Overheidswebsite meldde onterecht dat minder-zoutdeal werd gehaald

    Nederlanders eten te veel zout. Om daar iets aan te veranderen, zet de overheid vol in op afspraken met fabrikanten. Maar de uitvoering van die afspraken loopt veelal achter op schema. Nu blijkt ook ‘het grootste succesverhaal’ op een overheidssite niet helemaal te kloppen, zo ontdekte Foodwatch. De belangenorganisatie wil aangepast beleid.

    Maximaal 6 gram per dag: dat is de hoeveelheid keukenzout die je volgens het advies van het Voedingscentrum tot je mag nemen. Minder zou eigenlijk nog beter zijn. De gemiddelde Nederlander zit daar echter ruim overheen: waar volwassen vrouwen nog zo’n 7,5 gram per dag consumeren, eet de Nederlandse man gemiddeld zelfs 9,9 gram zout per dag. En dat is veel te veel — dergelijke hoeveelheden zout zijn niet goed voor onze hart- en bloedvaten.

    Die overconsumptie komt echter niet omdat we zelf te veel zout aan ons eten toevoegen. Maar liefst 80 procent van al dat zout zit namelijk al in de producten die we kopen. Om de inname te verminderen zijn er daarom afspraken gemaakt tussen het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de industrie. Deze zijn vastgelegd in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling.

    In dit akkoord was afgesproken dat de industrie minder zout in producten als brood, koekjes, vleeswaren en kaas zou stoppen. De afspraken moeten ervoor zorgen dat de industrie straks zo weinig zout toevoegt, dat het vanaf 2020 voor iedereen gemakkelijk is om niet te veel zout te eten. Naast het ministerie zijn er verschillende andere organisaties bij het akkoord betrokken, zoals de koepelorganisaties voor leveranciers en supermarkten.

    "Wetenschappers vinden de normen slechts ‘matig ambitieus’"

    Doperwtjes als lichtpunt aan de horizon

    Helaas verloopt de voortgang stroperig. De industrie zou met normen komen om de hoeveelheid zout in producten te verlagen. Maar, zo liet Minister Schippers van VWS eind vorig jaar in een Kamerbrief weten, wetenschappers vinden die normen slechts ‘matig ambitieus’.

    Ook loopt het aantal ingediende productafspraken achter bij de planning. ‘Stevige vervolgstappen zijn dan ook nodig om onze ambitieuze doelstellingen in 2020 te behalen,’ zo schrijft de minister in haar Kamerbrief. Via een speciale website belooft ze de buitenwereld op de hoogte te houden van verdere ontwikkelingen.

    Lichtpuntjes waren er echter ook. Zo spraken producenten van conservengroenten al in 2011 af om de hoeveelheid zout in hun producten te verlagen. Een potje doperwtjes zou bijvoorbeeld nog maximaal 0,38 gram zout per 100 gram groenten gaan bevatten, en een potje champignons nog 0,45 gram zout per honderd gram. Deze afspraak werd, zo was op de speciale website te lezen, ‘nagekomen’. Een bewijs dat dit soort deals kunnen werken.

    De site, beheerd door o.a. het ministerie, baseerde zich daarbij op een onderzoek van het RIVM. Dit instituut constateerde een reductie van zo’n 30 procent, maar baseerde zich daarbij slechts op een steekproef van enkele conservengroenten. Non-profitorganisatie Foodwatch ontdekte echter dat verschillende andere producten nog steeds te veel zout bevatten. De deal werd dus niet gehaald. ‘De conclusie die op de website stond was daarom te kort door de bocht geformuleerd en is verwijderd,’ zo laat ministeriewoordvoerder Inge Freriksen weten.

    Pijnlijk

    Foodwatch noemt de fout ‘pijnlijk’ voor Schippers: ‘Bij gebrek aan beter was dit juist het grootste succesverhaal,’ vertelt Sjoerd van de Wouw van Foodwatch. ‘Minister Schippers gelooft bijna heilig in zelfregulatie en heeft het succes van deze deal overal verkondigd. Ze heeft het ook in Brussel genoemd. Mede daardoor wordt nu ook op Europees niveau gekeken of er afspraken met de industrie gemaakt kunnen worden. Dat gaat ten koste van maatregelen die wij veel effectiever vinden, zoals harde wettelijke normen en een actiever voedselbeleid.’

    Het ministerie vindt zo’n aanpassing van het beleid onnodig. Op Europees niveau is ‘gecommuniceerd dat daar waar afspraken zijn gemaakt (brood, groenteconserven, goudse kaas en vleeswaren) ook daadwerkelijk reductiestappen zijn behaald.’ En die lezing is volgens woordvoerder Freriksen nog altijd correct, want – uitzonderingen of niet – uit de steekproef blijkt een reductie.

    Het ministerie wil dan ook verder met het huidige beleid ‘om stapsgewijs de samenstelling van producten gezonder te maken. Zo komen er voor groenteconserven op korte termijn vervolgafspraken voor verdergaande zoutreductie.’

    Reactie leveranciers: ‘Niet te snel minderen’

    De FNLI, de koepelorganisatie van leveranciers, vindt dat de afspraken uit 2011 in grote lijnen gewoon gehaald zijn. ‘Op uitzonderingen wordt actie ondernomen,’ vertelt communicatiemedewerker Suzanne Rotteveel. 'We hebben daar eind vorig jaar een factsheet over uitgebracht.' Rotteveel benadrukt dat het niet verstandig is om zoutgehaltes te snel te verlagen. 'Dan zijn de verschillen te groot en moeten consumenten te veel wennen aan de nieuwe smaak. We moeten voorkomen dat consumenten de producten niet meer herkennen als het te hard gaat en daardoor thuis juist zout weer toevoegen of daardoor minder groenten gaan eten.'

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Stijn van Gils

    Gevolgd door 153 leden

    Voedsel wordt verbouwd in een veranderende wereld vol belangen. Ik wil weten wat dit betekent voor ons eten van nu en straks.

    Volg Stijn van Gils
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren