Pas op voor private equity

De van fraude verdachte biotech-goeroe en investeerder Steve Burrill laat zien dat zelfs gerenommeerde private equity-firma's niet transparant zijn en buitensporige fees bij hun investeerders in rekening brengen. Pensioenfondsen en andere beleggers worden op slinkse wijze geld uit de zak geklopt.

Voor de trouwe bezoekers van de Bio International Convention die eind juni in de Amerikaanse stad San Diego werd gehouden was het een grote teleurstelling, om niet te zeggen een schok. Steve Burrill, de man die al jarenlang als keynote speaker de grote publiekstrekker van het grootste biotech-congres van Amerika is, kwam onverwacht niet opdagen.

De reden van zijn raadselachtige absentie werd duidelijk dankzij een artikel in het blad Forbes. Daarin werd onthuld dat Burrill ervan wordt verdacht 20 miljoen dollar te hebben verduisterd bij een van zijn eigen investeringsfondsen. In het bewuste fonds,  Burrill Life Sciences Capital Fund III, zit 283 miljoen dollar. Een van de 13 investeerders in dat fonds is Unilever Ventures, de venture capitalmaatschappij van de Brits-Nederlandse multinational. Burrill bleek al in maart uit de directie te zijn gezet, maar dat werd nu pas bekend.

In de wereld van private equity en venture capital kwam het bericht als een mokerslag aan. Steve Burrill werd beschouwd als de beste investeerder op het gebied van biotechnologie. In 1994 richtte hij investeringsmaatschappij Burrill & Co op, dat sindsdien meer dan een miljard dollar heeft opgehaald en geïnvesteerd. Burrill is bij tientallen bedrijven betrokken als commissaris of adviseur. Elk jaar publiceert hij de analyse State of the Biotech Industry, een bijbel voor de Amerikaanse biotech-sector. De waarde van al zijn fondsen wordt geraamd op 1,5 miljard dollar.

Dubieuze fees

Van zo'n man verwachtte niemand dat hij zou graaien in de kas van zijn investeringsfondsen. Toch is dat precies wat er is gebeurd, beweert voormalig medewerker en partner Ann Hanham. Zij heeft aangifte gedaan van verduistering nadat ze eind vorig jaar was ontslagen en vecht haar ontslag aan via een juridische procedure bij een rechtbank in San Francisco.

Volgens Hanham zou Burrill 19,2 miljoen dollar hebben ontvreemd om zijn eigen zakelijke relaties te betalen en niet-verantwoorde fees in rekening hebben gebracht. Toen Hanham hem daarop eind 2013 aansprak erkende Burrill dat het bedrijf in 'deep yogurt' zat, maar dat het wel 'uit de problemen kon groeien'. Ze werkte daar niet aan mee en daarop ontsloeg Burrill haar. Hanham lichtte de investeerders in en nadat haar beschuldigingen werden bevestigd in een forensisch rapport viel het doek voor Burrill.

steve_burrill Steve Burrill. Eerst in 'deep yogurt', nu spoorloos

Forbes heeft geprobeerd om commentaar van Burrill te krijgen, maar dat is niet gelukt. Op websites heeft hij zijn profiel gewist en de Forbes-redactie schreef dat zijn telefoons uitgeschakeld lijken te zijn. Sinds de onthulling is in het publieke domein niets meer van hem vernomen.

Toezicht op private equity

De zaak-Burrill, met al zijn onsmakelijke aspecten van bedrog en intimidatie, overstijgt het private belang van benadeelde rijke investeerders en bedrijven. Ook pensioenfondsen beleggen het geld van hun deelnemers via vergelijkbare private equity-firma's. Tot de financiële crisis uitbrak was er nauwelijks toezicht op dergelijke niet-beursgenoteerde beleggingsinstellingen. Ook al gingen er enorme bedragen in om, investeringen in en door private equity werden gezien als normaal ondernemersrisico. Dat wil niet zeggen dat er geen kritiek was op de praktijken van private equity. Het opzadelen met schulden waarmee de overgenomen bedrijven hun eigen overname moesten financieren, of het asset stripping van voorheen goedlopende bedrijven bijvoorbeeld, is altijd omstreden geweest. Maar op Wall Street haalde men over dat aspect meestal zijn schouders op.

Tot de financiële crisis uitbrak was er nauwelijks toezicht op dergelijke beleggings-instellingen

Na de Madoff-affaire is die onverschillige houding veranderd. De Amerikaanse toezichthouder Securities and Exchange Commission (SEC) werd toen verweten blind en doof te zijn geweest voor de vele signalen dat er iets aan de hand was bij Madoff. Iedereen die er in financieel NY City toe doet kent wel iemand die de dupe van Madoff cs is geweest. De roep om structureel en scherper toezicht op private equity en hedgefondsen is daarna luider gaan klinken.

De regelgeving in het kader van de Dodd-Frank Act (2010) beoogt ook private equity beter te reguleren. Deugdelijke private equity wordt steeds meer als een publiek belang gezien, onder meer vanwege de pensioenfondsen die er in beleggen en banken die betrokken zijn bij hun financiering. De omvang van private equity-fondsen en hedgefondsen is zo groot dat een systeemrisico vormen.

In het eerste kwartaal van 2014 hadden Nederlandse pensioenfondsen €44,4 miljard belegd in private equity

De SEC heeft volgens persbureau Reuters recent een speciale onderzoeksgroep opgezet die private equity-bedrijven en hedgefondsen onder loep gaat nemen. Deze groep onderzoekt hoe private equity en hedgefondsen hun bezittingen waarderen, hoe ze hun fees berekenen en of ze daarover wel open kaart spelen met hun investeerders. De SEC wilde het bestaan van zo'n speciale groep overigens noch bevestigen, noch ontkennen.

Duur en niet transparant

In Nederland verkeert het toezicht op deze 'alternatieve beleggingsfondsen' nog meer in de kinderschoenen. Het toezicht vloeit voort uit een Europese richtlijn die sinds 2013 van kracht is en waaraan de instellingen zich pas sinds juli 2014 aan moeten onderwerpen. In deze AIFM-richtlijn zijn eisen geformuleerd rond corporate governance, hefboomfinanciering,  beleggings- en andere fees, waardering en rapportage door private equity-bedrijven en hedgefondsen. Alleen fondsen die een vermogen van €500 miljoen onder beheer hebben, of een leverage hebben van meer dan €100 miljoen, vallen onder dit toezicht. De rest valt er buiten. Het is nog niet duidelijk hoe dit toezicht functioneert, daarvoor bestaat het nog te kort.

Toezichthouder DNB deed in 2012 onderzoek naar de zogenoemde 'innovatieve' beleggingen van pensioenfondsen. Daarmee worden beleggingen in private equity en hedgefondsen bedoeld. DNB trok de volgende conclusie:  'De toename van deze innovatieve beleggingen is hoofdzakelijk ingegeven door een streven naar diversificatievoordelen en een hoger verwacht rendement. Tegelijkertijd gaan innovatieve beleggingen veelal gepaard met een grote mate van complexiteit, hogere beheerskosten en een gebrek aan liquide en transparante marktprijzen.'

Tegenover dat – mogelijk – hogere rendement staan niet alleen grotere risico's, maar vooral hogere kosten, onder andere in de vorm van management- en prestatiefees. Hoe groot dat verschil met andere beleggingscategorieën is, blijkt uit onderstaande tabel. In 2012 vertaalden de hoge fees van private equity en hedgefondsen zich in ieder geval niet in een superieur rendement.

Management en performance fees Nederlandse pensioensector 2012. Bron: DNB Management en performance fees Nederlandse pensioensector 2012. Bron: DNB

Pensioenfondsen zijn in Nederland sinds kort verplicht om uitgebreider aan DNB te rapporteren over hun investeringen in private equity en de risico's waaraan ze zijn blootgesteld, bijvoorbeeld in de vorm van derivaten. De hoogte van de fees, de mate van transparantie van die vergoedingen en de waarderingen van de investeringen, is echter een zaak van de vemogensbeheerder van het pensioenfonds zelf. Dergelijke zaken kunnen immers passen in het gekozen beleggingsbeleid, stelt DNB.

Het belegd pensioenvermogen in private equity is, zo blijkt uit cijfers van DNB, de afgelopen jaren sterk gestegen. In het eerste kwartaal van 2007 hadden de pensioenfondsen nog voor €15,278 miljard belegd in private equity (ruim 2 procent van het totaal belegd vermogen), in het eerste kwartaal van 2014 was dat €44,422 miljard. Ook al is dat slechts 4,4 procent van het totaal belegd vermogen van €1002,747 miljard, het is een respectabel bedrag, zeker als je bedenkt dat er tot voor kort nauwelijks toezicht op was.

Amerikaanse analisten zeggen dat gesjoemel met fees en waarderingen van participaties bij private equity en venture capital schering en inslag is

Ondanks het aarzelend begin van toezicht op deze private vorm van kapitaalverstrekking, toont de zaak-Burrill aan dat het adagium Vertrauen ist gut, Kontrolle besser niet zozeer verstandig is, als wel noodzakelijk. Enkele Amerikaanse analisten hebben naar aanleiding van de affaire gezegd dat gesjoemel met fees en waarderingen van participaties bij private equity en venture capital schering en inslag is. Een uitstekende reputatie biedt geen enkele garantie, goedgelovige investeerders worden geript. It's all in the game.

In 2013 bevestigde Burrill dat min of meer zelf tijdens een bijeenkomst van biotech-specialisten van Stanford University. Op de vraag hoe hij aankeek tegen de vraag hoe je biotechnologie-bedrijven moet waarderen, zei de goeroe: 'Value, like beauty is in the eye of the beholder, and the beholder, in this instance, is the payer.'

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Arne van der Wal

Gevolgd door 696 leden

Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

Volg Arne van der Wal
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren