Machtsstrijd nekt aanpak crisis

4 Connecties
0 Bijdragen

Protectionisme veroorzaakte de depressie van de jaren 30 in de vorige eeuw. De huidige crisis escaleert door een ouderwetse machtsstrijd, signaleert econoom Edin Mujagic.

Vriend en vijand zijn het erover eens dat de G-20 meer dan ooit samen moet optrekken om de crisis te bestrijden. Die noodzaak is overigens een direct gevolg van het feit dat de globalisering de afgelopen decennia zo ver gekomen is. Er zijn geen 'eilanden' meer in de wereld. Als de Fed, de Amerikaanse centrale bank, een roekeloos beleid voert (en dat doet de Fed) dan houden de gevolgen daarvan niet op bij de Amerikaanse grenzen. De rest van de wereld krijgt daardoor met grote problemen te maken. Dat gaat of via hogere inflatie of waardestijging van de munten van andere landen, waardoor de groei in die landen onder druk komt.
 
Willen de opkomende landen hun eigen munt minder interessant maken (en daardoor in waarde laten dalen) dan zou de rente omlaag moeten. Maar willen ze de gestegen en stijgende inflatie in toom houden, dan moet de rente juist omhoog. Een duivels dilemma, met dank aan de Fed. 
 
Uit wetenschappelijk onderzoek van Matteo Ciccarelli en Benoit Mojon van de Europese Centrale Bank, blijkt inderdaad dat de inflatie een mondiaal fenomeen is, in die zin dat het onmogelijk is voor een land of regio zich aan prijsstijgingen te onttrekken als die in de rest van de wereld plaatsvinden.
 
Veto
Maar dat samen optrekken is ver te zoeken. Neem vorige week. Het IMF moet meer geld ter beschikking krijgen om bijvoorbeeld de eurozone te kunnen helpen de crisis aan te pakken. De VS – het enige land met vetorecht binnen het IMF – steekt daar echter een stokje voor.
 
Is het dan niet in het belang van de VS zelf dat de eurocrisis wordt opgelost? Natuurlijk, maar er is iets anders wat nét iets belangrijker wordt geacht: macht.
 
Het IMF zou dat extra geld moeten ophalen van de landen die het geld hebben, dus China, Brazilië en al die andere sterke, opkomende landen. Zij willen natuurlijk iets terug hebben en dat is meer zeggenschap binnen het IMF. Maar dat zou betekenen dat de macht en invloed van de VS in dat instituut zou afnemen. Vandaar dat de VS het idee meteen hebben afgeschoten. Dit is slechts een voorbeeld van hoe de belangen van de G-20 leden flink uit elkaar lopen.
 
Smerige overtredingen
In Europa en de eurozone is de situatie niet veel beter. De eurocrisis daadkrachtig aanpakken kan alleen maar succesvol zijn als, daar hebben we het weer, de landen meer gaan  samenwerken. In plaats daarvan zien we binnen Europa op maar liefst vijf fronten een ordinaire machtsstrijd plaatshebben.
 
In de eerste plaats vechten verschillende Europese instellingen om macht. Zij weten dat nu, tijdens de crisis, de kaarten worden geschud voor wie het in de EU van morgen voor het zeggen zal hebben. En dus delen de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Europese Centrale Bank, de Europese President en de Eurogroep allemaal elleboogstoten uit, trekken ze aan elkaars haren en maken smerige overtredingen. 
 
Tegelijkertijd zijn ze echter ook bondgenoten op een ander front. Zij zien de lidstaten, vooral Frankrijk en Duitsland, meer macht naar zich toe trekken. In bijna alle voorstellen om de crisis aan te pakken krijgt de Europese Commissie van die landen hooguit een adviserende rol. 
 
Beslissingen worden in de hoofdsteden en niet in Brussel genomen en de lidstaten implementeren ook alles. Het noodfonds is daar een goed voorbeeld van. Hoe meer macht de lidstaten hebben, hoe minder er overblijft voor de Europese instellingen om over te vechten.
 
Die lidstaten onderling hebben de neuzen ook niet dezelfde kant op staan. Het voorstel van Mark Rutte voor een machtige nieuwe Eurocommissaris is een goed voorbeeld. Hij wil meer macht naar de Europese Commissie omdat de kleine landen dan ook iets in te brengen hebben. Maar die wens staat haaks op wensen van Berlijn en Parijs. Dat is de reden waarom Duitsland en Frankrijk het voorstel van Rutte niet hebben omarmd.
 
Binnen die lidstaten woedt ook een machtsstrijd tussen partijen die tégen verdere hulp aan de zwakke landen zijn en voorstanders ervan. Tot slot is het ook binnen de Europese instellingen niet altijd koek en ei. 
 
Stark 'wie die Mark' exit
Neem de Europese Centrale Bank. De bestuurders daarvan zijn het, om het mild te stellen, niet altijd eens over wat te doen in de crisis. Twee leden hebben het bestuur verlaten, de Duitsers Axel Weber en Jürgen Stark 'wie die Mark', iets wat ongehoord is voor centrale bankiers en dus duidelijk aangeeft hoe hoog de onenigheid is opgelopen.
 
Nee, de oplossing voor de grote problemen die Europa en de wereld hebben komt zo niet dichterbij. Grote kans dat de hooggespannen verwachtingen van de G-20 top in Frankrijk begin november voor teleurstelling zullen zorgen.
 
Voor het overige ben ik van mening dat de inflatie in de wereld dit decennium veel hoger zal zijn dan we gewend zijn.
 
 
Edin Mujagic