Viktor Orbán en zijn partijgenoot Tamás Deutsch (Europarlementariër, voorzitter MTK Boedapest FC) bij de opening van het Hidegkuti Nándor Stadion in 2016.

Samen met journalisten uit heel Europa controleren we de macht in Brussel. Lees meer

Steeds meer ingrijpende besluiten worden op Europees niveau genomen. Maar zolang burgers niet weten wat er gaande is in Brussel, kunnen politici er verborgen agenda’s op nahouden en hebben lobbyisten vrij spel. Om hier verandering in te brengen lanceert Follow the Money ‘Bureau Brussel’. Drie EU-specialisten controleren in samenwerking met collega’s uit heel Europa structureel de macht.

66 Artikelen

Viktor Orbán en zijn partijgenoot Tamás Deutsch (Europarlementariër, voorzitter MTK Boedapest FC) bij de opening van het Hidegkuti Nándor Stadion in 2016. © Tibor Illyes / EPA

Orbán dolt Brussel en sluist miljoenen belastinggeld naar zijn favoriete voetbalclubs

Via een omstreden belastingconstructie – en tegen de Europese regels – vloeien in Hongarije jaarlijks honderden miljoenen van de staatskas naar sportverenigingen. Het bedrijfsleven, en de lievelingsclubs van premier Orbán en zijn vrienden, varen er wel bij. De Europese Commissie vindt het allemaal prima.

Dit stuk in 1 minuut
  • Vandaag gaat Hongarije naar de stembus. Als de voortekenen niet bedriegen komt Fidesz, de partij van zittend premier Viktor Orbán, wederom als winnaar uit de bus. 
  • Onder Orbán is Hongarije een van de meest corrupte landen van de Europese Unie geworden. Legendarisch zijn de overheidscontracten en Europese subsidies die naar de inner circle van de premier gaan, zoals zijn eigen schoonzoon.
  • Follow the Money laat vandaag zien dat Orbán ook de sport met corruptie weet te vergiftigen. Zijn regering bedacht een ingenieuze constructie om giften van bedrijven dubbel aftrekbaar te maken. Hierdoor vloeien miljarden van ondernemingen naar sportfaciliteiten als voetbalstadions – op kosten van de Hongaarse belastingbetaler. Nauwelijks verrassend: het meeste geld gaat naar de favoriete clubs van de premier en zijn getrouwen.
  • Opmerkelijk is de rol van de Europese Commissie. Zij belijdt met de mond ‘cliëntelisme, vriendjespolitiek en nepotisme’ te bestrijden maar geeft Hongarije expliciet toestemming voor staatssteun aan sportclubs.
  • Hoe heeft Follow the Money dit onderzocht? Na een beroep op het Europese equivalent van de Wet openbaarheid van bestuur kregen we inzage in e-mailverkeer tussen Brussel en Boedapest en de rapporten waarin Hongarije jaarlijks aan Brussel verantwoording aflegt over de belastingconstructie.
Lees verder

Een betonconstructie die een tribune had moeten worden staat aan de rand van een sportcomplex met onkruid dat een meter omhoog woekert. Het half voltooide bouwsel zit vol graffiti. 

Ook op de naastgelegen parkeerplaats, met ruimte voor 150 auto’s, hebben planten vrij spel. Een balletje trappen is door de begroeiing onmogelijk. Daarvoor moet worden uitgeweken naar het kunstgrasveld waarvan enkele lappen zijn verdwenen, of nooit zijn neergelegd. 

Hier had het stadion moeten staan van Szigetszentmiklósi TK, een voetbalclub in een klein stadje ten zuiden van Boedapest. Prijskaartje 3,5 miljard forinten, bijna 10 miljoen euro. 

Dat het een bouwval is, ligt niet aan gebrek aan gulle giften. Hunland, het in Hongarije gevestigde veehandelsbedrijf van de Nederlander Jos Janssen, gaf 380 duizend euro. Het Amerikaanse General Electric zelfs 2,1 miljoen en de grootste verzekeraar van Europa, het Duitse Allianz, doneerde 1,5 miljoen euro.

Dubbel belastingvoordeel

De bouw van het stadion is gestaakt omdat de tweededivisieclub er niet in slaagde financiering te vinden onder zijn eigen aanhang. Het was dan ook niet uit clubliefde dat het internationale bedrijfsleven met geld over de brug kwam, maar om een dubbel belastingvoordeel en een wit voetje bij premier Viktor Orbán.

Corruptie en machtsmisbruik in Hongarije
  • Het bedrijf van de schoonzoon van Orbán verdiende miljoenen met de aanleg van straatverlichting. De toekenning van 39 overheidscontracten, deels gefinancierd met Europese subsidies, is onderzocht door de Europese fraudeonderzoekers van OLAF. Zij adviseerden Hongarije een strafrechtelijk onderzoek in te stellen, maar daar is niets van terecht gekomen.
  • Familie en vrienden van de Hongaarse premier kregen grote stukken landbouwgrond in handen waardoor zij miljoenen aan Europese landbouwsubsidies konden opstrijken, blijkt uit onderzoek van The New York Times. Dit geld, en de toekenning van overheidscontracten, maakte van Orbáns jeugdvriend Lőrinc Mészáros de rijkste man van Hongarije. 
  • Met een Europese subsidie van 2 miljoen euro is een spoorlijntje aangelegd in het dorp waar Orbán opgroeide. De spoorlijn is totaal onrendabel omdat niemand er gebruik van maakt. 
  • De vooraanstaande Central European University is door de Hongaarse regering uit Boedapest weggejaagd omdat ze geld kreeg van George Soros
  • Recentelijk zijn universiteiten en andere publieke voorzieningen ondergebracht in semi-private stichtingen, aangestuurd door Orbán-loyalisten. Een van de grootste privatiseringen sinds het einde van het communisme in Hongarije in 1989. 
  • Onafhankelijke media zijn grotendeels in handen gekomen van regeringsgezinde zakenmannen. De persvrijheid is systematisch kapotgemaakt, volgens de Raad van Europa. 
  • Aanpassingen aan de grondwet en de kieswet maken het bijna onmogelijk om Orbáns partij Fidesz via verkiezingen te verslaan. Vandaag gaat Hongarije naar de stembus. Bijna de volledige oppositie heeft zich achter één kandidaat geschaard (de conservatieve politicus Péter Márki-Zay) en toch heeft Orbáns partij de beste papieren om als winnaar uit de bus te komen. 
Lees verder Inklappen

In 2011 vraagt de Hongaarse regering de Europese Commissie goedkeuring voor een opmerkelijke financiële constructie. Te weinig Hongaren doen aan sporten en dat komt – zo claimt de regering – omdat de stadions, de sporthallen en de sportvelden verouderd en zelfs gevaarlijk zijn. Er is geld nodig en Orbán heeft een plan: financiering door het bedrijfsleven. 

Ondernemers mogen hun schenking aftrekken van de inkomstenbelasting én van hun belastbare winst. Donaties aan sportclubs leveren de bedrijven dus geld op, maar de rekening gaat naar de Hongaarse belastingbetaler.

Gelijk speelveld

In eigen land houdt de regering-Orbán vol dat het bedrijfsleven zo gul is om geld te geven voor het bouwen en opknappen van stadions, het aanschaffen van sportmaterialen en het betalen van trainers. Maar ze weet beter. Aan de Europese Commissie vraagt Hongarije expliciet of de belastingconstructie door de beugel kan. Of is ze in strijd zijn met de staatssteunregels die de Europese interne markt moeten beschermen?

Ja, oordeelt de Europese Commissie. Hongarije haalt inderdaad geld uit de staatskas, er is een risico dat de ene club veel meer krijgt dan de andere, waarmee ook het ‘gelijk speelveld’ van Hongaarse én Europese competities zou worden verstoord.

Ja, oordeelt de Europese Commissie, Hongarije haalt inderdaad geld uit de staatskas

Toch keurt Brussel de constructie goed. Twee argumenten geven de doorslag: de Hongaarse autoriteiten beloven hun best te doen om competitievervalsing te beperken en de bevolking zal meer gaan bewegen. Dat laat de Europese Commissie zwaarder wegen dan de regels ter bescherming van een gelijk speelveld voor alle sportclubs. En, zoals de Commissie het zelf formuleert: ‘Sport heeft een enorm potentieel om de burgers van Europa samen te brengen.’

De Commissie eist wel dat de Hongaarse autoriteiten jaarlijks over de belastingconstructie rapporteren. Ze wil de boel ‘monitoren’. 

Hongarije stuurt Brussel inderdaad rapporten. Maar die bevatten niet de benodigde informatie, zag Follow the Money, dat ze in handen kreeg na een beroep op de Europese variant van de Wet openbaarheid van bestuur. 

Passieve houding

De Hongaarse rapportages staan vol tabellen en grafieken die duiden op een explosieve ledengroei van sportverenigingen, maar vermelden niet hoeveel geld individuele sportclubs hebben gekregen. Daardoor kan de Europese Commissie niet beoordelen of en hoe verstorend de subsidiemaatregel is. Uit eveneens verkregen e-mailverkeer tussen Brussel en Boedapest blijkt dat de Commissie niet om aanvullende informatie heeft gevraagd. 

Die passieve houding is illustratief voor hoe de premier van Hongarije en Europa’s enfant terrible sinds zijn aantreden in 2010 met fluwelen handschoenen wordt aangepakt. 

De Europese Commissie waarschuwt geregeld voor ‘cliëntelisme, vriendjespolitiek en nepotisme’ en voor de risico’s van nauwe relaties tussen bedrijven en de politiek. Maar ze staat oogluikend toe dat Hongarije met zijn sportsubsidiebeleid de regels overtreedt.

Premier Orbán en de Hongaarse democratie

De uitholling van Hongaarse democratie is al jaren een Europees hoofdpijndossier. Corruptie neemt er ieder jaar toe blijkt uit de Corruption Perception Index, en de persvrijheid neemt af (World Press Freedom Index). 

In 2018 nam het Europees Parlement een rapport aan van de Nederlandse parlementariër Judith Sargentini over de teloorgang van de ‘waarden van de Unie’. Het riep de Commissie daarbij op maatregelen te nemen, maar de EU is niet in staat gebleken de negatieve ontwikkelingen een halt toe te roepen.

De slechte behandeling van vluchtelingen in Hongarije en de aanvallen op de academische vrijheid leiden tot rechtszaken. Deze jarenlange  procedures, die door Brussel gewonnen worden, leiden niet tot fundamentele veranderingen. 

De lidstaten pakken Hongarije niet aan omdat Polen hier in de Europese Raad weigert aan mee te werken en het machtige Duitsland zeer terughoudend is. De ingestelde strafprocedure, de zogeheten artikel 7-procedure, verzandt in oeverloze discussies. De Europese Commissie geeft er de voorkeur aan om ‘in gesprek’ te blijven met Orbán, via briefwisselingen die tot niets leiden. 

Ook de politieke familie waarvan Orbáns partij Fidesz lang lid is, de christendemocratische Europese Volkspartij (EVP), doet niets. Zelfs niet als de Hongaarse premier openlijk campagne voert tegen EVP-voorman Jean-Claude Juncker. Keer op keer dreigen de christendemocraten met het royeren van Fidesz, maar uiteindelijk is het Orbán zelf die besluit om de EVP te verlaten.

Sinds eind 2020 heeft Brussel een nieuwe stok om mee te slaan: het zogeheten rechtsstaat-mechanisme. Als de fundamentele waarden van de EU worden ondermijnd, kunnen EU-subsidies worden stopgezet. Er is tot op heden geen gebruik van gemaakt, ondanks herhaaldelijke oproepen vanuit het Europees Parlement.

Lees verder Inklappen

Ook in Hongarije zelf klinkt kritiek op Orbáns manier van sportfinanciering. 

‘Bedrijven zijn zich ervan bewust welke club ze wel en welke ze geen geld moeten geven als ze geen ruzie met de regering willen,’ zegt Miklós Ligeti van het Hongaarse kantoor van Transparency International. ‘Hierdoor zie je dat er disproportioneel veel geld gaat naar bepaalde clubs. Het duidelijkste voorbeeld is Puskás Akadémia, de voetbalclub van Felcsút.’ Premier Viktor Orbán groeide op in het dorp Felcsút en hij is een van de oprichters van de voetbalvereniging.

100 miljoen voor club van Orbán

Ligeti eiste in 2015 openbaarmaking van de geldstromen van de staatskas naar sportclubs. Twee jaar later oordeelde de hoogste Hongaarse rechter dat de regering inzage moest geven in alle transacties tussen bedrijven en sportclubs in de periode van 2011 tot 2016. Schoorvoetend overhandigde ze de tienduizenden documenten aan Ligeti’s Transparency International, die ze met de onderzoeksjournalisten van Atlatszo online zette. 

Op dat moment in 2019 kwam onomstotelijk vast te staan dat een voetbalclub veel meer krijgt dan elke andere: Puskás Akadémia in Felcsút ontving in vijf jaar tijd zo’n 30 miljoen euro. Eind 2021 bleek Orbáns voetbalclub al bijna 100 miljoen euro te hebben ontvangen. 

De passieve houding is illustratief voor hoe Europa’s enfant terrible met fluwelen handschoenen wordt aangepakt

De Europese Commissie had in elk geval in 2019 kunnen weten dat Hongarije zijn staatssteun aan sportclubs niet eerlijk verdeelt, en dat het in de sport geen gelijk speelveld garandeert. Ze had ook kunnen weten dat politieke vriendschappen een belangrijke rol spelen bij het toekennen van subsidies. 

De jeugdvriend van Orbán, een voormalige loodgieter en inmiddels de rijkste man in Hongarije, Lőrinc Mészáros was destijds burgemeester van Felcsút en voorzitter van Puskás Akadémia. Mészáros was er altijd open over: hij heeft zijn fortuin aan drie dingen te danken: God, geluk en Viktor Orbán. 

Het feitelijk toekennen van de subsidies is deels een taak van de sportfederaties. ‘Zij bepalen waar het geld naartoe gaat,’ stelt Ligeti van Transparency International. ‘Maar die federaties zijn sterk met de politiek verweven. Ze worden geleid door politici van de regeringspartij of door mensen die loyaal zijn aan de regering.’ 

Zo is de fractievoorzitter van Orbáns partij Fidesz tevens voorzitter van de handbalbond. De voorzitter van de waterpolobond was in 2019 de Fidesz-kandidaat voor het burgemeesterschap van de stad Pécs (hij verloor). En de steenrijke zakenman en bankier Sándor Csányi is de voorzitter van de voetbalfederatie. Ligeti: ‘Csányi is oligarch nummer 1, een staat binnen de staat. Hij hoeft niet eens tot een bepaalde partij te behoren want de partijen zijn van hem, zo machtig is hij.’

Politieke invloed kopen

De Nederlandse vleeshandelaar Jos Janssen – die bijna 4 ton doneerde voor de bouw van een stadion dat er nooit kwam – lijkt zich ervan bewust hoe je via sportclubs politieke invloed kunt kopen. Zijn bedrijf Hunland duikt al in 2012 op als sponsor van het zaalvoetbalteam van Péter Szijjártó, destijds de woordvoerder van premier Orbán en sinds 2014 minister van Buitenlandse Zaken en Handel. Wanneer Szijjártó voetbalt, doet hij dat met het logo van Hunland op zijn kont. De Duitse autobouwer BMW is een van de andere sponsoren.

‘Bedrijven hebben een politiek kompas waardoor het geld zijn weg vindt naar aan de regering gelieerde broekzakken,’ zegt Ligeti. 

In 2019 negeerde de Europese Commissie de onthullingen over de miljoenen die naar Orbáns lievelingsclub zijn gevloeid. Maar dat was niet voor het eerst. Eerder al waarschuwde Transparency International voor corruptie en cliëntelisme in de Hongaarse sportwereld. Naar aanleiding daarvan vroeg de Hongaarse Europarlementariër Péter Niedermüller in 2015 aan de verantwoordelijke Eurocommissaris Margrethe Vestager om nog eens kritisch te kijken naar het besluit waarmee de Commissie de belastingconstructie goedkeurde.

‘Bedrijven hebben een politiek kompas waardoor geld zijn weg vindt naar aan de regering gelieerde broekzakken’ 

Vestager antwoordde in eerste instantie dat ze niet bekend was met de waarschuwingen van Transparency International. Toen Niedermüller daarmee geen genoegen nam, zei ze te ‘overwegen’ die te bestuderen. Ze wees ook op de jaarlijkse rapportages van Hongarije, daarmee zou de Commissie prima in het oog kunnen houden of alles volgens de afspraken verloopt. Tien maanden later keurde de Europese Commissie de financiële constructie voor de tweede keer goed. Hongarije mag de subsidieregeling handhaven tot 30 juni 2023.

Ondertussen focust de Hongaarse overheid in haar jaarlijkse rapportages aan Brussel primair op de doelmatigheid van de staatssteun: bewegen mensen meer? Volgens Eurostat, het Europees bureau voor statistiek, zijn tussen 2014 en 2019 nauwelijks méér Hongaren iets aan sport gaan doen. 

De Hongaarse regering presenteert een ander beeld: van 2011 tot 2019 nam het aantal voetballers en handballers toe met respectievelijk 50 en 75 procent. Het aantal ijshockeyers verdriedubbelde, het aantal volleyballers verzesvoudigde. En de waterpolobond had in 2019 meer dan twee keer zoveel leden als acht jaar eerder.

In 2021 blijken er plots 70 duizend nieuwe voetballers te zijn bijgekomen, een stijging van 35 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. De handbalbond, na voetbal de populairste sport in Hongarije, gaat van iets meer dan 40 duizend naar meer dan 100 duizend leden – alleen al in 2021. 

Geen van de sportbonden reageert op verzoeken om die cijfers te onderbouwen. Maar de Hongaarse sportsocioloog Támas Dóczi zegt desgevraagd zijn twijfels te hebben bij de exceptionele groei. ‘Ze willen zoveel mogelijk spelers en teams registreren omdat ze dan meer aanvragen voor geld kunnen indienen.’ 

‘Ze willen zoveel mogelijk spelers en teams zodat ze meer aanvragen voor geld kunnen indienen’

Feit is dat zich pijnlijke taferelen afspelen op Hongaarse voetbalvelden. Teams die staan ingeschreven voor een competitie lukt het week in week uit niet om een volledig elftal op de been te krijgen – lang niet iedereen die geregistreerd staat als lid komt opdagen. Dit soort incomplete teams wordt afgeslacht door meer fortuinlijke tegenstanders, zoals blijkt uit een onderzoek van de Hongaarse nieuwssite Index

Dankzij de financiële impuls van Orbáns belastingconstructie konden veel jeugdteams wel extra personeel in dienst nemen. Zo hadden de veertienjarigen van Mórahalom de beschikking over een teammanager, een materiaalman en een tolk. Dat leverde overigens weinig succes op, het stond aan het einde van het seizoen helemaal onderaan de ranglijst. 

Over belangrijker zaken dan groeicijfers van sportbonden rapporteert de Hongaarse regering dan weer niet: hoeveel geld gaat er naar de individuele professionele sportclubs? Dat zijn immers de commerciële ondernemingen die het Hongaarse en Europese gelijke speelveld kunnen verpesten.

‘Als een groot deel van de steun naar een klein aantal clubs gaat, heb je natuurlijk concurrentievervalsing,’ zegt Ben van Rompuy van de Universiteit Leiden en gespecialiseerd in Europees mededingingsrecht, staatssteun en sport. ‘Maar de Europese Commissie accepteert zoveel steunmaatregelen dat ze die niet allemaal kan monitoren. Mijn indruk is dat ze er pas kritisch naar kijkt als er een klacht is. Of als in de media iets flagrants naar boven komt, zodat ze niet anders kan dan optreden.’ 

‘De Commissie kijkt pas kritisch als in de media iets flagrants naar boven komt, zodat ze niet anders kan’ 

De journalisten van de Hongaarse nieuwssite 24.hu publiceren jaarlijks de financiële gegevens van zes sportfederaties die gebruikmaken van de belastingconstructie. In tien jaar tijd is er voor 2,5 miljard euro van de Hongaarse schatkist naar sportclubs gegaan, blijkt uit hun meest recente berekening van december 2021. 

De grootste profiteurs zijn niet de sportclubs maar de grote Hongaarse bedrijven, zegt Ligeti. ‘Zij geven de meeste donaties, maar verkopen ook de materialen aan sportverenigingen en bouwen de nieuwe stadions.’

Blablabla-argument

Ligeti: ‘Het is dus geen kwestie van geld dat gaat van staatskas naar sportclubs, het is een manier om geld terug te laten vloeien naar de bedrijven.’ Vooral bouwbedrijven met goede contacten met Viktor Orbán profiteerden van de nieuwbouw en renovatie van stadions.

De grote verliezer is de Hongaarse belastingbetaler – mede dankzij de Europese Commissie, die een financiële truc goedkeurde omdat de maatschappelijke baten van sport groter zouden zijn dan de kosten voor de Hongaarse belastingbetaler. 

‘Een blablabla-argument,’ zegt Ligeti. ‘De Europese Commissie heeft simpelweg geen zin om goed in de gaten te houden hoe deze belastingconstructie werkt, terwijl ze dat wél zou moeten doen. Want als die disproportioneel bepaalde clubs bevoordeelt is ze in strijd met de EU-regels.’ 

Ben van Rompuy van de Universiteit Leiden heeft iets meer begrip voor de Europese Commissie. ‘Als de hand niet gedwongen wordt, doet ze meestal niets. Sport is duidelijk geen prioriteit voor de Commissie omdat het een politiek mijnenveld is. Ergens snap ik het wel, ze heeft beperkte middelen en moet dus keuzes maken. Desalniettemin, de geloofwaardigheid van je staatssteunbeleid staat op losse schroeven als je niets doet.’ 

De grootste profiteurs zijn niet de sportclubs maar de grote Hongaarse bedrijven

Een woordvoerder van de Europese Commissie laat in een reactie weten dat het aan de Hongaarse autoriteiten is om ervoor te zorgen dat de staatssteun voldoet aan de gestelde voorwaarden. En dat ‘ondanks het algemene verbod op staatssteun het in sommige gevallen noodzakelijk is dat de overheid ingrijpt om de economie goed en eerlijk te laten functioneren.’

In Brussel valt nog elk jaar een rapport uit Hongarije op de mat. Niet in oktober, zoals ooit afgesproken. Eerst kwam het ergens rond de kerstdagen, tegenwoordig pas in de zomer – een jaar nadat het sportseizoen is afgelopen. In Boedapest lijken ze te beseffen dat er niemand op de rapportages zit te wachten, zeker niet tijdens feestdagen of in de zomervakantie.