Een duurzame economie

Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws is dat dat mogelijk is, als de economie een echte wetenschap wordt. Maar daar is nogal wat voor nodig. Een omslag in denken, om te beginnen. En een boek. Lees meer

Onze wereld wordt geteisterd door grote structurele problemen. Klimaatverandering, armoede, instortende economieën, om er een paar te noemen. We beschikken over tal van middelen om deze op te lossen. Dat de problemen desondanks blijven bestaan, is volgens wetenschapper Niko Roorda een kwestie van economie. Vrijwel alle grote tragedies in de wereld, meent hij, zijn er doordat we economisch gezien niet begrijpen wat we doen. We moeten toe naar een economisch systeem dat intrinsiek duurzaam is, en hebben een economische wetenschap nodig die dat ontwerpt en invoert. Hierover schrijft Niko Roorda zijn nieuwste boek, en dat wil hij samen met de lezers van FTM doen.

55 Artikelen

Over geld – en wat is dat eigenlijk?

2 Connecties

Onderwerpen

Geld Waarde
216 Bijdragen

Economie is niet per definitie verbonden aan geld. Maar in onze westerse praktijk is ze dat wel degelijk. Er vindt geen transactie plaats zonder financiële uitwisseling. Maar wat is geld eigenlijk? Daarover buigt Niko Roorda zich in hoofdstuk 2 van zijn boek.

Voorwoord

Hoofdstuk 1, waarvan de publicatie op FTM twee weken geleden werd voltooid, had een inleidend karakter. Het bood een overzicht van het boek, zoals dat althans op dit moment gepland is: een planning die nog zou kunnen veranderen, onder meer naar aanleiding van commentaren in het forum van FTM. Hoofdstuk 1 introduceerde bovendien twee begrippen die voor het boek van cruciaal belang zijn: ‘protowetenschap’ en ‘impetuswoorden’.

Tjonge, wat een gave discussies heeft hoofdstuk 1 opgeleverd. Ook die laatste etappe, van twee weken geleden, leverde een schat aan informatie en ideeën op, wat mij (en anderen, zo te zien) danig aan het denken heeft gezet. Ik wil net niet zover gaan dat ik de deelnemers aan het forum ga noteren als coauteurs – ik hoop dat je me dat niet kwalijk neemt – maar het boek wordt op deze manier echt een werk van velen.

Vandaag begint het eerste echt inhoudelijke hoofdstuk: hoofdstuk 2, ‘Geld en andere waarden’. Je krijgt eerst een korte inleiding, gevolgd door de eerste paragraaf. Een centraal thema van het hoofdstuk is: wat is geld eigenlijk? En hoe verhoudt zich dat tot het meer algemene begrip ‘waarde’?

Lees verder Inklappen

Hoofdstuk 2: Geld en andere waarden

U kent de A$eïsten toch wel? Maar u weet wellicht niet dat zij hun oorsprong hebben in een klein dorpje in Ontario, Canada: Fort Frances, dat pal tegen de Verenigde Staten aan ligt. Bijna rakend aan Fort Frances, maar aan de andere kant van de grens in Minnesota, ligt een dorpje met de passende naam International Falls. Van de tweelingdorpjes is het Canadese, met 8000 inwoners, groter dan zijn zuidelijke buur, dat 6000 inwoners telt en krimpt.

Jarenlang was er een bloeiende handel tussen de dorpjes, die naar men zegt vooral bestond uit de smokkel van schoon water. De handel werd verrekend in Amerikaanse dollars (USD), en dat ging een hele tijd goed, totdat de waarde daarvan in vergelijking met de Canadese dollar (CAD) in de eerste helft van 2003 sterk daalde. Hoewel achteraf gezien de daling nog wel meeviel (begin 2003 was 1 USD bijna 1,60 CAD waard, een halfjaar later 1,35), waren er een paar teleurgestelde handelaren, die betere tijden hadden gekend en rondvertelden dat ze hun geloof in de US-dollar waren kwijtgeraakt. Anderen, die dat hoorden, meenden te begrijpen dat deze dollar niet meer bestond. Was hij misschien opgeheven?

Het duurde slechts enkele weken totdat het verhaal in Fort Frances rondzoemde dat de dollar van hun zuiderburen helemaal nooit bestaan had. Dat het een verzinsel van de Yankees was. Nadat vervolgens een prediker van een plaatselijke kerk, de New Beginnings Fellowship, deze boodschap vanaf de kansel bevestigde terwijl zijn volgelingen genoten van de Community Soup, werd de soep vergeten en het A$eïsme geboren. 

Daar bleef het niet bij. De geschrokken en gepassioneerde A$eïsten deelden hun overtuiging met iedereen die het wilde of moest horen. Het geloof dat de Amerikaanse dollar niet bestond en nooit bestaan had, breidde zich uit als een olievlek. Via de highways 11 en 12 werd de stad Winnipeg bereikt en aangestoken, daarna Ottawa en Montreal, en terwijl het aantal gelovigen (misschien is ongelovigen een beter woord) de dertigduizend passeerde, stak de nieuwe kerk ook de oceaan over, waarna vooral Frankrijk, Portugal en Marokko in vlam gezet werden. In grote steden gingen miljoenen mensen de straat op en riepen in koor: ‘De dollar bestaat niet!’ en ‘We worden voor de gek gehouden!’

Niet lang daarna sloeg de overtuiging dat de Amerikaanse dollar een sprookje was zo hevig toe, dat bankdirecteuren en ministers vreesden voor de gevolgen voor de wereldeconomie. Als gevolg daarvan zakte de koers van de dollar in rap tempo, waardoor de kans ontstond dat de A$eïstische overtuiging letterlijk een selffulfilling prophecy ging worden. Enfin, het vervolg kent u. 

Toegegeven: dat vervolg kent u niet, want het bovenstaande is niet gebeurd. Aan de andere kant: bestaat de dollar eigenlijk wel? 

Er is een goede kans dat u daar redelijk overtuigd van bent. Maar de vraag die u zich zou kunnen stellen is: als u inderdaad gelooft in het bestaan van de dollar, waar gelooft u dan feitelijk in?

Er was ooit een tijd dat er nog geen reden was om in geld te geloven. Het bestond nog helemaal niet, net zoals er ooit een tijd zal komen dat geld niet langer bestaat: bijvoorbeeld omdat er geen mensen of hun opvolgers meer zijn. Of omdat mensen of hun opvolgers in iets anders zijn gaan geloven.

Economie is meer dan geld alleen. Economie gaat over menselijke behoeftebevrediging en alles wat daarvoor nodig is, zoals de productie van waardevolle goederen, de handel erin en het transport ervan, en het leveren van overige diensten. Waar goederen en diensten schaars zijn, niet onuitputtelijk of vrijuit en kosteloos beschikbaar dus, gaat het bovendien over de verdeling daarvan tussen mensen en tussen groepen. En dus gaat het ook over werk, over bedrijven, over markten en over consumenten. Over besturen, regeren, overheden, politiek en burgers. En over alle wisselwerkingen daartussen.

Economie kan in bepaalde contexten prima zonder geld. Binnen een gezin worden veel diensten geleverd zonder afrekenen: koken, schoonmaken, timmerklusjes. Hetzelfde gold en geldt binnen bepaalde kleine gemeenschappen, bijvoorbeeld in sommige ‘primitieve’ of moderne dorpen en in een aantal idealistische communes. Maar in de overheersende systemen, zeker in het op westerse leest geschoeide wereldwijde kapitalistische systeem, vindt bij vrijwel iedere transactie ook uitwisseling van geld plaats. Theoretisch mag economie niet gelijk zijn aan financiën, in de praktijk is dat grotendeels wel het geval. “Geld is voor de economisch actieve mens als water voor een vis: geen activiteit is mogelijk zonder”, aldus Wijffels et al (2015). De kapitalistische economie is “een economie waarin de productie wordt georganiseerd met als doel winst te maken” (Chang, 2014). De kapitalistische economie, dat is onze economie, of je dat nu leuk vindt of niet. Elk economisch kapitaal heeft een waarde die in geld wordt uitgedrukt. Kapitalisme – dus geld – dat zijn wij. Geld is macht, en wie de macht heeft, beheerst de economie. Daarom ligt in dit hoofdstuk de nadruk op geld.

1. Monetaire systemen

Het oudste geld is vermoedelijk bedacht in Mesopotamië, in het eerste machtige koninkrijk dat onze planeet gekend heeft: Babylonië. Millennialang had de jonge mensheid gebruikgemaakt van ruilhandel. Maar bij omvangrijke handel, en vooral ook bij de belastinginning, werd dat erg omslachtig, en dus werden er – ergens tussen 3000 en 2500 voor Christus – voorwerpen geïntroduceerd die symbool stonden voor echte goederen. Dat kon nuttig spul zijn: zo heeft graan de rol vervuld van ruilmiddel, net als koeien, schapen en geiten, evenals (veel) later zout (‘sal’) waarmee Romeinse soldaten betaald werden: vandaar ons woord salaris. Vaker ging het om nutteloze, maar fraaie voorwerpen. In Babylon betrof dat bijvoorbeeld zilveren ringen met een gestandaardiseerd gewicht of kleitabletjes met tekens erin. Gaandeweg namen de ruilmiddelen steeds vaker de vorm aan van kleine platte voorwerpen, en begonnen de eerste munten aan hun verovering van de mensenwereld.

Gaandeweg ontstonden er in andere culturen eveneens machtige koninkrijken: in China, Egypte, India, Midden- en Zuid-Amerika, de sub-Sahara, Cambodja en meer. Elke cultuur bedacht haar eigen geld, of op zijn minst iets wat op geld leek. Dat nam allerlei vormen aan, bijvoorbeeld kunstvoorwerpen van jade bij de Maya’s of schelpen – echte of nagemaakt in koper of brons – bij de Chinezen en elders. Daarmee vormen deze diverse geldsystemen een mooie metafoor voor de manier waarop menselijke culturen in tal van gebieden spontaan zijn ontstaan en gegroeid: onafhankelijk van elkaar, op zijn minst deels, met een kleur- en geurrijke verscheidenheid. 

Dat ongeordende groeiproces komt zo ongeveer overeen met de manier waarop schimmelculturen in een petrischaaltje onafhankelijk van elkaar kunnen ontstaan en groeien, net zo ang totdat ze elkaar beginnen te raken en beconcurreren: zie figuur 2.1. Die vergelijking klinkt misschien wat onaardig, maar het is een belangrijke constatering, omdat het betekent dat de wereldwijde menselijke samenleving ontstaan is zonder doel of plan, en dus met een tamelijk willekeurige vorm en structuur. We deden maar wat! Verderop in dit boek zal die constatering een grote rol spelen: het is wellicht de grootste oorzaak van alle onduurzaamheid in de wereld.

Een gedachtenexperiment

Stelt u zich eens voor. In de wereld waarin u leeft bestaat nog geen geld. Ook niet iets wat daarop lijkt. Geen banken. Geen aandelen, geen obligaties, geen leningen, geen kapitalisme, niets. Handel is alleen ruilhandel, zuiver en direct, zonder gebruikmaking van symbolen. Misschien verkeert u in die situatie doordat u in een ver en naïef verleden woont. Of misschien leeft u in het heden, maar dan in een parallelle wereld of zo die veel op de onze lijkt maar dan zonder geld: kiest u maar.

Stelt u zich eens voor, dat in die denkbeeldige situatie een vertegenwoordiger van de regering naar u toe komt die u vraagt:

  • ‘Wilt u voor ons iets bedenken wat de handel wat gemakkelijker maakt?’
  • ‘U bedoelt een soort ruilstelsel met symbolen of zo?’ informeert u.
  • ‘Precies!’ krijgt u als antwoord. ‘Een of ander systeem. Dat u voor ons bedenkt. Met symbolen. En misschien met instituties, reglementen, tradities, mooie functies, dat soort dingen.’
  • ‘Maar waarom? Waartoe, en zo?’
  • ‘Wel, om ervoor te zorgen dat alles gladjes verloopt. Dat iedereen het een beetje leuk heeft. En het allemaal netjes blijft. Zodat het volk niet in opstand komt, ziet u?’
  • ‘Wel,’ zegt u peinzend, ‘ik zal er mijn gedachten eens over laten gaan. Ik laat het u nog weten.’

Als u zo’n verzoek ontvangt, zult u vermoedelijk niet direct beginnen met het slaan van munten. Of het telen van koeien of winnen van zout. De kans is aanzienlijk dat u eerst gaat nadenken over de eigenschappen die zo’n ‘monetair systeem’ moet bezitten. Een logische vraag is dan bijvoorbeeld: wat voor doelen zou een monetair systeem nu eigenlijk moeten dienen, en wat zouden vanzelfsprekende eisen en randvoorwaarden zijn waaraan zo’n systeem moet voldoen?

Enkele van zulke doelen of randvoorwaarden zouden bijvoorbeeld kunnen zijn:

  • Verdeling: Inkomsten en bezittingen worden een beetje redelijk gedeeld of verdeeld, zodat armoede, honger en extreme ongelijkheid niet bestaan en iedereen een beetje prettig kan leven.
  • Saamhorigheid: Kwetsbaren, zoals kinderen, ouderen, zieken, gehandicapten en afwijkenden worden financieel beschermd en gesteund. Iedereen eigenlijk, waar dat nodig is.
  • Arbeid: Een eerlijke beloning wordt gegarandeerd voor geleverd werk. Dat werk is zinvol, passend, bevredigend en voor iedereen beschikbaar.
  • Handel: Eerlijke handel wordt bevorderd. Wellicht is oneerlijke handel zelfs onmogelijk of ondenkbaar.
  • Leefomgeving: Iedereen wordt op een vanzelfsprekende wijze gestimuleerd om zorgvuldig om te gaan met alles wat van waarde is, zoals grondstoffen, natuur, mensen, cultuur, milieu.
  • Waarde: Deze waarden, en die van goederen, diensten en kosten, worden op een reële manier tot uitdrukking gebracht.
  • Stabiliteit: In de loop van dagen, jaren, decennia en eeuwen ontstaan geen grote economische schommelingen of catastrofes die productie en handel doen stagneren waardoor mensen en samenlevingen de dupe worden.
  • Toekomst: Dit alles kan onbeperkt, tot in lengte van duizenden jaren, worden volgehouden, voor zover redelijkerwijs kan worden overzien. Toekomstige generaties zullen geen nadelige gevolgen ondervinden van onze levensstijl: geen achtergelaten rommel, geen beschadigingen, geen tekorten.

Samen zouden dit soort randvoorwaarden een ‘programma van eisen’ genoemd kunnen worden. Nu is het niet de taak van dit boek, of van welke afzonderlijke auteur dan ook, om zo’n programma van eisen definitief vast te stellen. Het recht om eisen op te leggen aan een gezamenlijk stelsel – of dat nu het monetair systeem is, het wegennet, de gezondheidszorg of het kiesstelsel – komt uitsluitend toe aan een samenleving als geheel, door middel van een zorgvuldig proces van democratische menings- en besluitvorming. Bovendien is zo’n proces natuurlijk nooit definitief voorbij, omdat nieuwe generaties, in nieuwe omstandigheden, andere keuzen kunnen maken dan hun ouders. Verderop zal dit boek daar nog uitvoerig op ingaan, gericht op de vraag: in wat voor wereld willen we eigenlijk leven?

Voorlopig zal hier eenvoudig een ‘programma van eisen’ worden gehanteerd op basis van de bovenstaande opsomming, omdat het redelijkerwijs te verwachten is dat dat in de buurt komt van wat veel mensen op prijs zouden stellen of zelfs als vanzelfsprekend zouden beschouwen.

Een belangrijke constatering is snel gemaakt: de werkelijke wereld voldoet op geen stukken na aan dit Voorlopige Programma van Eisen. Verderop (in hoofdstuk 3) wordt die constatering nader onderzocht. Eerst is het goed om in te gaan op een kernbegrip van elk symbolisch ruilsysteem. Het woord is in de opsomming enkele malen genoemd: waarden. De waarden van grondstoffen, natuur, mensen, cultuur, milieu, en van goederen, diensten en kosten dienen reëel tot uitdrukking te worden gebracht, staat er. Maar wat is dat eigenlijk, waarde?

Nawoord

Tot zover het begin van hoofdstuk 2. Over twee weken verschijnt de volgende aflevering, die zoals gezegd over ‘waarde’ gaat.

Beste lezers, ik heb een belangrijk verzoek aan jullie. Mijn ‘voorlopige programma van eisen’ bestaat uit acht onderwerpen, zoals je hebt gezien. Het zal je misschien niet verbazen dat ik later in het boek (in hoofdstuk 3) een relatie ga leggen met de zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s).

Mijn verzoek is: zouden jullie een begin willen maken met de democratische meningsvorming omtrent zo’n ‘VPvE’, die ik als noodzakelijk beschrijf? Ik zou graag willen dat jullie ingaan op vragen als: 

  • Ontbreken er essentiële thema’s in het VPvE? Moet de set uitgebreid worden?
  • Staan er thema’s in die er niet in thuishoren?
  • Dient de formulering van een of meer thema’s aangepast te worden?

Ik reken er niet op dat we met ons allen overeenstemming zullen bereiken over de set. Streven naar consensus – wat in mijn werk als consultant en assessor normaliter altijd mijn aanpak is – zal in dit geval wel niet haalbaar zijn. Misschien is het proces van de discussie wel belangrijker dan de antwoorden. Ik ben erg benieuwd naar jullie meningen.

Ik geef nog even de vaste mededeling: de mede dankzij jullie immer groeiende voorlopige literatuurlijst en de voorlopige inhoudsopgave van het boek zijn te downloaden via de website die bij het boek hoort: https://niko.roorda.nu/books/fundamenteel-nieuw-economisch

Lees verder Inklappen
Niko Roorda
Niko Roorda
Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.
Gevolgd door 782 leden