In de greep van de curator

Jaarlijks gaan duizenden bedrijven en personen failliet. Vaak heeft dat grote gevolgen — en het gebeurt lang niet altijd even netjes. Lees meer

Toeleveranciers moeten nog maar hopen dat ze een deel van hun facturen betaald krijgen, werknemers dreigen op straat te komen en de gefailleerde ondernemer moet lijdzaam toezien hoe de bedrijfspanden, voorraden en wagenpark met een beetje pech tegen executiewaarde worden verkocht. Alle hoop is gevestigd op de door de rechtbank aangestelde curator die de volledige regie in handen krijgt van het afwikkelen van het faillissement.

De curator krijgt op basis van de 120 jaar oude Faillissementswet vergaande bevoegdheden: van het ontslaan van personeel, de verkoop van het bedrijf, het starten van juridische procedures tegen de gefailleerde tot het gijzelen van een bestuurder die niet meewerkt.

Maar doet de curator zijn werk wel goed? Wat is de verhouding tussen de boedelopbrengst, die hij binnenhaalt en zijn eigen declaraties (die ten laste van dezelfde boedel plaatsvinden). En wie houdt er toezicht op curatoren? Dat zóuden rechters-commissarissen moeten zijn, maar die hebben het krankzinnig druk en ontberen kennis. Follow the Money zet in op deze kwestie die al tientallen jaren door de rechtspraak, politiek en journalistiek ongemoeid wordt gelaten. We nodigen u uit om uw kennis en ervaringen met ons en andere lezers te delen.

26 Artikelen

Opstelten rent achter faillissementsfraudeurs aan

2 Connecties

Faillissementsfraude is een lucratieve business en wordt in slechts 2 procent van de gevallen aangepakt. Ivo Opstelten, minister van Veiligheid en Justitie, wil daar een einde aan maken.

De noodzaak is hoog: hoogleraar faillissementsfraude Tineke Hilverda gaf vorig jaar in haar oratie op de Radboud Universiteit Nijmegen aan dat er in 2011 bij drieduizend faillissementen – een kwart tot een derde van alle faillissementen - fraude werd geconstateerd door de curator. En dat de pakkans slechts 2 procent is terwijl de economische schade volgens justitie toch zo’n 1,7 miljard op jaarbasis bedraagt. De straffen zijn bovendien bescheiden: twee fervente faillissementsfraudeurs werden vorig jaar veroordeeld tot een half jaar gevangenisstraf. Het duo had de afgelopen jaren 244 probleem-bv’s opgekocht, onderhands betalingen opgestreken van de oude eigenaar en vervolgens de vennootschap kaalgeplukt met een onvermijdelijk faillissement tot gevolg. Lees hier meer over deze case.

Modus operandi
De modus operandi van failllissementsfraudeurs is simpel: eerst de boedel leegtrekken voor het faillissement – denk aan het wagenpark verpatsen, de bedrijfscreditcard misbruiken, het rekening courant maximaal benutten, courante goederen op krediet afnemen en de voorraden snel verkopen. Doel: zoveel mogelijk cash verzamelen. Het standaardrecept is vervolgens om nog voor het faillissement de boekhouding kwijt te raken zodat de curator nauwelijks houvast heeft en veel uren moet maken om de geschiedenis te reconstrueren. En daar wringt het, want de curator moet betaald worden uit de (leeggetrokken) boedel. “De curator is dan – begrijpelijk – niet geneigd kosteloos bergen werk te verzetten,” zei Hilverda destijds in Het Financieele Dagblad.

 



Administratieplicht
In Opstelten’s nieuwe voorstel wordt een aparte strafbaarstelling ingesteld zodra er aan de administratieplicht bij faillissement niet wordt voldaan. Nu kan een fraudeur nog steken laten vallen en ermee wegkomen. ‘Buiten die omstandigheden is de instandhouding van een onvolkomen administratie, en daarmee ook bewuste onwetendheid, straffeloos. Dit wetsvoorstel wil hierin verandering brengen vanuit de gedachte dat een onvolledige administratie vrijwel altijd nadelige gevolgen voor de rechten van schuldeisers kan hebben,’ aldus de Memorie van Toelichting.
Als het wetsvoorstel door het parlement komt dan ligt er een gevangenisstraf in het verschiet met een maximum van twee jaar.
 
Strafbaarstelling ook zónder faillissement
In het nieuwe voorstel wordt verder de bestaande strafbaarstelling aangescherpt met betrekking tot paulianeuze handelingen zoals het doen van buitensporige uitgaven vlak voor het faillissement of alle bezittingen overdragen aan een nieuwe bv waardoor de oude (plof)bv’s achterblijft met alle schulden en vervolgens failliet gaat. In het nieuwe voorstel hoeft er niet per definitie sprake te zijn van een faillissement. Frauduleuze handeling waardoor een onderneming in ‘ernstige financiële problemen’ komt kunnen leiden tot twee jaar gevangenisstraf. Als er sprake is van persoonlijke verrijking zelfs 4 jaar. Het is dan geen voorwaarde dat de vennootschap ook daadwerkelijk failliet gaat, de strafbaarstelling geldt ook als er een reddingsoperatie komt om de onderneming overeind te houden. Denk in dit geval bijvoorbeeld aan de hoofdverdachten in de Vestia-affaire.

Tweede kans
Opstelten deed in 2011 al een poging om faillissementsfraude effectiever aan te pakken. Hij introduceerde een systeem waarin notoire faillissementsfraudeurs worden geregistreerd en een verbod kregen om nog bv’s, nv’s, verenigingen en stichtingen op te richten. Die aanpak faalde, fraudeurs konden het verbod omzeilen.