© CC BY-NC 2.0/Tom Blackwell

Worden vrijheid en privacy een voorrecht voor de rijken?

    De digitale revolutie heeft ons veel gebracht, maar bergt ook een groot gevaar in zich. In het derde deel van zijn serie over neoliberalisme buigt Maarten van der Kloot Meijburg zich over de gevolgen van ongebreidelde dataverzameling en -analyse door grote techbedrijven.

    De marktgedreven kenniseconomie heeft dan wel geen nieuwe industriële revolutie veroorzaakt, ze heeft wel een digitaal datalandschap gecreëerd dat ons op termijn in staat zal stellen om al onze sociale en economische problemen op te lossen. Dat is althans een andere mythe waarmee vooral de techondernemers uit Silicon valley de waarde van het neoliberale gedachtegoed aan de man brengen. Maar om de mythe te verwezenlijken moet er nog wel het een en ander gebeuren. Volgens de techondernemer en hedgefundmanager Peter Thiel in zijn essay The Education of a Libertarian bevinden we ons in een dodelijke race tussen politiek en technologie. Het lot van onze wereld zou bepaald kunnen worden door de inzet van één persoon die begint met het bouwen met of in gang zetten van de machinerie van de vrijheid, die de wereld rijp zal maken voor kapitalisme.

    Sociaal datamanagement

    Volgens Thiel zal de machinery of freedom een open datamarkt creëren die burgers kunnen gebruiken om van zichzelf een merk te maken en ondernemer te worden. Als ondernemers regelen we onze eigen zaken zonder tussenkomst van een overheid. Brian Chesky, de ceo van Airbnb verwoordde het nog duidelijker: 'Wat gebeurt er als iedereen een merk is? Als iedereen een imago heeft? Elke persoon kan een ondernemer worden?’ Als we de machinery of freedom haar gang laten gaan, zal er vanzelf een kapitalistische heilstaat ontstaan waarin we als vrije ondernemers ons eigen lot bepalen en waar politiek wordt vervangen door de oplossingen van de datatechnologie. Eric Schmidt van Google denkt zelfs dat als we de startups in Sillicon Valley hun rol als innovators en disruptors laten spelen, er ook een oplossing zal worden gevonden voor het probleem van economische ongelijkheid. Maar zoals Evgeny Morozov in zijn boek To Save Everything, Click Here opmerkt, weet Sillicon Valley niet echt duidelijk te maken hoe al die apps, sensors en feedback loops van startups onze maatschappelijke problemen gaan oplossen. Worden we straks allemaal aangestuurd met sociaal datamanagement dat ons handelen voor iedereen transparant maakt en we ons daardoor correct gedragen omdat we beseffen dat incorrect gedrag voor iedereen zichtbaar is en onze reputatie aantast? Bedrijven als Amazon gebruiken het nu al om hun werknemers aan te zetten tot meer en betere prestaties. Zoals een werknemer van Amazon het in een artikel in de New York Times zei: ‘Het geniale van Amazon is de manier waarop ze [haar werknemers] stuurt om zichzelf te sturen. Als je een goede Amazonian bent, word je een Amabot.’

    Amazon stuurt haar werknemers om zichzelf te sturen

    Nieuwe machthebbers

    Volgens de tech-ondernemers uit Silicon Valley hebben we straks geen rechtsstaat en overheid meer nodig, omdat lerende computers met slimme algoritmen op basis van digitale informatie die rollen zullen overnemen. Zo werken de bedrijven Bloomfire en IBM samen om met het API-data-inzicht algoritme (API’s zijn de digitale toegangspoorten tot gebruiksdata) van IBM’s supercomputer Watson te integreren met de sociale netwerkkennis-software van Bloomfire. Hiermee kan er intelligent naar specifieke data en datapatronen worden gezocht, en kunnen deze worden geanalyseerd. Met dergelijke systemen kunnen sociale media en digitale technologie in de toekomst de democratie en de overheid vervangen, zo is het idee. De sociale media geven de stem van burgers meer volume waardoor de maatschappij ogenschijnlijk democratischer wordt, terwijl ze de machthebbers tegelijkertijd gereedschappen geven waarmee burgers te controleren en te sturen zijn. De machthebbers van de toekomst zijn dus degenen die toegang hebben tot de gebruiksdata van de sociale media en API’s. Zonder goede institutionele borging van die ontwikkeling, laat het zich makkelijk raden wie die machthebbers zullen zijn. Het zijn de bedrijven als Google en Facebook die op de uitgangen van het vrije world wide web gebruikers afvangen met hun eigen netwerken en daardoor de uitwisseling en toegang tot (sociale) data kunnen beïnvloeden.

    De machthebbers van de toekomst zijn degenen die toegang hebben tot de gebruiksdata van de sociale media en de de API's

    Geholpen door een overvloed van kapitaal uit de financiële sector en het op innovatie gerichte beleid van de Europese Unie, bestaat het gevaar dat zulke bedrijven straks met behulp van kunstmatige intelligentie en de big data van API’s niet alleen gaan dicteren wat we consumeren, maar ook hoe we gaan leven. De digitale verslimming van ons dagelijkse leven met onder andere slimme horloges, slimme meters en slimme auto’s zal dit proces versnellen. Google-CEO Eric Schmidt maakte in een recent interview duidelijk dat ze daar nu al de middelen voor hebben: ‘We weten waar je bent, we weten waar je geweest bent. We kunnen min of meer weten waar je aan denkt.’

    We weten waar je auto rijdt

    Niet alleen de Googles van deze wereld weten alles van ons, ook bedrijven uit de automobielindustrie weten door de digitale technologie in auto’s veel van onze levenswandel. Vorig jaar zei Jim Farley, een hoge Ford-bestuurder: ‘We kennen iedereen die de wet overtreedt, en we weten wanneer je dat doet. We hebben GPS in je auto, dus we weten wat je doet.’ Ter geruststelling merkte hij daarbij wel op: ‘We stellen die gegevens aan niemand beschikbaar.’ De internetscepticus Evgeny Morozov vreest dat dit soort bedrijven the middleman wordt ‘die staat tussen jou en je koelkast, jou en je auto, jou en je prullenbak.’

    Een gevolg van dergelijke constructies met middelman-bedrijven wordt gegeven door techno-criticus Ilija Trojanow. Hij wijst in dit artikel op de gevaren van deze ontwikkeling:

    De technologie die nu beschikbaar is om mensen digitaal te volgen heeft nooit eerder zo’n grote inbreuk gemaakt op hun levens. Willen we de nieuwe totalitaire dreiging kunnen zien, dan moeten we beseffen dat het niet langer gaat om de onderdrukking van het individu, maar om de totale en absolute controle over de gehele samenleving.

    De overheden en politici van de EU lijken de gevaren van de massale opslag en analyse van gebruikersdata te onderschatten. Vertrouwende op vrije marktkrachten en vol van de verworvenheden van de digitale revolutie, laat de politiek ook op dit dossier de regie grotendeels over aan de private sector en vertrouwt zij erop dat die sector door zelfregulering verantwoord ethisch met het maatschappelijk belang zal omgaan, in plaats van bedrijfseconomisch. Er wordt dan ook te weinig beleid ontwikkeld om de activiteiten van de grote techbedrijven institutioneel in te kaderen en juist teveel beleid om deze bedrijven tegemoet te komen. Zo kunnen door de nieuwe EU Payment Service Directive 2 (PSD2) externe partijen toegang tot betaalrekeningen krijgen om online betaaldiensten aan te kunnen bieden en betalingen te kunnen verwerken. De digitale technologie dringt steeds verder door in de levens van mensen. Data zijn een eerste levensbehoefte geworden en de Europese Unie staat toe dat de grote techbedrijven die levensbehoefte monopoliseren. Hoewel deze cumulatie van marktmacht volgens sommige economen, onder wie Milton Friedman, moet worden geprezen als een beloning voor efficiency, maakt hij mensen wel erg kwetsbaar. Via digitale systemen kan en wordt er inbreuk op hun privacy gepleegd.

    "Data zijn een eerste levensbehoefte geworden en de EU staat toe dat de grote techbedrijven die levensbehoefte monopoliseren"

    Verbroken beloftes

    De EU onderkent dit en daarom zal er in mei 2018 een nieuwe Europese wet voor databescherming (General Data Protection Regulation of GDPR) worden ingevoerd, met aangescherpte regels voor bescherming van persoonsgegevens. Het ligt voor de hand dat de scherpe kantjes van de wet zullen worden weggelobbyd, maar ook als dat niet gebeurt zal met deze wet de impact van digitale revolutie voor de burger waarschijnlijk niet afdoende institutioneel zijn ingekaderd. Zo keurde de Europese Commissie in 2007 de overname van het advertentiebedrijf DoubleClick door Google goed, en daarmee een vrijwel onbeperkte toegang van Google tot de persoonsgegevens van internetgebruikers die Doubleclick over de gehele wereld verwierf. Om een te dominante positie te voorkomen, beloofde Google dat het de persoonsgegevens van internetgebruikers van Doubleclick niet in zijn database zou integreren, maar die belofte werd al in 2016 gebroken. Facebook lijkt hetzelfde te doen. Ook dit bedrijf misleidde de EU door voorafgaand de overname van Whatsapp door onjuiste informatie te verstrekken over het gebruik van de persoonsgegevens van de gebruikers. Gelukkig was de EU nu wel alert. Facebook is inmiddels door de EU aangeklaagd.

    De EU kadert de impact van de digitale revolutie niet afdoende institutioneel in

    Aan het succes van de digitale datarevolutie wordt niet getwijfeld. De data-industrie is uitgegroeid tot een miljardenbusiness  die bijdraagt aan economische groei en innovatie, en de toepassing van datatechnologie is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Het biedt veel mogelijkheden om het leven van mensen te versimpelen en sociale interactie te bevorderen. Er kleven echter ook gevaren aan de manier waarop datatech-giganten tot in de poriën van onze samenleving doordringen. Maar omdat economische groei en innovatie de zuurstof van de interne Europese markt vormen, worden die gevaren door de regeringen van de Europese Unie vaak te gemakkelijk weggewuifd. De EU van na het Verdrag van Maastricht is zo een ideaal speelveld geworden voor techno-oligarchen als Travis Kalanick (Uber), Eric Smith (Google), Joe Gebbia (Airbnb) en Peter Thiel (PayPal) om Milton Freedman’s droom te verwezenlijken. Alleen leidt dit vaak vooral tot marktdominantie en is het maar zeer de vraag of het ook meer vrijheid oplevert. De grote techbedrijven zullen die dominantie gebruiken om de digitale economie, die draait op de monetisatie van de persoonsgegevens van burgers, steeds nadrukkelijker aan ons op te dringen terwijl we als burgers weinig tot geen controle over hun digitale verdienmodel hebben. Vooral minder vermogende mensen zullen hiervan de dupe worden. Zij zullen de verlokking om hun persoonsgegevens te ruilen voor goedkopere of gratis digitale diensten moeilijk kunnen weerstaan.

    Algoritmische regulering

    De apologeten uit Sillicon Valley geloven oprecht dat hun digitale wereldorde het welzijn van de mensheid zal bevorderen en dat de moderne staat kan worden omgebouwd tot een mechanische entiteit die haar activiteiten constant afstemt en herziet op basis van met real time data gevoede slimme algoritmes. Tim O'Reilly, de invloedrijke technologie-mediamagnaat, heeft voor deze nieuwe vorm van regeren zelfs al een naam bedacht: algorithmische regulering. Hij gelooft dat met datatechnologie oplossingen kunnen worden gevonden voor alle maatschappelijke problemen, waardoor een overheid eigenlijk overbodig wordt. Misschien heeft hij gelijk, want het zal niet heel lang meer duren voordat alles en iedereen met sensoren en API’s is uitgerust. Dan kunnen slimme algoritmes op basis van real time API-data optimaal maatschappelijk anticiperen. Het is dan ook niet meer nodig om de burger te betrekken of te overtuigen. Alle informatie is al real time beschikbaar via de digitale toegangspoorten. Het enige dat dan nog moet gebeuren is dat erop wordt toegezien dat alles en iedereen verbonden is met hetzelfde datanetwerk. Als burger wordt je belangrijkste maatschappelijke taak het leveren van digitale informatie aan het netwerk en de belangrijkste taak van de overheid wordt het bestraffen van de nalatige uitvoering van die taak. Zoals Evgeny Morozov in zijn stuk The rise of data and the death of politics voor The Guardian aangeeft, wordt het begrip vrijheid daarmee wel vernauwd tot de vrije stroom van informatie.

    Tegenover de utopie van een naadloos digitaal systeem, staat een dystopie van een beheersingsnet

    Ondanks de zegeningen van de neoliberale datarevolutie, is het de taak van alle Europese politieke partijen die het begrip ‘vrijheid’ hoog in het vaandel hebben staan om beleid te ontwikkelen dat de potentiële gevaren van de datarevolutie voor de burger en de democratie verkleint. Want tegenover de utopie van een naadloos functionerend digitaal systeem dat ‘in de cloud’ door een slim algoritme wordt geregeld zodat onze handelingen worden aangestuurd met de best beschikbare kennis, staat de dystopie van digitalisering en connectiviteit die ons zal vastsnoeren in een beheersingsnet van overheid en big-databedrijven als Google en Facebook.

    We kunnen het verloop van datarevolutie niet alleen aan de vrije markt en de goede bedoelingen van datatech-ondernemers overlaten. Neoliberale marktdrift mag er niet toe leiden dat privacy en vrijheid in de toekomst alleen bestaan voor de gefortuneerden. Het verzamelen en analyseren van digitale gegeven zou institutioneel beter moeten worden ingekaderd om de genoemde gevaren te mitigeren en om burgers optimaler te laten profiteren van alle mogelijkheden die de digitale revolutie biedt.

    Maarten van der Kloot Meijburg stelt in zijn reeks artikelen fundamentele kwesties aan de kaak die ons economisch systeem behelzen. Op donderdagavond 30 maart praten we over een belangrijk onderdeel daarvan: de mate waarin schuld de economie in zijn greep houdt. Televisiepresentator Jort Kelder en FTM-hoofdredacteur Eric Smit zullen onder andere met hoogleraar Dirk Bezemer en journalist Maarten Schinkel (NRC) in gesprek gaan. Er zijn nog kaarten beschikbaar!

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Maarten van der Kloot Meijburg

    Maarten van der Kloot Meijburg (1960) is directeur van adviesbedrijf MKM Consultancy, en partner van  energie-consultants Eem...

    Volg Maarten van der Kloot Meijburg
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren