Coca-Cola is alomtegenwoordig in Mexico, zoals buiten deze kliniek in San Juan Chamula. Miljoenen Mexicanen hebben inmiddels serieuze gezondheidsproblemen dankzij hun hoge cola-consumptie.
© Adriana Zehbrauskas / The New York Times

De slag om het drinkwater

Water is steeds meer een product dat op de markt wordt verhandeld. Van wie is het 'blauwe goud'? Lees meer

Onderzoek naar de problematiek rond PFAS in ons drinkwater zette ons aan het denken over de kwetsbaarheid en de eindigheid van schone drinkwaterbronnen. Dit is immers geen geïsoleerd probleem. Allerlei fenomenen die onze landsgrenzen overstijgen bedreigen de kwaliteit van het drinkwater, overal ter wereld. De stijging van de zeespiegel, verwoestijning, verzilting en vervuiling door industrie. Niet voor niets wordt drinkbaar water ook wel aangeduid als ‘het blauwe goud’ en is water op veel plekken meer waard dan olie.

Wat zijn de gevolgen? Van wie is het drinkwater eigenlijk? Van ons allemaal, zou je zeggen. Maar in toenemende mate is water een product dat op de markt verhandeld wordt door private partijen. Wat betekent dat? En wie verdienen daaraan? Dat zijn vragen die Follow the Money gaat onderzoeken.

10 Artikelen

Waterroof: mede mogelijk gemaakt met ons pensioengeld

Nederlandse pensioenfondsen buitelen over elkaar heen om te laten zien hoe duurzaam hun investeringsbeleid is. Vrijwel allemaal ondertekenden ze een convenant dat die duurzaamheidsambities verankerde. Follow the Money keek naar een aantal bedrijven waarin ze investeren en stelde daarbij de vraag: hoe ver kan een bedrijf gaan voor het niet meer aan de duurzaamheidseisen voldoet? Best ver, zo blijkt.

Dit stuk in 1 minuut
  • Duurzaamheid is een belangrijk criterium voor Nederlandse pensioenfondsen. Althans, dat zeggen zij.
  • Follow the Money ontdekte dat pensioenfondsen de omgang met waterschaarste nauwelijks meewegen in hun criteria voor duurzaam beleggen.
  • Zo gebruikt een Coca-Colafabriek in Chiapas in Mexico zoveel grondwater, dat er niet genoeg overblijft voor de Mexicanen. Zij drinken daarom cola, wel 2 liter per dag.
  • Vleesverwerker Tyson vervuilt de Black Warrior rivier dusdanig, dat vissen massaal het loodje leggen. Ook behandelt Tyson medewerkers en dieren slecht.  
  • Aan de San Bernardino-bossen in Californië onttrekt Nestlé zoveel water dat de kleine, gevlekte kikker op uitsterven staat. Nestlé verkoopt dat water duur onder de naam ‘Arrowhead’.
  • In deze bedrijven zit ook Nederlands beleggingsgeld. Toch roepen de pensioenfondsen die in Coca-Cola, Nestlé en Tyson Foods beleggen deze bedrijven niet tot de orde. Waarom niet?
Lees verder

In San Cristóbal de las Casas, de grootste stad van de staat Chiapas in het zuidoosten van Mexico, voert traditioneel genezer Maria Lopez een ritueel uit om het lichaam van een ander ‘te zuiveren van al het kwaad’. Voor haar op de grond liggen eieren, er staat een afbeelding van Jezus op een altaartje en ze steekt een grote hoeveelheid kaarsen aan. Tussen deze objecten steken de rood-witte etiketten van ’s werelds bekendste frisdrankmerk wat vreemd af, al vindt Lopez ze helemaal op hun plek: ‘Coca-Cola is een offer voor God.’ 

In Chiapas is Coca-Cola volledig versmolten met het dagelijks leven van de bewoners. Gemiddeld drinken de mensen er twee liter cola per dag, geproduceerd door de regionale bottelarij. Een wereldrecord. De suikerdrank wordt niet alleen geconsumeerd om de dorst te lessen: ook tijdens religieuze ceremonies drinkt men cola om boze geesten te verdrijven en zieken te genezen. De verwevenheid tussen cola en de lokale religie ontstond in de jaren ’60, toen het bedrijf begon met een succesvolle marketingcampagne in de regio. Hierin werd cola gepromoot als vervanger van de lokale alcoholhoudende drank, die de overheid weg wilde hebben. Nu drinken de lokale bewoners beide, maar vooral cola.

De gevolgen: overgewicht, diabetes en rotte tanden. Ook de watervoorraad slinkt dramatisch door de coca-kolonisatie van de regio: om cola te produceren, gebruikt de bottelarij veel grondwater. Deze manier van werken is allesbehalve duurzaam, en toch hebben onze vijf grootste pensioenfondsen allemaal belangen in het bedrijf. Alle vijf hebben afspraken gemaakt over duurzaam beleggen. Follow the Money zocht uit hoe ver bedrijven als Coca-Cola kunnen gaan voordat een belegger zich terugtrekt, en wat de afspraken over duurzaam beleggen in de praktijk waard zijn. 

Nederlandse pensioenfondsen dragen bij aan waterschaarste. Ze investeren in internationale bedrijven die duurzaam lijken, maar in de praktijk weinig rekening houden met hun omgeving.

Papieren werkelijkheid

Institutionele beleggers zoals pensioenfondsen kunnen via hun beleggingen direct of indirect bijdragen aan schendingen van mensenrechten en schade aan het milieu. Om die risico’s te beperken, hebben de Nederlandse pensioenfondsen samen afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een ‘convenant voor internationaal maatschappelijk verantwoord beleggen’ (IMVB) uit december 2018 (zie kader hieronder). Ruim tachtig fondsen nemen deel aan dat convenant, waarmee 91 procent van het Nederlandse pensioengeld is vertegenwoordigd (zo’n 1400 miljard euro). Het ondertekenen hiervan is vrijwillig, maar de deelnemers zijn vervolgens wel verplicht de afspraken na te komen. 

In het convenant staat onder andere dat de fondsen de OESO-richtlijnen moeten integreren in hun beleggingsbeleid. Een voorbeeld van zo’n richtlijn is dat ondernemingen ‘een beoordeling maken [...] van de voorzienbare milieu-, gezondheids- en veiligheidseffecten van de processen, goederen en diensten van de onderneming [...] met het streven deze effecten te voorkomen of, indien niet te voorkomen, hen te verminderen’. Deze breed geformuleerde richtlijnen geven veel ruimte aan een eigen invulling. Een onafhankelijke monitoringscommissie controleert jaarlijks de voortgang van de deelnemende pensioenfondsen. Bij de nulmeting eind 2019 bevestigde deze commissie: ‘de mate van concretisering verschilt onderling significant.’ 

Beleggers moeten zelf nagaan in hoeverre ze betrokken zijn bij misstanden op het gebied van mensenrechten en milieu. Dat zij deze due diligence uitvoeren, is hun eigen verantwoordelijkheid. Op 17 december 2020 publiceerde de monitoringscommissie het eerste voortgangsrapport: hoe doen de pensioenfondsen het een jaar na ingang van het convenant? Bedroevend slecht, zo blijkt. Slechts 5 procent van de deelnemende pensioenfondsen doorloopt alle stappen van due diligence. Geen enkel pensioenfonds heeft de gezamenlijke afspraken geheel verwerkt in het beleid, terwijl de helft van de pensioenfondsen dat volgens afspraak al had moeten doen na het eerste jaar. De monitoringscommissie noemt dat ‘zorgelijk’, omdat dat ‘kaderstellend is voor de invulling van de andere indicatoren’.

Richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord gedrag

De Nederlandse Staat wil dat Nederlandse bedrijven maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hiervoor heeft het kabinet als doel gesteld dat 90 procent van de grote bedrijven de OESO-richtlijnen onderschrijven in 2023. Dat zijn richtlijnen die beschrijven hoe internationaal opererende bedrijven zich moeten gedragen. Ze zijn opgesteld door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Aan deze richtlijnen voldoen is vrijwillig, maar wel een voorwaarde om mee te mogen op handelsmissies en voor het ontvangen van financiële handels- en investeringsondersteuning. De overheid heeft dus een stok achter de deur.

De spelregels van OESO en van de VN vormen de basis voor afspraken die onder andere de bancaire sector en verzekerings- en pensioenfondsen met elkaar maken over duurzaam ondernemen. Die afspraken worden opgetekend in zogenoemde ‘convenanten’ door de Sociaal Economische Raad (SER), de belangrijkste adviesraad van de regering voor sociaal-economische vraagstukken.

Het probleem is dat de afspraken in convenanten breed geformuleerd zijn. Volgens de richtlijnen is het niet de bedoeling dat bedrijven onrechtvaardig handelen wanneer overheden steken laten vallen in wetgeving of handhaving. Bovendien behoren ze mensenrechten te respecteren en hier beleid voor te hebben. Ze moeten due diligence uitvoeren en ‘via legitieme procedures’ meewerken aan het aanpakken van ‘ongunstige effecten op mensenrechten’. Op gebied van milieu moet er een ‘milieubeheersysteem’ zijn, waarmee effecten van activiteiten moeten worden bijgehouden en gecontroleerd. Hierbij moeten bedrijven ervoor zorgen dat ze het ‘ontbreken van absolute wetenschappelijke zekerheid’ niet gebruiken om aan hun verantwoordelijkheden te ontsnappen.

Lees verder Inklappen

Voor pensioenfondsen zelf is duurzaam beleggen ook ontzettend belangrijk om beleggingsrisico’s te vermijden. Neem het onderwerp water. Uit onderzoek van De Nederlandsche Bank blijkt dat waterschaarste een groot risico is voor Nederlandse beleggers: ze hebben een ontzagwekkende 97 miljard euro geïnvesteerd in bedrijven die actief zijn in gebieden met extreme waterschaarste. ‘Een aantal sectoren gebruikt veel water, zoals de landbouw, mijnbouw en energieopwekking,’ waarschuwt DNB. ‘Dit leidt, in het geval van droogte, tot fysiek risico voor deze sectoren.’ En dus ook tot hele hoge financiële risico’s voor de pensioenfondsen. 

Toch wordt water niet als apart onderdeel benoemd in de richtlijnen die de pensioenfondsen in de hand nemen. Uit ons eerdere onderzoek bleek al: water is, ondanks de snel slinkende voorraden wereldwijd, nog een blinde vlek voor pensioenfondsen. Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken vallen watergebruik en waterrechten wel degelijk onder de te volgen richtlijnen. ‘Water als grondstof is enerzijds gerelateerd aan mensenrechten [...]. Anderzijds valt de bescherming van water als natuurlijke hulpbron onder het hoofdstuk Milieu. Bedrijven dienen verantwoord om te gaan met hulpbronnen en duurzaamheid te betrachten.’ Deze interpretatie staat niet duidelijk vermeld in de richtlijnen, erkent het ministerie ook zelf. ‘Er zijn geen beperkingen gesteld door de OESO-richtlijnen voor wat betreft water onder beide hoofdstukken [milieu en mensenrechten].’ 

Hoe gaan de Nederlandse pensioenfondsen hier in de praktijk mee om bij hun beleggingen? Om dit te onderzoeken, nam Follow the Money drie bedrijven onder de loep, waar enkele van de vijf grootste pensioenfondsen aandelen en/of obligaties in bezitten. In hoeverre houden ze zich aan de duurzaamheidseisen die ze zichzelf opleggen? 

Mexicanen drinken cola als water

Er zijn weinig landen waar mensen zoveel Coca-Cola drinken als Mexico. Binnen Mexico valt de deelstaat Chiapas, bij toeristen vooral bekend om zijn natuurschoon en de vele restanten van de Mayacultuur, het meest op. Wanneer je in deze staat een willekeurig dorpje binnenrijdt, is het contrast tussen de schrijnende armoede en de glanzende flesjes met rood-witte etiketten onmogelijk te missen. De gemiddelde inwoner van het stadje San Cristóbal drinkt per dag meer dan twee liter cola. Die wordt lokaal gebotteld door een Coca-Colafabriek aan de rand van de stad. De fabriek, in handen van Coca-Cola Femsa, bedient al sinds de jaren ’90 een groot deel van het zuiden van Mexico.

Coca-Cola Femsa is de Mexicaanse franchise van The Coca-Cola Company en een dochteronderneming van Femsa, een van Mexico’s grootste beursgenoteerde multinationals. In 2018 had Coca-Cola Femsa naar eigen zeggen 82.186 mensen in dienst. De omzet bedroeg in 2019 ruim 10 miljard Amerikaanse dollar. De macht van Coca-Cola Femsa blijkt wel uit het feit dat voormalig CEO Vicente Fox van 2000 tot 2006 ook president van Mexico was. Hij geeft in een uitzending van de Franse staatstelevisie vrolijk toe dat hij zonder de goede overheidsconnecties die hij via Coca-Cola Femsa had, nooit president had kunnen worden. 

Achter de grote liefde in de regio voor het zoete drankje, gaat echter een bittere waarheid schuil. Volgens een Mexicaans gezondheidsinstituut verviervoudigde de sterfte aan diabetes in Chiapas tussen 1990-2019. In dezelfde periode steeg ook het aantal mensen dat blijvend gehandicapt raakt door de ziekte: het aantal levensjaren dat mensen leven met een handicap ten gevolge van diabetes steeg van minder dan 10.000 naar meer dan 40.000. Daarmee is diabetes de grootste oorzaak van lichamelijke beperking in het gebied. Een gezondheidscrisis die, volgens activisten uit de regio, niet serieus wordt genomen door de staat.

Naast deze gezondheidscrisis zorgt Coca-Cola Femsa ook stilaan voor een watercrisis. In de regio is haast geen schoon leidingwater te krijgen. Het bedrijf gebruikt lokale grondwaterbronnen voor de productie van cola. Dagelijks wordt meer dan een miljoen liter water onttrokken, tegen een prijs van nog geen 9 eurocent per 1000 liter. Dat geld is niet voor de lokale overheid, zodat die de waterinfrastructuur kan verbeteren, maar voor de nationale overheid. Zo blijven mensen in de regio afhankelijk van de goedkope cola om hun dorst te lessen. 

Inmiddels is het zelfs zo erg, dat er in de eens zo waterrijke regio watertekorten ontstaan. De lokale gemeenteraad pleitte er afgelopen jaar nog voor bij de Nationale Watercommissie Conagua om de watergebruiksrechten voor de Coca-Colafabriek in te trekken. Dit werd geweigerd met het argument dat het water zo diep onttrokken werd, dat het de stedelijke watervoorziening niet in gevaar brengt. Onzin, vinden lokale activisten. Steeds meer mensen gaan dan ook de straat op om het water terug te eisen. 

Van alle Nederlandse institutionele beleggers heeft APG, ’s Nederlands grootste pensioenbeheerder, het grootste belang in Coca-Cola Femsa in handen. APG belegt voornamelijk het geld van ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland. 

*ABP maakt op de website geen onderscheid tussen aandelen en obligaties. Als antwoord op onze vragen werden we naar de website doorgestuurd.

Blauwe baby’s

Duizenden witte, bruine en grijze vissenlijkjes drijven begin juni 2019 in de Mulberry Fork, een zijrivier van de Black Warrior River in de Amerikaanse staat Alabama. Het zijn er zo’n 175.000 in totaal. De oorzaak? Een lek in het buizensysteem van een fabriek van vleesgigant Tyson Foods, waarbij naar schatting ruim 830.000 liter slecht gezuiverd afvalwater vrijkwam . De staat Alabama heeft in mei 2020 een rechtszaak tegen het bedrijf aangespannen, net als een groep vertegenwoordigers van de omwonenden. Een van hen, docent Martha Salomaa, zegt: ‘Mijn vader, die 86 is, zei me: de rivier gaat in mijn leven niet meer herstellen. En het ergste is: hij heeft gelijk.’ Onderzoekers schatten dat het zeker vijf jaar duurt eer het leven in het water van de rivier weer enigszins is opgeknapt.

Tyson Foods is met een omzet van ruim 42 miljard dollar in 2019 een van de grootste vleesproducenten ter wereld, met in Nederland bijna honderd actieve bv’s . Het bedrijf heeft 139.000 werknemers en levert aan populaire ketens als McDonald’s en KFC. Een hele grote speler op de wereldmarkt, maar ook in de lobbywereld. In 2019 gaf het bedrijf volgens het Center for Responsive Politics officieel nog 1,3 miljoen dollar uit aan lobby. Daarin lijkt het erg succesvol. Nadat Tyson de noodklok luidde omdat het vanwege corona vorig jaar fabrieken moet sluiten, zorgde de toenmalige Amerikaanse president Donald Trump ervoor dat de vleesfabrieken als ‘essentieel’ werden aangemerkt. 

Tyson Foods kent ook een lange geschiedenis van schandalen. Het bedrijf behandelt zijn werknemers slecht. Zo blijkt uit een rapport van Oxfam uit 2015 dat werknemers soms luiers moesten dragen omdat ze geen plaspauze mochten houden. Ook raakten tijdens de coronacrisis honderden werknemers besmet met Covid-19. De vleesverwerker laat dierenmishandeling toe en is betrokken bij verscheidene milieuschandalen. Inmiddels heeft Tyson sinds 2000 al 57.689.345 dollar moeten betalen voor een lange lijst milieu-overtredingen. 

Daarbij is Tyson een van de grootste watervervuilers van de Verenigde Staten. Uit een rapport van Environment America Research & Policy Center uit juni 2016 blijkt dat Tyson Foods meer giftig afval in het water van de VS dumpt dan elke andere agribusiness. Environment America : ‘Via slachthuizen die worden gerund door het bedrijf of diens dochterondernemingen, heeft Tyson in 2014 meer dan 9 miljoen kilogram aan giftige verontreinigende stoffen op de nationale wateren geloosd, een groter volume zelfs dan Exxonmobil of DuPont. Dat blijkt uit gegevens die het bedrijf doorgaf aan de federale Toxics Release Inventory. De meeste giftige lozingen van het bedrijf zijn nitraten, die verband houden met het blauwebabysyndroom en sommige vormen van kanker.’

Tegen de werkwijze van Tyson Foods zijn dan ook veel protesten. Een petitie die ervoor pleit om ‘Tyson de eigen vervuiling te laten opruimen’, heeft inmiddels al 65.000 handtekeningen verzameld. Kortom: een aantrekkelijke belegging voor Nederlandse pensioenfondsen.

*ABP maakt op de website geen onderscheid tussen aandelen en obligaties. Als antwoord op onze vragen werden we naar de website doorgestuurd.

 

De Rabobank en Tyson Foods

Niet alleen pensioenfondsen, maar ook verzekeraars en banken beleggen in bedrijven zoals Tyson. Ook zij hebben convenanten voor hun sector, waarin ze zich committeren aan een verantwoord beleggingsbeleid. In tegenstelling tot die van de grote pensioenfondsen zijn hun beleggingen niet openbaar. Hierdoor konden we niet exact nagaan hoeveel geld de Nederlandse verzekeraars en banken beleggen in elk bedrijf, en hebben we de keuze gemaakt om naar beleggingen van pensioenfondsen te kijken. 

Uit onderzoek van de Eerlijke Geldwijzer blijkt echter dat de Rabobank in de periode 2012-2017 maar liefst voor 1,9 miljard euro aan Tyson Foods leende. Ook de Rabobank ondertekende de afspraken over duurzaam beleggen. In een reactie op de ophef die ontstond, zei directeur duurzaamheid bij de Rabobank Bas Rüter: ‘Tyson heeft zijn zaken prima op orde.’ 

Lees verder Inklappen

Nestlé en de kikker

In de San Bernardino-bergketen in het westen van de Verenigde Staten voltrekt zich een stille ramp. De kleine, gevlekte kikker die er woont, genaamd de Rana muscosa, dreigt uit te sterven. De ooit veelvoorkomende kikkersoort doet zijn winterslaap namelijk in het water. Dat water stroomt inmiddels niet meer door de beekjes, maar bevindt zich in een groot reservoir. Vanaf daar vervoeren vrachtwagens het naar een fabriek, waar er vervolgens plastic flesjes mee worden gevuld. Eigenaar Nestlé plakt er vervolgens het merk ‘Arrowhead’ op, en verdient er miljoenen aan. 

Nestlé is het grootste voedingsmiddelenbedrijf ter wereld. Miljoenen Nederlanders consumeren dagelijks producten van diens vele merken, onder meer Nespresso, KitKat en Maggi. De Zwitserse multinational heeft wereldwijd 291.000 mensen in dienst en draait jaarlijks een omzet van ruim 80 miljard euro. Ongeveer 7 miljard daarvan komt van Nestlé Waters, een afdeling die uit 49 watermerken bestaat. Onder meer San Pellegrino en Perrier zijn onderdeel van Nestlé. 

Controverse is het bedrijf niet vreemd. Zo betaalde Nestlé sinds de millenniumwisseling meer dan 17 miljoen euro aan boetes in bijna negentig zaken. Nestlé wordt aangeklaagd voor medeplichtigheid aan kinderarbeid in Ivoorkust, gaf toe dat er sprake was van slavernij in de productieketen en maakt notoir gebruik van misleidende reclamecampagnes om babyvoeding te verkopen. Een van de vele rechtszaken tegen het bedrijf vond plaats in Californië, het leefgebied van de met uitsterven bedreigde kikker. 

Om flesjes te vullen gebruikt Nestlé water uit de bossen van San Bernardino, een stad zo’n 100 kilometer ten oosten van Los Angeles. Daarvoor gebruikte Nestlé tot enkele jaren geleden een vergunning die al in 1987 (!) verliep. Met die vergunning kon het bedrijf voor ongeveer 440 euro 32 miljoen liter water per jaar oppompen. Vier jaar geleden sleepten drie actiegroepen het Amerikaanse bosbeheer, dat Nestlé toestond met een verlopen vergunning water te winnen, voor de rechter. Omdat het bosbeheer in 1987 niet had gereageerd op een verzoek tot hernieuwing van de vergunning, oordeelde de rechter dat Nestlé niet fout zat. Wel moest het bosbeheer een besluit nemen over hernieuwing. 

Die nieuwe vergunning kwam er. Voor zo’n 1700 euro per jaar mocht het bedrijf vanaf 2018 in ieder geval nog drie jaar water winnen uit de bossen van San Bernardino. Ondanks dat de waterschappen in de Amerikaanse staat ontdekten dat Nestlé niet 32 miljoen, maar gemiddeld 237 miljoen liter water per jaar aan de bossen had onttrokken. 

Wel stelde het bosbeheer aanvullende voorwaarden aan de nieuwe vergunning, om het ecosysteem te beschermen. ‘Ik geloof niet dat die een groot verschil zullen maken,’ zegt Ileene Anderson, bioloog bij de Amerikaanse non-profitorganisatie Center for Biological Diversity tegen Follow the Money. Wat er na die kortdurende vergunning gebeurt, hangt af van lopend onderzoek, waarvoor Nestlé zelf de metingen doet. ‘Er is zeker kans op vertekende data in het voordeel van Nestlé. Dat leidt niet tot een nauwkeurige en transparante rapportage,’ zegt Anderson daarover. De regering wil commercieel gebruik van publieke grond – inclusief het water dat erin zit – juist stimuleren. Bioloog Steve Loe, die dertig jaar voor Bosbeheer werkte, beweert dat het ministerie van Landbouw de eigenaar van de grond – Bosbeheer – onder druk zet om vergunningen voor commercieel gebruik uit te geven. ‘It stinks,’ zegt hij tegen de Desert Sun. Bioloog Anderson onderschrijft dit.

Burgers startten inmiddels verschillende petities om de waterschappen zover te krijgen dat ze in actie komen tegen Nestlé. De combinatie van het goedkoop weggeven van Californisch water en de droogte waarmee de staat te kampen heeft, schuurt.

*ABP maakt op de website geen onderscheid tussen aandelen en obligaties. Als antwoord op onze vragen werden we naar de website doorgestuurd.

Veel praten, weinig doen

De vijf grootste Nederlandse pensioenfondsen hebben aandelen/obligaties in zeker één van deze bedrijven. Hoe komen bedrijven als Coca-Cola Femsa, Tyson en Nestlé door de duurzaamheidsselectie? 

Pensioenfondsen maken onderscheid tussen actieve en passieve beleggingen. ‘Het vergroten van onze positieve impact doen we met de actieve portefeuille. In de passieve portefeuille verkleinen we eventuele negatieve effecten,’ legt Piet Klop, adviseur responsible investment en waterexpert bij pensioenbeheerder PGGM, uit. Passieve beleggingen bestaan bij de grote pensioenfondsen vaak uit duizenden bedrijven. Die worden niet allemaal specifiek geselecteerd, maar er kunnen wel bedrijven worden uitgesloten. Coca-Cola Femsa, Tyson Foods en Nestlé vallen binnen de passieve portefeuille. Externe partijen beoordelen deze bedrijven op criteria die de pensioenfondsen uitkiezen. De beoordelingen van Coca-Cola Femsa, Tyson Foods en Nestlé zijn blijkbaar goed genoeg.

Rosl Veltmeijer, portfolio manager bij Triodos Investment Management, laat nochtans weten dat de manier waarop Nestlé water gebruikt voor Triodos al genoeg reden is om er niet in te beleggen. ‘Bedrijven die bottelarijen bouwen in gebieden waar water schaars is, vallen sowieso buiten de boot.’ Triodos heeft niet eens overwogen om Coca-Cola Femsa en Tyson Foods mee te nemen in de portefeuille.

Zelfs als bedrijven niet volledig aan de gewenste criteria voldoen, gaan de pensioenfondsen liever het gesprek aan voordat ze de bedrijven van hun investeringslijstje schrappen, zo blijkt uit ons onderzoek. De pensioenfondsen gaan zelden over tot ‘uitsluiting’. Piet Klop van PGGM: ‘Natuurlijk willen we onze negatieve impact verminderen, maar we willen ook nog steeds de pensioenen uitbetalen. Dat kan op de korte termijn haaks op elkaar staan. Bij kleine bedrijven is die beslissing makkelijker dan bij grote bedrijven. Stel, Tyson was heel klein. Dan zou je ’m er zonder financiële consequenties zo uit kunnen kieperen. Maar Tyson is heel groot en dus zou de portefeuille-impact van het direct uitsluiten van zo’n onderneming ook groot zijn.’

Wat betreft Tyson kiezen fondsen liever voor ‘engagement’, om zo de handelswijze te verbeteren. ‘Wij gaan liever het gesprek aan met bedrijven waar niet alles goed gaat, dan dat we ons eruit terugtrekken,’ zegt Piet Klop over hun investering in Tyson Foods. Deze mooie intentie lijkt bij Tyson weinig zin te hebben. Follow the Money sprak met Investor Advocates for Social Justice (IASJ), een non-profitorganisatie die voor religieuze institutionele investeerders in de VS structureel in gesprek is met het bedrijf. ‘Tyson heeft een lange geschiedenis van schandalen rond watervervuiling. Wij hebben voor de American Baptist Home Mission Society ( ABHMS ) vier jaar op rij – waarvan twee samen met de Nederlandse pensioenbeheerder PGGM – een voorstel ingediend om iets van een ‘water stewardship policy’ te integreren,’ zegt Gina Falada, verantwoordelijk voor het engagement met Tyson bij haar organisatie. ‘Daar heeft Tyson zich steeds tegen verzet. We kregen wel meer en meer steun van investeerders, maar bij Tyson heeft de familie zelf zowat 70 procent van de stemmen in handen. Daardoor is het erg lastig om druk te zetten.’

Pensioenfondsen PMT en PME, die beide het vermogensbeheer hebben ondergebracht bij pensioenuitvoerder MN, sluiten Tyson Foods wel uit, omdat het bedrijf niet aan hun criteria voor duurzaam beleggen voldoet. ‘Nadat we in 2018 onze eisen op gebied van milieu, samenleving en bestuur hebben aangescherpt, viel Tyson af. Hun prestaties zijn op dit gebied ondermaats,’ verklaart PMT. 

Als het gaat om beleggingen in Coca-Cola Femsa zijn de fondsen heel wat milder; er is zelfs helemaal geen engagement. ABP: ‘Op basis van ons insluitingsbeleid zien wij op dit moment geen aanleiding voor engagement met Coca-Cola Femsa.’ PFZW: ‘[Coca-Cola Femsa past] niet in ons proactieve engagementprogramma.’ PMT: ‘[Coca-Cola Femsa] presteert nu niet dusdanig slecht op de doelstellingen van de bestaande programma’s [dat we engagement met het bedrijf aan willen gaan].’ 

Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) verklaart dat het fonds bedrijven niet individueel beoordeelt, maar dat het een benchmark maakt op basis waarvan PMT bedrijven in- of uitsluit. PFZW legt uit dat ze ‘niet zozeer besloten [hebben] om in deze ondernemingen te beleggen’, ze zijn onderdeel van een grote index en daardoor zit hun geld ook in die bedrijven. Op die manier zetten de pensioenfondsen hun verantwoordelijkheid op afstand.

De duurzaamheidsafspraken leiden binnen afzienbare tijd niet tot verandering. Zelfs waterrovende bedrijven komen door de selectie. De intenties zijn goed, maar de vage formulering laat nog te veel ruimte open voor eigen invulling. Hierdoor vaart ieder pensioenfonds zijn eigen koers. Waterduurzaam beleggen bestaat dus vooral uit woorden en nog weinig uit daden. En aan zulke afspraken hebben de dorstige Mexicanen, de vissen in Black Warrior River en het kikkertje in de San Bernardino-bossen niets.