Beeld © Janjaap Rijpkema

‘Met ons pensioensysteem doen we onszelf en anderen tekort’

Sparen voor je pensioen zit in ons calvinistische DNA. Maar door de lage rente sparen we ons een ongeluk. Als de nieuwe pensioenwet ingaat, sparen we straks onverminderd door, terwijl de pensioenpot richting twee biljoen groeit. De roep om een grondige herziening van ons spaarevangelie klinkt al langer. Daar wordt niet veel mee gedaan. Een gemiste kans in de aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel?

Dit stuk in 1 minuut
  • Sparen voor je pensioen is in Nederland zo vanzelfsprekend, dat weinigen daar vraagtekens bij zetten. Ook in het nieuwe pensioenstelsel vanaf 2027 sparen we onverminderd door.
  • Toch is onder economen en ander pensioenexperts steeds vaker de roep te horen om een grondige herziening van ons spaarevangelie.
  • Pensioensparen is duur geworden sinds de rente zo laag is. Al dertien jaar zijn de meeste pensioenen niet meer geïndexeerd of zelfs gekort. De koopkracht van veel gepensioneerden is sindsdien met zo’n twintig procent gedaald.
  • Voormalig bankier Martin ten Cate doet een radicaal voorstel: vervang het kapitaaldekkingssysteem (sparen voor je pensioen) door een omslagstelsel, waarbij de werkenden direct de pensioenen voor de gepensioneerden betalen, net als bij de AOW.
  • Ook hoogleraar Arnoud Boot vindt dat het kapitaaldekkingssysteem is doorgeslagen. Hij pleit voor meer omslag. Dat zou een basispensioen voor iedereen mogelijk moeten maken. 
  • Volgens Bas Jacobs, hoogleraar economie, moeten we ons in het huidige pensioenstelsel een ongeluk sparen en draagt dat bij aan chronische onderbesteding en langdurige stagnatie.
Lees verder

Een radicale koerswijziging. Dat is wat Martin ten Cate, voormalig bankier bij ABN Amro, voorstelt bij de presentatie van zijn boek Waar blijft mijn pensioen? De crème de la crème van de Nederlandse pensioensector is daarvoor op 30 september 2019 bijeengekomen op kasteel Nyenrode in Breukelen tijdens een alumnidag voor pensioencursisten. Volgens Ten Cate is doorgaan met sparen voor pensioenen – het zogenaamde ‘kapitaaldekkingssysteem’ – een doodlopende weg. Het zou daarom beter zijn om over te stappen op een ‘omslagsysteem’. Bij omslag betalen de werkenden direct de pensioenen van de gepensioneerden, net zoals bij de AOW.

Ook minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aanwezig op Nyenrode. Hij heeft de uitnodiging geaccepteerd tijdens de boekpresentatie te reageren. Aan het eind van die boekpresentatie wacht Ten Cate een koude douche: de minister, het panel en de volle zaal gaan er nauwelijks op in. Al snel buigt de discussie af naar de voorbereiding van het vernieuwde kapitaaldekkingsstelsel, waarover drie maanden eerder een akkoord is gesloten. 

‘Dit is geen serieus idee waar wij serieus over moeten nadenken’

Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, herinnert zich ‘de vijandige sfeer’. ‘Dit is geen serieus idee waar wij serieus over moeten nadenken,’ vat hij de reacties samen. ‘Ik vond het buitengewoon teleurstellend dat er geen bereidwilligheid in de zaal leek een keer na te denken over de verhouding tussen kapitaaldekking en omslag.’

Han de Jong, voormalig hoofdeconoom bij ABN Amro en ex-collega van Ten Cate noemt de reactie van de minister en de pensioensector zelfs ‘beschamend’.  Een dergelijk fundamentele ommezwaai is blijkbaar te bedreigend voor de eigen belangen, schrijft hij daar later over. Ten Cate zelf concludeert nu tegenover FTM: ‘In die zaal zat natuurlijk de hele pensioenindustrie. Die wil niet dat er te veel verandert.’ 

Weeffout in pensioenstelsel

Over gevestigde belangen gesproken: in juni 2020 bereikte het kabinet-Rutte III  overeenstemming met vakbonden en werkgevers over de uitwerking van een akkoord voor een nieuw pensioenstelsel. Dat nieuwe stelsel is ingewikkeld: vorige maand werd bekend dat de voorbereiding van de benodigde nieuwe pensioenwet een jaar langer duurt. 1 januari 2023 is de nieuwe geplande ingangsdatum. Pensioenfondsen krijgen daarom ook een extra jaar om zich voor te bereiden op de uitvoering van de nieuwe wet: het nieuwe stelsel moet ingaan op 1 januari 2027.

Als dat doorgaat verandert er veel (zie kader), maar het nieuwe stelsel blijft onverminderd kapitaalgedekt. Sparen voor je pensioen blijft dus het uitgangspunt. Maar volgens Ten Cate kan het allemaal beter en eenvoudiger. Zijn voorstel mag dan radicaal zijn, vooraanstaande economen zoals hoogleraar Bas Jacobs en andere pensioenexperts stellen onze pensioenspaardrift al langer ter discussie. Daar wordt weinig mee gedaan. Hierover later meer, eerst terug naar het voorstel van Ten Cate.

Belangrijke veranderingen bij het nieuwe pensioenstelsel
  • In ruil voor hun pensioenpremie krijgen deelnemers nu nog een ‘aanspraak’. In het nieuwe stelsel worden door pensioenfondsen geen beloftes meer gedaan over toekomstige uitkeringen.
  • Het pensioen wordt individueler. De premie die je straks betaalt, belandt in je eigen, persoonlijke pot. De optelsom van de persoonlijke potten blijft collectief belegd. Deelnemers krijgen te zien hoe het voor hen gereserveerde aandeel in het fondsvermogen verandert: ze zien de eigen premie en het eigen aandeel in het collectief behaalde rendement.
  • Hoeveel pensioen ieders persoonlijke pot uiteindelijk oplevert, daarvan kan alleen een schatting worden gegeven.
  • Aangezien pensioenfondsen geen toezeggingen meer doen, vervalt ook de rekenrente waarmee ze nu nog moeten becijferen of het totale vermogen groot genoeg is om die toezeggingen waar te maken. De rekenrente, die gebaseerd is op de marktrente, is al geruime tijd extreem laag (gemiddeld iets boven nul procent). Dat verplicht fondsen nu nog te veronderstellen dat de totale pensioenpot maar heel langzaam zal groeien. Daarom moeten ze in verhouding tot hun toezeggingen veel geld in kas houden. De meeste pensioenen zijn daardoor al dertien jaar niet verhoogd.
  • Pensioenen zullen straks stijgen en dalen, al naar gelang de beleggingswinsten en -verliezen.
  • Pensioenfondsen kunnen een ‘collectieve solidariteitsreserve’ aanhouden van maximaal 15 procent van het totale vermogen. Die reserve kan bijvoorbeeld worden gebruikt om beleggingsrisico’s te delen tussen jong en oud, of om schommelingen van pensioenen te dempen.
Lees verder Inklappen

Volgens Ten Cate is sparen voor je pensioen zo’n instituut geworden, dat niemand er vraagtekens bij zet. Maar pensioensparen is duur geworden sinds de rente zo laag is. Al dertien jaar zijn de meeste pensioenen niet meer geïndexeerd of zelfs gekort. De koopkracht van veel gepensioneerden is sindsdien met zo’n twintig procent gedaald.

Dat heeft vooral geleid tot getouwtrek over de rekenrente, maar er is geen open debat gevoerd over het idee van geld opzij zetten voor (veel) later, en of dat anders zou kunnen. Juist dat idee stelt Ten Cate ter discussie. Hij schreef hierover al eerder in maart 2016  een (door FTM gepubliceerde) open brief aan toenmalig minister Klijnsma.

Een individu kan sparen, een land ook, maar de wereld als geheel niet

Ten Cate heeft zijn boek Waar blijft mijn pensioen? geschreven vanuit de basisgedachte dat een individu kan sparen, een land ook, maar de wereld als geheel niet. Het spaargeld van de één is namelijk de schuld van de ander, benadrukt hij. Ten Cate heeft daarom ook een moreel bezwaar tegen kapitaaldekking. Hij vindt dat we moeten kiezen voor een systeem dat kan blijven bestaan als alle landen hetzelfde zouden doen.

Ten Cate tegen FTM: ‘Onze pensioenspaarpot van 1700 miljard euro is voor zo’n 85 procent belegd in het buitenland. Zeker sinds de kredietcrisis van 2008 is de algemene opinie dat de wereldwijde schuldenberg moet worden verminderd. Toch denken wij het recht te hebben onze besparingen op te voeren en de rest van de wereld met een schuld aan ons op te zadelen’.

Onderconsumptie

In zijn boek gaat Ten Cate ook in op andere nadelen van ons pensioenspaarsysteem. Een daarvan is onderconsumptie. Elk jaar onttrekken pensioenfondsen tientallen miljarden aan de Nederlandse economie om deze vervolgens grotendeels in het buitenland te beleggen. Pensioensparen draagt zo al decennia flink bij aan het Nederlandse spaaroverschot. Hierop doorgaand zegt Ten Cate: ‘Op alle internationale economische ranglijstjes doen wij het goed, bijna altijd in de topvijf en zeker de toptien. Op één ranglijstje na: het besteedbaar inkomen per inwoner. Daar bungelen wij echt onderaan de middenmoot.’

Een andere weeffout in ons pensioenstelsel is volgens de voormalige ABN Amro-bankier het gevaar dat we in een neerwaartse spiraal raken als de rente daalt. Als de rente omlaag gaat, daalt ook de dekkingsgraad van de pensioenfondsen. Om die te herstellen, moet er meer gespaard worden (door hogere premies, pensioenkortingen of minder indexatie). Die extra besparingen vergroten het aanbod van geld. Door de marktwerking zal de rente dan verder dalen, en zo beland je in een vicieuze cirkel. 

Waarom denkt Ten Cate dat we kunnen overstappen op een omslagsysteem? Pensioensparen mag dan gevoelig zijn voor rente, een groot voordeel is dat het niet zo gevoelig is voor vergrijzing. Om risico’s gespreid te houden, is het daarmee een mooie aanvulling op de AOW. Daar speelt precies het omgekeerde: de AOW is niet gevoelig voor de rente, maar wel voor vergrijzing.

Als het aantal gepensioneerden groeit ten opzichte van de beroepsbevolking, dreigen de werkenden de last van de stijgende AOW-uitkeringen niet meer te kunnen dragen. In zijn summiere reactie op de boekpresentatie van Ten Cate haalde Minister Koolmees dit argument van risicospreiding aan. 

We hoeven ons geen zorgen te maken over vergrijzing, als we vandaag afscheid nemen van kapitaaldekking

Volgens Ten Cate zijn we paradoxaal genoeg, juist dankzij die enorme pensioenspaarpot, in de unieke positie verzeild geraakt dat we ons geen zorgen hoeven te maken over vergrijzing als we vandaag afscheid nemen van kapitaaldekking. Doorsparen is volgens hem onnodig: de pensioenpot kan geparkeerd worden als ‘achtervang’ voor het door hem uitgewerkte omslagsysteem.

Sinds de introductie van het huidige pensioenspaarsysteem eind jaren vijftig is de inleg in de spaarpot door werkenden in de meeste jaren hoger geweest dan de uitkering van spaargeld aan gepensioneerden (2020: 44 om 33 miljard euro). ‘De jaren negentig waren daarop een uitzondering. Maar toen werd de inleg verlaagd omdat de beleggingsrendementen zo hoog waren. We zouden vandaag kunnen overgaan naar een omslagstelsel en zelfs kunnen indexeren,’ zegt Ten Cate. 

Maar is dat houdbaar als de geboortegolf van na de Tweede Wereldoorlog, die aanhield tot ongeveer 1970, met pensioen is? Op basis van demografische prognoses van het CBS houdt Ten Cate er rekening mee dat tussen 2032 en 2050 de premie-inleg inderdaad lager zal zijn dan de uitkeringen. Volgens zijn berekeningen levert dat over die hele periode een tekort op van 80 tot 130 miljard euro, ofwel tussen 5 en 8 procent van het totale pensioenvermogen. ‘Die enorme pensioenpot kun je zien als een ventiel. In die periode waarin we tekort komen, vullen we dat aan uit de pot,’ zegt Ten Cate.

Absurde conclusie

Dat zal in het piekjaar van de aankomende pensioengolf, die de naoorlogse geboortegolf weerspiegelt, nog geen 10 miljard euro zijn. ‘Als je ziet hoe hard de pot ieder jaar groeit door beleggingsrendement, dan denk ik dat we dat niet eens merken. Eigenlijk is dat een absurde conclusie,’ aldus Ten Cate. Na 2050 zouden de uitkeringen weer volledig gefinancierd kunnen worden uit de premie-inleg van de werkenden.

Hij komt uit op zo’n 300 euro netto erbij per maand per persoon

Ten Cate wil de jaarlijkse beleggingsopbrengsten van het geparkeerde pensioenvermogen plus de jaarlijkse waarde-aangroei doorlopend aanwenden om het besteedbaar inkomen van alle Nederlanders te verbeteren. In zijn berekeningen komt hij daarbij uit op zo’n 300 euro netto per maand per persoon. 

Ten Cate stapt (te) makkelijk over de juridische consequenties van zijn voorstel heen. Het parkeren van de pensioenpot zou neerkomen op nationalisatie. Maar opgebouwde pensioenaanspraken zijn individuele (voorwaardelijke) vermogensrechten. ‘De 1500 miljard die in de pensioenpotten zit, is eigendom van mensen. Als ik dat ga uitdelen, moet ik naar het Europese Hof van Justitie en word ik in de cel gegooid,’ zei minister Koolmees hierover in 2019.

Ten Cate merkt op dat het nieuwe pensioenakkoord er ook is gekomen ondanks grote juridische obstakels. Die zijn er nog steeds: het opknippen van het pensioenvermogen in individuele potjes (het zogenaamde ‘invaren’) zou tot een golf aan rechtszaken kunnen leiden. Volgens Ten Cate gaat het allereerst om een economisch vraagstuk: ‘Hoe dat juridisch wordt vormgegeven, is secundair.’ 


Wouter Koolmees, minister SZW

"De 1500 miljard in de pensioenpotten is eigendom van mensen. Als ik dat ga uitdelen, word ik in de cel gegooid"

‘We sparen teveel’

Bas Jacobs was één van de sprekers op Nyenrode die reageerde op Ten Cates plan. Hij bepleitte doorrekening van het plan door het CPB. Jacobs had zelf al eerder een lans gebroken voor vermindering van het aandeel kapitaaldekking bij de aanvullende pensioenen.

In zijn voorstellen zou dat moeten samengaan met een inkomensafhankelijke aanvulling op de AOW. ‘De rente is zo laag dat we ons een ongeluk moeten sparen in het huidige pensioenstelsel. Dan zou meer omslagfinanciering wel eens aantrekkelijk kunnen zijn,’ zegt hij nu tegen FTM.

Volgens Jacobs is er mogelijk een voordeel van tientallen miljarden euro’s per jaar te behalen. Het bedrag aan premies dat in een omslagstelsel wordt geïnd (een vast percentage van de lonen), en waarmee direct de lopende pensioenuitkeringen worden gefinancierd, groeit mee met de omvang van de economie (de som van de bevolkingsgroei en de loongroei).

Jacobs: ‘De nominale groei van de economie, nu ongeveer 3 procent, is dus het rendement op omslag. De rente die ik krijg op een risicovrije pensioenbelegging is nul. Alleen al de observatie van dat verschil van 3 procent is genoeg aanleiding om een onderzoek te starten.’

Het belegd pensioenvermogen bedraagt ongeveer 1700 miljard euro. Als je daar drie procent van neemt, is dat zo’n vijftig miljard euro per jaar. Jacobs: ‘Dat is serieus geld. Natuurlijk ontbreekt in deze simpele som de waarde van risico, in zowel de economische groei als in de financiële rendementen. Pensioenfondsen beleggen terecht niet alles in risicovrije obligaties. Dus je mag die 50 miljard niet letterlijk nemen. Maar het laat wel zien dat je daar een serieuze discussie over moet voeren.’

Rijke mensen sparen meer

Jacobs verwacht dat de rente langdurig laag blijft. Dat komt volgens hem door structurele ontwikkelingen die al heel lang spelen: ‘De wereld is al een jaar of dertig aan het vergrijzen. We zien de wereld al sinds de jaren tachtig steeds ongelijker worden, in inkomen en in vermogen. Rijke mensen sparen meer. We zien sinds diezelfde tijd dat technologische ontwikkelingen ertoe leiden dat er minder vraag is naar die besparingen voor de financiering van investeringen.’ Dat komt volgens Jacobs omdat moderne economieën niet meer op machines en gebouwen draaien, maar op IT, waarvan de prijs in een enorm tempo daalt.

Ook wijst hij op de enorme behoefte bij pensioenfondsen, banken en verzekeraars aan risicovrije beleggingen in vergelijking met risicodragende. Dat zorgt ervoor dat de risicovrije rentes zo extreem laag zijn. ‘Lage rente, lage groei, lage inflatie, dat is voor mij nog steeds het waarschijnlijkste scenario. De lage rente op de kapitaalmarkten is het teken: we sparen te veel en we investeren te weinig’. 

Het Nederlandse pensioensysteem draagt  bij aan de chronische onderbesteding en daarmee aan langdurige stagnatie

De overheid zou volgens Jacobs meer moeten investeren. In onderwijs, innovatie, energietransitie en infrastructuur, om de toekomstige productiecapaciteit niet te schaden. Maar ook de pensioensector kan volgens hem bijdragen. Het Nederlandse pensioensysteem draagt volgens Jacobs bij aan de chronische onderbesteding en daarmee aan langdurige stagnatie. ‘Op het moment dat we zouden overstappen op meer omslag, zouden we minder sparen. Dat zou het macro-economisch probleem kunnen helpen oplossen.’

Jacobs erkent wel dat het moeilijk zal zijn zo’n fundamentele wijziging te realiseren: ‘Je ziet hoe ingewikkeld nu de transitie is naar een nieuw kapitaalgedekt pensioensysteem, laat staan naar een alternatief systeem met meer omslagfinanciering’. 

Jacobs noemt nog een kenmerk van de Nederlandse economie dat hij deels toeschrijft aan pensioensparen: Tijdens de kredietcrisis van 2008 bleek dat Nederland een boom and bust economie is. Het gaat heel erg omhoog als het meezit, maar ook heel hard omlaag als het tegenzit. Dat heeft volgens Jacobs te maken met het vermogen dat we in huizen stoppen maar ook in pensioenfondsen. ‘Onze bezittingen zijn niet liquide, terwijl we wel hoge schulden hebben. Op het moment dat wij een economische tegenvaller hebben, dan zie je dat we niet bij ons bezit kunnen, en dan trappen we extra hard op de rem.’

Kleine demografische hobbel

Arnoud Boot, hoogleraar Corporate Finance en Financiële Markten aan de Universiteit van Amsterdam, pleit al sinds de jaren negentig voor meer omslag. ‘Onder economen speelt het evenwicht tussen omslag en kapitaaldekking al heel lang’, zegt hij tegen FTM. Het SER-rapport Nederlandse economie in stabieler vaarwater uit 2013 noemt hij een cruciale referentie: ‘Dat ging erover dat we in Nederland als een gek potten geld aan het verzamelen zijn.’

Volgens Boot zit sparen voor je pensioen in ons DNA. Daarbij wordt volgens hem nog wel eens uit het oog verloren wat de kern is van een pensioensysteem: dat de werkenden werken voor de niet-werkenden. ‘Tegelijkertijd,’ benadrukt hij. ‘Want de spaarpot van iemand die met pensioen gaat heeft geen enkele waarde als er geen mensen aan het werk zijn. Dan rijden er geen treinen en kun je je boodschappen niet doen.’ Het draait volgens Boot allemaal om die verhouding tussen werkenden en niet-werkenden. ‘Uiteindelijk is het niet de financiële economie, maar de vitaliteit van de echte economie die bepaalt of mensen met een gerust hart met pensioen kunnen.’

‘De pensioenpremies zijn zo hoog, dat we daar letterlijk alle pensioengerechtigden vandaag en in de toekomst van kunnen betalen’

Boot is het met Ten Cate eens dat de pensioenspaarpot geparkeerd kan worden. ‘De pensioenpremies zijn zo hoog, dat we daar letterlijk alle pensioengerechtigden vandaag en in de toekomst van kunnen betalen, met uitzondering van die kleine demografische hobbel die we makkelijk kunnen opvangen’. 

Volgens Boot duidt die enorme pot geld op te veel besparingen. Doordat we zoveel sparen kunnen we minder consumeren, en importeren we ook minder. ‘Maar onze bedrijven exporteren niet minder, want in het buitenland consumeren ze wel. Dat betekent dat we eigenlijk altijd een overschot op de lopende rekening hebben,’ zegt hij. Het overschot op de lopende rekening bedraagt structureel zo’n 10 procent, terwijl dat volgens de EU niet meer dan 6 procent mag zijn.

Ook Bas Jacobs laat zich hierover tegen FTM kritisch uit: ‘We zijn hierin volkomen hypocriet. We hebben wel allerlei bezwaren als Zuid-Europese landen hun begrotingen niet op orde hebben, maar tegelijkertijd weigeren we naar de balk in onze eigen ogen te kijken van een exportoverschot van 10 procent van het bbp.’

Nederlandse staat als hedge fund

Boot vindt dat de kapitaaldekking is doorgeslagen. Maar zijn ideeën over hoe het anders kan, zijn minder radicaal dan die van Ten Cate. Boot wil kapitaaldekking niet afschaffen, maar via meer omslag een basispensioen mogelijk maken. Voor iedereen (inclusief zzp’ers) bovenop de AOW. Mensen hebben volgens Boot behoefte aan zekerheid over de ‘onderkant’ van de aanvullende pensioenen. Hij denkt daarbij aan een gegarandeerd bedrag oplopend tot bijvoorbeeld tien- à vijftienduizend euro per jaar, plus indexatie.

‘Wij hebben dat rare systeem met die hele grote pot geld. Wij kunnen doen wat geen enkel ander land kan’

In het huidige kapitaaldekkingssysteem kunnen de pensioenfondsen die garantie niet geven. Dat kost geld en dan zouden de pensioenpremies omhoog moeten. En dan spaar je juist weer meer. Boot: ‘Om die hogere premies te voorkomen, zijn in het nieuwe pensioenakkoord zekerheden weggehaald.’ Daarom spreken critici over een ‘casinopensioen’. Maar de Nederlandse overheid kan die garantie volgens Boot wel geven: ‘Want wij hebben dat rare systeem met die hele grote pot geld. Wij kunnen doen wat geen enkel ander land kan.’ 

Boot legt uit wat hij daarmee bedoelt. De pensioenpotten zijn opgebouwd uit inkomen vóór belasting. De overheid heeft dus belastinginkomsten uitgesteld. Het totale Nederlandse pensioenvermogen van 1700 miljard euro bestaat voor ongeveer eenderde uit een gigantische belastingclaim die de overheid heeft op de toekomstige uitkering van de pensioenen. Dat is meer dan de hele Nederlandse staatsschuld.

‘Tijdens de kredietcrisis hebben mijn collega Lans Bovenberg en ik de Nederlandse staat vergeleken met een hedge fund. Wij lenen geld – de staatsschuld is ruim 400 miljard – om te laten beleggen door de pensioenfondsen,’ zegt Boot. Als de overheidsgarantie op een basispensioen al zou moeten worden aangesproken, dan kan dat volgens hem makkelijk gedekt worden door die enorme belastingclaim.

Boot: ‘Effectief is dat een stap in de richting van omslag, want je zet uiteindelijk de belastingbetaler achter je pensioensysteem.’ Dat kun je vergelijken met het AOW-omslagsysteem. Als de AOW-uitkeringen hoger zijn dan de premie-inleg wordt het verschil ook aangevuld door de overheid. ‘In een puur kapitaaldekkingssysteem kan dat niet,’ aldus Boot. 

De sociale partners en de overheid hebben hun bestaande rollen in het pensioenmoeras veiliggesteld

Arnoud Boot was lid van het wetenschappelijk klankbord dat sociale partners en de overheid adviseerde over het nieuwe pensioenstelsel dat per 2027 moet ingaan. Is in de aanloop naar het pensioenakkoord nog overwogen om voortaan minder te sparen voor de pensioenen en meer omslag in te bouwen? ‘Het verminderen van kapitaaldekking was geen onderdeel van het speelveld,’ zegt Boot daarover.

Volgens hem hebben de sociale partners en de overheid daarmee hun bestaande rollen in het pensioenmoeras veiliggesteld. Terugblikkend zegt hij: ’Je kunt je afvragen of het niet een te gesloten proces was, met steeds dezelfde partijen aan tafel, en of de insteek van de discussie wel goed was. Die had moeten zijn: Wat is goed voor huidige en toekomstige pensioengerechtigden?’

Weerstand van de gevestigde orde

Dat brengt ons terug bij de koude douche in 2019 voor Martin Ten Cate op kasteel Nyenrode. Het is niet zo verwonderlijk dat het verminderen (laat staan het afschaffen) van kapitaaldekking op weerstand stuit van de gevestigde orde. ‘Nederland heeft enorme kapitaalgedekte pensioenfondsen,’ zegt Bas Jacobs. ‘Een aantal mensen zou het heel vervelend vinden als het idee van meer omslagfinanciering in de praktijk wordt gebracht. Ze zouden dan op minder geld zitten en dat betekent minder macht en status.’ 

Volgens Arnoud Boot heeft de vakbeweging evenmin belang bij een systeemwijziging. Pensioenen zijn onderdeel van arbeidsvoorwaarden. Daarom wijzen de vakbonden bij veel pensioenfondsen bestuursleden aan. Dat is misschien wel de belangrijkste overgebleven houvast van de vakbeweging in de huidige maatschappij. Rondom de pensioenpot van bijna 1700 miljard is ook een omvangrijke service-industrie gegroeid, met uitvoerders van pensioenregelingen, vermogensbeheerders, risicomanagers en actuarieel adviseurs.

‘Als ik een grotere pot geld heb dan jij, dan sta ik overal vooraan, want ik kan alles kopen en jij niet’

De uitvoeringskosten van de Nederlandse pensioenfondsen stegen in 2020 naar zo’n 10 miljard euro (ter vergelijking: dat is ongeveer 1 miljard minder dan de hele defensiebegroting van dat jaar). De belangen van deze partijen staan ook op het spel als we minder gaan pensioensparen, of ermee stoppen. In een uitzending van Radar van november 2020 zei Boot dat alles bij het oude blijft vanwege de gevestigde belangen: ‘Er moet iemand over zijn eigen schaduw stappen: de vakbeweging, werkgeversorganisaties of een minister.’ 

Aan het eind van het gesprek komt Boot nog een keer terug op ons spaargedrag. Het is volgens hem niet zo gek dat het calvinistische denken de sprong niet kan maken van het meer individuele naar het collectieve: ‘Want als ik een grotere pot geld heb dan jij, dan sta ik overal vooraan, want ik kan alles kopen en jij niet. Maar een collectieve pot geld heeft een heel andere rol. Collectief kunnen we niet vooraan staan.’