Coronacrisis

De coronapandemie zet de wereld op zijn kop. Wie betaalt de rekening? En wie profiteert? Lees meer

Het virus SARS-CoV-2, beter bekend als het coronavirus, dook eind 2019 op in de Chinese provincie Hubei. In een paar weken tijd veroorzaakte het virus daar een epidemie, waarna het zich over de rest van de wereld verspreidde. Begin maart 2020 verklaarde de World Health Organisation de ziekte tot een pandemie en gingen landen wereldwijd 'op slot'.

Al met al is met het coronavirus een crisis van historische proporties ontstaan. De gevolgen van deze crisis zijn nog grotendeels onbekend. Maar de maatregelen die we nu nemen, zullen bepalen hoe de samenleving van de toekomst eruitziet. Daarom volgt de redactie van FTM de ontwikkelingen op de voet. Welke oplossingen dienen welke belangen?

173 Artikelen
De #Lobbycratie

Beeld © Matthias Leuhof

‘Het is de pandemie’ en andere Brusselse Covid-kul

De Europese Unie schoof de introductie van nieuwe voorschriften voor goederentreinen en tankstations op de lange baan ‘vanwege corona’. De financiële sector werd door Brussel juist op versoepelingen getrakteerd. Minder voorschriften dus, ook al ‘vanwege corona’. De pandemie blijkt een prima smoezenmachine.

Het coronavirus is een bedreiging voor de volksgezondheid in heel de Europese Unie, maar zijn komst bood Brusselse lobbyisten ook meteen gelegenheid hun oude stokpaardjes van stal te halen.

Zo schreef Follow the Money al in mei over het uitstel van strenger toezicht op medische hulpmiddelen als implantaten. Zogenaamd vanwege de coronacrisis. Maar uit ons onderzoek bleek dat producenten, ministeries en toezichthouders al lang vóór de pandemie aanstuurden op het vooruitschuiven van de invoeringsdatum. Jelena Malinina, gezondheidsexpert bij de Brusselse consumentenorganisatie BEUC, zei daar toen over: ‘Mijn indruk is dat de coronacrisis een goede gelegenheid is om een al veel langer bestaande wens voor uitstel uit te voeren.’

In april signaleerden nieuwssite Politico Europe en Corporate Europe Observatory dat lobbyisten van allerlei bedrijfstakken de pandemie aangrijpen om nieuwe regels uit te stellen. Dat lobbyisten ergens om vragen, betekent nog niet dat ze hun zin krijgen. Maar het argument ‘vanwege corona’ vond de afgelopen maanden wel degelijk weerklank bij EU-ambtenaren.

Follow the Money spitte door de digitale edities van het Publicatieblad van de Europese Unie en vond voorbeelden van wel heel creatief gebruik van de coronasmoes.

Alternatieve brandstoffen stimuleren? 'Tankstation even niet veilig genoeg voor posterplakkers'

Elke automobilist kent ze, de digitale borden met de actuele literprijzen. Benzinerijders kijken automatisch naar het bovenste bedrag, dieselrijders een regel lager. Vaak staat daaronder nog een prijs, voor een liter gas. Maar hoe vergelijk je die bedragen als je niet weet of een benzineauto meer of minder verbruikt dan een auto op aardgas?

De lidstaten van de Unie en het Europarlement gaven de Europese Commissie zes jaar geleden de opdracht  om ‘een gemeenschappelijke methode vast te stellen voor het vergelijken van de eenheidsprijzen voor alternatieve brandstoffen’, met name aardgas en waterstof. Het idee was dat een gebrek aan kennis consumenten belette over te stappen op duurzamere alternatieve brandstoffen.

Die gezamenlijke methode werd op 17 mei 2018 bekendgemaakt in een ‘uitvoeringsverordening’ van de Europese Commissie: na consultatie van consumenten was besloten dat het brandstofverbruik per 100 gereden kilometer de eerlijkste vergelijking zou opleveren. Vanaf 7 juni 2020 moest die methode in de hele EU zijn ingevoerd. Maar ja, toen kwam de pandemie.

Op 18 juni besloot de Europese Commissie dat de vergelijkingsmethode nog wel zes maanden op zich mocht laten wachten. De lockdown zou ‘noodzakelijke werkzaamheden’ bij de tankstations in de weg staan. ‘Bovendien vergt het aanbrengen van posters, panelen of beeldschermen fysieke werkzaamheden bij de tankstations, die risico’s voor de veiligheid van de klanten en werknemers kunnen meebrengen in het licht van de verplichting om een veilige afstand te bewaren.’ Daarom hebben lidstaten, schrijft de Commissie, om uitstel gevraagd.

In Utrecht begrijpt tankstationmedewerker Hidde er niets van. Prijzenborden aanpassen moet gewoon kunnen, ook in coronatijd. ‘We hadden hier laatst een schilder voor de zuilen,’ zegt Hidde, die zelf ook achter het kogelvrije glas netjes een mondmasker draagt. ‘Die schilder had een mondkapje op als hij hiernaar binnenkwam. En de meeste tijd stond hij op een ladder, dan heb je sowieso anderhalf meter afstand.’ Prijzenborden staan overigens vaak ergens apart, op een grasveldje in een uithoek van het tankstation.

Pas op voor coronaIn haar besluit verwijst de Commissie naar de Europese ministeries van transport. Die zouden hebben bepleit dat de coronamaatregelen de toegang tot tankstations te zeer ‘beperken’.

De notulen van de vergadering van transportministeries maken niet duidelijk welke lidstaten precies klaagden over gebrekkige toegankelijkheid van tankstations en welke wensten dat het vernieuwen van de prijzenborden zou worden uitgesteld. Het verslag vermeldt alleen dat één lidstaat opmerkte dat er niet veel tijd over was tot de deadline, en dat de Commissie ‘het verzoek’ noteerde voor een mogelijk uitstel. Ook wordt vermeld dat de lidstaten eraan werden herinnerd dat de prijsvergelijking al veel eerder was aangekondigd, namelijk in de Richtlijn uit 2014 en in de uitvoeringsverordening van 2018 ‘waar het comité [van transportministeries, red.] mee instemde’.

Een woordvoerder van de Europese Commissie wil er on the record weinig over zeggen, behalve dat de lockdown-maatregelen per lidstaat verschilden en dat ‘in sommige lidstaten’ alleen ‘essentiële werkzaamheden’ waren toegestaan. Het aanbrengen van nieuwe prijsinformatie in tankstations ‘werd niet beschouwd als essentieel’.

Volgens de woordvoerder was ‘een grote meerderheid’ van de lidstaten voorstander van uitstel. Hij verwees naar een bijeenkomst op 27 mei, waarvan de notulen pas donderdag 17 december werden gepubliceerd. Daarin is te lezen dat de Commissie de deadline aanvankelijk wilde verschuiven naar 7 oktober maar dat verschillende lidstaten pleitten voor nog meer tijd.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zegt dat het ‘lastig is te achterhalen’ welke landen dan om uitstel hebben gevraagd. Nederland niet, in elk geval.

De ingangsdatum werd verplaatst naar 7 december 2020.

Nederland ging daarmee akkoord. Het ministerie van Infrastructuur: ‘Tankstations zijn gewoon veilig te gebruiken, uiteraard met inachtneming van coronaregels en -voorschriften. De reden voor Nederland om in te stemmen met uitstel had geen verband met de veiligheid van tankstations, maar met de extra voorbereidingstijd die het opleverde.’ 

Het uitstel had dus niets te maken met corona - maar corona kwam wel gelegen.

(foto: Europese Unie/EP)

Transportsector: ‘Harmonisatie? Nu even niet’

De lidstaten van de Unie zijn al jaren bezig hun spoorwegen ‘interoperabel’ te maken. Toch blijft het Europese spoor grotendeels een lappendeken van nationale systemen. Dat is historisch verklaarbaar voor een 19de-eeuwse uitvinding: elk land koos destijds bijvoorbeeld gewoon een eigen spoorbreedte. Dat verander je niet zomaar.

Met allerlei wetten werken de lidstaten langzaam toe naar meer uniformiteit. Neem de ‘sluitseinen’, markeringen op de laatste wagon die het einde van een trein aangeven. In een uitvoeringsverordening van vorig jaar is vastgelegd dat die markering (zie afbeelding) moet bestaan uit ‘twee reflecterende platen die op de transversale as op dezelfde hoogte boven de buffer zijn aangebracht’. 

Tegelijk mogen sommige lidstaten – bij wijze van uitzondering – hun traditionele sluitsein (‘met twee permanent oplichtende rode lichten’) blijven gebruiken. Die uitzondering toont maar weer aan hoe moeilijk het is om de regels in Europa te harmoniseren.

Hoe dan ook, de lidstaten moesten uiterlijk op 30 september 2020 bij de Europese Commissie een verslag indienen ‘over hun gebruik van reflecterende platen en eventuele ernstige belemmeringen voor de geplande opheffing van hun nationale voorschriften’.

Die deadline bleek niet haalbaar.

Op 12 juni besloot de Europese Commissie dat de lidstaten voor het schrijven van hun verslag ‘drie maanden extra tijd’ moesten krijgen. De reden: ‘Door de maatregelen na de [uitbraak van de] COVID-19-pandemie konden de activiteiten met betrekking tot de opheffing van de nationale voorschriften inzake het sluitsein van goederentreinen niet volgens plan worden uitgevoerd.’

Nederland en de andere lidstaten stemden unaniem in met het uitstel. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zegt dat sommige landen eerst meer onderzoeken en testen wilden doen, maar dat die vertraging opliepen door de coronacrisis en lockdowns. 'Nederland heeft hier begrip voor en heeft daarom ingestemd met het uitstel.'

‘Nu zijn investeringen nodig – dan maar een minder transparante financiële sector’

Covid-19 wordt niet alleen gebruikt als excuus om regels uit te stellen, maar ook om regels in te voeren of te veranderen. Dat merkten Europarlementariërs in juni, toen een stapel voorstellen voor wijzigingen van financiële wetgeving over de schutting werd gegooid. Het ging om zogenaamde quick fixes, snelle oplossingen.

De documentendump leidde tot een run op Finance Watch, een non-profitorganisatie die probeert wetgevers te voorzien van neutraal advies, als tegenwicht voor de lobby van de financiële sector. ‘Dagelijks kregen we e-mails van assistenten van Europarlementariërs met de vraag: “We hebben dit quick fix-voorstel ontvangen, wat vinden jullie daarvan?” Maar in de meeste gevallen hadden we geen tijd om die voorstellen te onderzoeken,’ aldus Benoît Lallemand, secretaris-generaal van Finance Watch.

De Europese Commissie presenteerde haar wijzigingsvoorstellen als ‘herstelpakket voor de kapitaalmarkten’. Daarmee zouden bedrijven gemakkelijker aan kapitaal kunnen komen om ze door de economische crisis te loodsen.

Maar volgens Thierry Philipponnat van Finance Watch, hebben de meeste voorstellen ‘niets te maken met Covid of het herstel van de economie post-Covid’. Neem het plan om de prospectusverordening te wijzigen.

‘De meeste voorstellen hebben niets te maken met Covid of met het herstel van de economie post-Covid’

Een prospectus is een wettelijk vereist document bij de uitgifte van aandelen of obligaties, om de investeerder te informeren over de risico’s ervan. Omdat de Europese Unie vrij verkeer van kapitaal kent, zijn er EU-brede regels over wat er in zo’n prospectus moet staan.

De prospectusvoorschriften werden in 2017 nog gewijzigd, met de belofte dat daardoor alles eenvoudiger zou worden. De Commissie wilde zo bijdragen ‘aan de verlichting van de administratieve lasten’.

Maar nu vindt de Commissie dat het nog simpeler moet. De reden: door de crisis is de noodzaak voor economische investeringen zo hoog dat bedrijven sneller kapitaal moeten kunnen ophalen. Daarom wil ze een tijdelijke ‘EU-herstelprospectus’, die minder eisen stelt aan de partij die geld nodig heeft. 

De verordening uit 2017 moet daarvoor eerst wel ‘gericht’ worden aangepast om ‘het voor uitgevende instellingen en financiële tussenpersonen mogelijk [te] maken de kosten te verminderen en middelen vrij te maken voor de herstelfase in de onmiddellijke nasleep van de crisis.’

Het is een standaardriedel: administratieve lasten zorgen voor te hoge kosten. Maar de administratieve lasten van de één zijn de bescherming van de ander. ‘Het gevolg van deze laatste wijziging is dat investeerders minder goed geïnformeerd zijn over de risico’s die ze nemen,’ zegt Philipponnat van Finance Watch. ‘En dat moet dan de Europese economie helpen te herstellen van Covid. Wat heeft dat met elkaar te maken?’

Agrarische sector: Voedselzekerheid is toch belangrijker dan vergroening?

Vóór de pandemie was het de bedoeling van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen dat de Europese Green Deal het grote pronkstuk van haar termijn zou worden. Een belangrijk onderdeel daarvan was een nieuwe strategie voor de landbouw, getiteld Van Boer tot Bord.

Die strategie zou aanvankelijk in maart worden gepresenteerd, maar dat stelde de Commissie met een maand uit. Niet heel verwonderlijk, gezien de aandacht die de corona-uitbraak toen vereiste.

Maar landbouwlobbyisten pleitten al snel voor nog verder uitstel, zo onthulde Corporate Europe Observatory onlangs. De Europese boerenlobby Copa-Cogeca stuurde Eurocommissaris Stella Kyriakides op 2 april een brief waarin ze ‘namens 22 miljoen boeren en hun familieleden’ vroeg om Van Boer tot Bord verder uit te stellen vanwege ‘de akelige omstandigheden’ waarin de landbouwsector zich bevond. Boeren moesten niet nu, in tijden van corona, met nieuwe regels worden geconfronteerd, aldus de brief. Onder anderen Frans Timmermans, de Eurocommissaris verantwoordelijk voor de Green Deal, en zijn rechterhand Diederik Samsom kregen van Copa-Cogeca een kopie. 

Een dag later ontving Eurocommissaris Kyriakides nog meer post: nu een brief van LTO Nederland met ongeveer dezelfde boodschap. Van Boer tot Bord? Niet nu. Voedselzekerheid gaat nu even voor: ‘Duurzame voedselproductie moet eerst worden gegarandeerd door financiële stabiliteit te creëren voor boeren en telers, en ervoor te zorgen dat ze hun producten kunnen verkopen, verhandelen en vervoeren. Dit is dan ook niet het moment om aanvullende regels op te leggen die nog meer financiële instabiliteit veroorzaken, wat grote risico's inhoudt voor de gezondheid en het welzijn van de burgers in heel Europa.’ 

De boerenlobbyclubs noemden geen specifieke uitsteltermijn. Die kwam er wel toen de fractie van de Europese Volkspartij hun argumenten overnam. De EVP verzocht de Commissie om opschorting tot zeker na de zomer. 

Uiteindelijk is deze lobby maar voor een klein deel geslaagd: al op 20 mei onthulde de Commissie haar Van Boer tot Bord-strategie. Overigens zijn daarmee nog geen nieuwe regels ingevoerd: die zal de Commissie apart voorstellen en moeten vervolgens door lidstaten en Europarlement worden goedgekeurd.

Lees verder Inklappen

‘In lockdown vergt ronselen handtekeningen voor burgerintiatief meer tijd’

Lang niet alle maatregelen die de Europese Unie uitstelt of invoert onder het mom van corona komen ten gunste aan het bedrijfsleven. Ook aan de burger is gedacht. 

Sinds 2012 kunnen EU-burgers een onderwerp op de agenda zetten via het zogeheten Europees Burgerinitiatief. Wanneer uit voldoende lidstaten een miljoen handtekeningen is verzameld, moet de Commissie zich erover buigen. Tot nu toe heeft één Burgerinitiatief tot een Commissievoorstel geleid: Right2Water

De miljoen handtekeningen moeten in een jaar binnen zijn. Dat gaat door corona een stuk moeilijker, erkende de Commissie in mei. ‘Door de nationale afzonderingsmaatregelen en de alomtegenwoordigheid van de pandemie in het algemeen is het voor organisatoren momenteel bijna onmogelijk om campagne te blijven voeren en voldoende steunbetuigingen op papier te verzamelen binnen de gestelde termijn van twaalf maanden.’

Het Europees Parlement en de Raad van de EU gingen akkoord met het Commissievoorstel om handtekeningenverzamelaars meer tijd te geven. Alle initiatieven van voor 11 maart krijgen zes maanden extra. Initiatieven die van start gingen tussen 11 maart en 11 september krijgen de tijd tot 11 september volgend jaar. De Commissie kan extra verlengingen van drie maanden toestaan als de lockdown-maatregelen langer duren.

Een Burgerinitiatief voor een verbod op de coronasmoes heeft zich nog niet aangediend.