© EPA/CHRISTIAN BRUNA

Persvrijheid in Slowakije: de alarmbel rinkelt

  • In Nederland zijn de kranten toch ook in handen van rijke zakenlui?
  • Als je, geïndoctrineerd door de VS, een gemoedelijke band met Rusland al als verwerpelijk beschouwt is dat blijkbaar al verdacht.

In een jaar tijd zakte Slowakije maar liefst tien plaatsen op de World Press Freedom Index, van stek 17 naar 27. Niet alleen de koelbloedige moord op onderzoeksjournalist Ján Kuciak werkte deze stevige duik in de hand: sinds augustus 2017 heeft de Slowaakse openbare omroep een twijfelachtige CEO. Ondertussen komen steeds meer media in handen van rijke zakenlui.

Begin dit jaar werd Slowakije opgeschrikt door de moord op Ján Kuciak en zijn vriendin Martina Kušnírová. De jonge onderzoeksjournalist kwam in het vizier van Robert Fico, toen hij de ex-premier en zijn entourage linkte aan de Italiaanse maffia. Na zijn dood publiceerden verschillende media zijn verhalen, wat uiteindelijk resulteerde in het ontslag van Robert Fico als premier van Slowakije.

De afgelopen maanden werken onderzoeksjournalisten opvallend meer samen, zowel binnen als buiten de landsgrenzen, om nog meer wantoestanden en corruptie aan te kaarten. Slowaakse media als Aktuality.sk, SME, Denník N en enkele andere kanalen wisselen informatie uit met Swiss Blic, Polish Onet, Die Welt en de Tsjechische openbare omroep, om op deze manier het werk van Jan Kuciak verder te zetten.

Het neemt helaas niet weg dat de journalistiek in Slowakije op verschillende vlakken onder druk staat.

Dat Robert Fico ondertussen van het toneel verdween, is een magere troost. De man wordt wel eens vergeleken met Trump omdat de kopman van de sociaaldemocratische partij Sociálna Demokracia (SMER) er een sport van maakte om te pas en te onpas uit te halen naar de pers.

In 2016 noemde hij enkele journalisten nog ‘vuile anti-Slowaakse hoeren’, nadat ze de afhandeling van nationale fondsen in twijfel trokken. Ook de (ondertussen ex-)minister van Binnenlandse Zaken Robert Kaliňák nagelde journalisten regelmatig aan de schandpaal. Toen een van zijn medewerkers Ján Kuciak bedreigde, nadat die de minister beschuldigde van het verdoezelen van belastingfraudeoperaties van vastgoedbons Ladislav Bašternák, minimaliseerde Kaliňák het voorval.

Ook hij moest in maart van dit jaar opstappen, na aanhoudend protest van de Slowaakse bevolking. De moord op Ján Kuciak zorgde overigens voor de grootste optocht sinds de val van het communisme in 1989. Op 9 maart van dit jaar vulden tienduizenden Slowaken de straten van Bratislava, om hun ongenoegen te uiten en hun medeleven te betuigen.

Openbare omroep in bedenkelijke handen

Niet alleen Robert Fico en Robert Kaliňák probeerden de vrije meningsuiting te beknotten. De afgelopen jaren trachtte zowat de hele Slowaakse politieke wereld druk uit te oefenen op de media, zowel directe als indirect.

Neem nu de openbare omroep, waar sinds augustus 2017 Jaroslav Rezník in de bestuurszetel zit. In de jaren negentig was Reznik directeur bij SRo, de Slowaakse openbare radio. Hij onderhield toen al nauwe banden met ‘Hnutie za demokratické Slovensko’, een autoritaire en ultranationalistische volkspartij.

Vandaag zou Jaroslav Rezník banden hebben met de Slowaakse Nationale Partij (SNS) van parlementsvoorzitter Andrej Danko, die al meer dan eens liet vallen dat hij de openbare omroep onder controle wil krijgen. Met Rezník aan het hoofd lijkt hem dat te lukken.

Sinds Rezník’s aantreden bij ‘Rozhlas a televízia Slovenska’ (RTVS) beweegt er heel wat in het openbaar medialandschap. In februari van dit jaar namen twee prominente figuren van de nieuwsdienst ontslag omwille van ‘gezondheids- en familiale redenen’.

Twee maanden later verliet Oľga Baková, een van de meest toonaangevende Slowaakse journalisten, de openbare omroep. Tot eind februari stond ze aan het hoofd van de buitenlandse nieuwsdienst, waarna haar positie werd geschrapt. Daarnaast verloren maar liefst negen hoofdredacteurs hun job, terwijl ze net als Baková minder belangrijke redactiefuncties aangeboden kregen.

Wie openlijk kritiek heeft, vliegt eruit

In mei van dit jaar werden ook nog eens vier medewerkers aan de deur gezet, nadat ze in een open brief waarschuwden voor sluipende politieke druk binnen de staatsmedia. RTVS weigerde verder te reageren op het voorval, maar verzekerde dat het de vrijheid van meningsuiting en de pluraliteit van meningen waardeerde.

De komst van Jaroslav Rezník als CEO van de openbare omroep deed al flink wat stof opwaaien

Toch lijkt het erop dat wie openlijk kritiek heeft op het management er vroeg of laat uitvliegt. In die club van managers zitten overigens nogal wat voormalige woordvoerders van overheidsdiensten.

Het was ook dit management dat aan het begin van het jaar besliste om ‘Reportéri’, het enige tv-programma dat inzet op onderzoeksjournalistiek, te schrappen. Omdat er zodanig veel kritiek kwam op deze beslissing, beloofde de openbare omroep intussen wel om het programma in september opnieuw op te starten.

De komst van Jaroslav Rezník als CEO van de openbare omroep deed al flink wat stof opwaaien. Toch minimaliseerde huidig premier Peter Pellegrini, tijdens de parlementaire bijeenkomst van de Raad van Europa eind juni de huidige situatie. Hij vertelde dat RTVS een overheidsinstelling is die voornamelijk rekent op publieke bijdragen, wat volgens hem de onafhankelijkheid ervan garandeert. Pellegrini stelt dat de politieke macht zich onmogelijk kan bemoeien met de manier waarop de openbare omroep werkt, aangezien het parlement de directeur van deze instelling benoemt.

Link met Rusland

Voordat Jaroslav Rezník aan het hoofd van de openbare omroep kwam, zwaaide hij de scepter bij TASR (Tlačová agentúra Slovenskej republiky), zeg maar het Slowaakse ANP. Net voor zijn vertrek probeerde hij nog een deal uit de brand te slepen met het persagentschap Sputnik, dat pro-Russische nieuwsberichten verspreidt.

Helaas voor Rezník lokte deze samenwerking op Europees vlak zo’n felle kritiek uit dat TASR zijn staart na enkele dagen alweer introk. Nochtans dragen de regerende partijen in Slowakije de Russen een warm hart toe.

De private media zijn in handen van een niet te onderschatten clubje

De Smer, de grootste sociaaldemocratische partij (waarvan ex-premier Fico overigens nog steeds partijvoorzitter is), streeft zowel op sociaal als op economisch vlak naar een gemoedelijke band met Rusland. Slowakije is dan ook afhankelijk van Rusland en speelt bovendien een belangrijke rol in de doorvoer van Russisch gas naar West-Europa.

De Slowaakse Nationale Partij is openlijk pro-Russisch en steekt haar minachting voor de NAVO en de Verenigde Staten niet onder stoelen of banken. Nochtans lijkt leider en parlementsvoorzitter Andrej Danko een gematigde koers te willen varen. Hoe dan ook speelt Slowakije een belangrijke rol in de geopolitiek en kan de kleinste schermutseling het land naar het oosten of het westen doen overhellen.

Oligarchie in de media

Ook de private media zijn in handen van een niet te onderschatten clubje. Hoewel er na de val van het communisme veel westers kapitaal in de plaatselijke media gepompt werd, hebben veel internationale mediagroepen hun kanalen opnieuw verkocht. Het zijn voornamelijk machtige zakenmensen die nu de redactionele lijn mee bepalen en hun doel is duidelijk: de publieke opinie beïnvloeden.

Hedendaagse Slowaakse media komen steeds meer onder controle van lokale of regionale oligarchen. Een mooi voorbeeld is Penta, een centraal Europese investeringsgroep die in 2014 SME, een van de grootste Slowaakse dagbladen, opkocht. In 2017 zette deze trend zich verder, toen nog meer oligarchen zich bij verschillende media inkochten, niet om winst te maken maar om als wapen te gebruiken in conflicten met andere oligarchen en de overheid.

Gelukkig kent elk land journalisten die niet bij de pakken blijven zitten. Toen Penta in 2014 dagblad SME overnam, zag niet veel later Dennik N het levenslicht. Het initiatief van enkele misnoegde ex-SME journalisten streeft naar onafhankelijke (onderzoeks)journalistiek. Ondertussen kan Dennik N rekenen op de nodige aanhang. Het online nieuwsmedium telt vandaag al meer dan 23.000 actieve abonnees en zo’n 100.000 geregistreerde lezers.

"Politici kunnen de ‘Lügenpresse’ naar hartelust jennen"

Elders in Oost-Europa

Ondanks de vaststelling dat er hier en daar media ontstaan als tegenreactie op zakelijke- en staatsinmenging, zijn veel Oost-Europese landen in hetzelfde bedje ziek. Grofweg kunnen we stellen dat in de meeste landen die in 1918 tot Oostenrijk-Hongarije behoorden (Oostenrijk, Hongarije, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Tsjechië, Slowakije, Slovenië en delen van Italië, Montenegro, Polen, Roemenië, Servië en Oekraïne) de persvrijheid stevig onder druk staat.

Sinds het aantreden van Sebastian Kurz (Österreichische Volkspartei) als Bondskanselier van Oostenrijk en zijn samenwerking met de FPÖ (Freiheitliche Partei Österreichs) komt de persvrijheid ook daar steeds meer in gevaar.

Politici kunnen de ‘Lügenpresse’ naar hartelust jennen. Daarnaast is de verdere subsidiëring van de Oostenrijkse openbare omroep op dit moment een groot vraagteken. De FPÖ en de machtige roddelpers willen het plaatselijke ‘kijk- en luistergeld’ afschaffen, waardoor de openbare omroep zich noodgedwongen tot het parlement zou moeten wenden voor financiële en inhoudelijke steun. Dit betekent dat ze aan autonomie zou inboeten.

Censuur en geweld in Hongarije

In Hongarije zijn het voornamelijk zakenlui die de scepter zwaaien in medialand. Velen van hen hebben nauwe banden met de partij van premier Viktor Orbán. Tot aan de algemene verkiezingen in april van dit jaar hadden Hongaren wel nog toegang tot één krant die kritiek had op de regering: Magyar Nemzet. Maar ook dat medium werd drie dagen na de stembusgang opgedoekt.

Van alle Europese lidstaten scoort Bulgarije het minst goed op de World Press Freedom Index. Het land scoort zelfs slechter dan de meeste Balkan-landen, waarvan sommige kandidaat EU-lidstaten zijn. Media, politici en zakenlui draaien er hun hand niet om voor een beetje corruptie en andere louche praktijken.

Wie onder de indruk is van de uitlatingen van president Trump, kent vast Milos Zeman niet

De meest spraakmakende figuur in het Bulgaarse medialand is Deylan Peevski, de voormalige baas van een Bulgaarse inlichtingendienst en huidig eigenaar van New Bulgarian Media Group. Hij heeft maar liefst tachtig procent van de gedrukte media in zijn bezit. Verder zijn Bulgaarse journalisten steeds meer op hun hoede. Bedreigingen en aanvallen namen de afgelopen maanden zienderogen.

Dummy kalashnikov in Tsjechië

Ook in Roemenië zijn de media in toenemende mate politieke propaganda-instrumenten geworden. Enerzijds proberen politieke partijen zoveel mogelijk druk uit te oefenen op de media. Anderzijds zijn er steeds meer extreemrechtse groeperingen die openlijk de persvrijheid bekampen. Deze clubs hebben vaak banden met de orthodoxe kerk en worden zelfs voor een deel door de overheid gefinancierd.

En dan is er Tsjechië. Wie onder de indruk is van de uitlatingen van president Trump, kent vast Milos Zeman niet. De president van Tsjechië is allesbehalve dol op de media. Tijdens een persconferentie in oktober 2017 zwaaide hij met een dummy Kalashnikov met het opschrift ‘voor journalisten’.

Verder spreekt hij liever over ‘mest’ en ‘hyena’s’ wanneer hij naar deze doelgroep refereert. Wie kritiek durft te uiten aan het adres van president Zeman, mag zich aan een flinke boete verwachten. Ook hier pompen veel oligarchen sinds 2008 hun geld in de media. Een van de invloedrijkste mannen is Andrej Babis. Hij is niet alleen premier van Tsjechië, hij bezit ook een van de meest invloedrijke dagbladen van het land.

Openbare omroep als politieke spreekbuis

In Polen is sinds oktober 2015 Prawo i Sprawiedliwość (afgekort PiS) aan de macht. Deze rechtse partij doopte de openbare media om tot nationale media en schakelt ze in als politieke spreekbuis.

Veel journalisten doen aan zelfcensuur

De nieuwe leidinggevenden van de openbare omroep tolereren geen oppositieleden, noch medewerkers die anders denken. Zo probeerde de omroepraad onder invloed van de regering de private zender TVN een monsterboete aan te smeren. Die zender had het in december 2016, tijdens de protesten tegen de inperking van de persvrijheid, gewaagd om regeringsonvriendelijke beelden uit te zenden. Door toenemende internationale druk liet de omroepraad de boete uiteindelijk varen.

Ook Tomasz Piatek ondervond aan den lijve dat de vrijheid van meningsuiting steeds meer onder druk komt in Polen. Toen de onderzoeksjournalist kritiek had op de minister van Defensie en hem linkte aan de Russische geheime dienst, hing er lange tijd een gevangenisstraf boven zijn hoofd.

Journalisten en zelfcensuur

In Slovenië is het al niet veel beter gesteld met de persvrijheid. Journalisten zijn er schietschijven van politici. Ze worden regelmatig door de modder gesleurd en aangeklaagd.

Met de komst van de ‘mass media act’ in 2006, kan iedereen die zich door een medium of journalist beledigd voelt, om een rechtzetting vragen. Veel journalisten doen daarom aan zelfcensuur, om zo problemen en rechtszaken uit de weg te gaan.

Ook in de aangrenzende Balkan-regio worden journalisten langs alle kanten politiek onder druk gezet, terwijl rijke zakenlui zoveel mogelijk kanalen proberen te bemachtigen.

Bedreigingen, geweld en intimidatie tegenover journalisten blijven er zorgwekkend. Een aantal landen vraagt om toe te treden tot de Europese Unie. Vraag wordt hoe zwaar de Europese Unie de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting daarbij zal laten doorwegen.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Apache

Gevolgd door 318 leden

Apache schrijft wat politici niet willen lezen. FTM en Apache werken samen en wisselen geregeld artikelen uit.

Volg Apache
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren