Hans van Meerten

Hans van Meerten © Fenna Jensma

Pensioenhoogleraar Hans van Meerten: ‘Het Europese recht is het enige instrument om de pensioenpolder te doorbreken’

Nederland pleegt inbreuk op Europees recht door buitenlandse pensioenuitvoerders van de markt te weren en miljoenen mensen te verplichten een oudedagsvoorziening op te bouwen bij Nederlandse pensioenfondsen. Dat vindt hoogleraar Europees pensioenrecht Hans van Meerten. Hij waarschuwt al jaren voor Europese onhoudbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel, maar loopt daarbij tegen een muur aan. ‘Mijn hoop is gevestigd op het Europese Hof’.

Aan het begin van het gesprek met Follow the Money, op een doordeweekse ochtend in café Ludens aan het Haagse Plein, vertelt Van Meerten over een persoonlijke ervaring. Aanleiding is een recent advies van de ombudsman pensioenen, Henriëtte de Lange, die stelt dat het bedrijfstakpensioenfonds BpfBOUW gebrekkig heeft gecommuniceerd. Het betrof een klacht van een man en een vrouw die zich nooit hadden gerealiseerd dat er voor de vrouw geen partnerpensioen zou zijn als de man zou overlijden. De man had zijn partnerpensioen uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen.

Zo’n acht jaar geleden deed Van Meerten (47) precies zo’n ontdekking. Een ernstige ziekte bedreigde toen zijn leven. ‘Nu kan ik er makkelijker over praten dan destijds, maar ik ging me daarom verdiepen in mijn nabestaandenpensioen. Ik was inmiddels getrouwd met twee jonge kinderen.’ Tot zijn schrik bleek dat zijn nabestaandenpensioen zes euro per jaar was.

‘Lang geleden, toen ik assistent in opleiding was, heb ik een of ander verklarinkje ondertekend waarmee ik bij het ABP afstand deed van nabestaandenpensioen in ruil voor een iets hoger ouderdomspensioen. Ik was twintig en vrijgezel, je denkt absoluut niet na over trouwen of kinderen. Ik was het bij wijze van spreken een dag later al vergeten. Het ABP heeft deze specifieke vorm van uitruil inmiddels afgeschaft. Maar het komt dus nog steeds voor’, constateert Van Meerten. ‘Zonder reservering voor nabestaanden gaat je hele pensioen naar de grote pot als je overlijdt. Dus er zit ook nog een groot financieel voordeel voor zo’n fonds aan.’

Inmiddels heeft Van Meerten het gevoel dat hij ‘persona non grata’ is voor de bedrijfstakpensioenfondsen omdat hij, met EU-wetgeving in de hand, hun bestaansrecht ter discussie stelt. ‘Maar als je me vraagt waarom ik zo’n moeite heb met bedrijfstakpensioenfondsen, dan komt dat ook door mijn eigen ervaringen van acht jaar geleden. Daar is het een beetje begonnen. Men pretendeert sociaal te zijn, maar ondertussen word je wel gebrekkig voorgelicht over de enorme negatieve consequenties van een gemaakte keuze.’

Luis in de pels

Met zijn leerstoel aan de Universiteit Utrecht is Van Meerten de enige hoogleraar Europees pensioenrecht in Nederland. Na zijn rechtenstudie in Rotterdam werkte hij vijf jaar aan zijn proefschrift over Europees recht. Vervolgens belandde hij bij het ministerie van Financiën, waar hij in aanraking kwam met pensioenen. Hij schreef daar de wetgeving waarmee de Premie Pensioen Instelling (PPI) werd geïntroduceerd.

Tot 2011 mochten alleen pensioenfondsen en verzekeraars een pensioenregeling uitvoeren. Sindsdien mag iedereen met een PPI-vergunning dat ook. Enkele voorbeelden zijn Be Frank en ABN AMRO Pensioenen. Een PPI belegt ingelegde pensioenpremie, waarbij de hoogte van de pensioenuitkering niet van tevoren vaststaat.

‘Het lijkt daarmee op wat we straks in het nieuwe pensioenstelsel gaan doen,’ zegt Van Meerten. Hij schat dat PPI’s inmiddels bijna 20 miljard euro in beheer hebben. Een fors bedrag, hoewel maar net meer dan 1 procent van het astronomische Nederlandse pensioenvermogen van circa 1.700 miljard euro.

Hij richt zijn pijlen op de ‘grote verplichtstelling’ die miljoenen Nederlanders dwingt deel te nemen in een bedrijfstakpensioenfonds

Naast hoogleraar is van Meerten ook pensioenadvocaat. Als raadsman vertegenwoordigt hij vooral deelnemers aan pensioenregelingen. Dat zijn zowel individuen als belangenorganisaties, zoals de Stichting Pensioenbehoud, KBO Brabant en de Nederlandse Bond van Pensioenbelangen. 

Van Meerten ziet zichzelf graag als luis in de pels van de pensioenwereld. Hoewel hij vindt dat Nederland nog altijd een goed ontwikkelde pensioensector heeft, heeft hij tegelijkertijd al jaren fundamentele kritiek op het stelsel.  Hij richt zijn pijlen onder meer op de ‘grote verplichtstelling’ die miljoenen Nederlanders dwingt om deel te nemen in een van de bedrijfstakpensioenfondsen. Daarvan zijn er ongeveer vijftig, waaronder het ABP, voor overheids- en onderwijspersoneel, het Pensioenfonds Zorg & Welzijn, de metaalindustrie-fondsen PME en PMT, het bouwnijverheidsfonds BpfBOUW en afzonderlijke fondsen voor sectoren als Vervoer, Detailhandel en Horeca en Catering. Bij deze acht fondsen alleen zijn meer dan elf miljoen mensen aangesloten.

Vorige maand maakte van Meerten in een artikel van Follow the Money bekend dat hij een klacht heeft ingediend bij de Europese Commissie in Brussel.

Volgens u is de grote verplichtstelling in strijd met Europees recht. Wat is de kern van de klacht die u daarover onlangs indiende bij de Europese Commissie?

‘Nederland discrimineert naar nationaliteit omdat een bedrijfstakpensioenfonds alleen een Nederlandse stichting mag zijn. Dat is in strijd met het non-discriminatie beginsel van de EU. Daarvoor geldt een apart toetsingskader. Het Europese Hof heeft de grote verplichtstelling nog niet langs die meetlat gelegd. Daarnaast lijkt het weren van buitenlandse aanbieders in beginsel ook een inbreuk op het Europese mededingingsrecht.

Ik heb grote twijfels of de argumenten waarmee het Europese Hof meer dan twintig jaar geleden oordeelde dat die inbreuk gerechtvaardigd is, nog steeds gelden. Zo werd bijvoorbeeld indexatie als solidariteitskenmerk aangehaald. De meeste pensioenen zijn de afgelopen dertien jaar niet of nauwelijks geïndexeerd. Destijds was het uitgangspunt ook dat mensen pensioen opbouwden tot 70 procent van hun laatst verdiende loon. Inmiddels is dat veranderd in 70 procent van het loon dat iemand gemiddeld in zijn werkzame leven verdient.’

Wat is inmiddels de status van uw klacht en wat zijn de volgende stappen?

‘De Europese Commissie heeft om aanvullende informatie gevraagd. Ik heb er net acht A4’tjes aan gewijd en helemaal uitgewerkt wat ik denk dat het probleem is. Mocht de commissie hierin meegaan, dan kan ze het formeel aanhangig maken en een inbreukprocedure tegen Nederland starten. Ik hoop binnen een paar weken te horen of dat gebeurt.’

Eerder dit jaar wees een Nederlandse kantonrechter een vordering af van een notaris die van zijn verplichte deelname aan het Pensioenfonds Notariaat af wilde. De rechter oordeelde dat de verplichtstelling niet zonder meer verboden onderscheid naar nationaliteit betekent. Dat heeft u niet ontmoedigd om toch een klacht in Brussel neer te leggen?

‘Die uitspraak van de kantonrechter is niet in lijn met een eerder Europees arrest. Ik wil het nu gewoon op Europees niveau beslecht zien.’

U heeft al jaren fundamentele kritiek op het pensioenstelsel. Voelt u zich een roepende in de woestijn?

‘Er zijn inderdaad niet veel mensen die met dergelijke kritiek komen. Martin Pikaart en ik, en dan heb je het wel een beetje gehad. Maar steeds meer mensen worden wakker. Of het nou ouderenorganisaties zijn of klimaatactivisten, ze laten in toenemende mate van zich horen. Dat is echt een verschil met vijf jaar geleden.

Bemoedigend was de bijval die ik onlangs kreeg van Johan van de Gronden en Niek Peters, twee professoren, de een in Europees recht en de ander in internationale handelsarbitrage. Dat was tijdens een door mij georganiseerde seminar over de houdbaarheid van de grote verplichtstelling.

Er was discussie of daarbij sprake was van directe of indirecte discriminatie naar nationaliteit, maar rechtvaardiging leek hoe dan ook te ontbreken. Ze concludeerden dat de eis dat de verplichtstelling alleen door een Nederlandse stichting kan worden uitgevoerd zou moeten worden heroverwogen. Daar was ik wel blij mee.’

‘Het kabinet morrelt aan het aan het eigendomsrecht: men verandert gewoon het juridisch contract’

Uw aanklacht kwam landelijk in het nieuws. Heeft u nog reacties gehad vanuit de pensioensector?

‘Geen enkele. Die oorverdovende stilte is wel tekenend. De pensioenwereld praat al meer dan twaalf jaar over het nieuwe stelsel, dat in 2027 in moet gaan. Men is gewoon moe en heeft geen zin meer in discussie. Het nieuwe stelsel moet er nu maar eens van komen, vindt men kennelijk.’

Bij de overgang naar dat nieuwe stelsel (zie kader) zullen bestaande uitkeringsovereenkomsten, waarbij afspraken zijn gemaakt over de hoogte van de pensioenuitkering, worden omgezet in premieovereenkomsten, waarbij afspraken zijn gemaakt over welke premie er betaald wordt. U verwacht dat veel deelnemers rechtszaken zullen aanspannen tegen dit zogenaamde ‘invaren’. Waarom denkt u dat?

‘In mijn ogen wordt er door het kabinet aan het aan het eigendomsrecht gemorreld. Men verandert gewoon het juridisch contract. Daar komt bij dat het niet op vrijwillige basis is, de fondsen kunnen daartoe besluiten. Het is de bedoeling dat het individuele bezwaarrecht van fondsdeelnemers tijdelijk buiten werking wordt gesteld. Als dat doorgaat wordt je dubbel gepakt, je verliest je oude contract en je hebt er ook geen inspraak over. Dat gaat mij een stap te ver.’

Belangrijke veranderingen bij het nieuwe pensioenstelsel

In ruil voor hun pensioenpremie krijgen deelnemers nu nog een ‘aanspraak’. In het nieuwe stelsel worden door pensioenfondsen geen beloftes meer gedaan over toekomstige uitkeringen.

Het pensioen wordt individueler. De premie die je straks betaalt, belandt in je eigen, persoonlijke pot. De optelsom van de persoonlijke potten blijft collectief belegd. Deelnemers krijgen te zien hoe het voor hen gereserveerde aandeel in het fondsvermogen verandert: ze zien de eigen premie en het eigen aandeel in het collectief behaalde rendement.

Hoeveel pensioen ieders persoonlijke pot uiteindelijk oplevert, daarvan kan alleen een schatting worden gegeven.

Aangezien pensioenfondsen geen toezeggingen meer doen, vervalt ook de rekenrente waarmee ze nu nog moeten becijferen of het totale vermogen groot genoeg is om die toezeggingen waar te maken. De rekenrente, die gebaseerd is op de marktrente, is al geruime tijd extreem laag (gemiddeld iets boven nul procent). Dat verplicht fondsen nu nog te veronderstellen dat de totale pensioenpot maar heel langzaam zal groeien. Daarom moeten ze in verhouding tot hun toezeggingen veel geld in kas houden. De meeste pensioenen zijn daardoor al dertien jaar niet verhoogd.

Pensioenen zullen straks stijgen en dalen, al naar gelang de beleggingswinsten en -verliezen.

Pensioenfondsen kunnen een ‘collectieve solidariteitsreserve’ aanhouden van maximaal 15 procent van het totale vermogen. Die reserve kan bijvoorbeeld worden gebruikt om beleggingsrisico’s te delen tussen jong en oud, of om schommelingen van pensioenen te dempen.

Lees verder Inklappen

Zijn deze maatregelen niet te rechtvaardigen met het argument dat het hele stelsel onbetaalbaar wordt als er niet wordt ingegrepen?

‘Dat zou kunnen, maar het is twijfelachtig of een Europese rechter daarin meegaat. Kennelijk was het systeem de afgelopen twintig jaar nog zo betaalbaar dat de vereiste pensioenkortingen meerdere keren konden worden uitgesteld.’

Het kabinet lijkt er bij de rechtvaardiging van de ingrepen in het stelsel vanuit te gaan dat het oude en het nieuwe contract uiteindelijk vergelijkbare pensioenresultaten opleveren. Er zou geen sprake zijn van een wezenlijke aantasting van de inhoud van de pensioenovereenkomst.

‘Dat staat haaks op wat de afgelopen dertig jaar is verkondigd. De regering en de hele pensioensector hebben altijd uitgedragen dat uitkeringsovereenkomsten superieur zijn aan premieovereenkomsten, die immers onzekerder zijn en geen garantie geven. Al die tijd is evenmin gezegd: onderaan de streep is het ongeveer hetzelfde. Maar ik blijf erbij: je verandert het juridische contract, dat is volgens mij essentieel.

Je kunt een parallel trekken met het verschil tussen koop en huur. De een koopt een auto, de ander huurt er een. Onderaan de streep rijden ze in dezelfde auto. Maar de voorwaarden waaronder ze dat doen zijn compleet verschillend. Maar uiteindelijk moet ook hier het Europese hof uitsluitsel geven, want een pensioenaanspraak is een Europees eigendomsrecht, volgens de Nederlandse pensioenwet is het dat niet.

‘Ik denk dat de zaak met argusogen door de pensioensector wordt bekeken’

Als advocaat vertegenwoordig ik deelnemers van het Pensioenfonds Reiswerk, dat overgaat naar het Pensioenfonds Grafische Bedrijven (PGB). Dat is eigenlijk invaren avant la lettre. Deelnemers aan de regeling van Reiswerk moeten bij de overgang 20 procent van hun pensioen inleveren, omdat hun fonds er financieel minder goed voor staat dan PGB. Een vijfde deel, is dat nog een proportionele inbreuk op het eigendomsrecht?

Ik voel aan mijn water van niet. Ik denk dat de zaak met argusogen door de sector wordt bekeken vanwege de gelijkenis met invaren naar het nieuwe contract. Ook dan kunnen deelnemers van fondsen die op dat moment een lage dekkingsgraad hebben gekort worden.’

Komt er van de overgang naar het nieuwe stelsel wel iets terecht als elk individu bezwaar aan kan tekenen tegen het nieuwe contract?

‘Ik pleit ervoor om fondsdeelnemers die hun bestaande aanspraken niet willen invaren in het nieuwe contract de mogelijkheid te geven om die aanspraken te parkeren in een ‘pensioenbewaarder’. Dat is een aparte rechtspersoon waarmee je vermogen kunt afscheiden, zodat het op veilige afstand staat. Die is destijds bedacht voor PPI’s, maar de Europese pensioenrichtlijnen maken mogelijk dat je de pensioenbewaarder ook kan inzetten als invaarmogelijkheid als we overgaan naar het nieuwe stelsel.

De oude regelingen zet je dan in de pensioenbewaarder. En in het bestaande fonds zul je dan alleen nog pensioen opbouwen onder de nieuwe regeling. Als je mensen die keuze geeft, hoef je het individuele bezwaarrecht ook niet buiten werking te stellen.’

‘De woede is groot. Dat onderschat men echt, die woede’

De pensioenadministratie is nu al ingewikkeld. Wordt het niet veel te complex voor pensioenfondsen om twee regelingen naast elkaar bij te houden?

‘Het blijft een complex verhaal, maar bij lange na niet zo complex als invaren. Hoe ga je opgebouwde rechten straks vertalen naar individuele potjes? Hoe ga je die waarde berekenen? Daar komt bij: het probleem is tijdelijk. De oude rechten die je in de pensioenbewaarder apart afwikkelt, faseer je in de komende decennia uit naar nul. Het tijdelijke nadeel van het bijhouden van twee regelingen moet je ook afwegen tegen al die rechtszaken die je ermee kunt voorkomen. Want die gaan anders komen. Ik krijg zoveel mails van boze gepensioneerden en actieven die zich nu al bestolen voelen. De woede is groot. Dat onderschat men echt, die woede.’

Wordt er iets met uw pleidooi voor de pensioenbewaarder gedaan?

Minister Koolmees is nu druk aan het sleutelen aan de wetgeving voor het nieuwe stelsel, ik hoop dat hij het meeneemt.’

U doet een door instituut Gak gefinancierd onderzoek naar consumentenbescherming bij pensioenregelingen. Ziet u deelnemers aan verplichte pensioenfondsen als consumenten?

‘De Europese regelgeving ziet pensioenen als een financieel product, ik ook. Maar als dat zo is moet je betere bescherming bieden. De risico’s liggen grotendeels bij de deelnemers, in het nieuwe stelsel zelfs nog meer. Dan kun je toch niet zeggen: het verantwoordingsorgaan of het pensioenfondsbestuur vertegenwoordigt uw belangen, gaat u maar rustig slapen? Als je een tweedehands hands auto koopt ben je bij wijze van spreken beter beschermd als consument dan bij een verplicht gestelde pensioenregeling.

Er zou een echt onafhankelijke klachtenautoriteit moeten komen. Dus niet intern, maar een apart loket dat niet vanuit de sector is gefinancierd. De Consumentenbond wil zo’n klachtenloket opzetten als onderdeel van een nieuwe onafhankelijke pensioenautoriteit die ook deelnemers kan helpen bij de overgang naar het nieuwe stelsel. Dat juich ik enorm toe. Ik ben daar met hen over in gesprek, samen met de Autoriteit Financiële Markten (AFM), want die ziet het probleem ook. Ik speel het daarbij helemaal over de Europese boeg, consumentenbescherming is in de Europese regelgeving al ver ontwikkeld.’


Hans van Meerten, hoogleraar Europees pensioenrecht

"Als je een tweedehands hands auto koopt ben je beter beschermd als consument dan bij een verplicht gestelde pensioenregeling"

Hoe reageert de pensioensector op deze initiatieven op het gebied van klachtenafhandeling?

‘Die stuiten op weerstand in de sector. Dat blijkt ook uit een artikel dat een poosje geleden verscheen in vaktitel PensioenPro. De Pensioenfederatie liet daarin weten dat ze geen toegevoegde waarde ziet in een nieuwe pensioenautoriteit omdat het toezicht van AFM en De Nederlandsche Bank toereikend zou zijn. Maar er is geen werkelijk onafhankelijk klachtenloket.

De ombudsman pensioenen bijvoorbeeld wordt benoemd door de SER, die nauw betrokken is bij de totstandkoming van het pensioenakkoord. De Pensioenfederatie – de oprichter van de ombudsman– is een lobbyclub voor de pensioenfondsen. In die zin is de ombudsman niet onafhankelijk. De AFM wil wel meer doen aan individuele klachtenafhandeling. Maar zij worstelt een beetje met hoe dat vorm te geven, want ze ziet ook dat het op weerstand in de sector stuit. De Autoriteit zit een beetje tussen twee hete vuren in.’

Binnenkort komt er een Pan Europees Pensioen Product op de markt, de PEPP. U heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de Europese wetgeving daarvoor. Wat kunnen we ervan verwachten?

‘De Europese pensioenstelsels komen onder enorme druk te staan door vergrijzing. In 2060 zullen er nog maar twee werkenden zijn tegenover elke gepensioneerde. Dat zijn er nu nog vier. Als antwoord op die vergrijzing is nu het Pan Europese Pensioen Product, de PEPP, in het leven geroepen. De PEPP is een beetje vergelijkbaar met een lijfrente, of met banksparen. Het is een nieuwe, Europese optie om te sparen voor je oude dag.

Hoewel het een individueel product is, kan het ook door een werkgever aan al zijn werknemers worden aangeboden. Het is makkelijk overdraagbaar tussen werkgevers en over grenzen van EU-lidstaten. In 2019 is de PEPP door de EU-wetgever aangenomen. Nederland stemde daarbij als enige lidstaat tegen. Zelfs de Britten, die toen nog lid waren van de EU, stemden voor.’

Welk bezwaar had Nederland?

‘Men zag het als een potentiële bedreiging voor de Nederlandse verplichtstelling aan pensioenfondsen. Dan denk ik: als je zo goed bent als je zegt, waarom ben je dan zo bang voor die PEPP, die bovendien niet verplicht is? Maar dat was de reden. Met gekwalificeerde meerderheid kwam de PEPP-wet er toch, want er was geen unanimiteit vereist. Eind 2020 is de regelgeving gepubliceerd. Volgend jaar verschijnt het product op de markt.’

Ook in Nederland?

‘Je krijgt nu de bizarre situatie dat een aanbieder uit een andere lidstaat, bijvoorbeeld Luxemburg, het wel op de Nederlandse markt kan aanbieden, maar een Nederlandse pensioeninstelling niet. Dat is de consequentie van hoe die interne markt werkt. Daar kan Nederland ook geen stokje voor steken, want dan stapt die Luxemburgse aanbieder naar het Europese Hof. Mogelijk geïnteresseerde Nederlandse aanbieders, zoals een PPI of een Algemeen Pensioenfonds, worden op deze manier wel benadeeld.’

‘Ik zet het EU-recht in als breekijzer om een aantal veranderingen te bewerkstelligen’

Er is vanuit het Europese parlement ook stevige kritiek geuit op de PEPP, dat een idee zou zijn van Blackrock, de grootste beheerder van pensioenvermogens ter wereld. Het zou het resultaat zijn van een lobby voor nieuwe commerciële mogelijkheden voor de financiële industrie, en niet zozeer gedreven door zorgen om een goede oudedagsvoorziening. Wat vindt u van die kritiek?

‘Die geluiden heb ik ook gehoord, ik ken het Brusselse circuit vrij goed. Ik ben meer met de technische wetgeving bezig geweest en heb de mensen van Blackrock niet gezien. Het zou kunnen dat ze invloed hebben uitgeoefend, maar dat is dan achter gesloten deuren gebeurd. Ik heb dat niet meegemaakt.

Maar los daarvan vind ik de PEPP gewoon een goed idee, en ik sta niet op de loonlijst van Blackrock. Overigens hoeft een PEPP niet per se commercieel te zijn. Ook een non-profitorganisatie of een staat kunnen een PEPP aanbieden. Ik heb ook altijd gezegd: waarom richt een vakbond geen PEPP op? Voor al die zzp’ers.’

Nederland vaart een heel eigen pensioenkoers in Europa, hoe is dat te verklaren?

‘Europa moet zich niet met ons pensioen bemoeien, is een oneliner die ik nogal eens hoor, ook in de politiek. Dat spreekt sommige kiezers aan. Maar het Europese recht is wel het enige instrument dat we hebben om de Nederlandse pensioenpolder te doorbreken. Dan komt het gek genoeg van bovenaf, hoezeer mensen daar problemen mee hebben. Ik zet het EU-recht in als breekijzer om een aantal veranderingen te bewerkstelligen. Want hier in Den Haag gebeurt het niet. Mijn hoop is gevestigd op het Europese Hof.’