en Financiële Markten verantwoordelijk voor de interbancaire beleidsontwikkeling rond onderwerpen als toezicht, depositogarantie, Basel 2/3, code Banken en Covered Bonds. In die rol maakte hij van nabij de financiële crisis mee en alle discussies die daarop volgden, zoals in Nederland bijvoorbeeld de invoering van de Code Banken.

    Sinds 2011 is hij zelfstandig gevestigd als regelgevend adviseur voor onder toezicht staande instellingen en branche-organisaties. Hij assisteert bij impact assessments, consultaties, position papers en is als compliance expert voor onder toezicht staande instellingen actief in het innovatief betalingsverkeer/toezicht. Hij verzorgt daarnaast maatwerkopleidingen, workshops, lezingen, presentaties over het bankwezen, betalingsverkeer en elektronisch geld.

    Ook lanceerde hij in 2012 het initiatief Financieel Erfgoed waarmee de financiële geschiedenis dichter bij het publiek wordt gebracht. Vanuit een historisch-bedrijfskundige benadering belicht hij de actuele thema’s en vraagstukken in het bankwezen en laat hij zijn publiek zien wat de geschiedenis ons kan leren.


     

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Gastauteur

    Gevolgd door 296 leden

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Volg Gastauteur
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren