Follow the Money: Jeugdzorg in het Rood
Jeugdzorg in het rood

Gemeenten zouden de jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis? Lees meer

De gemeenten zouden jeugdzorg dichterbij, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper gaan regelen. Het tegenovergestelde gebeurde: het aantal zorgaanbieders is gestegen van 120 in 2014, naar zo’n 6.000 nu. En inmiddels ontvangt één op de tien Nederlandse kinderen een vorm van jeugdzorg.

 

In de zomer van 2020 was voor veel gemeenten de maat vol. Ze gaven zoveel geld aan jeugdzorg uit, dat zij het financieel niet meer konden bolwerken. Den Haag moet met meer budget over de brug komen, luidde de boodschap.

Maar is geld het enige probleem? Onder de werktitel "Jeugdzorg in het Rood” doet Follow the Money onderzoek naar de geldstromen in de jeugdzorg. In deze gids loodsen we je langs de belangrijkste bevindingen.

60 Artikelen

Follow the Money: Jeugdzorg in het Rood © Pakhuis de Zwijger

‘Stop onderbuikgevoelens over jeugdzorg met verplichte data-analyse’

Een ‘echt’ debat over de staat van de jeugdzorg was het niet, op woensdag 22 september in Pakhuis de Zwijger. Dat stellen wethouder Bob Duindam, advocaat Mieke Krol, Accare-bestuurder Wieteke Beernink en Rekenkamer-directeur Jan de Ridder. Deze vier panelleden waren het namelijk roerend met elkaar eens: het moet anders. Hoe zij de jeugdzorg willen ‘genezen’, zetten ze in dit opiniestuk uiteen.

Op woensdag 22 september zaten wij met elkaar in een panel, op een door Follow the Money georganiseerde avond, om over de staat van jeugdzorg te debatteren. Ieder van ons is vanuit zijn of haar eigen achtergrond en functie betrokken bij de jeugdzorg. We kenden elkaar vooraf niet. We hadden een goed gesprek, maar een debat ontstond er niet: iedereen is het erover eens dat het anders moet met de jeugdzorg. 

In de zaal gooiden enkele woedende en wanhopige ouders hun rampspoed over de kinderbescherming de zaal in. Vooral de wethouders in de zaal kregen onder uit de zak. Aan de bar, in vele één-op-één gesprekken, vond men elkaar toch weer enigszins. Er leek natuurlijk ook een gemeenschappelijke vijand te bestaan: ‘het systeem’. 

Dat woord gebruiken we bewust. Het jeugdzorgstelsel is inmiddels zo groot en zo complex en kent zoveel problemen, dat niemand het geheel overziet: zonder overzicht geen inzicht, laat staan uitzicht. Ook de 1,3 miljard euro extra zal dit ‘systeem’ niet veranderen, concludeerden we die avond. 

Gemeenten hebben dringend geld nodig, dat klopt. Maar geld uitdelen, dat verbinden aan nieuwe voorwaarden en gelijktijdig korten op andere delen van het sociaal domein, lost niets op. Gemeenten zitten ook niet te wachten op een volgende stelselwijziging, verordonneerd door Den Haag. Het jeugdzorgstelsel ingrijpend wijzigen betekent hoe dan ook vier à vijf jaar achteruitgang. Het is maar de vraag of het systeem daardoor beter wordt dan het nu is.

Zonder overzicht geen inzicht, laat staan uitzicht

Wat draagt dan wél bij aan een betere jeugdzorg? Tijdens de debatavond passeerden verschillende suggesties de revu:

Volg de weg van geleidelijke verbetering. Die weg kost tijd. Optimale jeugdzorg organiseren vergt meerdere kabinets- en gemeenteraadsperioden. Genoeg wethouders beseffen dat het systeem verbeteren geleidelijk moet, maar zij opereren in de jachtige dynamiek van de politieke werkelijkheid. ‘Den Haag’ heeft zich niet afgevraagd of de decentralisatie haalbaar was, en heeft jeugdzorg over de schutting gegooid. 

Stop met vaak langdurige en weinig werkzame hulptrajecten. Het overgrote deel van jeugdzorg, die wordt ingezet, is op dit moment niet bewezen effectief. Daarmee is niet gezegd dat zo’n interventie niet werkt: wel dat het effect niet bewezen is. Alleen interventies, waarvan de doelen of positieve resultaten meetbaar (gemaakt) zijn, moeten in aanmerking komen voor een gemeentelijke vergoeding. Er is voldoende wetenschappelijke kennis beschikbaar van jeugdzorg die wél werkt. Die kennis moet veel beter gedeeld en uitgedragen worden. Het Rijk hoort dit lerend vermogen te financieren: dit gaat immers heel Nederland aan. 

Gebruik veel meer wetenschappelijke data-analyse. Broodnodig om wetenschappelijk verantwoord werken in de jeugdhulp en beleid dat daarop gebaseerd is mogelijk te maken. 

Laat alle gemeenten al hun data in een gestandaardiseerd format verplicht delen met wetenschappelijke instituten, en wat ons betreft, met de journalistiek. Door data-analyse ontstijgen we het onderbuikgevoel. Mits jeugdzorgorganisaties én politiek bereid zijn deze feiten mee te nemen in hun beleid.

Het Rijk moet een duidelijk langetermijndoel voor de jeugdzorg formuleren. We doen een voorzet: jeugdhulp draagt bij aan het veilig thuis opgroeien van kinderen. Dat betekent ook dat we vechtscheidingen moeten zien te voorkomen, dat we intergenerationeel trauma behandelen en dat we niet uitgaan van dwang en drang in de jeugdzorg. 

Zorg voor één onafhankelijke, gemeenschappelijke financiële administratie van verrichte inspanningen. Daarmee kunnen we de eigen administratie van hulpverleners en gemeenten afschaffen. Zo dalen de overheadkosten van hulpverleners en gemeenten significant. Bovendien is een eenduidige administratie een stuk transparanter. 

En als we dan toch aan het afschaffen en ontbureaucratiseren zijn, laat dan ook de aanbestedingsplicht vervallen. Toegang tot het zorgdomein loopt uitsluitend nog via de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Voldoet de kwaliteit, dan kan een zorgaanbieder aan de slag. Kinderen en hun ouders kiezen een hulpverlener in samenspraak met de gemeente.

"Geen wonder dat zoveel ouders en kinderen hun vertrouwen in de overheid kwijt zijn"

Dwang en drang

De zwaarste instrumenten van de overheid om zich met het privédomein van mensen te bemoeien, zijn de uithuisplaatsing (uhp) en ondertoezichtstelling (ots). Ingrijpen mag alleen als er sprake is van mishandeling, zo heeft de regering het internationaal afgesproken. Dat begrip rekken hulpverleners intussen zover op dat ook van mishandeling sprake kan zijn als een ouder, bijvoorbeeld, niet luistert naar een jeugdconsulent. Daarbij gaat het helaas te vaak over de opvattingen van de hulpverlener, niet over in het gezin geconstateerde feiten. Geen wonder dat zoveel ouders en kinderen hun vertrouwen in de overheid kwijt zijn. 

De boel maar opheffen dan, zoals tijdens het debat gesuggereerd werd, en overstappen op het Duitse model, dat in tegenstelling tot de Nederlandse jeugdzorg niet onderhevig is aan marktwerking? Wellicht helpt het al als we ons strak aan de internationaal afgesproken definitie van mishandeling houden: ‘Kindermishandeling is elke vorm van mishandeling die voor een kind bedreigend of gewelddadig is. Dus niet alleen lichamelijk geweld, maar ook bijvoorbeeld emotionele mishandeling of verwaarlozing vallen eronder.’

De boel maar opheffen dan?

Vanaf de eerste dag dat de jeugdbescherming ingrijpt, is een veel betere rechtsbescherming van kind en ouders noodzakelijk. Dat leidt ook tot een betere samenwerking met ouders, want door te waken over hun rechten en die van hun kinderen, behouden zij hun vertrouwen. En waarom horen de Veilig Thuis-organisaties bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de Raad voor de Kinderbescherming bij het ministerie van Justitie en Veiligheid? Deze concurrentie tussen twee ministeries draagt niets bij aan het welzijn van kinderen.

Luister naar ervaringsdeskundigen, hulpverleners en bestuurders. Verenigd in het ChangeLab Jeugd denken zij samen na over verbetering van de jeugdzorg. Hierbij gaan zij uit van de leefwereld van jongeren. Dat leidt tot ideeën die bedrieglijk simpel lijken, zoals: een jongere kiest zijn of haar eigen begeleider, die blijft, ongeacht wat er aan de hand is. Kijk niet naar diagnoses, maar naar wat een kind en zijn gezin kan helpen. Accepteer dat kinderen ‘anders’ kunnen zijn en verschillen: dat kan gewoon. Geen uithuisplaatsing, tenzij de veiligheid van het kind absoluut en zonder twijfel in gevaar is. En moet het toch, breng een kind zo snel als mogelijk weer thuis.

Dossier

Jeugdzorg in het rood

De gemeenten zouden jeugdzorg goedkoper en beter regelen. Het tegenovergestelde is gebeurd. Wat ging er mis?

Volg dit dossier

Elkaar weer verstaan

Helaas, toch in mineur, sloten we de avond af zonder concreet zicht op enige verbetering. Het ongemak daarover was voelbaar in de zaal. Aan de bar leidden meerdere gesprekken tot begrip en konden mensen elkaar weer verstaan. En dat is een begin.

Maatwerk en de menselijke maat moeten voorop staan

Het is onze stellige overtuiging dat de jeugdzorg uitsluitend beter kan worden als de praktijk zich kan ontwikkelen op basis van kennis en onderzoek, als we gezamenlijk leren langs de weg van de geleidelijkheid. En bovenal: als we luisteren naar ouders en kinderen. Dat maakt ‘het systeem’ niet minder complex – dat stadium zijn we wel voorbij – maar wel menselijker. Maatwerk en de menselijke maat moeten voorop staan. Mensen moeten zich gehoord voelen en hulp krijgen waar ze werkelijk iets aan hebben. Wij hopen dat Den Haag meeluistert.
 

De auteurs

Bob Duindam, wethouder Oudewater (D66)

Mieke Krol, advocaat 

Wieteke Beernink, bestuurder Accare

Jan de Ridder, directeur Rekenkamer Metropool Amsterdam

Lees verder Inklappen