© Daniëlla van Bergen

Persvrijheid is er voor iedereen, maar wordt vaak vertrapt

    3 mei is de Internationale Dag van de Persvrijheid. Die gaat in Nederland gepaard met het verschijnen van het boek 'Blad voor de mond', een publicatie waaraan ook Follow the Money een bijdrage leverde. In dit verhaal beschrijft Peter de Ruiter hoe belangrijk persvrijheid is voor het verdedigen van mensenrechten en hij staat stil bij de gevaren waaraan journalisten in grote delen van de wereld blootstaan.

    Op 3 mei wordt jaarlijks de Internationale Dag van de Persvrijheid gevierd. Het zijn vooral journalisten die zich op deze dag aangesproken voelen. Maar dat is niet terecht. Met ‘persvrijheid’ wordt namelijk niet uitsluitend de vrijheid van journalisten bedoeld om te onderzoeken en te publiceren wat ze willen. Elke burger heeft dit recht.

    Het woord persvrijheid verwijst naar de vrijheid van drukpers, waarop iedereen zijn gedachten mag vermenigvuldigen. In Nederland heeft sinds 1848 niemand daar vooraf toestemming voor nodig. Op het gebied van persvrijheid staat Nederland zelfs op de tweede plaats in de wereld in de lijst die de Franse organisatie Reporters sans Frontières in april bekend heeft gemaakt. Uit de lijst blijkt ook dat in veel andere landen de mate van persvrijheid wederom een stukje is teruggelopen.

    Zafar stelt de Pakistaanse autoriteiten vragen over verdwijningen en moorden

    Hoe ernstig de situatie in sommige landen is, is te horen uit de mond van bijvoorbeeld Zafar (31). Hij is een journalist die zijn leven in eigen land niet zeker is. In augustus vorig jaar is hij in zijn Pakistaanse woonplaats Karachi midden in de nacht opgepakt. Enkele tientallen paramilitairen vielen zijn huis binnen, haalden de boel overhoop en voerden hem af onder de ogen van zijn vrouw, kinderen en grootmoeder. Hij is 40 uur vastgehouden en ondervraagd door de geheime dienst. Eenmaal vrij werd hem duidelijk dat zijn leven in Pakistan gevaar liep. Hij nam de wijk naar Nepal en daarna naar Afghanistan. Waarom dit ‘ongemak’? Zafar stelt de Pakistaanse autoriteiten vragen over verdwijningen en moorden. Daar zijn zij niet van gediend. ‘Je mag in Pakistan alles schrijven over politieke partijen en politici. Maar kom niet aan het militaire establishment. Dan krijg je problemen,’ verklaart Zafar.

    Protectieprogramma

    De Pakistaanse journalist verblijft momenteel in Nederland, als deelnemer aan het protectieprogramma Shelter City van Justice and Peace in Den Haag. Hij komt hier op adem, krijgt veiligheidstrainingen en versterkt zijn netwerk. Hij doet dat samen met vijf  andere verdedigers van mensenrechten, uit diverse delen van de wereld: Christopher (Zuid-Soedan), Musa (Palestina), Svitlana (Oekraïne), Kofi (Gambia) en Irina (Rusland). In de afgelopen twee jaar zijn 30 collega-activisten uit 21 landen hen voorgegaan. Al deze mensen stellen misstanden in hun land aan de orde en streven naar een rechtvaardige samenleving. Hun middel: informatie. Hun kanaal: massamedia. Deze activisten zijn het levende bewijs van het belang van vrijheid van expressie, oftewel van persvrijheid. Hun verhalen maken dit begrip en het belang ervan een stuk minder abstract.

    De zes deelnemers aan Shelter City zijn bijeen in het pand aan de Haagse Riviervismarkt waar Justice and Peace is gevestigd, pal tegenover de Oude Kerk; hartje centrum. In het Nutshuis, gebouwd in de jaren ‘30 voor een bank die ook het welzijn van zijn klanten voor ogen had, luistert de groep naar medewerkers van genoemde organisatie. Op de vloer van de zaal ligt glimmend, krakend parket. Oud-bestuurders van de bank, vereeuwigd in olieverf, houden vanaf de wand een oogje in het zeil. Op het programma van deze ochtend in april staan drie vormen van veiligheid: fysieke veiligheid, digitale veiligheid en sociale veiligheid. Vragen aan de deelnemers: wat geeft je een gevoel van veiligheid, en wat verstoort dat gevoel juist?

    Vrijheid van expressie

    Veel van de antwoorden hebben betrekking op het zenden en ontvangen van informatie. ‘Vrijheid van expressie geeft mij een veilig gevoel,’ zegt Zafar. Zijn collega-activist Kofi (45) uit Gambia sluit zich daarbij aan. Hij werkt in zijn land aan het opbouwen van wat wij in Nederland een ‘maatschappelijk middenveld’ zouden noemen. ‘Ik voel me veilig met Facebook. Als ik word gearresteerd, zullen mijn vrienden en collega’s daar berichten op zetten. Ik kan dan niet meer anoniem door de inlichtingendienst worden afgevoerd.’

    'Ik voel me veilig met Facebook. Ik kan dan niet meer anoniem door de inlichtingendienst worden afgevoerd'

    Kofi beseft dat de bescherming die Facebook biedt, ook kan omslaan in het tegendeel. ‘Ik publiceer veel op Facebook. Ik geef commentaar op wat er Gambia gebeurt, in Afrika en in de rest van de wereld. Maar ik weet niet wie er allemaal meeleest en wie de informatie die ik verspreid tegen mij gaat gebruiken. Ik ben dus soms wat voorzichtiger met mijn uitlatingen als ik het gevoel heb dat een arrestatie op de loer ligt. Zoals nu bijvoorbeeld, als ik weer terugkeer naar mijn land. Dat is een gevoelig moment.’

    Kofi wil zijn landgenoten informeren over wat er werkelijk in zijn land gebeurt. ‘Ik geef ze nieuws en feiten die ze nog niet kennen. Ik verbind daar een analyse aan en geef de lezer een perspectief op de werkelijkheid. Veel mensen in mijn land hebben beperkte mogelijkheden om de situatie in Gambia te interpreteren. Debet daaraan zijn bijvoorbeeld de verhalen die ze op school over Gambia en Afrika leren. Die verhalen zijn nog geënt op de boeken die westerse historici over Afrika hebben geschreven. Ze geven een vertekend beeld, bekeken vanuit de kolonisator. Sommigen gaan zo ver te zeggen dat we de slavernij aan onszelf te danken hebben en dat kolonisatie ons vooruit heeft geholpen. Dergelijke geschiedenisboekjes circuleren nog steeds in het schoolsysteem en dat moet veranderen.’

    In een goed blaadje staan

    Gambia is niet het enige land in Afrika dat worstelt met zijn geschiedschrijving. Veel landen kennen een historie van oorlogen en burgeroorlogen. Leiders hebben elkaar afgewisseld en de huidige leider wil bij de bevolking in een goed blaadje staan. Dat is een hele opgave voor de makers van schoolboeken. Er is altijd wel wat te verdoezelen uit het recente verleden. Het duurt vaak tientallen jaren voor een volk onderlinge conflicten of die met andere volkeren heeft verwerkt.

    Enkele landen, zoals Zuid-Soedan, kiezen ervoor de geschiedenis bij wijze van spreken tien jaar geleden te laten beginnen

    Bedenk hoe Nederland na de Tweede Wereldoorlog moest beslissen hoe om te gaan met collaborateurs. Wie waren dat trouwens? En wie niet? En hoe kwam het dat er zoveel joden uit Nederland zijn gedeporteerd? Het zijn kwesties die tot op de dag van vandaag spelen, in Nederland en in Afrika. Enkele landen, zoals Zuid-Soedan, kiezen ervoor de geschiedenis bij wijze van spreken tien jaar geleden te laten beginnen. Dit zegt Christopher (34) uit Zuid-Soedan, die als journalist werkt sinds 2005, het jaar waarin besloten is het land op te richten. De huidige president Salva Kiir blikt bij voorkeur niet te ver terug.

    Huiveringwekkende verhalen

    Anders gaat het er aan toe in Oekraïne. Daar werkt Svitlana (32) aan het verzamelen van informatie over het plegen van oorlogsmisdaden in de (burger)oorlog die daar sinds 2013 woedt en die nog steeds niet volledig ten einde is. Om wat gebeurd is, niet te vergeten. Ze onderzoekt de gruweldaden van alle partijen. ‘Het publiceren van deze informatie is essentieel,’ zegt ze. ‘Veel slachtoffers durven uit angst niet te zeggen wat hun is overkomen. Wij geven ze een stem door hun vaak huiveringwekkende verhalen in geanonimiseerde vorm op te nemen in onze rapporten. Daardoor komen de strijdende partijen, ook weer aan beide kanten, erachter wat ze hebben misdaan. Als ze dat weten, is de kans op herhaling kleiner.’

    Svitlana is coördinator van de veldwerkers die de huizen langsgaan om getuigenissen op te tekenen. Ze krijgen soms foto’s of video mee of maken zelf opnames. Al het bewijsmateriaal, met soms ook een kledingstuk met kogelgaten erbij, gaat naar het Internationaal Strafhof in Den Haag. Daar kan het worden gebruikt als het tot een rechtszaak komt. In mei komt er een rapport uit waarin al dan niet wordt bewezen of er in de oorlog ook raketten zijn afgevuurd vanaf Russisch grondgebied. ‘Als dat kan worden aangetoond, zijn de consequenties groot. Het conflict verandert dan van een burgeroorlog in een internationale strijd waar Rusland aan te pas is gekomen. This will change everything.’ De rapporten waar Svitlana aan meewerkt, worden in de eerste plaats gepubliceerd op de website van de organisatie waar ze in dienst is. Veel andere organisaties nemen de publicaties over.

    Opgesloten en gemarteld

    Bij het verzamelen van bewijsmateriaal maakt Svitlana ook gebruik van openbare bronnen op internet. En ze heeft haast, zit vol energie. Ze checkt voortdurend haar email. ‘We maken daar onderling wel eens grappen over. We moeten opschieten, zeggen we dan, want tijdens de lunch kunnen er weer twee scholen zijn afgebrand. Hoe eerder we klaar zijn, hoe beter, want zonder rechtvaardigheid kan het conflict niet worden beëindigd.’

    Haar organisatie heeft begin 2016 zijn eerste niet-juridische publicatie uitgebracht: een klein Engels/Russisch boekje getiteld Kelderboek. Het bevat uitspraken van mensen die in kelders zijn opgesloten en gemarteld. ‘En toen kreeg ik als bijnaam Avatar’ ‘Avatar? Waarom?’ ‘Ik was zo vaak geslagen dat ik helemaal blauw zag.’ Volgens Svitlana heeft het boekje grote indruk gemaakt op de deelnemers aan de conferenties waar het is uitgedeeld. Iedereen stak er een in z’n zak.

    Hoog adrenalinegehalte

    De haast die Svitlana heeft, heeft ze gemeen met journalist Christopher uit Zuid-Soedan. Ook bij hem stijgt het adrenalinegehalte in zijn bloed dikwijls naar grote hoogte. Dat leidt soms tot wat je roekeloos gedrag zou kunnen noemen, want, zegt Christopher: ‘Je kunt je als journalist niet voortdurend zorgen maken over leven en dood. Je wilt je verhaal maken. Je hebt geen tijd om te reflecteren, want het verhaal moet af.’


    Svitlana, journalist uit Oekraïne

    "Het publiceren van deze informatie is essentieel. Veel slachtoffers durven uit angst niet te zeggen wat hun is overkomen."

    Verdedigers van mensenrechten lopen in zeven sloten tegelijk, met één doel voor ogen: een eerlijke samenleving. Daarbij zien ze niet alle gevaren die op de loer liggen. ‘Het klinkt gek, maar juist die eigenschap maakt ze geschikt voor hun werk’, zegt Sebastiaan van der Zwaan, directeur van Justice and Peace, de organisatie die de spil is van het protectieprogramma Shelter City. ‘Als je namelijk van tevoren nadenkt over alle consequenties die je optreden als activist voor jou en je familie zou kunnen hebben, begin je er niet aan. Wij laten de deelnemers aan Shelter City nadenken over de risico’s die ze nemen, en over manieren om die te verkleinen. Wij willen er voor zorgen dat ze hun werk langere tijd kunnen volhouden’.

    Eén antwoord: liquidatie

    Hoe Christopher weer aan het werk komt, is vooralsnog niet duidelijk. Hij is feitelijk werkloos sinds hij in augustus 2015 halsoverkop Zuid-Soedan verliet. ‘Ik kwam erachter dat mijn dossier was beland op het bureau van de externe veiligheidsdienst. Dat betekent dat je wordt gezien als staatsgevaarlijk. Daar past maar één antwoord op: liquidatie. Dat is al wat deze dienst doet: zonder arrestatie, zonder vragen te stellen. Het lukte me met hulp van een Belgische organisatie binnen 24 uur het land te verlaten en uit te wijken naar Oeganda.’ Maar ook in Oeganda bereiken Christopher doodsbedreigingen. Hij weet nog niet waar hij vanuit Nederland naartoe zal gaan. Maar wat heeft Christopher in zulke grote problemen gebracht?

    'Ik kwam erachter dat mijn dossier was beland op het bureau van de externe veiligheidsdienst. Dat betekent dat je wordt gezien als staatsgevaarlijk'

    Anders dan veel zijn collega’s, schrijft Christopher niet klakkeloos op wat hem op persconferenties wordt meegedeeld. ‘De journalistieke ethiek gebied mij twee kanten van een zaak te belichten. Ik stel dus vragen, ga op onderzoek uit. Maar daar heeft de zittende macht in Zuid-Soedan geen belang bij. Ik ben dus meermalen opgepakt, ondervraagd en weer losgelaten. Maar dat was door de interne veiligheidsdienst en die is vrij onschuldig.’ De situatie werd plotseling veel grimmiger nadat Christopher president Salva Kiir rechtstreeks had durven citeren in de krant in hoofdstad Juba waar hij toen werkte. ‘Kiir had journalisten publiekelijk gewaarschuwd hem niet tegen de haren in te strijken met de woorden: “Als jullie zijn vergeten dat mijn regering in het verleden journalisten heeft omgebracht, dan zal ik jullie daar op zekere dag aan herinneren”.’ Kort na Christophers publicatie werd zijn collega Peter Moi vermoord, de zevende journalist dat jaar in Zuid-Soedan. Enkele dagen later belandde ook Christopher op de dodenlijst. Maar hij leeft nog.

    Documenteren van onrecht

    Ook Musa (60) staat ternauwernood nog op beide benen. Hij is meerdere malen beschoten en gewond geraakt tijdens het vastleggen van onrecht jegens Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever. Hij doet dit werk sinds hij zestien jaar geleden zijn leraarschap aan de wilgen hing. Maar hij moet bekennen dat hij niet veel verandering teweeg heeft kunnen brengen. De straffeloosheid duurt voort. Musa geeft toe zich te schamen: voor de hoop die hij zijn landgenoten heeft gegeven en die onvervuld bleef. Hij schaamt zich voor zijn gebrek aan effectiviteit en voor het feit dat hij nu hoog en droog in Den Haag, zit terwijl zijn volk in ellende verkeert.

    Musa schrijft boeken en artikelen in onder meer de Jerusalem Post. ‘Ik schrijf om uiting tegen geven aan mijn frustratie en om de horrorverhalen die ik heb gehoord uit mijn hoofd te krijgen,’ zegt hij. Hij sprak ooit de moeder van een meisje van vier dat bij een bombardement het zicht in één oog was verloren. ‘Zeg niet tegen haar dat haar oog blind is,’ zei de moeder, ‘want dat weet ze niet. Ze denk dat ze alleen gewond is.’ Twee dagen later zag Musa het kind op de Arabische televisiezender al-Jazeera. ‘Ze was er inmiddels achter dat haar oog niet meer zou genezen. Bij wijze van troost had ze van een hulporganisatie een groot knuffeldier gekregen. Daar had ze met een schroevendraaier één oog uit gepulkt.’


    Musa, activist uit Palestina

    "Ik kan met mijn werk de wereld niet veranderen. Maar ik kan wel door te schrijven kwesties aan de orde stellen, zodat er over wordt gepraat"

    We zitten vast in de lift

    In een andere anekdote staat Musa in een lift met een grote tas onder zijn arm. Daar zit een kogelvrij vest in. Er is nog één andere passagier: een Israëliër. Dan komt de lift plotseling tot stilstand. De Israëliër denkt dat Musa een bom in z’n tas heeft zitten en beweegt z’n hand naar wat een pistool zou kunnen zijn. Na twee uur worden beiden ongeschonden uit de lift bevrijd. ‘Deze situatie staat symbool voor de situatie van onderling wantrouwen waarin we ons al jaren bevinden,’ zegt Musa.’We zitten vast in de lift. Ik kan met mijn werk de wereld niet veranderen. Maar ik kan wel door te schrijven kwesties aan de orde stellen, ervoor zorgen dat ze in het publieke domein komen en dat er over wordt gepraat. Ik hoop zo dat de menselijke normen die ik er in aanbreng, door anderen worden overgenomen.’

     

    Kofi is een gefingeerde naam.

    ebook cadeau

    Op 3 mei 2016 verschijnt 'Blad voor de Mond', een boek waarin 20 veelal bekende journalisten noteren wat zij zien gebeuren in landen waar persvrijheid niet vanzelfsprekend is. Leden van Follow the Money krijgen het ebook cadeau en kunnen het gratis downloaden.

    >> Meer info

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Peter de Ruiter

    Is geïnteresseerd in ontwikkelingen die impact hebben op de mensheid. Van elektrische auto's, bitcoins tot mensenrechten.

    Volg Peter de Ruiter
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren