© Flickr / National Park Service

Partijen doen weinig om de kloof tussen burger en politiek te dichten

    Burger en politiek zijn verder van elkaar verwijderd dan ooit. De Brexit en Trump hebben hebben de zaken wereldwijd flink opgeschud en politici luisteren beter dan ooit naar de bezorgde burger — zeggen ze. Maar wat zeggen hun verkiezingsprogramma's? Krijgen we nu heus meer inspraak?

    Geen thema werd het afgelopen jaar meer besproken dan de kloof tussen politiek en de burger. De onvoorstelbaar geachte Brexit en de even onwaarschijnlijke verkiezing van Donald Trump deden de politiek wereldwijd opschrikken; even leek het alsof er niets anders meer bestond dan ‘de elite’ en ‘de boze witte man’. Over plucheplakkende politici werd altijd al geklaagd, maar niet eerder werd er electoraal zo afgerekend met de regerende klasse. 

    Het had effect: werd er voorheen nog wel eens laatdunkend gesproken over onderbuikgevoelens, nu valt dat woord op het Binnenhof niet meer. Lijsttrekkers hebben het plots het over 'terechte zorgen' en 'bezorgde burgers'. In de media zeggen zij inmiddels echt te luisteren naar de stille meerderheid die verbeten doortrapte bij economische tegenwind.

    Maar wat zeggen de verkiezingsprogramma's? Het afgelopen jaar verschenen talloze analyses over de kloof in onze democratie. Zijn deze intellectuele inspanningen terug te zien in de partijprogramma’s? Krijgen burgers bijvoorbeeld meer inspraak in de politiek? Een analyse van de verkiezingsprogramma’s wekt een andere indruk. Partijen doen vage uitspraken over dat onderwerp en ze zijn een stuk concreter over het bestendigen van het huidige politiek stelsel.

    Weg met het referendum

    2016 was het jaar waarin referenda de politiek opschudden. Internationaal kwam de Brexit voor velen als een grote verrassing. Zoals wel vaker liep Nederland voor de troepen uit, hier overheerste het Oekraïne-referendum een paar maanden eerder al ons politieke debat. De volksraadpleging baarde het Forum voor Democratie en GeenPeil; ook VNL surft met Jan Roos als nieuwe lijsttrekker mee op de golven van deze spreekwoordelijke steen in de vijver bij de Nederlandse politiek.

    2016 was het jaar waarin referenda de politiek opschudden

    Deze partijen zijn uiteraard voor het houden van — liefst bindende — referenda. Voorlopig mogen zij echter slechts hopen op één schamele zetel. Van de partijen die in de laatste peilingen meer dan een enkele zetel scoren zijn alleen de PVV en 50Plus uitgesproken voorstanders van het bindend referendum. De SP pleit voor een correctief referendum; de Partij van de Dieren heeft zelfs een hele hiërarchie aangebracht. Bij belangrijke besluiten krijgt een raadgevend referendum ‘een plaats’, bij verstrekkende besluiten wordt een correctief bindend referendum ingevoerd.  

    Heel verschillend is de situatie bij de andere grote partijen. Zo heeft het hele idee van een referendum de VVD sinds de Nacht van Wiegel in 1999 vooral hoofdpijn bezorgd. De partij wil dan ook helemaal af van het referendum, in elke bestuurslaag. Volgens de liberalen moet de huidige ‘slecht ontworpen’ referendumwetgeving worden ingetrokken omdat het referendum geen meerwaarde heeft.

    De VVD heeft met dit standpunt het CDA en de SGP aan haar zijde. Als het aan deze christelijke partijen ligt kan de wet worden afgeschaft: van het SGP mag zij linea recta de prullenbak in, het CDA wil in plaats van het referendum zoeken naar ‘andere wijzen om de burgerparticipatie te vergroten’. Wat de geloofsbroeders van de ChristenUnie ervan vinden blijft onduidelijk: in hun verkiezingsprogramma wordt met geen woord over het referenduminstrument gerept.

    "Onder de middenpartijen zijn nog nauwelijks warme pleitbezorgers van het referendum te vinden"

    Ook onder de (linkse) middenpartijen zijn nog nauwelijks warme pleitbezorgers van het referendum te vinden. De PvdA neemt over het referendum geen duidelijk standpunt in. Om mensen meer te betrekken bij de democratie wil de partij liever ‘onderzoeken hoe verschillende vormen van burgerbetrokkenheid en directe democratie kunnen worden ingezet.’ De ervaringen van het referendum worden daarin ‘meegenomen’. 

    Ook D66 is uiterst gereserveerd: ‘Wij staan niet als de andere partijen — die tijdens de campagne schitterden door afwezigheid — vooraan om te pleiten voor het afdanken van deze vernieuwing.’ De verdediging van het referendum komt dus niet verder dan afzien van haar afschaffing.

    GroenLinks wil helemaal van de referendumwet af; in plaats daarvan wil de partij ‘een procedure’ ontwikkelen om ‘deliberatieve democratie in te zetten’. De partij legt vervolgens echter niet uit hoe mensen op een landelijke schaal informatie moeten inwinnen, overleggen en tot een eenduidig antwoord moeten komen.

    Vage vernieuwingen

    Wat betreft democratische vernieuwing wil PvdA vooral dat er ‘meer ruimte’ komt voor burgerinitiatieven op alle bestuursniveaus. De sociaaldemocraten stellen dat democratie meer is dan eens in de vier jaar stemmen; een punt dat ook bij andere partijen als D66 en GroenLinks terugkomt. Hoe dat vervolgens moet worden ingevuld blijft echter onduidelijk. 

    De sociaaldemocraten stellen dat democratie meer is dan eens in de vier jaar stemmen

    D66, de partij die haar bestaansrecht ooit ontleende aan democratische vernieuwing, is eveneens weinig concreet. Volgens de sociaal-liberalen moet er ‘volop geëxperimenteerd worden met democratische vernieuwing in de breedste zin’. De partij haalt enkel lokale initiatieven aan als voorbeeld voor burgerinspraak, zoals de G1000. Het CDA schrijft dat gezocht moet worden naar ‘andere wijzen om de burgerparticipatie te vergroten’.

    Het lijkt er sowieso op dat partijen als VVD, CDA en D66 het zware denkwerk over bestuurlijke vernieuwing en burgerinspraak liever aan een ander overlaten. De partijen zien de pas ingestelde Staatscommissie graag met een aantal concrete voorstellen komen over hervormingen van ons politieke stelsel. Deze club van wijzen onder leiding van VVD’er Johan Remkes gaat binnenkort onderzoeken hoe ons politieke stelsel gemoderniseerd kan worden.

    Bestendiging van het stelsel

    De voorstellen voor democratische vernieuwing blijven dus vaag. Een stuk concreter zijn de partijen over het bestendigen van het huidige politieke stelsel. Zo wil de VVD af van de mogelijkheid tot zetelroof; de partij wil daarnaast een kiesdrempel invoeren. Ook het CDA pleit voor een kiesdrempel: de christendemocraten willen dat partijen minstens 2 procent van de stemmen halen om in de Tweede Kamer te kunnen komen. Bij de vorige verkiezingen waren iets meer dan 60.000 stemmen nodig voor een zetel, zo’n 0,67 procent van het totaal uitgebrachte stemmen.

    De VVD wil af van de mogelijkheid tot zetelroof

    Om de rust terug te brengen in het roerige politieke landschap stelt de ChristenUnie voor om na de val van een kabinet geen verkiezingen meer te houden. Dit plan zou ervoor zorgen dat er landelijk slechts eens in de vier jaar gestemd wordt — net als nu al het geval is op het niveau van gemeenten en provincies. Bij het uiteenvallen van de regering moet er met het bestaande verhoudingen in het parlement een nieuwe coalitie worden gesmeed.

    "Partijen vinden burgerparticipatie belangrijk, maar de realiteit is dat professionele lobbyisten veel meer invloed hebben"

    Links wil lobby aanpakken

    Partijen zeggen burgerparticipatie belangrijk te vinden. De dagelijkse realiteit is echter dat professionele lobbyisten van bedrijven, ngo’s en maatschappelijke organisaties veel meer invloed hebben op de politieke agenda. Als gewone burger is het lastig zich daar tussen te wringen, laat staan om een punt voor lange tijd in de aandacht te houden. Willen de partijen iets doen aan de onnavolgbare lobby-invloed?

    Alleen links eist meer inzicht in het gelobby op het Binnenhof. GroenLinks, SP en de Partij voor de Dieren willen een lobbyregister instellen. Ze willen ook bij elk wetsvoorstel een lobbyparagraaf, waarin staat vermeld wie gelobbyd heeft en welke input lobbyisten hebben geleverd. De partijen hebben overigens weinig vriendelijke woorden over voor lobbyisten van het grootkapitaal. De SP maakt naar eigen zeggen ‘een einde aan de eenzijdige lobby van multinationals in de politiek’. Volgens GroenLinks wordt de politieke koers in Nederland ‘gedicteerd door de lobbyisten van de gevestigde orde’.

    D66 wil een ‘afkoelperiode’ voor bewindslieden en volksvertegenwoordigers. Parlementsleden mogen van de partij voor een onbekende periode niet werken op een het gebied waarop zij het woord voerden in de Kamer. Strikt genomen sluit dat navolgers van oud-D66 Kamerlid Gerard Schouw niet uit: de D66’er gaf midden in zijn mandaatperiode zijn Kamerzetel op om lobbyist te worden voor de farmaceutische industrie. Deze sector zat niet in zijn portefeuille.

    De PvdA rept in het verkiezingsprogramma met geen woord over lobbyen

    Opmerkelijk is dat de PvdA in het verkiezingsprogramma met geen woord rept over dit thema. Minister Dijsselbloem en de PvdA-fractie hebben zich de afgelopen jaren namelijk herhaaldelijk uitgesproken voor maatregelen op het gebied van lobby, zoals een afkoelperiode voor kabinetsleden en een lobbyparagraaf.

    Sterkere Tweede Kamer

    Een onderbelicht maar belangrijk aspect bij de invloed van lobby is de armzalige ondersteuning van de Tweede Kamer. Er wordt stilletjes wel eens geklaagd door Kamerleden dat zij moeten vertrouwen op lobbyisten omdat zij zelf slechts anderhalve man en een paardekop aan ondersteuning hebben. In tegenstelling tot veel andere parlementen hebben onze Kamerleden geen eigen wetenschappelijk onderzoeksbureau om te raadplegen. Voor relevante informatie over specifieke onderwerpen zijn zij daarom vaak aangewezen op wat lobbyisten en maatschappelijke organisaties erover vertellen.

    Het CDA wil dit veranderen en de onderzoekscapaciteit van het parlement vergroten. Ook de ChristenUnie wil meer ondersteunende middelen beschikbaar stellen om volksvertegenwoordigers hun controlerende taak te laten vervullen. Zo moet het parlement onafhankelijk kunnen optreden tegenover de regering, maar ook tegen partijen buiten de politiek.

    Het zijn kleine stapjes in de goede richting om invloed van lobby inzichtelijker te maken of iets te beteugelen. Er klinkt evenwel weinig overtuiging in door; veel partijen vermelden in hun programma niets over dit onderwerp. Over burgerparticipatie hebben partijen wel mooie woorden, maar ze doen weinig concrete voorstellen om die ook echt te vergroten. Een echte intentie om de kloof te dichten lijkt dan ook te ontbreken bij de politici die een goede uitgangspositie hebben voor regeringsdeelname.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Pieter van der Lugt

    Gevolgd door 239 leden

    Pieter van der Lugt (1990) studeerde politicologie aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie zette hij zijn eerste sta...

    Volg Pieter van der Lugt
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Tweede Kamerverkiezingen 2017

    Gevolgd door 153 leden

    Op 15 maart 2017 ging Nederland naar de stembus. In aanloop naar deze belangrijke verkiezingen volgde FTM de politieke partij...

    Volg dossier