Fragment van ‘De belastingontvangers’ (circa 1548).
© Marinus van Reymerswale

Van wie is ons geld?

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunnen we ons monetaire systeem op een eerlijkere manier organiseren? Lees meer

Het zijn vragen waar menig econoom zijn tanden op stuk gebeten heeft. Toneelgroep De Verleiders zette een brede discussie in gang door op te roepen tot een burgerinitiatief. Met 120.000 handtekeningen moest de politiek wel reageren en nadenken over de aard en wezen van ons geld en de manier waarop het wordt gecreëerd. Dat leidde tot een opdracht voor Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) om onderzoek naar geldschepping te doen.

Op Follow The Money begon in 2015 het debat toen voormalig bankenlobbyist en auteur Robin Fransman reageerde met een open brief aan het toneelgezelschap, die werd beantwoord door Martijn Jeroen van der Linden, bestuurder van de Stichting Ons Geld. Daarnaast gaven tientallen lezers in het discussieforum hun visie op wat misschien wel dé vraag van het moment is: van wie is ons geld eigenlijk?

69 Artikelen
Coronacrisis

De redactie van FTM volgt de coronacrisis op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde.

Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie. Wereldwijd gingen landen 'op slot';  beurzen maakten een enorme duikvlucht. Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan.

De uitwerking van de coronamaatregelen op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Die zal overal pijn opleveren, en de maatregelen die we nu nemen zullen bepalen hoe de economie van de toekomst eruit zal zien. 

Nieuwe vragen doemen op: welke oplossing dient welke belangen; welke vragen raken ondergesneeuwd; hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? 

109 Artikelen

Hoe bankiers met Orwelliaanse taal hun macht over ons geld verhullen

3 Connecties

Onderwerpen

Federal reserve geldschepping

Organisaties

ECB
143 Bijdragen

Met vaagtaal en eufemismen verbloemen bankiers dat er opnieuw honderden miljarden publiek geld in het zwarte gat van de financiële sector verdwijnen. Thomas Bollen analyseert de invloed van het financiële systeem op onze democratie.

1984 is het boek waarnaar we grijpen wanneer de waarheid wordt mismaakt, de taal verwrongen, de macht misbruikt, en we willen weten hoe erg het kan worden,’ schreef The Guardian vorig jaar. Het meesterwerk van de Britse schrijver George Orwell over een totalitaire staat die alle aspecten van het leven controleert, is sinds de verkiezing van Donald Trump opnieuw een bestseller. 

In Orwells boek, gepubliceerd in 1949, staat de taal van de staat centraal: newspeak. Die taal is zo beperkt dat burgers eenvoudigweg de woorden niet meer hebben om iets te zeggen, of zelfs maar te denken, dat het regime onwelgevallig is. Woorden betekenen in newspeak hun eigen tegenovergestelde: oorlog is vrede (war is peace), vrijheid is slavernij (freedom is slavery) en onwetendheid is kracht (ignorance is strength). 

Newspeak is geen fictie, maar een extreme vorm van de misleidende taal die in de echte wereld wordt ingezet om (politieke) feiten te verdraaien. Orwell schreef er ook enkele essays over. In ‘Politiek en de Engelse taal’ uit 1945 zegt hij: ‘Politieke taal is ontworpen om leugens waarheidsgetrouw te laten lijken en moord respectabel, en de schijn van degelijkheid te geven aan niets dan wind.’

Gevaar voor de parlementaire democratie

Waar de newspeak van Donald Trump opzichtig en megalomaan is – en daardoor makkelijk te ontmaskeren – is de politieke taal van economen en bankiers veel subtieler. In hun vocabulaire is geen gebrek aan wat Orwell beschrijft als de drie belangrijkste kenmerken van politieke taal: een overmatig gebruik van het ‘eufemisme’, een stijlfiguur waarmee iets mooier, vriendelijker of minder onaangenaam wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is, ‘question-begging’, cirkelredeneringen waarmee onbewezen aannames voor waar worden aangenomen, en ‘sheer cloudy vagueness’: troebele vaagheid.

Het grote publiek, en zelfs de volksvertegenwoordiging, snapt daardoor niet meer hoe ons geldstelsel echt functioneert

Orwelliaans taalgebruik ligt in de financiële wereld verankerd in de instituties. Het grote publiek, en zelfs de volksvertegenwoordiging, snapt daardoor niet meer hoe ons geldstelsel echt functioneert. Bankiers kunnen biljoenen creëren, zonder dat er democratische inspraak is op de bestemming van dat publieke geld.

‘Er is een reden waarom het in de Confederale Staten verboden was een slaaf te leren lezen: geletterdheid is macht. In het tijdperk van credit default swaps en collateralized debt obligations zijn de meesten van ons financiële analfabeten.’ Matt Taibbi, journalist bij Rolling Stone, beargumenteerde in 2009 dat Wall Streetde kredietcrisis heeft aangegrepen om een ‘toch al overmatig complexe economie nog complexer te maken’ en daarmee een ‘historische, revolutionaire verandering van ons politieke systeem te bewerkstelligen: de transformatie van een democratie in een tweelagige staat, eentje met de ingeplugde financiële bureaucraten bovenin, en de onwetende klanten onderin.’

De newspeak van centrale banken

De coronacrisis luidt de volgende fase van die transformatie in. Orwelliaans taalgebruik is daarin opnieuw instrumenteel. Neem alleen al de onnavolgbare namen van de faciliteiten die de Amerikaanse Federal Reserve in maart uit de grond stampte om in een tijdsbestek van enkele dagen biljoenen dollars te creëren: de Term Asset-Backed Securities Loan Facility, de Commercial Paper Funding Facility, de Money Market Mutual Fund Liquidity Facility, de Primary Dealer Credit Facility, de Primary Market Corporate Credit Facility, en de Secondary Market Corporate Credit Facility.

"De ‘sheer cloudy vagueness’ van deze ingewikkelde ‘faciliteiten’, ‘programma’s’ en ‘operaties’ leidt af van de essentie: dit is geldcreatie"

De Europese Centrale Bank (ECB) doet daar niet voor onder met het Pandemic Emergency Purchase Programme (PEPP) en de Pandemic Emergency Longer-Term Refinancing Operations (PELTROs), bovenop de reeds lopende programma’s: het corporate sector purchase programme (CSPP), het public sector purchase programme (PSPP), het asset-backed securities purchase programme (ABSPP) en het derde covered bond purchase programme (CBPP3), main refinancing operations (MROs), longer-term refinancing operations (LTROs) en targeted longer-term refinancing operations (TLTROs).

De ‘sheer cloudy vagueness’ van deze ingewikkelde ‘faciliteiten’, ‘programma’s’ en ‘operaties’ leidt af van de essentie: dit is geldcreatie. In tegenstelling tot de miljoenen- en miljardenbegrotingen die door nationale parlementen moeten worden goedgekeurd, scheppen de ongekozen technocraten die aan het roer staan van centrale banken biljoenen – letterlijk met een druk op de knop van een toetsenbord.

Een factor 10.000 keer meer geld

De huidige programma’s van centrale banken zijn niet nieuw, maar hun omvang is ongekend. Paul Tucker, tijdens de kredietcrisis van 2008 vice-gouverneur van de Bank of England (BoE) en tegenwoordig voorzitter van de Systemic Risk Council, vertelde op 7 april over zijn eigen ervaringen: ‘Toen ging het slechts om tientallen, misschien enkele honderden miljoenen en dat was toen zeker geen “klein bier”. Het was “groot bier”.’ Nu gaat het om honderden miljarden en biljoenen: een factor duizend tot tienduizend keer zoveel geld als in 2008.

Banken hebben zo gezamenlijk 1308 miljard euro van de ECB geleend. Ze betalen geen rente, maar krijgen er geld op toe

De programma’s zijn grofweg in te delen in twee categorieën: opkoopprogramma’s en leenprogramma’s. De ECB schept met het Pandemic Emergency Purchase Programme (PEPP) 1350 miljard nieuwe euro’s voor de aankoop van staats- en bedrijfsobligaties. Die nieuwe euro’s en dollars komen terecht op de rekeningen van de vorige eigenaars van de staats- en bedrijfsobligaties: banken en verschillende soorten (institutionele) beleggers.

Daarnaast hebben 742 banken gebruik gemaakt van het nieuwste leenprogramma van de ECB om gezamenlijk 1308 miljard nieuwe euro’s te lenen voor hun eigen financiering. Ze betalen daarvoor geen rente maar krijgen er (publiek) geld op toe. De ECB vraagt aan de banken een onderpand in de vorm van waardepapieren (obligaties), vergelijkbaar met de manier waarop je huis als onderpand fungeert voor een hypotheek. Ook de eisen die aan dat onderpand worden gesteld zijn versoepeld. De ECB verstrekt krediet in ruil voor obligaties die door de professionele rating agencies zijn afgewaardeerd tot een niveau beneden investment grade – ze worden dus niet meer zo veilig geacht.

Steven Maijoor, voorzitter van de Europese beurstoezichthouder ESMA, uitte in Het Financieele Dagblad zijn zorgen over de gezondheid van financiële instellingen op de lange termijn: ‘Wat we [eerder] zagen waren vooral liquiditeitsproblemen [..] Nu verschuift het naar solvabiliteitsproblemen.’ In dat geval is de financiële gezondheid ook op de lange termijn niet in orde. Lex Hoogduin, hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en voormalig bestuurder van De Nederlandsche Bank, noemt de liquiditeitssteun daarom gewoon ‘subsidie geven aan banken’. ‘Dit is geen monetair beleid, maar begrotingsbeleid,’ twitterde hij. Ook Paul Tucker is kritisch. Hij erkent dat het voor de economie van belang is dat voorname kapitaalmarkten blijven functioneren, maar plaatst kanttekeningen bij wat er nu gebeurt: ‘Het is van belang dat centrale banken geloofwaardig maken dat zij geen liquiditeit zullen verschaffen aan failliete financiële instellingen. Dat is begrotingsbeleid.’

Dossier: Van wie is ons geld?

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Wat is de war on cash, en kunnen we ons monetaire systeem ook op een eerlijkere manier organiseren? In dit dossier duiken we in de fundamentele discussie rondom onze euro's.

Wil je op de hoogte blijven van dit dossier? Schrijf je in, dan sturen we je een seintje als er een nieuw artikel online staat.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

Liquiditeitssteun, het verstrekken van cash aan financiële instellingen, is in veel gevallen een Orwelliaans eufemisme: onder de dekmantel van ‘politiek onafhankelijk’ monetair beleid voeren de centraalbankiers – die stuk voor stuk nauwe banden hebben met de financiële sector – begrotingsbeleid. Ze gaan daarmee op de stoel zitten van de regering, maar leggen geen democratische verantwoording af over de bestemming van het geld: dat gaat naar kwakkelende financiële instellingen, die niet alleen kampen met korte termijn liquiditeitsproblemen, maar ook op de lange termijn ongezond zijn.

De vermeende en de echte doelen

In ‘Politiek en de Engelse taal schreef Orwell: ‘De grote vijand van heldere taal is onoprechtheid. Wanneer er een kloof bestaat tussen iemands echte en iemands verklaarde doelen, valt men bijna instinctief terug op lange woorden en versleten idioom, zoals een inktvis zwarte wolken loslaat. In ons tijdsgewricht is er niet zoiets als “van de politiek wegblijven”.’

Voor de ECB is het gat tussen de ‘echte’ en de ‘verklaarde’ doelen van haar beleid levensgroot. Zo is het enige officiële mandaat van de ECB het ‘bewaken van de prijsstabiliteit’. Die doelstelling interpreteert de ECB als een inflatiedoelstelling van 2 procent. De centrale bank kiest ervoor om daarbij een nauwe definitie van inflatie te hanteren: alleen de prijsstijgingen van consumptiegoederen tellen mee. Al 10 jaar ligt de gemiddelde prijsstijging van brood, tv’s en kroketten onder de 2 procent. De ECB haalt haar inflatiedoelstelling dus niet – ondanks een geldgroei van biljoenen. 

Orwell omschrijft het als volgt: ‘Dergelijke woorden worden vaak op bewust oneerlijke wijze gebruikt. Dat wil zeggen, degene die ze gebruikt hanteert zijn eigen persoonlijke definitie, maar staat toe dat de luisteraar denkt dat hij iets heel anders bedoelt.’

"Hoe kun je zeggen dat er geen inflatie is, terwijl de gemiddelde burger merkt dat zijn koopkracht afneemt?"

Tegelijkertijd is er buiten de ‘tunneldefinitie’ van de ECB sprake van gierende inflatie. De huizenprijzen rijzen de pan uit: de gemiddelde verkoopprijs van bestaande woningen in Nederland kwam dit jaar voor het eerst in de geschiedenis boven de drie ton uit. ‘Hoe kun je zeggen dat er geen inflatie is, terwijl de gemiddelde burger merkt dat de koopkracht van zijn salaris en de waarde van zijn spaargeld afneemt?’ zei de Spaanse econoom Daniel Lacalle in een interview met reinvent.money. 

Het secundaire doel waarmee de ECB het PEPP verantwoordt, ‘de financieringscondities in de reële economie ondersteunen, vooral voor bedrijven en huishoudens,’ wordt evenmin behaald. Grote bedrijven als Shell, British American Tobacco en LVMH kunnen zich weliswaar goedkoper financieren, maar het midden- en kleinbedrijf betaalt nog altijd forse rentepercentages voor een zakelijke lening.

Dat is geen ‘verrassing’ maar het logische gevolg van de opzet van het beleid

Met question-begging – cirkelredeneringen waarmee onbewezen aannames voor waar worden aangenomen – verbloemt de ECB wat de cijfers laten zien: het ECB-geld is nauwelijks in de reële economie geïnvesteerd, en heeft niet tot de specifieke inflatie geleid die de ECB officieel nastreeft. Dat is geen ‘verrassing’ maar het logische gevolg van de opzet van het beleid. Institutionele beleggers, de ontvangers van het ECB-geld, kopen er geen brood of nieuwe kleren van, maar herinvesteren het in aandelen, obligaties en vastgoed, waardoor de prijzen daarvan nog meer stijgen.

De ‘verklaarde doelen’ worden niet behaald, maar de ‘echte doelen’ wel: de leenkosten van Zuid-Europese eurolanden blijven laag, waardoor de euro overleeft, en de Europese bankensector kan dankzij de spotgoedkope financiering van de ECB eveneens het hoofd boven water houden.  

In de VS gebeurt precies hetzelfde. De 81-jarige econoom en historicus Michael Hudson, hoogleraar aan de Universiteit van Missouri en voormalig Wall Street-analist, verwoordt het in duidelijke taal: ‘Waarom is het oké dat de Fed 1,5 biljoen dollar creëert om aandelen en obligaties te kopen zodat rijke mensen geen koersverlies lijden, terwijl het niet oké is om 1 biljoen dollar te printen om gratis gezondheidszorg aan de gehele bevolking te bieden?’ Hij geeft meteen een verklaring waarom deze in zijn ogen ‘absurde situatie’ kan bestaan: ‘Mensen denken: “Zo erg kan het toch onmogelijk zijn?” Maar mensen die op Wall Street hebben gewerkt – 60 jaar, in mijn geval – begrijpen wat de cijfers laten zien. En dat is waarom de media niet over de echte cijfers praten, maar met vage woorden, eufemismen en een Orwelliaans vocabulaire een omgekeerde wereld beschrijven.’

Ze hanteren Orwelliaanse spreuken: de financiële sector is de reële economie, asset inflation is prijsstabiliteit, en geld is politiek onafhankelijk

Het officiële mandaat van centrale banken is zo ver uitgerekt dat het als een elastiek om een set politieke maatregelen heen past. Ze hanteren daarbij hun eigen Orwelliaanse spreuken: de financiële sector is de reële economie, asset inflation is prijsstabiliteit, en geld is politiek onafhankelijk. Centrale banken houden zo de illusie in stand dat deze geldschepping in het algemeen belang is, terwijl die in werkelijkheid een kleine groep vermogenden in de kaart speelt.

Schaduwbankieren

Die vermogende personen en bedrijven bankieren niet bij reguliere banken. Zij maken gebruik van een parallel financieel universum van Special Purpose Vehicles, Money Market Funds (geldmarktfondsen), en Repurchase Agreements (repo-contracten) – de wereld van het zogeheten ‘schaduwbankieren’.

De schaduwbancaire sector is tussen 2010 en 2018 met liefst 82 procent gegroeid en heeft nu een omvang van 51 biljoen dollar. Volgens Paul Tucker zijn de systeemrisico’s in de financiële wereld daarmee ook grotendeels verhuisd naar de schaduwbancaire sector. Regulering is volgens hem ‘onvermijdelijk’, maar hij betwijfelt of die er ook komt: ‘De lobbykracht, vooral van niet-banken in de financiële sector, is de afgelopen 10 jaar enorm gegroeid.’

DNB-president Klaas Knot constateerde in januari 2020 in zijn rol als vice-voorzitter van de Financial Stability Board (FSB), verantwoordelijk voor het bewaken van de stabiliteit in het systeem: ‘Niet-banken spelen een steeds belangrijkere rol in het mondiale financiële systeem.’ De FSB zocht de oplossing echter niet in strengere regels en toezicht, maar in vaagtaal: in 2018 kondigde de FSB aan dat de naam ‘shadow banking’ werd vervangen door de term ‘non-bank financial intermediation’. De European Systemic Risk Board (ESRB) kon niet achterblijven en doopte de ‘EU Shadow Banking Monitor’ om naar de ‘EU Non-Bank Financial Intermediation Risk Monitor’.

Dossier: Coronacrisis

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen zijn ongekend. De uitwerking ervan op de wereldeconomie is, net als het virus zelf, nog grotendeels onbekend. Wat we al wel kunnen vaststellen: een nieuwe economische crisis is begonnen. Hoe verdelen we de schaarse middelen, en hoe houden we essentiële diensten en structuren overeind? Welke oplossing dient welke belangen? Die vragen staan de komende weken centraal op Follow the Money.

Wil je niets missen? Volg dit dossier, dan sturen we je een seintje als er een nieuw artikel online staat.

Lees verder Inklappen
Inschrijven

‘Non-bank financial intermediation’ klinkt een stuk vriendelijker dan schaduwbankieren, maar het verandert niets aan de essentie van wat schaduwbanken doen: geld scheppen. Net als commerciële banken, maar dan buiten het bancaire toezicht om van DNB, de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de European Securities and Markets Authority (ESMA). 

Morgan Ricks, voormalig investeringsbankier en hoogleraar aan de Vanderbilt Law School, schrijft in zijn boek The Money Problem: ‘De opkomst van schaduwbankieren is de zoveelste herhaling van het bekende historische patroon. Opnieuw is de piramide van bestaand geld voor speculatieve doeleinden uitgebreid met een nieuw surrogaat van geld.’

Vermogende mensen, grote bedrijven met veel geld (zoals Apple en Google) en institutionele beleggers hebben miljarden onder beheer. Die kunnen ze om veiligheidsredenen niet zomaar op een bankrekening parkeren. De garantie van spaargeld door de overheid, het depositogarantiestelsel, is in Europa gelimiteerd tot 100.000 euro en in de VS tot 250.000 dollar. De bedragen die institutionele beleggers aanhouden als ‘liquide middelen’ zijn op een bankrekening dus niet ‘verzekerd’ tegen een faillissement van de bank. Investeringen in geldmarktfondsen en repo-contracten zijn hun ‘veilige alternatief’ voor een bankrekening. 

Schaduwbancaire geldtegoeden zijn dus vergelijkbaar met een banktegoed bij de Rabobank, de ING of ABN Amro

De Amerikaanse econoom Gary Gorton beschrijft in zijn boek Misunderstanding Financial Crises: Why We Don't See Them Coming hoe de aandelen van geldmarktfondsen, repo-contracten en andere kortetermijn-schuldpapieren in essentie allemaal vormen zijn van ‘privaat geld’. Schaduwbancaire geldtegoeden zijn dus vergelijkbaar met een banktegoed bij de Rabobank, de ING of ABN Amro.

Grote schaduwbanken – deels gewoon andere afdelingen van banken als JP Morgan, Bank of America, Deutsche Bank en de ING, maar ook grote vermogensbeheerders als BlackRock, Fidelity en Vanguard – geven repo-contracten en geldmarktfonds-aandelen uit. Ze beloven dat die waardepapieren 1-op-1 inwisselbaar zijn voor een andere, meer liquide vorm van geld. Ze ‘verkopen’ geldmarktfonds-aandelen als inwisselbaar voor banktegoeden, en banktegoeden worden op hun beurt ‘verkocht’ als inwisselbaar voor contanten: de harde euro’s en dollars van de ECB en de Fed.

Een verzekering tegen bankruns

Dat systeem functioneert zolang er geen paniek ontstaat. In crisistijd blijken die ‘private geldvormen’ (repo-contracten,  geldmarktfonds-aandelen en ongedekte banktegoeden) toch minder veilig te zijn. De preferentie voor overheidsgeld (contant geld, centrale bankreserves, en gegarandeerde banktegoeden), neemt in zo’n geval exponentieel toe. En net als bij een reguliere bank ontstaan er ook bij deze geldmarktfondsen problemen als iedereen tegelijk zijn ‘geld’ van zijn rekening wil halen. 

De corona-uitbraak schiep in maart zo’n crisissituatie. De eerder genoemde Steven Maijoor zei in het FD: ‘Door de onrust wilden de professionele beleggers in dit specifieke segment hun investering in cash omzetten. Maar als de onderliggende markt voor kortlopende schulden niet liquide is, komen geldmarktfondsen in de problemen.’ Net als in 2008 vond er een bankrun plaats op geldmarktfondsen en repo-contracten.

De ECB en de Fed hebben in feite een permanente overheidsgarantie afgegeven voor privaat geld, zonder dat regeringen daarmee hebben ingestemd

De wisselbelofte kon toen niet worden nagekomen: het ‘veilige geld’ dat de schuldeisers opeisten was niet direct beschikbaar, maar was uitgeleend aan andere partijen. Wanneer er niet ingegrepen was en de markt had zijn werk gedaan, hadden investeerders in deze geldmarktfondsen een deel van hun geld verloren. Maar de ECB en de Federal Reserve hebben dit opnieuw voorkomen door de digitale geldprinters aan te zwengelen. Ze hebben in feite een permanente overheidsgarantie afgegeven voor privaat geld, zonder dat democratische regeringen daarmee hebben ingestemd.

Die garantie bestaat eigenlijk al vanaf 2008. Private partijen weten inmiddels dat hun geld impliciet wordt gedekt door centrale banken. Banken en schaduwbanken hebben daardoor geen rem op geldschepping in goede tijden. Het levert ze immers private winsten op, terwijl de risico’s worden gesocialiseerd. Centrale banken hebben daarmee de perverse prikkels die bijdragen aan instabiliteit verankerd in het monetair-financieel systeem. 

De afgelopen maanden hebben centrale banken opnieuw en masse publiek geld omgewisseld voor private geldvormen die de marktpartijen zelf niet meer wilden hebben. Er is dus een publieke verzekering uitbetaald aan de houders van het private geld, terwijl ze helemaal geen verzekering hadden afgesloten – en ze dus ook geen premie hebben betaald aan de rest van de bevolking. 

Hervorming van het geldstelsel

Anat Admati, hoogleraar Financiën aan de Stanford University, schreef in 2016: ‘In een werkende democratie komt politieke verandering voort uit publieke druk, wat inzicht en een goed begrip vereist. Publieke kennisontwikkeling is uitermate belangrijk, opdat mensen vernuftiger worden in hun eigen omgang met het financiële systeem, en opdat ze voorbij de mist van verwarring kunnen kijken.’ 

Initiatieven als het Britse Positive Money, de Duitse Monetative en de Nederlandse stichtingen Ons Geld en Full Reserve hebben aan die kennisontwikkeling bijgedragen door de weeffouten binnen ons geldstelsel aan te kaarten. Dat leidde in 2016 op verzoek van de Tweede Kamer tot een onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). In 2019 bepleitte de WRR de oprichting van een ‘betaalbank die alleen centralebankreserves aanhoudt’. Op die manier krijgt de burger de mogelijkheid zijn geld digitaal te stallen zonder kredietrisico bij een commerciële bank te lopen.

Zo’n veilige haven is volgens de WRR een voorwaarde om de ‘publiek-private verwevenheid’ tussen overheden en banken te doorbreken

Zo’n veilige haven is volgens de WRR een voorwaarde om de ‘publiek-private verwevenheid’ tussen overheden en banken te doorbreken. Het zou een eerste stap kunnen zijn van een fundamentele herinrichting van ons geldstelsel, waardoor de garanties en subsidies voor (schaduw)banken uiteindelijk kunnen worden afgeschaft en marktwerking zijn herintrede kan doen.

Op 24 juni wordt hierover opnieuw gedebatteerd in de Tweede Kamer. Maar zoals Anat Admati schrijft: ‘Een verstandige discussie voeren is moeilijk wanneer het debat wordt vertroebeld door desinformatie en verwarring.’ Het Orwelliaanse karakter van het financiële vocabulaire draagt eraan bij dat het publieke gelddebat eenvoudig kan worden gesaboteerd. Achtereenvolgende ministers van Financiën hebben elke poging tot een zinnige parlementaire discussie over de inrichting van het geldstelsel afgewimpeld met één lullig zinnetje: ‘Het is aan de ECB om in onafhankelijkheid over monetair beleid te beslissen.’ Minister Hoekstra zou beter moeten weten: de ECB heeft een beperkt uitvoeringsmandaat en de politieke keuzes over de inrichting van ons geldstelsel horen binnen een parlementaire democratie niet gemaakt te worden door ongekozen technocraten. 

Maar zoals Orwell zegt: ‘Als het denken de taal kan corrumperen, kan de taal ook het denken corrumperen. Slecht gebruik kan zich via traditie en navolging voortzetten, zelfs onder mensen die beter kunnen en moeten weten.’

Thomas Bollen
Thomas Bollen
Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.
Gevolgd door 5035 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren